My Brightest Diamond
Haldern 2011: zaterdag napret
Ruim op tijd zitten we op het hoofdveld te wachten op Destroyer. Doppio espresso in de hand aanschouw ik het terrein: mensen zitten hier en daar relaxed op de grond, het regent niet, de sfeer is ontspannen, gemütlich, en sluit geweldig aan met de wel heel bijzondere artiest die zo begint. Terwijl er wat meisjes nog voorbijlopen met beschilderde gezichten - "voorbereid op Warpaint" grapt Dennis - wordt het podium ingenomen. Destroyer's liedjes zijn social commentaries en stalen zelfreflectie van de hoogste orde. Kaputt, de laatste plaat, oogst terecht hoge lof, hoewel Dan Bejar op het podium staat alsof hij angst koestert voor zijn publiek en het zeker een aantal nummers duurt voordat hij een zeer bedeesd Thank You uit weet te brengen. Niet erg: Destroyer is fijn, deze dag is fijn, en het gaat alleen maar fijner worden!
Lees verder..Gisbert zu Knyphausen
Haldern 2011: vrijdag napret
Ik duik de warme omhelzing van de Haldern Spiegeltent in, zodat ik helemaal achterin toch nog iets meepik van het optreden van Bodi Bill. Hier in Duitsland zijn ze zeker niet te verlegen om het inheemse talent te supporten: de bloedhete tent is afgeladen vol. Zanger Fabian zit met bewonderenswaardige energie heen en weer te hipsen in een soort zwart-witte verentooi, en zijn muziek heeft gevoelsmatig een iets hogere electro-sound dan ik me van Bodi Bill's studiowerk herinner. Mogelijk dat de dit jaar verschenen cd What? die sound heeft geïntroduceerd, en ik zal verder luisteren nadat ik wat consumptiebonnen heb gehaald.
Verrassend word ik door een suppoost aangesproken bij de terugweg naar de tent: bezoekers met persbandjes mogen meer niet zonder meer de tent betreden. Of ik vriendelijk doch gedwongen in de rij van het publiek wil aansluiten. Maar gisteren dan, roep ik, en net? Dat was gisteren, dat was net, dit is nu. Korte discussie...uitkomst: ik mag nú de tent nog in, maar daarna aansluiten in de rij. Hmm, we shall see. Voor het geval dat zet ik toch wat voorzorgsmaatregelen in gang, maar Bodi Bill is helaas reeds voorbij.
Haldern 2011: donderdag napret
Nadat we traditioneel te laat zijn aangekomen op het donkerbewolkte Haldern-festivalterrein, en een korte discussie achter de rug hebben of we wel of niet richting kerk gaan (dit moet ter plekke, van tevoren is uit den boze), struinen we over het gebied dat de biertuin is als Retro Stefson het podium van de Spiegeltent opent en de eerste act op het festival vormt. Deze jonge maar bevlogen IJslanders laten het publiek in de meteen al bloedhete tent rennen voor hun plezier. De bandleden bespelen allerlei instrumenten en bieden hier en daar een scherp rock- en zelfs hiphop-randje. De uitgelaten festivalgangers van Haldern lusten de mix van funk, disco en rock maar al te graag en dansen vrolijk zwetend om het hardst. Terwijl ik vast een biertje pak en de band nog wat danstips uitwisselt met het publiek feliciteer ik mezelf dat ik wederom aanwezig mag zijn op dit festival.
Lees verder..The Avett Brothers
Haldern 2011 - Voorpret
Zonder dat hij het weet, verschaft FileUnder-hoofdredacteur Storm mij een opening voor het Haldern Pop 2011 voorpretfestijn. Het begint namelijk al met problemen:
Probleem 1: ik wil alles zien. Wat een rukprogramma zeg. Snappen die gasten niet dat het onmogelijk is om overal te zijn?
Probleem 2: het is onvermijdelijk dat bij dit programma de muzieksnob a.k.a. fijn fotograferende Fileunderaar Dennis en ik slaags raken, waardoor ik hem waarschijnlijk in Duitsland achterlaat.
Probleem 3: zie probleem 1. ik denk niet dat ik mezelf gekloond krijg voor donderdag. Balen is dit.
Dit soort prettig afzien op muziekgebied komt jaarlijks voorbij. Voor wie het nog niet weet, Haldern Pop 2011 is aanstonds, en dit kleinschalig doch muzikaal uitermate prettige festival is wat mij betreft een uitgelezen plaats om verscheurd te worden door programmatwijfels.
Lees verder..James Vincent McMorrow - Early In The Morning
Iedereen doet wel oeh en ah over For Emma, Forever Ago, het resultaat van Bon Ivers zelfverkozen isolement in de bergen, maar laten we niet denken dat Justin Vernon de eerste was die zich opsloot om mooie liedjes te maken voor een cd, het is iets van alle tijden. Zo keek James Vincent McMorrow een half jaar uit over de zeeën die Ierland omringen en broedde daar op de liedjes die hij ons voorschotelt op Early In The Morning. Er zijn ook zeker momenten dat deze cd zo ongeveer de Ierse evenknie is van Bon Ivers prachtdebuut. Zeker door het abrupt invallende a capella intro van openingsnummer "If I Had A Boat" werd ik aangenaam verrast. Maar McMorrow blijft verder toch wat dichter bij traditionele singer/songwriter dan Bon Iver. Maar wel een puike, die mede door zijn kenmerkende stem (denk Iron and Wine en Ray LaMontagne, maar dan net iets scheller) zich duidelijk onderscheidt. Bovendien schrijft hij hele fijne liedjes, die hij op een prettige manier orkestreert. Het is gelukkig ook niet zo dat 'ie maar kiest voor één tempo. Zo is "Sparrow And The Wolf" bijna fel uptempo, als een Ierse drinkebroeders folksong. Dat is goed voor de afwisseling. Sowieso was die strandhut van McMorrow goed vol, want ik hoor toch echt een orgel, piano, banjo, drums en akoestische gitaar. Erg fijn vind ik "We Don't Eat", dat ook nog wat stof tot nadenken geeft. Early In The Morning is al met al een hele fijne plaat en ik ben benieuwd waar McMorrow in de toekomst mee op de proppen komt.


