Further Seems Forever – How To Start A Fire

Daar ben je lekker klaar mee…. Heb je een plaat uit die best goed wordt ontvangen en gaat je zanger vervolgens verder met zijn andere project en wordt daar vele malen groter mee. Vind dan maar eens een nieuwe zanger die op passende wijze je oude kan doen vergeten… Met dat probleem zat Further Seems Forever dus mooi toen Chris Carraba zich alleen verder wilde met Dashboard Confessional, dat uitgroeide tot, zeker in Amerika, één van de grotere indiebands, en het zelfs tot een MTV-unplugged-sessie schopten…… FSF zat dus mooi met de bakken peren. Toch vonden ze relatief eenvoudig een oplossing om Carraba te vervangen. Jason Gleason bleek een ‘longtime’ fan (hoe kan het vraag je je af er was net één FSF plaat uit) te zijn en voelde zich vereerd om de toch niet echt eenvoudige klus om Carraba te doen vergeten te klaren. Carraba nam dus nog wel de debuutplaat The Moon is Down op, maar werd dus vrijwel gelijk daarna door Gleason vergangen. Live bleef Gleason met groot gemak overeind en de band tourde veelvuldig als voor- en hoofdprogramma. Daarom duurde het tot 2003 voordat de tweede plaat van FSF er eindelijk kwam in de vorm van How To Start A Fire. En nu blijkt dus dat Gleason op plaat ook een aanwinst is. Gepassioneerde zang die je af en toe doet denken aan James Dean Bradfield, maar ook wel eens aan Jeff Buckley en soms zelfs aan Steve Hogarth van Marillion. Muzikaal ligt het tussen Shiner en Sense Field ( die zitten overigens weer in de studio :-)), dus je weet wel wat je kunt verwachten. Melodieuze emo met een rauw randje. Zo goed als The Egg en Tonight and Forever is het misschien niet, maar het komt aardig in de buurt en aangezien er van die andere twee even geen nieuw materiaal voorhanden is is dit een meer dan aangenaam alternatief.

File: Further Seems Forever – How To Start A Fire
File Under: Emo, maar zeker geen screamo

Tony Levin Band – Double Espresso

Weinig artiesten hebben een zo’n staat van dienst als Tony Levin. Niet alleen is hij een veel gevraagd studio-muzikant , hij gaat ook nog eens veelvuldig met andere artiesten mee op toer. En een verschil met bijvoorbeeld de heren van Toto is dat de CDs waar Levin aan bijdraagt er vaak ook nog eens echt toe doen. Als solo-muzikant is hij een stuk voorzichtiger met het uitbrengen van platen. Tot nu toe bracht hij slechts drie studio-platen onder eigen naam uit. Na het uitkomen van de laatste plaat Pieces of the Sun ging Levin op tour met een band (Jesse Gess op gitaar, op drum Jerry Marotto en geluidswizard Larry Fast voor de gaatjes) waarvan je eigenlijk zou verwachten dat het één grote freakshow zou worden. Helaas konden we deze band in Nederland niet live zien en moeten ‘we’ wachten met Levin in levende lijve zien tot Peter Gabriel ons kikkerlandje aandoet. In de USA was men meer dan enthousiast over de optredens en al snel verschenen er her en der bootlegs van de optredens op internet. Blijkbaar was er behoefte om de optredens opnieuw mee te maken. Daarom is er nu dus Double Espresso uitgebracht, een 2 CD live-plaat die dus ook werkelijk de duur van zo’n optreden van de Tony Levin Band duurt. En dat vergt nogal wat van een mens. Als je in de zaal staat dan vliegt de tijd (twee uur) zo voorbij. Zit je echter in je huiskamer te luisteren dan is er meer nodig om de spanning vast te houden. Het is in ieder geval een pré als je er bij geweest bent. Nu heb ik toch de neiging om sneller door de tracks van de plaat heen te gaan dan twee uur en alleen de hoogtepunten te beluisteren. Dus bijvoorbeeld de titeltrack van Pieces of the Sun, het samen met Peter Gabriel geschreven “Dog One”, de wel geinige uitvoering van “Black Dog”, met een Jesse Gess als Robert Plant (maar dan wel op gitaar ipv zang) “Apollo” en “Sleepless” van CD1 en “Ever the Sun Will Rise”, “The Fifth Man”, “Back In NYC” (zonder een zanger van het kaliber Gabriel eigenlijk een zonde, maar toch leuk om te horen), “Elephant Talk” (met geweldig stickwerk) en “Peter Gunn” (met Californian Guitar Trio) van CD2. Hoef je maar een klein uurtje te zitten en dat is precies genoeg als warming up voor mij om Levin Shaking His Tree tijdens de concerten van Peter Gabriel in mei. Levin-adepten zullen waarschijnlijk toch de hele plaat met gemak uitzitten, want het spelplezier en de virtuositeit hoor je overduidelijk in alle tracks.

