Motel Mozaïque 2011 Dag 2 - Napret
Na een kort nachtje in een vies warme hotelkamer in Rotterdam is het met kleine oogjes alweer tijd voor de tweede en laatste dag van Motel Mozaïque. Opvallend is dat ondanks het stralende weer de 3voor12-sessies in de houten kerk op het Schouwburgplein goed bezocht blijven. Vrijwel de hele middag staan er voor de kerk dikke rijen met wachtenden, een aanblik die eigenlijk redelijk typerend is voor deze editie van het festival.
Aan het begin van de avond, voor het concert van José Gonzalez, staat er ook alweer een rij voor de Schouwburg. Nog voor José begonnen is, moeten de bezoekers alweer wachten op mensen die de Schouwburg verlaten. Voor iedere vertrekkende wordt hard gejuicht.
Lees verder..Motel Mozaïque 2011 Dag 1 - Napret
Hoeveel je van tevoren ook plant en voorneemt te gaan zien, een festival als Motel Mozaïque loopt altijd anders. En dat is maar goed ook, want onvoorspelbaarheid maakt een muziekfestival het leukst. Zo was ik steevast van plan om af te trappen bij de Japanse zanger Shugo Tokumaru, maar werd het om onverklaarbare redenen toch Agnes Obel in de grote zaal van de Schouwburg.
Gelukkig waren we op tijd want de zaal zat al ver voor aanvang stampvol. Het podium zag er prachtig uit, met een mooie zwarte vleugel centraal opgesteld. Obel speelt voor het eerst samen met celliste/gitariste Frederique. Als ze dit in de typische verlegen-meisje-stijl-die-we-kennen-van-Jónsi vertelt, wordt er hard geapplaudisseerd. Alles wat Obel zegt of speelt, wordt door het volgzame publiek geslikt als koek. Zelfs de vreselijke versie van John Cale's "I Keep a Close Watch". Haar gejaagde uitvoering mist alles wat de kalme berusting van het origineel zo prachtig maakt.
Intergalactic Lovers
Josh T. Pearson
Alexi Murdoch - Towards The Sun / Alex Turner - Submarine
Tot mijn verbazing is het concert dat Alexi Murdoch geeft de dag voor zijn optreden op Motel Mozaique geeft in Bitterzoet uitverkocht. Die verbazing is niet zo zeer gestoeld op het ontbreken aan kwaliteit in de muziek die Murdoch maakt als wel dat de groei van zijn publiek blijkbaar gegaan is zonder dat er in de media veel aandacht aan deze singer-songwriter besteed is. Of ik moet wat gemist hebben. Hoe dan ook, het is volkomen terecht dat Murdoch het goed doet. De liedjes op zijn tweede cd (de soundtrack van Away We Go met nogal wat overlap tel ik maar even niet mee) nam hij al in 2009 op in Vancouver. In een nacht stonden de zeven songs op tape. Dat kan op zich ook gemakkelijk, want het instrumentarium dat Murdoch inzet is schaars. Zijn gitaar en zijn zachte, zalvende stem. Dat is het. Waarom het tot 2011 moest duren voor de zeven songs onder mijn neus liggen is me een raadsel. Op Towards The Sun gaat Murdoch gestaag (en op prachtige wijze) verder met het uitdijen van zijn Nick Drake-esque repertoire. Ik ken geen singer-songwriter die qua sound zo dicht in de buurt komt van deze veel te vroeg overleden zanger. Maar ook qua geleverde kwaliteit komt Murdoch stiekem behoorlijk in de buurt. Zowel in tekst als muziek. Een liedje als "Slow Revolution" is een ogenschijnlijk simpele meewieger, maar de boodschap raakt mij daardoor uiteindelijk extra hard.
Dat Alex Turner populair is, daar kan niemand meer omheen. Met zowel Arctic Monkeys als zijn zijproject The Last Shadow Puppets staat hij vol in de spotlights. Op de soundtrack voor Submarine laat hij zich van een hele andere kant horen. Er blijkt zomaar in hem ook een behoorlijke singer/songwriter te schuilen. Zeker het intro en de eerste drie songs staan mijlenver verwijderd van wat hij met zijn andere bands laat horen. Bijna helemaal akoestisch, met alleen stem en gitaar staat Turner veel meer zijn mannetje dan ik zou verwachten. Met het bijzonder fraaie en geheel akoestische "It's Hard To Get Around The Wind" als pronkstuk. Het zal me benieuwen hoe deze songs vallen bij zijn fans. Ik ben er in ieder geval aangenaam door verrast. De laatste twee songs kruipen een klein stukje meer richting Arctic Monkeys. Dat komt ook doordat hij wat steun krijgt van wat drums en een flard toetsen. De toon blijft echter ingetogen, "Stuck On The Puzzle" is prettig Beatles-achtig en "Piledriver Waltz" walst gemoedelijk mijn oren in. Het zal me benieuwen of dit uitstapje een vervolg gaat krijgen. Ik heb zo'n idee dat het Turner best bevallen is namelijk.

File: Alexi Murdoch - Towards The Sun
File Under: Mooie verstilde liedjes ter overpeinzing.
File Audio: [MySpace]
File: Alex Turner - Submarine
File Under: Verrassend uit de hoek komen.
Das Pop - The Game
Een diepe zucht moet ik slaken als ik lees dat onze Serious Radio dj-Giel durft te verkondigen dat het vijf jaar stil is geweest rond het Belgische Das Pop. Ik moet zuchten, omdat dit pertinent onjuist is: in 2008 was er een ep en in 2009 zelfs een heel album. Dat Giel zit te slapen is treurig, maar tekenend voor de plaats van de betere popmuziek in ons land. Nee, neem dan zijn Belgische collega's van Studio Brussel. Zij draai(d)en -okè het zijn landgenoten, maar toch- de singles veelvuldig. Ook de nieuwe single "The Game"staat inmiddels hoog in de door de luisteraars samengestelde De Afrekening. Helemaal terecht, want het is een lekkere electropopplaat. Daar zijn Giel en ik het dan weer wel over eens. The Game als album is verder ook een vette aanrader, want zo catchy maakte Bent Van Looy (met op The Game twee bandleden) nog nooit een album. Het meeste geinige vind ik "Flowers In The Dirt" waar van Looy op een muzikaal bed van toetsen en drumstokslagen, hun gevoelige kant zo goed weet te combineren met elektropop. Of misschien wel het meer uptempo "Girl Wolf". Of .... inderdaad, er staat zoveel moois op. Laat ik eens gek doen en ze de Belgische Pet Shop Boys noemen, of doe ik ze hiermee tekort?
Dinsdag 12 april speelde Das Pop een showcase in de Melkweg in Amsterdam. Wil gaven tickets weg samen met EMI. Daarvoor ben je nu natuurlijk te laat!