File: James Vincent McMorrow - Early In The Mornint
File Under: Aangename verrassing uit Ierland
Hartverwarmende Haldern Pop posteractie
Ga je al dan niet naar Haldern Pop 2011, toch staat er een leuke wedstrijd open waarbij je een een poster kan winnen, een camera en aansteker krijgt, en als je heel veel geluk hebt...4 Haldern Pop '11 kaartjes!

Wat moet je doen? Schrijf een kort stukje met als topic "Heartwarming" (max 1 A4-tje). Stuur dit -vóór 1 juli- op naar Haldern Pop actie email zippo@haldern-pop.de en wacht af. De 75 meest originele inzendingen krijgen een camera en een aansteker thuisgestuurd....en dan....
Lees verder..Destroyer - Kaputt
Even denk ik dat de File Under baas zich vergist heeft door mij een cd van een artiest met een verwoestende naam als Destroyer en die ook nog eens de albumtitel Kaputt heeft te laten recenseren. Dat zal op zijn minst een metalplaat zijn met veel beukende gitaren, niet echt een genre waar ik blij van word. Ik word al wat geruster wanneer ik lees dat Dan Bejar, alias Destroyer, ook lid is van The New Pornographers en die maken geen metal maar, naar mijn mening, de betere popmuziek. Mijn scepsis wordt helemaal weggenomen wanneer ik ga luisteren. Het is moeilijk voor te stellen dat Destroyer al acht albums gemaakt heeft die in stijlen wisselen van indierock met stevige gitaren tot glamrock à la Bowie. Op Kaputt heeft Destroyer gas terug genomen en ik hoor een zwoele softrock-/popplaat met een grote rol voor ambient-achtige synthpartijen en met jaren '80 invloeden van Roxy Music en Prefab Sprout. Bejar zingt met zachte en relaxte stem zijn ongrijpbare teksten op al net zo spannende en mysterieuze muziek. De achtergrondzang van Sibel Thrasher en dromerige saxofoon-, trompet- en zelfs dwarsfluitpartijen geven het geheel een jazzy sfeer. Op Kaputt staan twee lange nummers. "Suicide Demo For Kara Walker" duurt ruim acht minuten en "Bay Of Pigs (Detail)" zelfs bijna twaalf minuten. Gewaagd, want zie dat maar eens de volle tijd spannend te houden. Mijn aandacht is niet een keer verslapt, sterker nog, bij elke draaibeurt wordt Kaputt mooier. Knappe plaat. Heeft de File Under baas toch goed ingeschat!