File: Tony Levin Band – Double Espresso
File Under: “You Had To Be There?”-Live Plaat

Apocalyptica – Reflections

Universal

Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar het was ergens in 1996 of zo dat ik in een usenet nieuwsgroep een klein berichtje las over 4 Finnen die een album opgenomen zouden hebben met alleen maar Metallica-covers en dat op nogal ongebruikelijke wijze deden, de heren van Apocalyptica gebruikten alleen maar cello’s! Dat leek me wel een goed alternatief voor Load (en ReLoad) van Metallica, want die hadden daarmee toch wel afgedaan voor mij. Het was verfrissend om de cello-uitvoeringen van de Metallica-songs te horen en toch ook wel ietwat verrassend dat de songs bleven staan als een huis. Want zeg nou zelf? Metallica linken met klassieke instrumenten, dat ligt niet echt voor de hand. Enige puntje van kritiek was de ietwat iele productie van Plays Metallica by Four Cellos Nadat de plaat opgepakt werd door Mercury om de plaat wereldwijd te distribueren ging het hard. Gelukkig stond de band zelf niet stil in haar ontwikkeling en beperkte zich niet tot het kunstje van alleen maar Metallica-covers. Op het veel beter geproduceerde tweede album, Inquisition Symphony, stonden nog wel veel covers maar was er ook plaats voor eigen materiaal en op Cult was er zelfs plaats voor een nummer met zang! Sandra Nasic (Guano Apes) zong mee op “Path Vol. 2”. De tour die volgde op de release van Cult ging niet zonder slag of stoot. Op toneel leek in de Melkweg tijdens het fenomenale optreden nog koek en ei, maar blijkbaar rommelde het achter de schermen wel. Dit had tot gevolg dat voor de nieuwe plaat Reflections Apocalyptica nog maar een trio is. Voor de sound maakt dat niet zo veel uit. De cello’s blijven moddervet bij de hardere nummer en zijn fragiel in de ballads. Apocalyptica zou Apocalyptica niet zijn als er niet weer een duidelijk verschil zou zijn tov de vorige platen. Deze keer is dat het toevoegen van drums. Op 5 meer up-tempo nummers geselt Dave Lombardo de vellen van zijn kit en in de andere drumt Sami Kuoppamäki mee. Het toevoegen van de drums heeft als voordeel dat de heren cellisten zich minder hoeven te concentreren op het ritmewerk en de melodielijnen beter (en complexer) uit kunnen werken, wat resulteert in headbangen de ene keer en kippenvel de andere keer….. Het wordt gewoon tijd voor Metallica – Metallica Plays The Songs of Apocalyptica! Maken zij weer eens een goed album!

