Caitlin Cary – I'm Staying Out

Haar vorige plaat While You Weren’t Looking is nog maar net, verlaat, in Nederland uitgebracht en nu is opvolger I’m Staying Out al uit. Caitlin Cary zit niet stil en bewijst dat ze zich prima in haar eentje kan redden nu ze uit de schaduw gestapt is van Ryan Adams en in haar ééntje in de spotlight staat. Met Adams maakte ze vanaf het begin deel uit van Whiskeytown. Haar debuut werd met erg positieve recensies onthaald door de pers en ik geef je op een briefje dat dit met I´m Staying Out ook gaat gebeuren. Op alle fronten doet Cary het beter op deze plaat . Betere liedjes, betere zang, betere begeleiding. Mary Chapin Carpenter vond de vorige plaat zo goed dat ze er 20 van kocht voor haar vrienden en doet nu mee op twee tracks. Wat zo leuk is aan deze plaat dat Cary zich niet sec concentreert op (alt.)country maar kiest voor een aangename mix van folk, country, rock, maar ook pop. In die meer poppy tracks, zoals bijvoorbeeld “Sleepin’ in on Sunday”, doet ze bijna niet meer onder voor iemand als Aimee Mann. Cary is net als haar ook gezegend met zo’n warme stem. Eigenlijk doet ze niet onder voor ex-bandmaatje Adams, al klinkt ze wel een stuk gladder dan hem. Ik gok dat Chapin Carpenter wel wat meer platen zal kopen dan de 20 van het debuut simpelweg omdat deze plaat beter is.

File: Caitlin Cary – I’m Staying Out
File Under: (Alt.) Country fans trek uw knip maar

Bed – Spacebox

Vraag mij wat mijn favoriete plaat allertijden is en zonder blikken of blozen antwoord ik dat dat de eerste, en helaas enige, solo-plaat van Mark Hollis is. Ik verslikte me ook behoorlijk in mijn vers gezette koffie toen ik Bed’s tweede plaat Spacebox voor het eerst opzette. Wat is dit nu weer dacht ik bij mezelf. Heeft Hollis zich laten verleiden om eindelijk weer eens wat op plaat te zetten? Het laatste waar hij aan meewerkte was het zwaar onderschatte Smiling & Waving album van Anja Garbarek. Ergens tussen de verstilde plaat van Garbarek, de soloplaat van Mark Hollis ligt Spacebox. Het bleek niet zo te zijn. Bed = Benoît Burello. Zo ongeveer dan. Voor zijn tweede plaat heeft Burello gebruik gemaakt van de band die hem ook begeleidde tijdens de optredens na zijn eerste en mij nog onbekende plaat The Newton Plum. Acht kale tegen jazz aanschurende bloedmooie verstilde tracks. Zoals Hollis het zo treffend zei: “Before you play two notes learn how to play one note – and don’t play one note unless you’ve got a reason to play it” en Benoît Burello heeft dat verdomd goed in zijn oren geknoopt en een prachtplaat afgeleverd.

File: Bed – Spacebox
File Under: Voer voor jaarlijst

Black Box Recorder – Passionoia

Heerlijk is dat hoe scherp en sarcastisch de observaties zijn van Black Box Recorder. Op Passionoia gaan ze daar tintelfris mee verder. Vanaf openingstrack “School Song” is het gelijk raak. Nadat een honderdtal pubers schreeuwen om BBR en dat ondersteunen door handgeklap transformeert zangeres Sarah Nixey met haar ijle (of moet ik zeggen geile?) stem in een dominante lerares die de kinderen buiten laat zwemmen (“Yes I know it’s February, you lot need a bit of toughening up. You’re weak and spoilt – look at you!”). Catchy en sexy, maar ook wel ietwat gestoord. Zo zien we het graag. Als ze dan ook nog eens bekent George Michael altijd verschrikkelijk gevonden te hebben en meer ging voor de a-muzikale helft van Wham! Andrew Ridgeley kan ze helemaal niet meer kapot. Abba is nooit erg ver weg op deze plaat, net als de Pet Shop Boys overigens. Princess Di-adepten zullen fronsen bij het horen van de wens van Nixey om de nieuwe Diana te worden in “New Diana”, alsof ze alleen maar “lying on a yacht reading photo magazines” op het program had staan. Misschien niet beter dan voorganger Facts of Life, maar toch wel zo goed. Lovely, just lovely.