File: Destroyer - Kaputt
File Under: Verwoestende schoonheid
File Audio: [MySpace]
File Video: [Kaputt]
Fleet Foxes - Helplessness Blues
Eigenlijk is het wel goed dat bij het uitbrengen van een debuutalbum niet meteen alle succesregisters opgetrokken hoeven te worden. Voor je het weet raken de bandleden zichzelf, elkaar en daarmee het spoor bijster. Fleet Foxes had een behoorlijke voltreffer met hun gelijknamige in 2008 verschenen debuutalbum dat in veel zogeheten jaarlijstjes verscheen. Helplessness Blues is hun tweede album en gaat verder op de ingeslagen weg. Het zestal (er is een Fleet Foxmannetje bijgekomen) uit Portland, Oregan, is moeilijk in een hokje te plaatsen. Ik noem het voor het gemak maar intelligente folkrock. De folk is er omdat de gitaar met de prachtige stem van Robin Pecknold de basis vormt, maar er is een band die de bombast ingenieus aanzwengelt. Gelukkig is de kenmerkende samenzang niet verdwenen. Er wordt kosten noch moeite gespaard en een behoorlijk register aan instrumentatie opengetrokken, die voor de gelaagdheid zorgt. Doordat de kwalitatieve lat door hun debuut wel erg hoog lag, zou een opvolger snel een teleurstelling kunnen worden. Fleet Foxes nam echter de tijd en levert weer een doordacht album af dat de clichés prima weet te omzeilen. Helplessness Blues is zo´n album dat dienst kan doen op de achtergrond, maar waar je ongestoord voor moet zitten om maximaal te genieten en de geheimen te ontdekken. Als het dan grip op me heeft, dan durf ik pas dit stukje te tikken. Indrukwekkend.


File: Fleet Foxes - Helplessness Blues
File Under: Klassieker nummer 2
File Audio: [Helplessness Blue][Grown Ocean]
File Video: [Grown Ocean]
The Antlers - Burst Apart
Het doorbraakalbum van The Antlers, Hospice uit 2009, was bepaald geen licht verteerbare kost. In tien intense songs vertelde het conceptalbum het tragische verhaal over de lichamelijke aftakeling van een terminaal zieke geliefde, vanuit het oogpunt van degene die achterblijft. Uiterst indrukwekkend, vooral ook door het consistente, prachtige geheel waarin het verhaal, de muziek en het organische geluid waren gesmeed. Je moet er even voor gaan zitten, maar wie het tot in de puntjes doordachte, zwaarwichtige album eenmaal tot zich door laat dringen voelt zich rijkelijk beloond. Hoe ga je na zo'n machtig statement dan verder als band? 'Ik weet het nog niet precies', vertelde zanger/gitarist/songschrijver Peter Silberman eind 2009 aan File Under. 'We luisteren op dit moment erg veel naar elektronische muziek, zoals Modeselektor, Apparat en Mouse on Mars en ik denk dat we meer de elektronische richting op gaan.' En inderdaad, de opvolger Burst Apart geeft meer ruimte aan digitale klanken en de invloeden van elektronische muziek zijn duidelijk te horen. Maar het menselijke, organische hart van de songs is onaangeraakt gebleven. Anders dan Hospice is Burst Apart geen conceptalbum geworden en staan de literaire teksten minder centraal. Het is een verzameling van tien dromerige, introverte nummers, zonder uitzondering van adembenemend hoog niveau, die bol staan van onontkoombare emotionele spanning. Soms ingehouden met een minimaal thema, dan weer uitmondend in een heftige finale zoals in de angstaanjagende nachtmerrie-song "Every Night My Theeth Are Falling Out". Kippenvel. Toegankelijker ook, zonder lichtvoetig te worden. Dreampopliefhebbers van bijvoorbeeld Beach House en Papercuts zullen dit album gemakkelijk en liefdevol omarmen, maar ook valt er veel te ontdekken voor Elbow- en misschien zelfs Coldplay-adepten die een stapje verder willen gaan. Daarmee zet The Antlers de perfecte opvolger neer van een uniek en niet te herhalen album als Hospice. Een spannende, geslaagde verandering. 'Wie weet wil je ons volgend jaar helemaal niet meer interviewen', zei Silberman destijds lachend tegen File Under. Niets is minder waar; laten we een nieuwe afspraak maken.