File: Das Pop - The Game
File Under: Zelfverzekerd het spel spelen
File Audio: [MySpace]
File Video: [The Game]
File To Follow: [Twitter]
Josh T. Pearson - Last Of The Country Gentlemen
Op de een of andere manier hebben veel van mijn favoriete singer/songwriters tegenwoordig allemaal een baard. Er lijkt zelfs bijna te gelden dat hoe langer de baard, des te mooier ik het vind. Ray LaMontagne heeft een aardige baard, die van Scott Matthew en William Fitzsimmons is nog een stuk forser. De overtreffende trap is echter Josh T. Pearson. Oneerbiedig gezegd ziet hij er uit als een van de vele zwervers in onze hoofdstad. Je zou 'em zo een paar euro in zijn gitaarkoffer willen gooien. Want bij oppervlakkige beluistering of al langslopend zou je de muziek van Last Of The Country Gentlemen per ongeluk af kunnen doen als langdradige, ongestructureerde, nergens naar toe leidende straatmuziek. Zoals je het zoveel hoort op Stations of in winkelcentra. Dat is ook niet gek, want ga maar na: zeven songs in zestig minuten met vier songs van over de tien minuten. Wie bedenkt zoiets. Nou Josh T. Pearson dus. Maar mijn god, als je er voor gaat zitten, dan pakken de songs van Pearson je ferm bij je lurven en je kladden. Songs die door merg en been gaan. De basis is altijd Josh met zijn gitaar, de aanpak is echter compleet anders en compromisloos. En op een bepaalde manier ontbreekt ook elke lijn in de songs die normaal een goed liedje kenmerken. Dit zijn echter excellente liedjes. Dat is een andere league. Als een verhaal tien minuten moet duren, so be it. Af en toe krijgt Pearson wat hulp. Niet van de minsten bovendien. Zo is er onder meer een spijkerbed van violen van Warren Ellis (The Dirty Three/Bad Seeds/Grinderman) en heeft hij tot mijn verbazing de singleversie van "Country Dumb" waarin de piano van Dustin O'Halloran een subtiele, maar belangrijke rol speelt vervangen door een versie die deze tot mijn verbazing overtreft. Onder het mom van: het zijn stiekem alleen maar bijna overbodige extra's. Deze man kan op zeker alleen met zijn gitaar, zijn indringende teksten (meezingen gaat mij echt niet lukken) en zijn gewaagd lange songs een zaal het zwijgen opleggen, je compleet uit het veld te slaan.


File: Josh T. Pearson - Last Of The Country Gentlemen
File Under: Des te langer de baard�
File Audio: [MySpace][Sweethear I Ain't your Christ (piano versie met Dustin O'Halloran][Soundcloud]
Motel Mozaïque 2011 - Voorpret
We kunnen bijna al spreken van een nieuw fenomeen in het Nederlandse festivalland: hoe beroerder de site, hoe beter het festival. Alleen Motel Mozaïque breekt met deze trend. De site is redelijk navigeerbaar en het festival uitstekend, met zeker dit jaar een erg sterk programma.
De blokkenschema's zijn gepubliceerd dus het gepuzzel is weer begonnen. Er is online al flink gemopperd over het schema, vooral omdat een aantal publiekslievelingen tegelijk geprogrammeerd staan. Zo staat op vrijdagavond Dan Deacon (gedeeltelijk) tegenover James Blake en op zaterdag Belle & Sebastian tegenover Villagers.
Lees verder..Grant Hart - Oeuvre Revue
Het levensverhaal van Grant Hart is een aaneenschakeling van dieptepunten en het mag eigenlijk een wonder heten dat de man nog op deze aardkloot rondloopt. Natuurlijk waren er de jaren van Hüsker Dü, een band die nu door velen wordt gezien als grondlegger van melodieuze hardcore. Maar zelfs die succesjaren werden overschaduwd door drugsverslavingen en een bittere rivaliteit tussen Hart en bandgenoot Bob Mould, zoals vorig jaar uitgebreid gedocumenteerd in de biografie Hüsker Dü: The Story of the Noise-Pop Pioneers Who Launched Modern Rock. In het jaar voor de split van Hüsker Dü werd Hart HIV-positief bevonden, een diagnose die een jaar later onjuist bleek te zijn. Hart bleef ook na Hüsker Dü muziek maken, zowel onder eigen naam als met zijn band Nova Mob, maar kon het succes van zijn eerste band nooit evenaren. In 2009 verscheen zijn eerste solo-album in bijna tien jaar, Hot Wax, een aardige, maar zeker geen wereldschokkende plaat, die grotendeels genegeerd werd. Begin dit jaar brandde zijn huis vrijwel helemaal af en overleed enkele weken erna zijn moeder. Hart zit imiddels zo aan de grond dat er een benefietconcert georganiseerd moest worden voor het herstel van zijn huis. De opbrengst van dit vreemde carrièreoverzicht Oeuvrerevue zal overigens weinig bijdragen, het album wordt namelijk in een beperkte oplage van duizend exemplaren uitgebracht. Het is een allegaartje geworden van outtakes, b-kantjes en live-opnames die prima weergeven wat Grant Hart is: excentriek, eigenwijs, getalenteerd, chaotisch, onvoorspelbaar, maar vooral ook onfortuinlijk.

