Pantha Du Prince - Black Noise
Als recensent probeer ik beïnvloeding te voorkomen, wat er toe kan leiden dat ik met half dichtgeknepen ogen websites bekijk en gedeeltelijk met de hand afgedekte tijdschriften lees. Met Pantha Du Prince was er echter geen beginnen aan. De buzz rond deze op het eerste oog toch vrij obscure release is dermate groot. En terecht. De Duitse technoproducer Hendrick Weber treft het hart van de luisteraar met een subtiele Three Finger Death Punch. Black Noise opent met Oosters aandoend gezoem en vooral een hele hoop belletjes, overduidelijk het unieke aspect van de plaat. Wat moet dit wezen, een priegelige luistertechno-plaat voor hippies? De gastvocalen van Animal Collective's Noah Lennox mengen zich in "Stick To My Side" in elk geval moeiteloos met deze klanken. Misschien dat de man er nog wat van kan opsteken, want Pantha Du Prince's beats zijn superieur aan de zompigheid van Merriweather Post Pavilion. Na het wonderlijke begin verharden de klanken zich richting dansvloer, tot de synthesizers in "Behind The Stars" zelfs nog even gaan scheuren. Maar het is de laatste klap die mij definitief overtuigt. Het slotdrieluik is pastorale techno op zijn best. "Welt Am Draht" rinkelt zeven minuten in een sublieme beat, terwijl shoegazerig gerafelde akkoorden kalmpjes af en aan rollen. "Im Bann" houdt die sfeer vast in pure frutselambient uit de school van Fennesz en Klangwart. "Es Schneit" besluit het album op een hoogtepunt. Het is de verbeelding van het berglandschap met kerkje op het hoesje. Zalvende melodieën, een diepe baslijn en, komt ie weer, oneindig klingelende belletjes. Als een kudde onrustige koeien in een weide tijdens de magische stilte en het onaardse licht van een zonsverduistering. Dat het sneeuwt heb ik niet gezien, ik had mijn ogen dicht van plezier en mijn hand op de tracklist.
File Under: Ware klinklang techno
File Audio: [Pantha-Space]
Musée Mécanique - Hold This Ghost
Dit vijftal uit Portland heeft een zeer toepasselijke bandnaam gekozen. Hold This Ghost staat vol fragiele tijdloze liedjes, tot in de puntjes gearrangeerd en vervolgens langzaam aangezwengeld, als een speeldoos uit het museum waarnaar de band zich vernoemde. Iets sneller draaien en de boel zou rommelig en te scherp worden, maar zo, met vaste doch kalme hand afgespeeld, passen alle melodieuze puzzelstukjes precies in elkaar. De zanger mijmert met zachte falset en klinkt soms ("Two Friends Like Us") alsof Wayne Coyne alle toeters en bellen overboord heeft gegooid voor een bedeesde soloplaat. Ook andere psychedelische indiebands zijn nooit ver weg, denk aan de ruisfluiten van Sparklehorse en het toetsenwerk van Grandaddy. Gedurende het album gaat de akoestische gitaar een grotere rol spelen, in zoetgevooisde folkliedjes als het Loney Dear-achtige "The Propellors" en "The Things That I Know", dat haast een stemmige bewerking van een allang vergeten musical-hit is. Filmische kwaliteiten te over. Luister alleen al naar hoogtepunt en afsluiter "Our Changing Skins", met een Baueresque keyboardmotiefje, dwarrelend als een sneeuwvlok, of misschien een kleine pirouette op een bevroren riviertje, tegen een achtergrond van kinderstemmen. De zingende zaag kleurt het dromerige winterplaatje in zachte tinten. 'Polaroids and mysteries, smiling faces two-dimensionally'.