File: Apocalyptica – Reflections
File Under: Cello Rock

Incense – On Tips Of Wings We Walk

Na elke draaibeurt van de nieuwe Incense plaat, On Tip Of Wings We Walk moet ik weer even op adem komen. De plaat werkt namelijk in een dikke acht minuten toe naar een climax toe in “Falling sound asleep” die je even naar lucht doet happen. Alle remmen gaan even goed los in die laatste minuten. Kan drumbeest Remco Cornelissen zich toch nog even goed uitleven. Op de andere tracks komt hij ook wel aan zijn trekken op deze tweede CD, maar moet hij zich volgens mij toch behoorlijk inhouden. Want deze tweede Incense is namelijk toch wel een ietwat andere Incense dan die van Approx 45 min. Onder de bezielende leiding van Pieter ‘Pidah’ Kloos is er in zijn studio “The Void” volop geëxpirimenteerd met mellotron, wurlitzer piano en koperwerk (riep daar iemand Motorpsycho?). Voor het koperwerk hebben ze gelukkig hulp gehaald van Job Helmers (Millennium Jazz Orchestra), Allard Robert (Dierenpark) en Jean Pierre Grannetia (The New Symphonic Orchestra) en zijn niet zelf gaan stoeien met de blazerspartijen. Hierdoor blijft het allemaal namelijk wel smaakvol en gaat het nergens irriteren. Op On Tip Of Wings We Walk gaat Incense gewoon lekker eigenwijs haar eigen gang en laat zich gelukkig niet beperken door de standaard singletijd van krap 4 minuten. Moet een track 6 minuten (of langer) duren omdat deze daarom, dan moet dat maar. Als er dan een single moet komen moet er gesneden worden in de tracks, wat best lastig zal worden, vrees ik. Maar goed, de vraag is natuurlijk of er in de Nederlandse hitlijsten plaats is voor avontuurlijke rockmuziek die niet het ene oor in en het andere oor uit gaat? Ik schat zo in dat als er plaats is voor zo’n single de heren deze uitdaging niet uit de weg zullen gaan en er een passend antwoord op zullen verzinnen als dit nodig is. Als geheel is de plaat gewoon één intense luistertrip en een flinke stap naar voren ten op zichtte van Approx 45 min. Hopelijk zal de waardering voor Incense plaat niet alleen beperkt blijven tot de Nederlandse markt en zal de band ook een kans krijgen in het buitenland. Want als je On Tip Of Wings We Walk gaat vergelijken wat buitenlandse acts uitbrengen doen ze daar absoluut niet voor onder!

File: Incense – On Tips Of Wings We Walk
File Under: Intense luisterrock van eigen bodem

Mando Diao – Bring'em In

Zit ik hier nu nog iemand op te wachten? Ik bedoel, toen the Strokes in 2001 met Is This It? kwamen hadden we zoiets van wow, dit is te gek! Heerlijk nonchalante liedjes geënt op Velvet Underground, Television en Iggy Pop (met of zonder Stooges). Helaas, helaas werden werden we daarna bedolven onder een hele retro-golf. Zo ongeveer elke platenmij en land had wel zijn eigen ‘Strokes’, die allemaal even rebels, retro en rocker waren en allemaal tapten ze wat af uit dezelfde vaatjes, met eventueel een klein nuance-verschil maar allemaal waren ze geweldig en vonden ze zichzelf ook nog eens zo. Nu is er weer een band die zichzelf geweldig vindt en anderen vinden dat ook blijkbaar: “Everybody thinks we’re great, and that’s because we are.” Jaja, bescheidenheid siert de mens, maar niet de jongens van Mando Diao. Zij vinden zichzelf in ieder geval fantastisch. Maar goed, ik ben denk ik een beetje retro-moe ondertussen. Op Bring’em In maken ze zwaar op de jaren zestig gebaseerde muziek die naast bovengenoemde ook nog eens teruggrijpt op the Kinks en Them en al die andere bandjes die ruig en hip waren. Zucht. Het is ondertussen toch echt 2003? Natuurlijk zijn het best lekkere liedjes die ze maken, dat waren de orginelen ook. Zelfs het geluid is geperfectioneerd op deze plaat, maar dat is niet zo moeilijk met de hedendaagse techniek. Zit je te wachten op wederom een opwindende plaat vol retro? Bij Mando Diao ben je dan dus helemaal aan het goede adres! Zoek je wat nieuws verfrissends? Laat maar liggen die plaat….