File: Grant Hart - Oeuvrerevue
File Under: Restjesrommeltje
File Audio: [MySpace]
File Twitter: [Twitter]
Blues Brother Castro - Out On The Beach
In het rijtje 'hopelijk komt er nog een reünie' heb ik een aantal kandidaten. De eerste is Fatal Flowers, maar volgens mij is daar de liefde echt voorbij, en is een band als 13 (met Berlijn en Jonker) het hoogst haalbare. Dan is er The Pilgrims, dat in de tweede helft van dit jaar eindelijk met een nieuwe plaat en toer schijnt te komen. Tenslotte is er Blues Brother Castro, de band rond Leon Caren, die ondanks geweldige albums en optredens nooit echt doorgebroken is. Nederland luisterde niet naar mij (en BBC). Na Carens andere band The Moi Non Plus en zijn tijd als extra-gitarist bij Scram C Baby werd het stil rond hem en was zijn muzikale inbreng vooral te vinden in de succesvolle Subbacultcha!-avonden. Onverwachts dook er een bericht op dat Excelsior een nieuwe Blues Brother Castro-plaat uit zou gaan brengen en zo geschiedde. Out On The Beach gaat gewoon verder waar BBC in 2006 was gebleven met opzwepende liedjes, Pixies-achtig gitaarwerk en achter de microfoon brulboei Leon Caren met als tweede stem zangeres/bassist Mila van der Wall. Dit is nou muziek waar ik de volumeknop voor opendraai en waar ik goede zin van krijg. Luister alleen al naar de opener "Walk In The Park", wat een nummer! Er volgen (voorlopig) wat spaarzame optredens, maar dat ze weer aan het muziekfront zijn is alleen al erg goed nieuws. Hopelijk duurt het niet nog eens vijf jaar voor weer een opvolger is, maar voorlopig ben ik tevreden met deze wederopstanding.


File: Blues Brother Castro - Out On The Beach
File Under: Onverwacht genoegen
File Audio: [MySpace][Bandcamp]
File Video: [Interview op FaceCulture]
Dum Dum Girls - He Gets Me High / When Saints Go Machine - Fail Forever
Wat hebben vier meiden uit LA die gruizige indiepop maken en vier bleke Denen die elektronische muziek maken gemeen? Inderdaad, geen donder. Afgezien van het feit dat ze beiden een EP uit hebben gebracht dan. Op de EP van Dum Dum Girls staan vier nummers die eigenlijk goed samenvatten wat deze band zo uniek maakt. Twee gruizige uptempo nummers, een heerlijke sixtiesballad inclusief lome tamboerijn en tot slot een cover. Eerder werden al nummers van The Rolling Stones en Sonny and Cher gecoverd, dit keer is het de beurt aan The Smiths. En het lukt zowaar! De EP eindigt met een redelijk veilige maar toch heerlijke versie van "There is a Light That Never Goes Out". Morrissey zal het best kunnen waarderen.
De EP van When Saints Go Machine bevat nieuwe mixen van nummers van hun Deense debuutalbum dat al in 2009 uitkwam en wordt als internationaal lekkermakertje gebruikt. Vergeleken met de zware kost op deze plaat is alles wat Morrissey ooit zong plotseling vederlicht. Wel doen de neerslachtige teksten door het vreemde Engels ietwat kolderiek aan: 'Visions, they fall apart, hopelessly lost switch of hearts, when lights back on, fail forever'. Juist. Afgezien van de vreemde teksten bevat de EP overigens wel uitdagende en spannende elektronische muziek, ergens tussen Hot Chip en Fever Ray in. Fail Forever is een veelbelovend voorafje voor het nieuwe album van de band dat later in 2011 zal uitkomen.

File: Dum Dum Girls - He Gets Me High
File Under: Inclusief geslaagde Smiths-cover!
File Audio: [MySpace]
File Twitter: [Twitter]
File: When Saints Go Machine - Fail Forever
File Under: Downe Denen
File Audio: [MySpace]
File Video: [Fail Forever]
Pien Feith - Dance On Time
Dan kan dit wel het officiële langspeeldebuut van Pien Feith zijn, feit is dat ze al jarenlang in meerdere verschijningsvormen de underground verblijdt met haar muziek. Nu liet ze met Neonbelle al horen dat ze niet vies is van een bak analoge synths, maar onder haar eigen naam was het vooral eigenwijze gitaar-indierock die Slint aan Julie Doiron koppelde, met een hoofdrol voor haar expressieve stem. Dance On Time is dan ook even schrikken mocht je datzelfde verwachten. Nauwelijks gitaren, wel drummachines, samples, toetsen, en nog meer toetsen. En natuurlijk de stem: intiem, breekbaar en toch sterk. Opener "I Have Done Nothing" zet je nog even op het verkeerde been met zijn hupserige uptempo ritme en speelse gevoel, maar dat is maar schijn; even verderop in het liedje komt de melancholie al om de hoek kijken, om het hele album niet meer weg te gaan. Of het nou om eerste single "Dance On Time" of een ander prachtig liedje als "What Pleases You The Most" gaat, overal hangt een bepaalde zwaarmoedigheid - die Pien en haar kornuiten soms willen verbergen met luchtige geluiden en lichtvoetige samples, maar dat contrast pakt wonderwel goed uit. Subtiel is overigens naast melancholie wel het sleutelwoord hier, korte liedjes, veel ruimte tussen de noten, meerdere laagjes en onverwachte wendingen zonder dat je merkt, Pien die zelf heel koppig achter de maat aanzingt. Mooi ook hoe soms een postrockgevoel in een klein drie-minuten-liedje wordt gestopt. De echte hoogtepunten worden trouwens bewaard tot het laatst: "Dirty Laundry" begint klein maar pakt indrukwekkend uit met een superieure climax, en afsluiter "Honestly" raakt zo exact de juiste droeve noten dat de traanklieren ongewild hun werk gaan doen. Zo goed ja.
File Under gaf ism platenmaatschappij V2 enkele setjes van twee tickets weg voor de releaseshow van Pien Feith in Ekko. Daarvoor ben je natuurlijk te laat nu.