File Under: Een aanwinst voor de collectie
File Audio: [Mécanique-Space]
The Young Republic - Balletesque
Soms krijg je als recensent beeld noch gevoel bij een band. The Young Republic is er zo een. Balletesque ontglipt me aan alle kanten. Het octet (!) uit Boston heeft nochtans zonder meer smaak. Op de hoes wordt het album opgedragen aan grootheden uit de literatuur (Twain, Fitzgerald) en muziek (Woody Guthrie en Robert Johnson). Dat zegt iets over de ambitie die hier tentoon wordt gespreid. De folkrockers van The Young Republic mikken hoog met fikse strijkersarrangementen, soms bescheiden plukkend, maar meestal op volle toeren strijkend en authentiek klassiek. "The Alchemist" combineert dat aspect met een pikzwarte Mt. Eerie-gitaarriff, om daarna begeleid door een schreeuwerige, eindeloos kleppende zanger richting grote gebaar-crescendo te trekken, denk aan allerhande Canadezen en met name die van Arcade Fire. En toch heb ik in die beschrijving zelfs dat ene nummer nog maar half te pakken, want ik spot ook nog een Beirut-achtig Mexicaans feesttintje en hip swingende drums à la Franz Ferdinand. Volgt u het nog? Misschien is dat het probleem. Bovendien kreeg ik in de loop van de plaat ineens last van koude apen-allergie. Deze zanger zal echt geen Brit zijn, maar toch zat ik in "Rose Parade" en "Bows In Your Arms" aan Alex Turner en zijn Last Shadow Puppets te denken. En dat doe ik niet graag. Pas in het allerlaatste, eindelijk simpel (stampend) gehouden liedje "Tough Year" sluit ik vrede met de man. Het is het enige nummer waar zowel tekst als muziek echt emotioneren, op een manier zoals Okkervil River het kan.
File Under: Ongeleid projectiel
File Audio: [Republic-Space]
Sean Lennon - Rosencrantz And Guildenstern Are Undead
De sprankelende en absurdistische komedie Rosencrantz And Guildenstern Are Dead is absoluut aan te raden, maar of dit ook geldt voor de low budget zombie-versie? Ik heb zo mijn twijfels. Net als bij deze soundtrack van Sean Lennon. Het is onduidelijk of hij het nou serieus bedoelt, of dat het allemaal een grote grap is. Het ligt er maar net aan welke van de immer clichématige (Danny Elfman! Yann Tiersen!) thema's je hoort. Ik zou haast gaan denken dat de hele film niet eens bestaat. De zoon van de bekende vader componeerde alles thuis op zijn computer en de boel werd ook op dezelfde bak uitgevoerd, waardoor we hier drie kwartier naar een neporkestje zitten te luisteren. En, om nu al in herhaling te vallen, dat is dus af en toe geinig, elders om te huilen zo klunzig en vaak allebei ("Hamlet's Theme"). Het dieptepunt vormt "Charlotte's Theme", wat een oorlogszuchtig typetje moet zijn, want het klinkt als de wanstaltige muzak uit Age Of Empires, een strategisch computerspelletje dat ik meer dan tien jaar terug speelde. Beter geslaagd zijn de momenten dat Lennon zijn gitaar erbij pakt. "Bobby's Bedroom" klinkt bijvoorbeeld als een makkelijk meefluitbaar deuntje dat op de G-Spots-compilatie had gepast. Met wat goede wil kun je "Elsinore Reprise" tot een Air-pastiche rekenen, inclusief zuchtmeisje en pseudo-erotisch seventies-sfeertje. Uiteindelijk vind ik maar een stuk echt de moeite waard en dat is wel meteen de "Finale". Een zwierige piano-waltz, het aaien van een akoestische gitaar en zowaar een bijna emotioneel blazers-arrangement. Sean mag zich heel even in de magische wereld van Amélie wanen.
File Under: Muzak met momenten
File Audio: [Sean-Space]
FrYars - Dark Young Hearts
Arme FrYars. Zijn pagina op Wikipedia is verwijderd omdat de relevantie van het onderwerp niet afdoende was aangetoond. Alsof Wikipedia niet de plaats is waar elk personage in Star Trek dat ooit drie woorden sprak een biografie van zestien alinea's krijgt. Maar niet getreurd, die pagina zal er echt wel van komen. Ben Garrett is net twintig geworden en zijn debuut heeft de onevenwichtigheid van de jeugd. Aanvankelijk grossiert Garrett in ongelofelijk catchy, bijna goedkope synthpoprefreintjes, die doen denken aan Depeche Mode ("Lakehouse") of de latere mindere platen van New Order. Garrett heeft een indrukwekkende volle stem, die hij dan ook uitbundig inzet, op het irritant theatrale af. Gaandeweg krijgt Dark Young Hearts steeds sterker een ro(c)kerig indie-gevoel. Eerst nog hip, met het Editors-achtige "Of March", maar in het bezopen "A Lost Resort" en mompelende "Novelist's Wife" wordt het pas echt gek. FrYars als de Engelse versie van Destroyer. Een waar WTF-moment. Is dit nou lef of toch stuurloosheid? Een nummer als "Ananas Trunk Railway" doet me naar het eerste neigen. Hoor hoe Garrett in de aanloop naar het refrein lichtvals langs de noten scheert. Hij durft. Liefhebbers van Patrick Wolf, Get Well Soon en Guillemots veren op, hier is een eerste kiem voor succes gelegd.