File: The Antlers - Burst Apart
File Under: Heftig droomslaapje
File Audio: [Luister hier het volledige album]
File Video: [I Don't Want Love]
Timber Timbre - Keep On Creepin' On
Van elk concert dat ik bezoek, maak ik een of twee kiekjes met mijn mobiel. Dat doe ik al jaren en ondertussen heb ik een verzameling met honderden foto's, met de bedoeling er ooit nog eens 'iets mee te doen'. Wat, dat weet ik nog niet, maar dat is een ander verhaal. Als ik terugkijk naar de foto's van vorig jaar zie ik er een paar die ogenschijnlijk mislukt zijn. Het zijn de foto's van Timber Timbre in De Bolder op het Great Wide Open festival van 2010. Plaatjes met een vaag gekleurde donkere gloed, maar er is geen optredend artiest op te bekennen. En dat terwijl ik pal vooraan stond, op aanraakafstand van zanger/gitarist Taylor Kirk. Tenminste, dat vermoed ik, want in het schaarse licht met de rookmachine op tien waren van de drie Canadezen enkel hun silhouetten te zien. De muziek was al net zo ongrijpbaar. Mysterieus, griezelig, met stiltes waarin je soms niet meer hoorde dan onaangeraakte, resonerende snaren van gitaar, lapsteel en viool en de met veel reverb omgeven stem van Kirk. Uitgeklede, hypnotiserende spookhuisblues in een donker, stampend vol maar muisstil campingrecreatiezaaltje op Vlieland. Een dierbaar hoogtepunt, voor mij en voor vele andere gelukkige aanwezigen. Dit geluid, dat na twee wat meer conventionele folkbluesalbums gevonden is op het gelijknamige album van Timber Timbre uit 2009 (heruitgebracht in 2010), wordt op het nieuwste album Keep On Creepin' On voortgezet. Deze plaat is wel iets soulvoller dan zijn voorganger, waarbij de staccato piano een grotere rol krijgt toebedeeld ten koste van de swampgitaar en er meer versieringen zijn aangebracht met weelderige vioolarrangementen of krakende saxofoon. Maar niets is wat het lijkt, want de kwade moerasgeesten liggen steeds op de loer en nemen bezit van de band wanneer het al te aangenaam wordt. Briljant, mysterieus en ongrijpbaar, maar gelukkig hebben we de foto's nog. Alhoewel…

File: Timber Timbre - Keep On Creepin' On
File Under: Ongrijpbaar
File Video: [Woman] [Demon Host]
Okkervil River
Het is een van de eerste mooie dagen in de lente en de zon begint Amsterdam op te warmen. Het voorstel om interview buiten te doen, in de binnentuin van het hotel neemt Will Sheff dan ook met beide handen aan. Hij neemt wel een kop thee, met honing. Dit is vooral om zijn keel te smeren en zijn stem te sparen. Een dikke week van interviews, door Europa, aangevuld met wat persoptredens, lijkt zijn tol te gaan eisen. Zozeer zelfs dat Will vraagt of bandlid Pat Pestorius een van de interviews over kan nemen. Al grappend, 'Als hij mijn bril opzet zien ze toch het verschil niet,. En met de volle baard, die beide bandleden hebben, is het verschil ook niet zo groot. Will: 'Ik zing nogal geforceerd, dus ik moet gewoon uitkijken met mijn stem. En dan is zelfs een uurtje of zes praten ten behoeve van de interviews inspannend, vooral als je ’s avonds nog moet optreden (Okkervil River speelt een korte set op het feestje van 40 jaar Oor (Gr.R.)).
Lees verder..Bodi Bill - What?
De Duitsers van Bodi Bill weten verdraaid goed What? ze doen. Schoot hun langspeelplaatdebuut Two In One nog wild alle kanten op, dit nieuwe album is gevuld met hippe indiedancepop. Als dat al een genre is. Verraderlijk catchy liedjes, uiterst koeltjes maar funky gespeeld, zoals Erlend Øye dat ook zo goed kan in zijn Whitest Boy Alive-project. De vocalen zijn bij Bodi Bill echter lang niet zo lijzig meer als voorheen, ze zijn echt vooruit gegaan en af en toe zelfs emotioneel. In opener "Paper" neigt het wat naar drama queen Patrick Wolf. Of Hurts, dankzij de eighties-synths. Maar het overkoepelende gevoel bij Bodi Bill is (en blijft) toch afgepaste controle. Deze gasten zijn ook goede programmeurs, ze zitten niet voor niets op een elektronisch georiënteerd label uit Berlijn. Luister maar naar het knorrende einde van "Pyramiding", of de break in "Paper", twee sterke tracks die klinken alsof ook topproducer Diskjokke hier een duit in het zakje heeft gedaan. Dat is hét verschil met het vorige album; daar buitelden dance en pop en ál hun subgenres in een tombola over elkaar heen, hier gaan ze in de beste liedjes (het openingskwartet!) een echte, uiterst geslaagde symbiose aan. Sterker nog, als de plaat richting het einde in "Seafoam" toch nog even een (soort van) standaard bandjesgeluid aanneemt, voelt dat totaal passé aan. Alsof we het half uur daarvoor de muziek van de toekomst hebben gehoord. En misschien is dat ook wel zo.