File: Pien Feith - Dance On Time
File Under: Subtiel, bescheiden en ingetogen, maar toch groots en meeslepend
File Audio: [Pien-Space]
Shugo Tokumaru - Port Entropy
Mijn stelling is dat je als stukjesschrijver over elke cd wel wat moet kunnen zeggen, of het nu je ding is of niet. Albums die niet mijn feestje zijn, kunnen dit voor anderen wel zijn. Als schrijver de schone taak om dit duidelijk te maken, of het moet te erg voor woorden zijn. Ik zit nu echter in de maag met Port Entropy van de Japanner Shugo Tokumaru. Het is namelijk de vreemdste cd ooit, na bijna duizend verhaaltjes van mijn hand op File Under, waar ik iets van mag zeggen. Tokumaru is in Japan groot, maar het Japans dat hij brengt maakt het voor niet-Japanners moeilijk om een ingang te krijgen. Wat ook niet helpt is de keuze van de instrumenten, geen idee wat het allemaal is, maar ik hoor volgens mij veelvuldig een xylofoon, de blokfluit en zelfs een zingende zaag. Het belangrijkste instrument is echter de piano die Tokumaru geregeld inzet en de percussie die op de achtergrond wel degelijk een grote rol speelt. Nog even noemen dat er in Tokumaru's band behalve Japanners, ook buitenlanders meedoen, zoals een lid van The National en twee van Beirut. De indie-folk van Tokumaru is een vreemde, maar als je er even voor gaat zitten is deze prima te versmaden.


File: Shugo Tokumaru - Port Entropy
File Under: De Japanse Sufjan heet Shugo
File Audio: [MySpace]
File Video: [Zijn eigen videokanaal]
Darkstar - North
Hoewel het Britse label Hyperdub dankzij artiesten als Burial en Kode9 toch vooral als dubstep-label door het leven gaat, is het mooie aan Darkstars North nu juist dat het album genreloze elektronische muziek bevat. En dat bedoel ik volstrekt niet negatief. Misschien is dat juist wel hoe ik elektronica het liefst hoor. Geen duidelijk dansbare beats, maar ook geen loungy muzak. Zo opent het duo het album met donkere Fender Rhodes-samenklanken, die (dan nog) verrassend niet ontsporen in een breakbeat, maar juist in Final Fantasy-achtige neoklassieke piano en strijkers. De melancholische mood is meteen gezet en wordt nog versterkt door de vervreemdend vlakke vocalen, die door allerlei effecten aandoenlijk haperen. Het hiermee gevonden recept werkt dermate goed, dat ik het eigenlijk geen bezwaar vind dat het de rest van de plaat blijft terugkeren. De beats blijven down-tempo knisperen, men neuriet voorzichtig verder en het toetsenwerk, dat gaandeweg steeds meer Twin Peaks-achtige synthpop-trekjes krijgt, doet de rest. Wat Darkstar boven het gros van de laptoppers doet uitsteken is één echt heel goed liedje. Alhoewel liedje.... In de goede traditie van de elektronica is het lief getitelde "Aidy's Girl Is A Computer" eigenlijk niet meer dan een loop. En zo hoort het ook. Elementen vallen weg, de boel komt plagerig tot stilstand, om dan de loop toch maar weer op te starten. Net zolang tot de luisteraar eigenlijk niets anders meer wil horen. En waar bestaat die loop dan uit? Vriendelijk klepperende drums met op de achtergrond iets dat als een marimba klinkt, trillerige brommend synths voor houvast én als kers op de taart; eindeloze stemmetjes met vocoder-effect die al babbelend zuchtjes nagenoeg onverstaanbare woordjes brabbelen. Zei daar iemand R2-D2?


File: Darkstar - North
File Under: Ware Jedi mind muziek
Belle And Sebastian - Write About Love
Mijn eerste opwelling was om maar geen stukje te schrijven over Write About Love. File Under kan het beter bij de eerder gepubliceerde tekening laten, want de hoes is verreweg het mooiste aan deze plaat. Van wie zou bijvoorbeeld het onzalige idee gekomen zijn om Norah Jones als gastzangeres uit te nodigen voor het nieuwe album van Belle & Sebastian? Als de bijdrage van Norah Jones nou maar het enige dieptepunt op Write About Love zou zijn, dan hadden we een aardige Belle & Sebastian-plaat in handen. Weliswaar niet zo goed als The Life Pursuit, maar toch. Helaas, het mocht niet zo zijn. Welgeteld drie tracks heb ik kunnen vinden die een voldoende halen: opener "I Didn't See It Coming", "I Want The World To Stop" en "The Ghost of Rockschool". In alle drie liedjes komen de usp's van de band uit de verf: inventieve arrangementen, originele teksten en lieflijke stemmen met een mooie onderhuidse spanning. Niets van dat alles is op de rest van Write About Love terug te vinden. "Come On Sister" klinkt stupide, "Calculating Bimbo" en "Little Lou, Ugly Jack, Prophet" (met Norah Jones) zijn zelfs ronduit vervelend. Geen idee of het de schuld is van Norah Jones. Maar moge de man of vrouw die vond dat ze een moppie mee moest doen door God gezegend worden. Als het kan een beetje hardhandig.