File: Mando Diao – Bring’em In
File Under: Strokes met orgeltjes

VA – A Tribute To The Ramones We're A Happy Family

Wat is er voor nodig om een tribute te doen slagen? Bekende namen? Nou daaraan is op We’re A Happy Family geen gebrek. Wat dacht je van achtereenvolgens: Red Hot Chili Peppers, Rob Zombie, Eddie Vedder & Zeke, Metallica, U2, Kiss, Marilyn Manson, Garbage, Green Day, The Pretenders, Rancid, Pete Yorn en The Offspring. Dat is allerminst een onaardig lijstje dunkt me. Of heb je sterke songs nodig? Hmmm tja als je er van houdt (en dat doe ik, trust me) dan heeft de Ramones een behoorlijk songcatalogus om uit te kunnen kiezen. Wie kan er niet meezingen met “Blitzkrieg Bob”, “I wanna be your girlfriend”, “I Wanna Be Sedated”, “The KKK Took My Baby Away” of “Something To Believe In” om maar zo wat tracktitels op te sommen die op deze Tribute staan. Toch is dat blijkbaar niet genoeg om een goede tribute te maken. Blijkbaar is de combinatie grote naam – grote titel van grote band niet altijd een garantie voor succes. De uitvoeringen van de Chili Peppers, U2, Eddie Vedder & Zeke (twee keer zelfs) vind ik echt verschrikkelijk. Als ik een dooie Ramone was dan draaide ik me om in mijn graf bij het horen van deze covers. Metallica klinkt in “53rd & 3rd” als Metallica van nu en dat is geen schim meer van hoe goed ze ooit waren. De ‘punk’-bands Green Day, Rancid en Offspring blijven dichter bij de orginelen van de Ramones, maar voegen te weinig toe. De uitvoeringen van Marilyn Manson (‘KKK Took My Baby Away’) en Rob Zombie (‘Blitzkrieg Bop’) zijn ietwat bizar, maar toch wel ok, maar ik ben zelf niet zo’n fan van deze twee en dat wordt ik door deze twee tracks ook niet. Gelukkig zijn er ook positieve uitzonderingen! Pete Yorn laat in “I wanna be your girlfriend” horen hoe je een meisje echt je vriendinnetje maakt, Kiss geeft een feestje in “Do You Remember Rock ‘N’ Roll Radio” en Waits laat succesvol zijn duivelskunsten los op “Return of Jackie & Judy”. In de hidden track komt John Frusciante met een hippie variant op “Today Your Love, Tomorrow The World” en als je weet dat Ramone Johnny zelf “Something to Believe In” een vervelend nummer vindt is de uitvoering van The Petenders best geslaagd. Al met al blijf ik een beetje met een vervelend gevoel zitten bij deze plaat. Zeker omdat Johnny Ramone de tracks allemaal persoonlijk uitgekozen had, had ik er meer van verwacht dan wat ik hier.

File: A Tribute To The Ramones – We’re A Happy Family
File Under: Niet (geheel) geslaagde Tribute