File: Bodi Bill - What?
File Under: Pop 2.0 uit Überlin
File Audio: [Brand New Carpet][Hotel][Bodi-Space]
Wild Beasts - Smother
In de geheimzinnige promofilmpjes voor dit derde album van Wild Beasts dwarrelen veertjes naar beneden. Treffende beelden bij dit album, dat in het teken lijkt te staan van subtiliteit en verstilde schoonheid. Waar Wild Beasts op hun debuut en zelfs ook op hun vorige album Two Dancers nog wel eens hun wilde haren lieten zien, is op Smother alles compleet gladgestreken. Iedere toon en elke zanglijn lijkt door de band bewust op de juiste plek te zijn gezet. Het gaat niet meer om alleen hedonisme, het gaat om de bezinning van de morning after. Op Smother focussen Hayden Thorpe en Ben Little op het grote waarom, de 'mess of adulthood' zoals de heren het zelf omschreven in een interview met File Under. Hierin zien ze zich gesteund door klassiekers uit de literatuur. De single "Albatross" werd bijvoorbeeld geïnspireerd door Mary Shellys boek Frankenstein uit 1818. De stemmen van Hayden en Little smelten op Smother mooier samen dan ooit tevoren en de invloed van Talk Talk is wederom overduidelijk. Als je ingetogen klanken en onderhuidse spanning van Spirit of Eden kunt waarderen, sla dan Smother zeker niet over. De potentie die al jaren in deze eigenzinnige band aanwezig is, komt er op dit album volledig uit. Schitterend.


File: Wild Beasts - Smother
File Under: Klassieke schoonheid
File Audio: [MySpace]
File Video: [Albatross]
File Twitter: [Twitter]
Wild Beasts
Hayden Thorpe heet de man met het hoge stemgeluid dat grotendeels het geluid van Wild Beasts bepaalt. Ik spreek Thorpe en met medevocalist en gitarist Ben Little tussen de boeken in het bibliotheekje van het Amsterdamse Lloyd Hotel. Een passende omgeving, zeker als blijkt dat de nieuwe single gebaseerd is op een eeuwenoud boek.
Lees verder..Explosions In The Sky - Take Care, Take Care, Take Care
In mijn gedachte was Explosions In The Sky altijd al een verwijzing naar siervuurwerk. Dit bleek te kloppen toen ik het maar eens opzocht. De bandnaam is bedacht toen de Texanen een keer de studio uitliepen en drummer Chris Hrasky een opmerking maakte over het vuurwerk dat hij zag of hoorde. Het omschrijft de muziek van deze band ook wel. Tamelijk rustig en sprankelend met mooie kleurcombinaties, soms aangevuld met gitaren als lichtjes gillende keukenmeiden, en hier en daar stevig knallend. En dat doet de band al jaren op de geijkte post-rock-manier. Vier jaar na het vorige All Of A Sudden I Miss Everyone verscheen recent Take Care, Take Care, Take, Care. En het voelt weer vertrouwd aan. De songs zijn sferisch en filmisch. Het fonkelt, het knettert, en het knispert als het haardvuur in de herfst, of het kietelt als een licht briesje in de stralende lentezon. De lichtvoetigheid van de muziek wiegt je in slaap als je niet oplet, maar als je beter luistert hoor je de details in de verschillende lagen, die langzaam heen en weer schuiven tot een sierlijk geheel. De hardere passages komen voorbij als een sluipmoordenaar, zonder de nodige dynamiek te verliezen. De overgangen lijken daardoor minder abrupt dan op eerdere albums, maar het voelt daardoor ook samenhangender. De heldere productie maakt het vervolgens tot een aangename beleving. Het mag dan niet heel vernieuwend of uitdagend overkomen, het kalmeert en prikkelt toch weer zoals ik dat van ze gewend ben. Alsof je op vakantie gaat naar een plek waar je al eens eerder bent geweest. Als het je daar bevalt, ja waarom niet?


File: Explosions In The Sky - Take Care Take Care Take Care
File Under: Het bekende siervuurwerk
File Audio: [Soundcloud]
Okkervil River - I Am Very Far
Ik heb een nieuwe baan. Of althans, ik heb een andere baan. Ik ga ongeveer hetzelfde doen, maar dan in een andere organisatie. Meer uitdaging, een nieuwe frisse omgeving. En dus een andere route op weg naar mijn werk, want ik moet nu naar Amsterdam. Ik heb er geen problemen mee. Voordeel is dat ik mijn krantje kan lezen in de trein en dat ik nu iets langer onderweg ben, zodat ik hele platen kan horen onderweg en niet halverwege de plaat op mijn werk kom. Vandaag was ik er om alles rond te maken en inderdaad, vlak voor ik naar binnen ging, was I Am Very Far van Okkervil River afgelopen. Niet voor de eerste keer overigens. Ik heb’m best vaak gedraaid de laatste weken, vooral ook om grip op de plaat te krijgen. I Am Very Far is geen conceptalbum zoals de vorige platen van Okkervil River. De plaat is ook in meerdere sessies in verschillende studio's opgenomen en dat is duidelijk te horen. Daardoor is de plaat in eerste instantie ook wat minder coherent dan de vorige en kostte het mij wat meer tijd om erin te geraken. Dat is wel gelukt overigens, want daarvoor is het niveau van de nummers wel weer hoog genoeg. Maar daar waar verhalenverteller Will Sheff aan een verhaal genoeg had, switcht hij nu tussen meerdere verhaaltjes. Het blijft nog steeds zeer goede indiepop, want dat is niet veranderd, al klinkt het weer iets grootser dan de vorige platen, maar dat is de richting waar Will Sheff met Okkervil River naar toe wil. Het maakt wel dat deze plaat een beetje een pas op de plaats is. Okkervil River pur sang, maar net iets minder verrassend. Maar desalniettemin toch weer ruim boven de middelmaat...