File: Belle & Sebastian - Write About Love
File Under: Mislukt
File Audio: [MySpace]
File Video: [I Didn�t See It Coming]
No Age - Everything In Between
Het was vast reuze eenvoudig geweest voor No Age om als opvolger van hun ‘echte’ debuut-cd Nouns een album af te leveren dat met hetzelfde overrompelende in-your-face-effect. Zo lastig was de opzet van die denderende noise-plaat namelijk niet. De uitvoering was daarentegen wel moeilijk te overtreffen. Energie heeft de nieuwe cd Everything In Between dan ook nog zeker te over, maar gitarist Randy Randall en zanger/drummer Dean Spunt variëren veel meer in hun sound en gebruiken speels drumloops, piano en wat elektronica. Ze doseren meer wanneer ze hun bak herrie over je heen storten en dat doet hen goed. Af en toe wordt het zelfs bijna melancholisch. Wel met altijd een rauwe ondertoon. Al zal het kabbelende “Life Prowler” dat de plaat opent vraagtekens oproepen bij wie direct overrompeld verwachtte te worden door een bak onstuimige herrie. Onder de waterspiegel is er echter wel de continue dreiging. Die komt pas in de Dinosaur Jr.-achtige ragger “Fever Dreaming” boven water. Dan slaat die je ook gelijk vol met vlakke hand in het gezicht. De band houdt op Everything In Between de spanning beter vast en zorgt voor de juiste focus bij mij als luisteraar. Sowieso schuurt No Age vaker aan richting ‘grote’ anderen. In een song als “Valley Hump Crash” hapt de bastaardzoon bijna opzichtig richting de moederborst van Sonic Youth en heeft vol beet. Bovendien verrast No Age behoorlijk in “Skinned”, met plotseling opduikende soundscapes die langzaam transformeren in een dreigend lompbewegend alles verslindend monster en sluimerende Mogwaiaanse intermezzo’s als “Positive Amputation”. Everything In Between is de enige juiste zet die No Age kon doen.


File: No Age - Everything In Between
File Under: Slimme zet
File Audio: [MySpace]
Agnes Obel - Philharmonics
Het zal de reguliere bezoeker van File Under niet ontgaan zijn dat de categorie Scandinavische dames het nogal goed doet bij een aantal van onze schrijvers. Emilana Torrini, Ane Brun, Anna Ternheim, Nina Kinert, Silje Nes, Anja Garbarek, het gaat maar door. De lijst wordt alsmaar langer en langer. Soms zijn we zelfs geneigd te steggelen en dames die niet uit Scandinavië komen maar wel zo klinken - ik noem een Sarah Blasko - alsnog onder deze categorie trachten te scharen. Voor de in Berlijn woonachtige Agnes Obel hoef ik deze uitzondering niet toe te passen, ze is namelijk een volbloed Deense. Ook haar muziek is doordrenkt met noordelijke sferen. Ach, laat ik - voordat ik wederom verval in clichématige natuurmetaforen - maar meteen to the point komen: wat is Philharmonics een toch adembenemende, wonderschone plaat! Met haar als kleurrijke herfstbladeren - kijk, daar ga ik al - , dwarrelende pianoklanken en oorstrelend stemgeluid promoveert Anges Obel zichzelf meteen naar de hoogste regionen van de eerdergenoemde categorie. Een klassiek aandoende pianoplaat die nergens overloopt in overdadigheid en genoeg kriebelt zonder irritatie op te wekken. Regisseur Thomas Vinterberg (Festen) selecteerde niet voor niets drie van haar songs voor zijn nieuwe film Submarino; de man heeft klaarblijkelijk smaak. De wijze waarop ze zich het al vaker gecoverde "Close Watch" van John Cale volledig eigen maakt, doet vemoeden dat dat nog maar het begin is voor Agnes Obel.


File: Agnes Obel - Philharmonics
File Under: Scandinavische eredivisie
File Audio: [Close Watch][My Space]
File Video: [Riverside]
The Coral - Butterfly House
De tijd vliegt. Zo is het 2002 en schaf ik het gelijknamige debuut van The Coral aan en zo is het 2010 en ligt hun zevende album Butterfly House in de winkels. Alles wat er tussendoor gebeurde met The Coral is langs me heen gegaan. Ik las dat albums het niet meer haalden bij hun debuut en waarom zou je dan alles nog willen horen of zelfs bezitten? De berichten over hun nieuwe waren echter zeer positief en ik besloot toch maar weer eens te luisteren. Ik heb het album diverse malen gedraaid tot ik erachter ben wat het geheim nou is bij deze release. Ik raak in een gelukzalige toestand door de ruimtelijke sfeer die gecreëerd wordt die ik ken van The Last Shadow Puppets, ook al zo'n fijn bandje. The Coral heeft echter ook invloeden van The Byrds of om toch maar in Engeland te blijven The La's. De productie was in handen van John Leckie (o.a. XTC, Radiohead en Muse) en dat was een goede keuze. Neo-hippie psychedelica-shit van de bovenste plank. Dit is nou zo'n album waarbij de volumeknop open moet en je je helemaal moet verliezen in de nummers. Als er dan na bijna veertig minuten een einde aan gekomen is dan kun je nog verder met een net zo fijne bonus-cd met vijf extra tracks. Als je deze er tenminste bijgekocht hebt.