File Under: Het begint met ambitie
File Audio: [FrYar-Space]
Half-Handed Cloud - Cut Me Down & Count My Rings
John Ringhofer moet een tevreden en voldaan gevoel hebben gekregen toen hij deze propvolle compilatie samenstelde. Cut Me Down & Count My Rings verzamelt al zijn ep's, split-singles en andere restjes die hij het afgelopen decennium liet verschijnen. Nu maakt Half-Handed Cloud naïeve micropop, dus alles past er met wat aanstampen net op. De 46 (!) nummers worden vergezeld door een prachtig uitvouwbaar boekje waar Ringhofer de boel inclusief de oorspronkelijke hoesjes toelicht. Voor de luisteraar (en lezer) is het echter een hele zit, die ziet al snel door de bomen het bos niet meer. Grappen zijn snel gemaakt: de schijf moet wel in één keer gedraaid worden, want als je halverwege wil instappen krijg je RSI. En de recensent die een goed nummer wil noteren dient zich naar pen en cd-speler te spoeden, waar het album alweer een onbekend aantal liedjes verder is, en, om comedian Mitch Hedberg te parafraseren, de scribent zichzelf moet overtuigen dat het nummer toch het opschrijven niet waard was. In het algemeen kan worden gezegd dat Ringhofer's een minuut-liedjes uit een aantal basiscomponenten bestaan. Een 'papapa' of 'toebedoedoe' zijn immer aanwezig, net als een noisy dan wel knoertvalse gespeelde 'moet dit nou'-passage en om dat snel goed te maken bevat zelfs zijn minste schetsje nog een paar seconden genialiteit. In "Never In Labor!" wordt bijvoorbeeld met een plotse intensiteit de titel geschreeuwd, waarna de rockuitbarsting natuurlijk juist niet volgt. Ook "Chins" kent in een pingpongende piano een ander aandoenlijk moment. Het liedje valt prompt uit elkaar. Het is eigenlijk de esthetiek van Guided By Voices ten tijde van Bee Thousand, alleen dan overgoten met het bekende Asthmatic Kitty-sausje, ja, ook Sufjan Stevens draagt hier in meteen wat toegankelijkere nummers zijn bekende arrangementen bij.
File Under: Van de hak op de tak
File Audio: [Cloud-Space]
Laura Veirs - July Flame
De laatste keer dat Laura Veirs op File Under ter sprake kwam kondigde ik haar doorbraak aan. Niets van gemerkt. Maar hé, de singer/songwriter uit Portland Seattle heeft nog nooit een slecht album gemaakt, dus July Flame biedt weer een nieuwe ronde met nieuwe kansen. Achteraf gezien was Saltbreakers toch een hermetisch gesloten plaat, als een oester zou je kunnen zeggen, om in de thematiek te blijven. En komt dat even mooi uit, July Flame is juist open en vrolijk, de liedjes ademen veel meer en zijn daardoor stukken toegankelijker. Bovendien is er in de persoon van Jim James (van My Morning Jacket) een waar kanon aanwezig. Zijn bekende galmende 'woohooo'-vocalen sieren flink wat nummers op en die zijn toch echt beter dan alles waar Monsters of Folk eind vorig jaar mee kwam. Door haar bekende folky omlijsting komt Veirs met hulp van James zelfs in de buurt van de Fleet Foxes. Luister maar naar het tranentrekkende country-duet "Sun Is King". In het komisch getitelde hoogtepunt "Life Is Good Blues" treffen we de zangeres opgewekter dan ooit in een verliefde jonge meisjes-modus. Veirs schittert eigenlijk altijd in haar dromerige fingerpickin' intros, maar ook de latere ritmisch-vocale accenten zijn bijzonder geslaagd. 'Life is good when you dance all night and the world transmits electric powers.' Aan het eind van het album brengt Veirs nog een hartverwarmende ode aan de beroemde sessiemuzikante Carol Kaye, net als zij ooit gitaarlerares. Hits als "Homeward Bound" en "Good Vibrations" krijgen tekstueel een knikje, maar nog aandoenlijker is Veirs' wens: 'It would be so cool to be like Carol, Carol Kaye.' Ze vergeet even dat ze zelf de coolste nerdette op aarde is.