File: Black Box Recorder – Passionoia
File Under: Alternatieve Dans-Pop met ABBA-tic

Radioactive – Yeah

Tommy Denander (Radioactive) was helemaal verguld toen eindelijk zijn Ceremony of Innocence-plaat uit kwam in 2001 waar zo ongeveer heel Toto (inclusief de dode Jeff Porcaro) op meespeelde. Dat was zijn droom. Een plaat opnemen met mannen als de drie Porcaro’s. Voor de rest speelde hij al wel ongeveer met elke zelfverklaarde rockgod mee op een plaat (kijk voor de lol eens in zijn discografie) Die droom werd bijna een nachtmerrie, want voordat de plaat uitkwam was hij 8 jaar verder. Er waren zelfs mensen die twijfelden of die plaat eigenlijk wel bestond. Zijn doorzettingsvermogen heeft er toe geleid dat cd toch bestaat nu. Gelukkig was het wel een goede AOR-plaat, dat Ceremony of Innocence, die zich kon meten met het betere werk van Toto en Journey. Denander wilde niet weer zo lang wachten op een volgende plaat en kijk aan er is nu slechts twee jaar later al Yeah. Een tikkie harder dan Ceremony en met ietwat minder klinkende namen misschien (alhoewel (ex-)leden van Whitesnake, ToTo en FM is nog steeds niet beroerd). Het geluid kruipt wat meer richting Kansas (“Over You”) en Whitesnake, maar wel een plaat vol ijzersterke melodiën, helemaal als je houdt van het genre. Ikzelf kan AOR maar met mate verdragen, van de laatste ToTo-platen (vooral die laatste coverplaat) ga ik zo ongeveer schuimbekken. De ToTo-leden mogen zich gelukkig prijzen dat ze met Denander op een plaat gespeeld hebben, want hun laatste werken mogen nog niet in de schaduw staan van deze hippe AOR-plaat met zelfs house-achtige beats.

File: Radioactive – Yeah
File Under: Beter dan alles wat ToTo de laatste 10 jaar uitbracht

PJDS – Suits You

Zo brengt Pieter-Jan De Smet drie platen uit in tien jaar, zo brengt PJDS twee platen uit in twee jaar. En daar ben ik helemaal niet rauwig om, integendeel zelfs. Zijn vorige plaat Light Sleeper beviel me namelijk best wel. Door toeval, nou ja eigenlijk door David Baerwald kruiste PJDS mijn pad. Daarvoor had ik nooit van hem gehoord. En dat is best raar eigenlijk, want het soort muziek dat de Belg op zijn nieuwe plaat Suits You maakt zou er best als gesneden koek in kunnen gaan hier in de lage landen. Zeker nu zijn stem nog dieper (Andrew Eldritch meets David Bowie) klinkt dan op de zijn vorige plaat, de songs meer liedjes zijn dan op Light Sleeper en de band, deels gerecruteerd uit de gelederen van Arno en deels al weer uitgeleend aan Admiral Freebee, strakker klinkt dan voorheen. Eigenzinnige songs die je af en toe aan de goede Bowie (luister maar eens naar “Killer Cosiness” of “Arsonist”) en Lou Reed doen denken. Suits You trekt song na song je aandacht door een aangename rusteloze prikkel die rond de nummers hangt. Blijkbaar past de vrijheid van een eigen label en daardoor de mogelijkheid tot zelf bepalen wat je doet beter bij PJDS en inspireert het hem tot het schrijven van boeiende songs. Ik kan me bijna niet voorstellen dat parels als “Clock” en “Mood Like Old Paint” niet bij jou passen.

File: PJDS – Suits You
File Under: Past bij jou? Ja ook bij jou!

Steve Wynn & The Miracle 3 – Static Transmission

In interviews geeft Steve Wynn aan nogal van verschillende muziekstijlen te houden en snel beinvloedbaar te zijn door anderen. Daar is geen woord van gelogen, want Static Transmission is een diverse verzameling geworden. Het zou bijna een leuke quiz worden om bij elke track van de plaat de invloeden te herleiden. Zo loopt “What Comes After” over van John Lennon, “Candy Machine” van de Beatles en “Keep it Clean” had op een TheThe plaat kunnen staan. Snelheidsduivel “Amphetamine” Velvet Underground met een hoog Rolling Stones gehalte in het slotakkoord. Op “Maybe Tomorrow” zou Waterboys kopman Mike Scott jaloers zijn. En Dylan kan “A Fond farewell” zo opnemen voor een volgende plaat. Bijna nonchalant zet Wynn de invloeden naar zijn hand en smeet er zijn vaak mooie liedjes van. Het zou de kwaliteit echter wel ten goede komen als hij wat meer schifting aan zou brengen in zijn liedjes en zou wachten tot hij (nog) meer goede liedjes heeft voor een plaat. Niet dat Static Transmission een slechte plaat is overigens, maar niet alle tracks het hoge niveau dat hij wel in zijn mars heeft. Zou het jachtige New York met zijn vele indrukken er de oorzaak van zijn dat hij wel een liedjesmachine lijkt die moet blijven draaien? Misschien is verhuizen naar een kleinere stad een idee om echt een meesterwerk af te leveren?