File: The Coral - Butterfly House
File Under: Fladderen op muziek
File Audio: [MySpace][Spotify]
File Video: [Het officiële videokanaal]
Villagers - Becoming A Jackal
Daar staat hij, bij BBC's Later With Jools Holland: een klein Iers mannetje met een oude aan elkaar getapete gitaar. In zijn eentje, met de ogen dicht, de microfoon net iets te hoog zodat de woorden vanuit zijn tenen rechtdoor omhoog kunnen. Een heldere, rillige stem, fluisterend en dan venijnig uithalend. "Becoming a Jackal" heet het nummer, en een droge brok blijft steken in mijn keel. En later in de show speelt hij een tweede song: "Meaning Of A Ritual", dat na een falsetto-uithaal eindigt met een abrupte, net iets te lange stilte. Je moet maar durven, daar in de grote BBC-studio bij koning Jools. De kleine man die me zo genadeloos wist te raken en me sindsdien niet meer heeft losgelaten, heet Conor J. O'Brien. Als Villagers maakte hij in 2009 al een (moeilijk verkrijgbare) 4-track-EP Hollow Kind en nu levert hij met het eerste volwaardige album Becoming A Jackal een van de mooiste en meeslependste debuten van dit jaar af. En hoewel bij sommige nummers de vlijmscherpe emotionele trefzekerheid van de eenzame man met de gitaar wat minder sterk naar voren dreigt te komen, voegt de band wel degelijk wat toe. Becoming A Jackal is een afwisselend en kleurrijk geheel geworden: van intens naar lichtvoetig, van klein naar groots. Zoals in "Pieces", een nummer dat zonnig van start gaat met licht huppelend pianoriedeltje en meedeinende strijkers, maar zich ontpopt tot een wervelende onweersstorm waarbij de wolven in het bos letterlijk meehuilen. En zo komt het tweeslachtige Jackal And Hide-thema, zoals zo mooi bezongen in het titelnummer, herhaaldelijk terug op dit album dat in Ierland kort na verschijnen prompt de eerste plaats bereikte. Conor O'Brien, zo'n jong gastje met zo'n eigenzinnig consistent debuut, met zulke volwassen teksten vol van grote emoties en mysterieuze diepgang: dat noemen we een Talent.


File: Villagers - Becoming A Jackal
File Under: Debuut van het jaar
File Video: [Villagers Videos] [Home Sessions, bij Conor O'Brian thuis]
File Audio: [MySpace]
Josh Ritter - So Runs The World Away
Er slipt wel eens een recensie tussendoor, het blijft mensenwerk, maar achter dit weblog zit een mailinglist waar de eindredactie van de verschillende recensies gebeurt. En daar discussiëren we soms over cd’s. Daar kwam ook de nieuwe plaat van Josh Ritter langs. Ik moet zeggen, ik was diegene die het inbracht, want ik had me nogal verbaasd over de positieve recensies van de laatste John Grant, op diverse plekken. Dat is een goede plaat, maar als ik die naast de nieuwe Josh Ritter leg, dan steekt die plaat van Grant toch wat bleekjes af. Vind ik dan. Maar, toegegeven wederom, ik ben een fan van Ritter. Gelukkig kreeg ik her en der wat bijval. Wat prettig is, want zo komen we een stapje dichterbij, bij de doorbraak van Ritter. Want wat is hij weer fenomenaal, So Runs The World Away, de nieuwe Ritter. Weer tjokvol met prachtige liedjes, puik georkestreerd en in goed Ritteriaanse traditie, ook weer met een aantal dooien. Het leven gaat niet over rozen immers en over de zelfkant zijn interessantere verhalen te schrijven. Ritter past hiermee steeds meer in de tradities van het Great American Songbook, zoals gevuld door mensen als Simon en Newman. Wat vooral opvalt is de schijnbare achteloosheid waarmee hij zijn liedjes schrijft en uitbrengt. Het zorgt ervoor dat de plaat meteen past als een warme jas. Na een keer horen krijg je het gevoel dat je de plaat al jaren kent. De plaat is, na het piano-experiment van de The Historical Conquests of Josh Ritter, weer iets meer gitaargeoriënteerd en dat vind ik toch zijn sterke punt. Er staat dus echt geen enkele zwakke song op. Ik stelde in de discussie van enkele weken geleden dat je van goede huize moet komen om hier nog overheen te komen en in die mening word ik bij iedere draaibeurt eigenlijk gesterkt. Die doorbraak, die komt op deze manier echt dichterbij...


File: Josh Ritter - So Runs The World Away
File Under: Jaarplaat!
File Audio: Ritter Space
Dum Dum Girls - I Will Be
Half mei staan de Dum Dum Girls in de kleine zaal in Paradiso. Gezien de buzz die rond deze vier dames uit Los Angeles hangt, zou het zo maar eens kunnen zijn dat de zaal die avond tot de nok toe gevuld zal zijn. Dat is gezien het gebodene op hun debuut-cd I Will Be niet eens zo heel raar. De band begon oorspronkelijk als een-vrouws-project van frontvrouw Dee Dee (eigenlijk Kristin Gundred), maar in je eentje een kloeke mix maken van sixties-meisjesgroepen en Jesus and The Mary Chain is natuurlijk veel minder leuk dan met een groep stoere chicks. Dus lijfde ze drie extra bandleden in, waarvan Frankie Rose als enige al van enige faam was. Zij zat namelijk in het veel rommeliger (maar net zo leuke) Vivian Girls. Doordat het geheel bij de Dum Dum Girls allemaal net wat makkelijker in het gehoor ligt lijkt de kans op flink wat succes me net wat groter. Dat komt vooral door de productie van de plaat. Waar de Vivian Girls hun debuut-cd in een weekje opnamen, is door Dee Dee en medeproducer Richard Gottehrer duidelijk meer zorg besteed aan het vinden van de juiste balans tussen de fijne samenzang van de dames en de fuzzy lawaaiiger delen. Door hierin goed te variëren wordt het eenvormige karakter dat bij deze combi op de loer ligt vermeden. Zo ligt het zoete "Baby Don't Go" (van de hand van Sonny Bono) mijlenver af van de strakke shit van "It Only Takes The Night". Bovendien is er een gastbijdrage van Yeah Yeah Yeahs-gitarist Nick Zinner in, samenzang met Crocodiles-zanger Brandon Welchez in het coole "Blank Girl" en zingt Dee Dee in "In Mein Me" zelfs in het Duits. Leuker kunnen we het niet maken voor je.