File: Okkervil River - I Am Very Far
File Under: Puike indiepop
File Audio: MySpace
Hauschka - Salon Des Amateurs
Foreign Landscapes, de vorige cd van Hauschka, is pas een half jaar uit, toch ligt er met Salon Des Amateurs alweer een nieuw album van deze wonderlijke Duitse pianist in de schappen. Blijkbaar loopt zijn emmer van creativiteit over en vindt hij gelukkig niet dat hij ons het resultaat hiervan moet onthouden. De twee albums verschillen ook bijna als dag en nacht van elkaar. Waar Foreign Landscapes heel ingetogen minimal was, dartelt Hauschka op Salon Des Amateurs als een dartel veulen door de wei. Het tempo zit er op deze nieuwe cd behoorlijk in en Hauschka mishandelt zijn piano's weer op liefdevolle wijze. Ik ben zelf niet zo'n danser, maar ik kan me voorstellen dat een groep die niet vies is van wat experimenten op muziek, hier wel raad mee zou weten. En misschien zouden de tracks het ook wel prima doen zo op de dansvloer, want techno ligt echt niet zo gek ver om de hoek. Geinig is wel dat ik op een bepaald moment niet meer weet wat Hauschka nu wel of niet uit zijn prepared piano tovert. Voor mijn gevoel had 'ie de cd ook in zijn eentje kunnen opnemen, maar als er staat dat hij hulp kreeg van Calexico-leden Joey Burns en John Convertino en múm-drummer Samuli Kosminen en een klein orkest, dan verbaast me dat niet. Het verandert niets aan het boeiende geheel, al had ik mezelf misschien liever in de waan gelaten dat 'ie het in zijn uppie gedaan had. Persoonlijk hilarisch moment zit in "Ping", waarin ik spontaan en repeterend de 'Fiesta Forever'-regels uit Lionel Richies "All Night Long" begon mee te zingen. Maar verder blijft Hauschka (gelukkig?) ver verwijderd van wat je ook maar verwacht van een popliedje. Het ontbreken van een climax of een ABACAB-structuur in de meeste tracks voelt misschien een beetje vreemd aan in eerste instantie, maar als je dat van je afgooit en je stort in het doolhof die de tien nummers zijn, dan gaat er een boeiende wereld voor je open.


File: Hauschka - Salon Des Amateurs
File Under: Volker Bertelmann is een baas
Moddi - Floriography
Naar Noorwegen wil ik. Nu. Ik wil de frisse wind ruiken, het uitgestrekte landschap zien en Pål Moddi Knutsen horen zingen en spelen. Knutsen heeft zich de artiestennaam Moddi aangemeten. Hij bespeelt de mandoline, gitaar en de accordeon. Dat dit laatste meer is dan een muziekinstrument voor hoempapa, dat wordt op Floriography met kracht bewezen. Moddi's stem is ook een vreemde, Deze klinkt alsof Marianne Faithfull plots een man is geworden. Qua geluid sluit dat prima aan bij die aparte IJslandse sfeer die over muziek van bijvoorbeeld Björk en Múm hangt. Niet vreemd dus dat dit album daadwerkelijk daar opgenomen werd onder leiding van Valgeir Sigurdsson. Ook niet vreemd dus dat Knutsen zelf op een eiland woont (Senja). Ik zou ook nog even de namen Yann Tiersen en Nick Drake willen noemen om een beetje de muzikale richting aan te geven. Floriography is filmisch, dromerig, en zoekt emotioneel zijn weg. In Noorwegen was het album begin 2010 al te krijgen, maar nu mogen wij ook meeproeven. Het scheelt voor mij dat ik ooit Noorwegen bezocht, maar met een ander wijds gebied in je hoofd komt het vast ook wel goed. Moddi is zo'n artiest die je niet snel op de radio zult horen, omdat zijn muziek moeilijk in een hokje past. Het zou betekenen dat er klassiek op 3FM of popmuziek op Radio 4 te horen zou zijn. Apart, maar erg indrukwekkend.