File: Steve Wynn & The Miracle 3 – Static Transmission
File Under: Rock (zo staat het immers achter op de CD)

Circle – Vaudeville

Het is lastig aan te geven waar de scheidslijn ligt van wat ik nog wel ‘trek’ aan scream en wat niet. Een plaat lang alleen maar screams is meestal voor mij niet weggelegd. Circle staat van mij af gezien in ieder geval aan de goede kant van de streep. In zijn uppie doseert, zanger en brulboei, Dries Olemans zorgvuldig zijn screams, maar kan ook terugvallen op een behoorlijke zangstem en doet dat dan ook regelmatig wat Vaudeville aangenaam beluisterbaar houdt. Met de zang/scream zit het dus wel snor. Qua muziek is er op deze twee plaat van de belgen ook geen reden tot klagen. Verpakt in een strakke ritmetandem vliegen de messscherpe en puntige af en toe bijna AC/DC-riffs je om de oren. Live doen ze niet voor niets een cover van “Whole Lotta Rosie”, overigens wel aardig gewaagd want dat is zo’n nummer waar je alleen maar van kunt verliezen. Ongelijk AC/DC schuwt Circle het niet om ook te avonturieren op plaat. Bijvoorbeeld in het bijna Henry Rollins achtige spoken word in “Dance to Forget”. Verder superbe, catchy maar harde, meebrullers en zingers alom dat zeker liefhebbers van labelgenoot Face Tomorrow. Eigenlijk vat de domeinnaam van de band het één en ander nog het beste samen: Circle Rocks!

File: Circle – Vaudeville
File Under: Belgenrock!

The Shavers – Marabella

Johannes de Boom van The Shavers zal nerveus worden van mijn voortuin. Niets ranzigs aan, maar netjes gekapte buxushaagjes met grind en niet de door hem in “Ranzig” gewenste drollen op het gras. Gelukkig is er dan nog de achtertuin om het te compenseren. Chaos alom. Poep gaat me nog wat te ver, maar de boel een beetje de boel laten kan ook mooi zijn. Ranzig is de nieuwe plaat van the Shavers, Marabella, zelf overigens ook niet. Wel tof. Het Alkmaarse trio trakteert op elf uit het leven gegrepen songs die een mix zijn van echte rok en roll, rockabilly en surf, drie instrumentaaltjes (waaronder het door de Pixies bekend geworden Surftones nummer “Cecilia Ann”). Drie keer rust voor de stembanden dus. Wat ook wel handig is, want voor je er erg in hebt brul je de kale, van elke opsmuk ontdane, Nederlandstalige levensliederen van de Alkmaarse poeet de Boom over drank, onbehagen, sex in goedkope hotels en rok en roll, mee. Enige vraag die rest: waarom een plaat vernoemen naar een gehucht in Trinidad and Tabago en niet naar een ranzig Nederlands gehucht?

File: The Shavers – Marabella
File Under: De echte Nederlandse Rok en Roll

Gary Numan – Hybrid

Gary Numan stond vorig jaar zomaar weer midden in de hit-picture. De Sugababes sampelden “Are Friends Electric” voor hun megahit “Freak Like Me” en op de nieuwe plaat van Junkie XL neem hij ook een prominente rol in. Door dit alles komt er in één keer ook weer meer aandacht voor de man zelf. Mensen die hierdoor zijn laatste studioplaat Pure aangeschaft hebben kwamen van een koude kermis thuis. Numan is namelijk niet meer de synth-pop Numan uit de jaren 70 en 80. Pure kon zich meten met wat bands (allemaal noemen ze Numan overigens ook als één van hun grootste invloeden) als, Marilyn Manson, Nine Inch Nails en Fear Factory de laatste jaren uitbrachten. Gelukkig voor hen die daar van schrokken is er ook de verzamelaar Exposure een bloemlezing uit de periode 1997-2002. Veel interessanter is echter het remix project Hybrid waarop, naast drie nieuwe songs, de klassiekers van Numan van een 2003-jasje voorzien worden door oa Andy Gray, Flood en Alan Moulder. Ook in die nieuwe hippe jas blijven de tracks met gemak overeind. Hier wordt door Numan geen half werk om snel te oogsten nu hij nog hot is, maar een frisse kijk die zijn geld waard is.

File: Gary Numan – Hybrid
File Under: Beter dan een Best of…

Soundsurfer – Allow Me

Ze zijn er misschien wel erg onhip mee, het deels vanuit de Tilburgse Rockacademie gerekruteerde Soundsurfer, maar het is wel verfrissend. Geen Britpop, geen retrogarage. Als je Soundsurfer met iets zou willen vergelijken dan is het met wijlen Alice In Chains waar, eveneens wijlen, Morphine af en toe een track (“Got it All”, “Is There a Reason”) als gast mee lijkt te spelen. En dan de Alice In Chains ergens tussen de akoestische EPs en rock-albums in, dus niet superrauwe grunge. De heren hebben goed opgelet in banken van de Rockacademie en weten op hun debuut Allow Me. Op knappe en eigen wijze weet Soundsurfer dezelfde aangename gelaagdheid in zang en gitaargeluid aan te brengen in haar nummers (Luister maar eens naar “Haywire” en “Uptight”). Muzikaal geven ze er nog wel een eigen draai aan die niet gespeend is van Belgische invloeden (en dan vooral (wijlen?) Metal Molly). En in België hebben ze ook beroemde aanhang. Sarah Bettens trad wel eens op in een Soundsurfer-shirt, Koen Lieckens (ex-drummer K’s Choice) zorgde er voor dat Idol-Media ze contracteerde. Dat gaat wel goed komen, wat denk je brom!

File: Soundsurfer – Allow Me
File Under: Frisse Grunge met enkele toeters