File: Dum Dum Girls - I Will Be
File Under: It Only Takes One Night
File Audio: [MySpace]
File Video: [Jail La La]
Grant Hart - Hot Wax
Ook al zijn ze er al een dikke 22 jaar geleden mee gestopt, ik krijg nog altijd een licht nerveus gevoel van opwinding als ik hoor dat een van de oud-leden van Hüsker Dü iets nieuws uitbrengt. Grant Hart was in dat legendarische trio (ooit the Beatles van de punk genoemd) zeg maar de McCartney van het stel. Puntige popsongs zonder flauwekul maar met een heerlijke drive. Met zijn solowerk en zijn bandje Nova Mob is Grant nooit ver van dat pad afgedwaald. Rechttoe-rechtaan en vooral recht uit het hart. Hot Wax heeft aardig lang op zich laten wachten, tien jaar om precies te zijn. Het nummer "Schoolbuses are for Children" circuleerde al een tijdje op het internet en is eigenlijk ook gelijk het hoogtepunt. Met zijn rollende melodie is dit een liedje dat zich zeker kan meten met hoogtepunten uit het verre verleden als "Pink Turns to Blue" en "Sorry Somehow". Ook "Barbara" is een opvallend mooi liedje waar Hart's rasperige stem zich vermengt met een muzikaal tapijtje uit de Pet Sounds-school. In de zeven overige songs wordt het eigenlijk nergens echt bijzonder. De drums roffelen lekker losjes, de gitaartjes en toetsen ratelen door, zo nu en dan vliegt Grant's stem bijna uit de bocht. Anders gezegd, het is allemaal wel lekker, maar het voegt helaas niks toe aan de reeds overbekende catalogus. Het is fijn om weer wat nieuws te horen van de sympathieke liedjessmid maar het woord 'jaarlijstje' komt zeker niet in me op.


File: Grant Hart - Hot Wax
File Under: Niets nieuws onder de zon
File Audio: [ MySpace]
Das Pop - Das Pop
Meestal is de titel van het eerste album van een band genoemd naar de band. In het geval Das Pop is dat echter niet het geval. Destijds, in 2000, werd het debuut I Love vergezeld van grappige 'I Love Das Pop'- t-shirts. Dit idee samen met de vrolijke popliedjes, maakte van de Belgen een grappig bandje. Niet bijzonders, maar simpelweg oké. Live vond ik het beter dan op cd, maar nu ik opnieuw beluisterd heb valt op dat de cd niet eens zo heel erg gedateerd is. In 2003 was er een opvolger in The Human Thing, dat volwassener klonk. Hierna waren er bandbezettingsperikelen en werd het qua releases stil. Heel stil. Tot dit jaar, want er is nu een nieuw album van Das Pop uit met de titel Das Pop. Eigenlijk had het album al eerder uit moeten komen, maar door labelperikelen moesten we er een paar jaar op wachten. Maar goed, de handdoek werd gelukkig niet in de ring gegooid en er werd ook nog wel opgetreden. De vraag is of het wachten op het album de moeite waard was. Nou, ik moet zeggen, het is wederom een vrolijke popplaat geworden. De rauwe randjes, als ze er al waren, zijn met wederom veel keyboardpartijen keurig weggewerkt in de mix van Soulwax (da's ook lang geleden dat die naam viel) en Dave Sardy. Dit resulteert erin dat het album redelijk ongemerkt voorbij komt en mij wel vraagt om een paar draaibeurten. Niet dat er iets mis mee is, want Das Pop blijft zijn naam eer aan doen. Popliedjes met een hoofdletter en met de nodige single-kandidaten. Al moet ik in "Never Get Enough" denken aan George Michael's "Faith" en in "Fool For Love" aan XTC's "Plans For Nigel". Das Pop staat aan de vooravond van een clubtour door Nederland. Volgens mij kan het niet missen dat je een leuke avond hebt, al zal de muzikale criticus er wel wat op aan te merken hebben. En misschien is dat niet onterecht.


File: Das Pop - Das Pop
File Under: Blijven doen wat je naam belooft
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Never Get Enough][Underground]
Firma Weijland / Project Wildeman / Eyes Inside
Nu gaat het natuurlijk in eerste instantie vooral om de muziek, maar het oog wil ook wat. En ik houd van fraai verpakte cd's. Alles beter dan een cdr in een plastieken of papieren hoesje. Ik koop dan ook geregeld achteraf nog limited edition exemplaren van zo'n cd als die verschijnt of een gewoon exemplaar. Ik vind het wel opmerkelijk dat veel kleine labels of eigen beheer cd's er vaak fraaier uitzien dan cd's van grote releases.
De hoes van de digipack van Firma Weijland's duik! is simpel, maar wel fraai. Net als de de rest van de vormgeving binnenin. Achter de Firma gaan Lucy Legeland en Jack Weijkamp schuil. Zij zingen hun liedjes grotendeels in Achterhoeks dialect, maar hun teksten zijn, helemaal met het boekje in de hand, zeer goed volgbaar. Het liedjes zijn divers van thematiek. Ze variëren van vertellingen over verwonderen over kleine dingen (de smaak van de shampoofles) tot de impact van wereldschokkende gebeurtenissen (Beslan-gijzeling) op een kinderleven. Muzikaal gezien is de Firma niet bang om wat te proberen. Van Balkan-invloeden ("Soh!") tot hoekige De Kift-achtige ritmes ("Nat Heur") tot zwierende jazzy invloeden ("Smaak") en uptempo accordeonjagers, de band weet overal een draai aan te geven. Ik luister zelf net iets liever naar de liedjes die Jack zingt, dan de songs van Lucy. Zijn stem is wat warmer en de hare wat harder en botter. In een tijd dat acts als De Kift en André Manuel eindelijk de waardering krijgen die ze verdienen moet wel plek zijn voor een theatrale act als de Firma Weijland.
Dat fraaie verpakkingen ook nadelen met zich mee kunnen brengen blijkt wel uit de cd die Project Wildeman ons toestuurde. Als ik de vernuftige verpakking opengemaakt heb, blijkt er bij de post duidelijk iets misgegaan te zijn. Er zit een enorme jaap in de cd en deze is volkomen onafspeelbaar geworden. Helaas. Gelukkig is er dan altijd nog zoiets als een MySpace-site waarop drie nummer ("Welvaart van het lichaam", "24-uurs Metronomie" en "Ogen Wijd Open Gesloten") terug te horen zijn. En deze maken me nog iets somberder over het sneuvelen van de cd bij tante Post. De experimentele muziek van dichter/zanger Robin Block en zijn drie begeleiders spreekt mij namelijk zeer aan. De springerige gitaren van Sven Hamerpagt waarover Block voordraagt in "Welvaart Van Het Lichaam" smaakt naar meer. Net als het jachtige "24-uurs Metronomie", dat een beetje een "Ice Ice Baby" ondertoon in zich heeft, die de degens kruist met de Haarlemse vergane glorie van Gotcha! Nog opzwepender is "Ogen Wijd Open Gesloten" dat opgestart wordt door furieus djembé-spel, maar vervolgens terecht komt op een rustige plek in de stad waar Milan Mes even zijn trompet bespeelt maar Block je vervolgens een donkere steeg intrekt. Macaber, maar geslaagd.
De prijs voor de mooiste verpakking van deze drie kleinschalige releases gaat echter naar EyesInside. Deze cd komt in een fraai geringband boekje en is voorzien van prachtig artwork van Kris Kobes. Seven Songs bevat - joh wat een verrassing! - zeven songs van verbazingwekkende hoge kwaliteit. Ik snap niet dat een label als Volkoren, Excelsior, of voor mijn part Subroutine deze band tot nu toe niet opgepikt heeft. Want werkelijk waar, alles klopt aan de sierlijke ingetogen indiepopliedjes van de hand van dit vijftal. De manier waarop de stem van Sergej in de liedjes vermengd met die van bassiste Welmoed is hartverwarmend prachtig. Het is dan ook niet daar dat de band doet denken aan This Beautiful Mess en Brown Feather Sparrow, waarin de samenzang tussen man en vrouw ook zo'n cruciale rol speelt. Maar de band kiest ook geregeld weemoedige kant van At The Close Of Every Day, maar de gracieuze frêle stem van Sergej is dan een welkom lichtpunt. Net als de elektronica waar ze in de laatste paar nummers nadrukkelijk mee flirtern. Grootse release van een band waar wat mij betreft morgen de platenbonzen op de deur mogen kloppen.