File: Moddi - Floriography
File Under: Mijn ogen dichtdoen en wegzweven
File Audio: [MySpace]
File Video: [Rubbles]
Josh T. Pearson
Alexi Murdoch - Towards The Sun / Alex Turner - Submarine
Tot mijn verbazing is het concert dat Alexi Murdoch geeft de dag voor zijn optreden op Motel Mozaique geeft in Bitterzoet uitverkocht. Die verbazing is niet zo zeer gestoeld op het ontbreken aan kwaliteit in de muziek die Murdoch maakt als wel dat de groei van zijn publiek blijkbaar gegaan is zonder dat er in de media veel aandacht aan deze singer-songwriter besteed is. Of ik moet wat gemist hebben. Hoe dan ook, het is volkomen terecht dat Murdoch het goed doet. De liedjes op zijn tweede cd (de soundtrack van Away We Go met nogal wat overlap tel ik maar even niet mee) nam hij al in 2009 op in Vancouver. In een nacht stonden de zeven songs op tape. Dat kan op zich ook gemakkelijk, want het instrumentarium dat Murdoch inzet is schaars. Zijn gitaar en zijn zachte, zalvende stem. Dat is het. Waarom het tot 2011 moest duren voor de zeven songs onder mijn neus liggen is me een raadsel. Op Towards The Sun gaat Murdoch gestaag (en op prachtige wijze) verder met het uitdijen van zijn Nick Drake-esque repertoire. Ik ken geen singer-songwriter die qua sound zo dicht in de buurt komt van deze veel te vroeg overleden zanger. Maar ook qua geleverde kwaliteit komt Murdoch stiekem behoorlijk in de buurt. Zowel in tekst als muziek. Een liedje als "Slow Revolution" is een ogenschijnlijk simpele meewieger, maar de boodschap raakt mij daardoor uiteindelijk extra hard.
Dat Alex Turner populair is, daar kan niemand meer omheen. Met zowel Arctic Monkeys als zijn zijproject The Last Shadow Puppets staat hij vol in de spotlights. Op de soundtrack voor Submarine laat hij zich van een hele andere kant horen. Er blijkt zomaar in hem ook een behoorlijke singer/songwriter te schuilen. Zeker het intro en de eerste drie songs staan mijlenver verwijderd van wat hij met zijn andere bands laat horen. Bijna helemaal akoestisch, met alleen stem en gitaar staat Turner veel meer zijn mannetje dan ik zou verwachten. Met het bijzonder fraaie en geheel akoestische "It's Hard To Get Around The Wind" als pronkstuk. Het zal me benieuwen hoe deze songs vallen bij zijn fans. Ik ben er in ieder geval aangenaam door verrast. De laatste twee songs kruipen een klein stukje meer richting Arctic Monkeys. Dat komt ook doordat hij wat steun krijgt van wat drums en een flard toetsen. De toon blijft echter ingetogen, "Stuck On The Puzzle" is prettig Beatles-achtig en "Piledriver Waltz" walst gemoedelijk mijn oren in. Het zal me benieuwen of dit uitstapje een vervolg gaat krijgen. Ik heb zo'n idee dat het Turner best bevallen is namelijk.

File: Alexi Murdoch - Towards The Sun
File Under: Mooie verstilde liedjes ter overpeinzing.
File Audio: [MySpace]
File: Alex Turner - Submarine
File Under: Verrassend uit de hoek komen.
Josh T. Pearson - Last Of The Country Gentlemen
Op de een of andere manier hebben veel van mijn favoriete singer/songwriters tegenwoordig allemaal een baard. Er lijkt zelfs bijna te gelden dat hoe langer de baard, des te mooier ik het vind. Ray LaMontagne heeft een aardige baard, die van Scott Matthew en William Fitzsimmons is nog een stuk forser. De overtreffende trap is echter Josh T. Pearson. Oneerbiedig gezegd ziet hij er uit als een van de vele zwervers in onze hoofdstad. Je zou 'em zo een paar euro in zijn gitaarkoffer willen gooien. Want bij oppervlakkige beluistering of al langslopend zou je de muziek van Last Of The Country Gentlemen per ongeluk af kunnen doen als langdradige, ongestructureerde, nergens naar toe leidende straatmuziek. Zoals je het zoveel hoort op Stations of in winkelcentra. Dat is ook niet gek, want ga maar na: zeven songs in zestig minuten met vier songs van over de tien minuten. Wie bedenkt zoiets. Nou Josh T. Pearson dus. Maar mijn god, als je er voor gaat zitten, dan pakken de songs van Pearson je ferm bij je lurven en je kladden. Songs die door merg en been gaan. De basis is altijd Josh met zijn gitaar, de aanpak is echter compleet anders en compromisloos. En op een bepaalde manier ontbreekt ook elke lijn in de songs die normaal een goed liedje kenmerken. Dit zijn echter excellente liedjes. Dat is een andere league. Als een verhaal tien minuten moet duren, so be it. Af en toe krijgt Pearson wat hulp. Niet van de minsten bovendien. Zo is er onder meer een spijkerbed van violen van Warren Ellis (The Dirty Three/Bad Seeds/Grinderman) en heeft hij tot mijn verbazing de singleversie van "Country Dumb" waarin de piano van Dustin O'Halloran een subtiele, maar belangrijke rol speelt vervangen door een versie die deze tot mijn verbazing overtreft. Onder het mom van: het zijn stiekem alleen maar bijna overbodige extra's. Deze man kan op zeker alleen met zijn gitaar, zijn indringende teksten (meezingen gaat mij echt niet lukken) en zijn gewaagd lange songs een zaal het zwijgen opleggen, je compleet uit het veld te slaan.