File Under: Kristalhelder
File Audio: [Veirs-Space]
Maplewood - Yeti Boombox
Ik ben blij dat ik Yeti Boombox niet na drie draaibeurten letterlijk en figuurlijk heb afgeschreven. In eerste instantie lijkt het tweede album van het New Yorkse Maplewood, waarin we o.a. Ira Elliot van Nada Surf aantreffen, een zoveelste typische Tapete-release. Toegankelijk en degelijk gearrangeerd, maar ook wat suf. Nu vliegen de vonken er ook hier echt niet vanaf, maar hoe vaker ik het album hoorde, hoe aangenamer de aandoenlijk wankele vocalen opvielen. Het kleine folkpareltje "Easy" is een mooi (en verhoord) gebed om een goed liedje. 'Angel please bring me a song, you know that I worked for it all night long.' Maplewood heeft geen superzangers in huis, maar juist omdat men het uit de tenen moet halen hebben veel van de liedjes een onderhuidse spanning. Het deed me denken aan onze eigen Americana-toppers Daryll-Ann, al rockten die over het algemeen wat harder, alhoewel, die hadden ook nog zoiets als Don't Stop. Ik moet toegeven dat veel van de vergelijkingen die me bij dit album te binnen schoten extreem vluchtig en misschien wel vergezocht zijn, maar de namen zeggen wat over de kwaliteit. Zo heeft "Embraceable" wat van Wilco. Het heel verrassende "What Is It To Fly" begint als een slijper van de Tindersticks om later nog een Bruce Springsteen-achtige mondharmonica in te zetten. Het allermooiste refreintje zit in het heupwiegende "North Share Baby", kleine snare-roffel, een jangly gitaar begint mee te doen en de simpel rake woorden 'gently playing with her hair'.
File Under: Lieve jongens
File Audio: [Maplewood-Space]
On Fillmore - Extended Vacation
Het ornithologentijdschrift "De Krullevaar" heeft, als het al zou bestaan, hun album van het jaar hierbij te pakken. Met dank aan Wilco's meesterdrummer Glenn Kotche en bassist Darin Gray, tezamen het duo On Fillmore. Zij boekten klaarblijkelijk een uitgebreide vakantie naar een ver en vooral ongerept tropisch paradijs en kwamen terug met een ware dierentuin aan kwetterende samples. In nagenoeg elk nummer piept, ratelt en snatert het gevogelte erop los. In "Daydreaming So Early" lijkt Donald Duck himself een duit in het zakje te doen. In hetzelfde stuk komt even later ook nog een waanzinnig lawaaiige fanfareband langs. Bepaald geen alledaagse kost dus. Niet alleen de samples zijn hier afwisselend exotisch, desoriënterend (gesnurk!?) en lukraak, ook de basis is merkwaardig. Het geluidsbeeld bestaat vrijwel overal uit de vrij bescheiden contrabas van Gray en Kotche's eindeloze vibra- en xylofoon-patronen. Als er dan al eens een piano opduikt voelt die meteen totaal misplaatst. On Fillmore's melodieën zijn al even wonderlijk. Pas in het jazzy slotnummer "Clearing Out" klinkt er iets meefluitbaars. Daarvóór bieden de herhalende klanken vrij weinig houvast, als een gamelan-orkest op microformaat. Zeker in het begin geeft dat nog niks. Het fraaie "Master Moon" bivakkeert ergens tussen Yann Tiersen en Danny Elfman, die de score voor een spookhuisfilm schrijft. Maar zo rond de korte interlude "Off The Path" en de zeer lange titeltrack krijgt het allemaal wat weeïgs. Het werkt waarschijnlijk toch beter in kleine porties, bij voorkeur tijdens een documentaire over de eetgewoonten van de pygmeeënpapegaaien van Papoea.