Manta Ray – Estratexa

Het afgelopen jaar stonden de dames van Las Ketchup zo ongeveer het hele jaar in de hitparade. In het begin was het nog wel een aardig deuntje en het dansje erbij was ook best geinig, maar op een bepaald moment was het zo dat je of je nu wilde of niet overal dat liedje hoorde, tot dat het je strot uitkwam. Je zou er bijna denken dat er geheel geen fatsoenlijke muziek uit Spanje komt. En als je niet wat verder kijkt dan je neus lang is, zeg maar tot aan Enrique Iglesias, dan lijkt dat ook zo. ‘Echte kenners’ weten echter beter! Van uit Spanje komt namelijk veel meer goeds. Vorig jaar kreeg Migala hier al aardig wat positeve aandacht. Dit jaar heb ik goede hoop dat dat gaat gebeuren met Manta Ray. Afgelopen jaar hebben ze hun label Astro verlaten en zitten nu op hetzelfde label als Migala, Acuarela. Ze droegen “Monocromo” bij aan de labelcompilatie Acuarela Songs 2, dat ik één van de leukste tracks vond van die 3CD. Nu is er dus hun eerste ‘echte’ plaat voor Acuarela, Estratexa en die is nog een stuk beter dan “Monocromo”. Vanaf de pulserende bas in “Take a Look” tot de zingende zaag in “Ausfahrt” die van bruut tot zwijgen gebracht wordt in de laatste minuut is deze plaat één brok spanning. En dan heb je al het messcherpe “Qué Nino Soy” en het spitse “Asolto” en de fuzzy bas van de agressieve titeltrack achter de kiezen.Gelukkig krijg je ondertussen nog even een rustpuntje in “Anada” (met wederom een zingende zaag). Op deze plaat krijg je niets dan goeds: Je krijgt gewoon de ideale mix van Migala, het finse Circle (wie zegt u, ja ehh kan ik er wat aan doen dat u dat niet kent?) en Queens of the Stone Age voor je kiezen. Strak, hard, passievol en je af en toe zelfs bijna paranoia makend. En dan vergeet ik nog “Ebola”, waar Audioslave nog even les krijgt in hoe het wel moet. Anderen waren vorig jaar lyrisch over Queens of The Stone Age’s Songs for the Deaf, nou mensen ga maar vast naar de winkel, deze plaat gaat namelijk een flink stuk verder, is een stuk beter en veel en veel spannender. Dìt is de rock van nu en hij komt uit Spanje!

File: Manta Ray – Estratexa
File Under: Wow f*cking wow (ja, dit haalt mijn jaarlijst)

At The Close Of Every Day – Zalig Zijn De Armen Van Geest

Wat zullen ze er mee bedoelen? Die jongens van At The Close Of Every Day? Waar willen ze naartoe met een CD-titel als Zalig zijn de armen van geest (Mattheus 5:3)? Bedoelen ze dat het leren van dingen tegenwoordig in deze wereld te belandrijk geworden is? Of bedoelen ze wat anders? Dat als je niet alles maar hoeft te beredeneren en je gevoel oprecht laat spreken het misschien wel beter is? Ook al kom je dan misschien wel ietwat naïef over? Hun gevoel laten spreken doet ATCOED in ieder geval in overvloed op deze plaat en de korte songs klinken misschien inderdaad bij tijd en wijle ook wel ietwat naïef. Maar vooral ook mooie verstilde liedjes in dezelfde sfeer als van Low (Smog) en Pinback. En daar moet ik het maar bij houden voor wat betreft dit samenwerkingsverband tussen Axel Kabboord (This Beautiful Mess) en Minco Eggersman (Rollercoaster 23). Kan er nog wel mijn hoofd over breken, maar waarom zou ik? Het is af en toe zelf kippenvelgevend en zeggen ze het zelf al niet? Zalig zijn de armen van geest want hunner is het Koninkrijk der hemelen… Laat je gevoel spreken, koop, luister en geniet van, zoals anderen het al noemden, deze nieuwe nachtmuziek….

File: At The Close Of Every Day – Zalig Zijn De Armen Van Geest
File Under: Tussen (Smog) en Low