File: Josh T. Pearson - Last Of The Country Gentlemen
File Under: Des te langer de baard�
File Audio: [MySpace][Sweethear I Ain't your Christ (piano versie met Dustin O'Halloran][Soundcloud]
The Low Anthem - Smart Flesh
Handen omhoog wie de liedjes van The Low Anthem als comedy zou willen categoriseren. Het is wel een van de genretags op hun MySpace-pagina. Nu wil ik The Low Anthem met alle plezier in allerlei genres onderbrengen, maar comedy is wel de laatste. Het zal dan ook wel ironisch bedoeld zijn. Zanger Ben Knox Miller klinkt op opener (en prijsnummer) "Ghost Woman Blues" droeviger dan ooit en ook op de resterende tien tracks valt niet veel te lachen. Of het moet van vreugde zijn om de vondst van elf prachtige liedjes. Slechts twee keer gaan tempo en energieniveau omhoog: de eerste keer voor het boos klinkende "Boeing 737", een heuse 9/11-song. De tweede keer is voor "Hey, All You Hippies!", dat in elk geval door de titel iets van een glimlach brengt. Verder is het een opzichtig naar The Band knipogend liedje dat ietwat detoneert op het vooral in prachtige, langzame counry- en folkliedjes grossierende Smart Flesh. Met deze opvolger van het wisselvalliger (of afwisselender, afhankelijk van waar je staat) Oh My God, Charlie Darwin zou The Low Anthem weleens de definitieve grote stap kunnen zetten. De eerste stap was de uitbreiding naar vier man, de tweede dit album en de derde wellicht de aanstaande Europese tour. De verwachtingen zijn hoog gespannen.


File: The Low Anthem - Smart Flesh
File Under: Op het punt van doorbreken
File Audio: [MySpace]
File Video: [Ghost Woman Blues]
Selah Sue - Selah Sue
Het leek nogal een zware bevalling, dit debuutalbum van de Belgische zangeres Sanne Putseys. Na vele geslaagde optredens op festivals en in het voorprogramma van Milow en zelfs Prince, werd maandenlang reikhalzend uitgekeken naar het debuut van Selah Sue. Op aanraden van de platenmaatschappij werd gewacht met de release, aldus Sanne in een recent interview. Om de pijn van het wachten te verzachten werden wel twee EP's uitgebracht: Black Part Love en Raggamuffin. Een aantal nummers van die EP's is voor dit debuut opnieuw opgenomen of gemixt. De ene keer pakt dit goed uit, de andere keer niet. Zo is het subtiele "Black Part Love" van de eerste EP getransformeerd naar een stevige soulstamper. Andere nummers, waaronder de ode aan haar moeder "Mommy", zijn er wel op vooruit gegaan. Sanne heeft geen gemakkelijke jeugd gehad en bedankt haar moeder in dit nummer voor alle steun. Een kwetsbaar en ontroerend dagboekje op muziek. Wie er overigens op het onzalige idee is gekomen om zoveel blazers toe te voegen op dit album zouden ze voor straf een maand lang over Belgische snelwegen moeten laten rijden. Het is vaak net iets too much en leidt af van haar prachtige stem. Op "Peace of Mind" begint de Leuvense zelfs als een ware Fugee een partijtje te rappen. Ik kan me voorstellen dat de zangeres (zeker live) meer wil zijn dan het zoveelste meisje-met-gitaar, maar op dit debuut zorgen juist de akoestische nummers voor de nodige rustpunten in een drukke mengelmoes van stijlen. Het is een prima debuut, maar wel een album met twee totaal verschillende gezichten.


File: Selah Sue - Selah Sue
File Under: Leuvense raggareggaesoulfolk
File Audio: [MySpace]
File Video: [Raggamuffin]






