File Under: Vreemde vogels
File Audio: [Fillmore-Space]
Dub Tractor - Sorry
Het is binnen enkele seconden duidelijk. Ook de Deen Dub Tractor (je mag hem ook Anders Remmer noemen) doet inmiddels in shoegazerige folktronica. Wellicht is hij daar al jaren mee bezig, maar ik vond het toch wat teleurstellend. Ik heb het wel even gehad met het genre. Ik kende de Deen alleen van Hobby Industries, het avant-garde label van Thomas Knak, rechterhand van Björk op Vespertine. Destijds maakte Dub Tractor met zelfgeprogrammeerde software nog obscure en bizarre glitch, toch een heel stuk unieker dan waar hij hier op Sorry mee bezig is. Het is niet dat deze veel toegankelijkere stijl hem slecht af gaat, Remmer zingt zelfs behoorlijk goed. Qua productie hoeft men de man sowieso niks te leren, hij haalt zonder moeite een heldere electropop-versie van Amusement Parks On Fire uit zijn laptop. Probeer "Higher Hopes", met zijn zwaar bewerkte gitaren, ratelende klikklak-ritmes en daaroverheen, als overal, een wat simpele zanglijn, die vaak uit niet meer dan een enkel herhaalde regel bestaat. De meest geslaagde en treurige daarvan zit in het schrijnende "That Won't Heal By Itself", tevens de complete songtekst. Belletjes en een synthesizer als een geluid uit een dolfinarium huilen samen mee. Snel daarna wordt het album echter wat saai en dwalen de gedachten mijn gedachten af naar net even wat betere namen als Dntel en Ulrich Schnauss.
File Under: Potentiële grensverlegger op te bekend terrein
File Audio: [Tractor-Space]
Jookabox - Dead Zone Boys
Vraag niet hoe het kan, maar Jookabox, voorheen Grampall Jookabox, komt na het absurde en geslaagde Ropechain weer met een plaat die op de schaal van knotsgek tot volledig van de kaart een tien scoort. Waar het debuut nog opgenomen leek in een bedompte kelder hebben David "Moose" Adamson en zijn kompaan Patrick "Ostry" "Sweets" Okerson (ik verzin het niet) zich nu buiten gewaagd. Maar niet nadat ze zich eerst flink moed in hadden gedronken, waarna de dikke clowns zich vergaten zich aan te kleden en dansend in maagdelijk witte onderbroeken in een winkelcentrum belanden. Waar het trouwens verdacht stil is. Moose laat een boertje. Ineens barst een helse carnaval van gekrijs en evil laughs los. Duizenden zombies hebben de suburbia overgenomen terwijl de mannen van Jookabox dagenlang in zalige onwetendheid stoned voor pampus lagen. Wat nu te doen? Dansen voor je leven, Dead Zone Boys! Ooit geweten dat zombies smurfenstemmetjes hebben? 'Awooooeh, evil in the first degree!' krijst Moose in een van de vele melige hoogtepunten "You Cried Me". Er wordt getrommeld op alles wat voor handen is. De zombies weten niet wat ze meemaken en zetten een polonaise in. 'Down phantom I am in love with you, I do anything you want me to do!' Het duurt niet lang voordat mens en mutant beste maatjes zijn en in een gezamenlijke roes de lokale liquor store bestormen. Wat er dan gebeurd is niet geschikt om aan papier toe te vertrouwen, laat ik het bij een quoteje uit het slotnummer houden: 'Straight to the fucking again!' (Herhaal ad infinitum)
File Under: The midnight hour is close at hand
File Audio: [Jookabox-Space]
Felix - You Are The One I Pick
Julie Doiron bracht dit jaar best een aardige plaat uit, maar de echte liefde (van mijn kant) en de inspiratie (van haar kant) is toch een beetje weg. Met Felix staat er gelukkig een opvolger klaar. Achter deze wat lelijke bandnaam gaat een Engels duo schuil, al zal de schattige zangeres Julia Chua ook wel wat Aziatisch bloed door de aderen hebben vloeien. Haar stem overheerst de plaat, op subtiele wijze. Ze zingt, net als bijvoorbeeld Cat Power en inderdaad Julie Doiron, alsof ze net is wakker geworden. Men treft hier dan ook geen liedjes aan, maar slechts minimalistische flarden van gedachten in een droomstaat. Soms lijkt Chua zelfs aan een liedje te beginnen zonder dat ze vooraf ook maar weet hoe het gaat, laat staan wat haar zanglijn zal zijn. Een vervreemdend effect, dat echt niet altijd goed uitpakt. Valsheid en gezwabber liggen af en toe op de loer. Toch is You Are The One I Pick een boeiend en gelukkig kort album. Daarvoor verdient ook Chris Summerlin lof, die zowel gitaar speelt als drumt. Nog veel belangrijker zijn echter de piano-partijen en die komen toch weer voor rekening van Chua zelf. Luister naar het magische intro van "I Wish I Was A Pony", dat linea recta naar een top soundtrack kan. Een andere cruciale kwaliteit van de plaat is de volgorde van de nummers. Vrijwel allemaal sluiten ze perfect op elkaar aan, een paar keer zelfs zonder stilte. Zo wordt de hier aanwezige muziek eigenlijk een grote compositie, opgedeeld in elf gedeelten.