Calla – Televise

Arena Rock

Het is jammer dat ze afgeschaft zijn, die kwartjes. Ik zou er nu wel één kunnen gebruiken namelijk. Want het heeft me toch aardig wat draaibeurten gekost voordat het kwartje wilde vallen bij Calla. Misschien kwam het doordat Televise, het derde album van deze naar New York vertrokken Texanen, zo somber en donkergrijs (wat erger is dan zwart) klinkt en ik daar niet aan toe wil geven in deze donkere tijden. Wat je namelijk hoort op Televise is een wel hele diepe bas, beetje weirde scherpe gitaren, zeer sobere drumpartijen (ik zou het bijna geen drummen willen noemen) flarden samples en de slome lage stem van zanger Aurelio Valle. Hij klinkt van tijd tot tijd bijna als de zoon die Robert Smith en Ian Curtis nooit zouden kunnen hebben. Als ik een gooi zou moeten doen naar een vergelijking dan zou ik ergens uitkomen tussen Nick Cave en My Bloody Valentine met flarden Godspeed! You Black Emperor. Bij “Strangler” dacht ik even dat Calla een wel heel bizarre variant in ging zetten van “Something’s Gotten Hold of My Heart” van Gene Pitney, maar het was alleen het eerste zinnetje dat overeenkomst had met deze klassieker, verder gaat de vergelijking ook qua tekst echt niet op. Fenomenaal blijkt na enkele luisterbeurten met de koptelefoon “Pete The Killer” met in de achtergrond een distortion gitaar die af en toe naar de voorgrond komt en dan weer naar de achtergrond verdwijnt terwijl de bas rustig laag door blijft rollen. Erg mooi. Het verbaast me niets dat zowel Godspeed! You Black Emperor als Sigur Ros Calla al gepolst heeft voor een voorprogramma, want samen zouden ze best wel eens voor een bijzonder live-avondje kunnen zorgen. Oh ja laat je niet misleiden door de naam van het platenlabel “Arena Rock Recordings“. Want voordat gedrocht in Amsterdam-Zuid er was, was er al dat kleine zaaltje dat ook Arena heette. En dat is precies waar Calla het beste tot zijn recht komt. Dit is muziek om van te genieten in een klein zaaltje met weinig mensen en dan later horen dat zij er ook waren…. echt niet dus hè!

File: Calla – Televise
File Under: Avant-gardistische Indie

Tom McRae – Just Like Blood

Aangenaam verrast was ik toen ik hoorde dat Tom McRae toch een opvolger zou gaan uitbrengen op zijn debuutalbum uit 2000. Nu was de eerste plaat van McRae niet echt succesvol hier in Nederland, maar in Engeland haalde hij toch maar mooi de eindejaarslijstjes in onder andere de Q en de Sunday Times. Tot mijn verbazing meldt McRae echter dat hij gewoon zijn plaat uitbrengt nu hij klaar is en er eigenlijk helemaal geen vertraging of haast bij aan te pas gekomen is. Hij zegt dat het bij zijn eerste plaat ook een aardige tijd in beslag nam om de liedjes te laten groeien tot ze rijp waren om op CD uit te brengen. Hmmm, daar heeft hij inderdaad een punt. Teveel bands (en soloartiesten) brengen na hun eerste succesvolle plaat, die niet persé hun eerst plaat hoeft te zijn, te snel daarop een volgende uit om maar mee te varen met de golf van aandacht. Toch dacht McRae zelf ook wel dat hij een beetje vergeten zou zijn, want hij opent het album en de eerste single vast niet voor niets met “‘Welcome back says the voice on the radio, but I never left I was always here”. Dat hij de tijd er voor genomen heeft past ook veel beter bij het concept dat McRae heeft voor zijn liedjes om. Waren op zijn debuut al zo dat de tracks als zorgvuldig uitgewerkt, voor zijn nieuwe album geldt dat eigenlijk nog meer. Alle tien de songs zijn tot het fijnste niveau uitgewerkt en elke noot is er omdat deze er moet zijn. Dus is er geen fade-out te bekennen op deze plaat, maar alle liedjes zijn af van de eerste tot de laatste seconde. Nu ken ik genoeg mensen die een plaat als Just Like Blood af zullen doen als pretentieuze en melancholische pop, maar dat kan mij persoonlijk geen zier schelen. Dit is gewoon een klasse popalbum, dat mensen die houden van bands als Coldplay en David Gray en dat graag gekoppeld willen zien aan de intimiteit van iemand als Nick Drake, gewoon blind aanschaffen. McRae overtreft Gray bijvoorbeeld met gemak op deze Just Like Blood. Ik hoop voor hem dat op de slotzin van zijn plaat “Tell Me What’s Next?” het antwoord zal zijn: Een boel platen verkopen en dat het niet alleen blijft bij positieve recensies! Ontdekte ik zelf zijn eerste plaat pas ergens halverwege 2001 en miste hij daardoor mijn jaarlijst, nu ben ik er ruim op tijd bij en kan hij in ieder geval voorlopig wel in het nominatielijstje voor de platen die in december de top 10 wel eens kunnen halen.

File: Tom McRae – Just Like Blood
File Under: Voer voor jaarlijst