File: Firma Weijland - presenteert duik!
File Under: Fijn Achterhoeks.
File: Project Wildeman - Cirkel Der Beschaving
File Under: Jammer dat de cd naar zijn grootje is
File Audio: [ MySpace]
File: EyesInside - Seven Songs
File Under: Have & Hold
File Audio: [ MySpace]
Alice Rose / Lykke Li
Met het einde van het jaar in het zicht, wordt er in de diverse muziekbladen en blogs de balans van 2008 opgemaakt. Overal duiken de beruchte lijstjes op - sommigen waren er wel erg vroeg bij en maakten die balans een maand of twee geleden al op - en ook bij File Under is er binnenkort geen ontkomen aan. Door deze balans op te maken, kom je er vaak achter dat er ondanks het grote aanbod toch nog albums ontbreken op File Under. Ik zeg dit alles natuurlijk om mezelf alvast even in te dekken. Lykke Li's Youth Novels kwam bijvoorbeeld in augustus al uit. Daarnaast heb ik mijn enthousiasme over haar optredens (Lowlands en Doornroosje) niet onder stoelen of banken gestoken. Want ook al was dat optreden in Doornroosje nogal aan de korte kant, het was een duidelijk gevalletje kwaliteit boven kwantiteit. De Zweedse jongedame was een van de webloglievelingetjes van het afgelopen jaar en haar door Björn Yttling (de Björn van Peter, Björn and John) prettig open geproduceerde debuutalbum laat horen waarom. Misschien was het niet zo handig om het traag op gang komende "Melodies & Desires" als openingstrack te kiezen. Maar goed, dan heb je verreweg de minste track meteen maar gehad (of geskipt), daarna zorgt het uitnodigende "Dance, Dance, Dance" ervoor dat de boel goed op stoom komt. Het kinderlijke stemmetje van Lykke Li zal niet een ieders kop thee zijn, maar ik blief er wel een koekje bij. De soms bedrieglijk eenvoudige liedjes zoals de hitjes "I'm Good, I'm Gone" en "Little Bit" gaan er met hun originele invulling namelijk net zo gemakkelijk in als... eh... nou als koek dus.
Maar niet alles ging er dit jaar zo gemakkelijk in als dat smakelijke koekje. Als je dan toch de balans van het jaar aan het opmaken bent, mag eigenlijk de meest teleurstellende release van het jaar niet ontbreken. Met pijn in het hart moet ik die titel helaas toekennen aan het zo fraai verpakte - inclusief lintje - 21 Days van Alice Rose. Twee jaar geleden verraste de Deense vioolspelende doe-het-zelf diva mij nog zo met het boeiende Tales of Sailing dat het een welverdiende spot in mijn jaarlijst tot gevolg had. 21 Days is feitelijk het resultaat van het concept om dagelijks een liedje te schrijven, te voorzien van een tekening en via MySpace te delen met de rest van de wereld. Eens temeer blijkt dat Alice geholpen zou zijn - zoals dat op Tales of Sailing wel het geval was - door samen te werken met iemand die haar vaak wat wankele ideetjes in goede banen kan leiden. Misschien gewoon iemand die haar erop wijst of het wel zo'n verstandig is een melige cover van "I Will Always Love You" met de rest van de wereld te delen. Het met bruiloftsfeestverstorend dronkenmansgelal opgesierde, tenenkrommend slecht gezongen nummer is helaas maar een van de vele voorbeelden van wat er allemaal mis is aan deze release. Gelukkig betreft het hier een zeer beperkte oplage, want ik heb mijn hoop nu maar gevestigd op de toekomstige samenwerking met John Parish die Alice op haar MySpace heeft aangekondigd.

File: Lykke Li - Youth Novels
File Under: Hier worden we blij van
File Audio: [My Space]
File: Alice Rose - 21 Days
File Under: ...en hiervan dus niet
File Audio: [My Space]




