File Under: Betovering door muzikale illusies
File Audio: [Felix-Space]
Jaarlijst 2009: Ludo
1. Franz Nicolay - Major General
2. Mount Eerie - Wind's Poem
3. Dinosaur Jr. - Farm
4. Patrick Wolf - The Bachelor
5. Neko Case - Middle Cyclone
6. Charles Spearin - The Happiness Project
7. Loney Dear - Dear John
8. Tom Pintens - Winter Maakt Ons Vrolijk
9. Jon Hopkins - Insides
10. Dale Watson - The Truckin' Sessions Vol. 2
Bike For Three! - More Heart Than Brains
Bike For Three is een samenwerking tussen de Canadese rapper Buck65 (Richard Terfry) en de Belgisch-Vietnamese producer Joëlle Phuong Minh Lê aka Greetings From Tuskan. De twee leerden elkaar kennen via MySpace en besloten via het internet wat muziek te maken. Ik heb het gevoel dat dit 'cross-continentale' feit nog altijd als iets bijzonders wordt gepresenteerd, terwijl ook meer standaard-bands (denk aan Editors) het internet volop gebruiken om aan materiaal te werken. Schept ook mogelijkheden als je elkaar niet meer kan uitstaan, ideetje voor Rammstein misschien? Het geinige is dat Richard en Joëlle elkaar juist heel graag willen zien. More Heart Than Brains is een romantische, bijna erotische electropop-plaat. Tekstanalyse is niet bepaald mijn favoriete hobby, maar Buck65 lijkt zonder meer allerlei fantasieën op de luisteraar te projecteren. En de eerste luisteraar was natuurlijk Joëlle, die zijn intieme rhymes in haar koptelefoonmuziek verwerkte. 'They spoke bad french but laughed in the same language''. En later: 'Will you recognize my face? I hope so.' Extra leuk omdat het duo een verfrissende omkering is van de gangbare situatie van mannelijke studio-wizard met muze/zangeresje. Joëlle is, ondanks dat Buck65 zijn uiterste best doet indruk te maken, de ware ster van het plaat. Haar melodieën, vergelijkbaar met die van Michna, schitteren helder en de beats hebben schwung en dansbaarheid, terwijl ze juist in de beste nummers volstrekt niet hard zijn. De meest geslaagde liedjes staan allemaal op de eerste helft. "All There Is To Say About Love" is een superhit. Let op het geniale gebruik van de vocoder in het refrein. 'Break chains, make chains.' (Of toch 'change'?) Wat een melodrama legt Buck65 in een zin als: 'The lonely end, I love you, you're my only friend.' Ook het daaropvolgende "Lazarus Phenomenon" is fantastisch. Daarna wordt het allemaal langzaam wat minder, maar het blijft een van de betere releases op Anticon.
File Under: Veel meer dan het achtergrondverhaal
File Audio: [Bike-Space]
Jon Hopkins - Seven Gulps Of Air
Jon Hopkins heeft een uitstekend jaar achter de rug. Hij opereerde lang onder de radar, maar sinds zijn samenwerking met Coldplay en het verschijnen van zijn derde album Insides is de boel definitief aan het rollen. Een eerste soundtrack, voor niemand minder dan Peter Jackson is inmiddels af. Seven Gulps Of Air is in de vorm van een ep het bekende tussendoortje. De samen met Tunng geschreven titeltrack is opvallend ritmisch en duister, met een bas die de wobbelewob van Mr. Oizo's "Flat Beat" heeft. Tunng blijft nog even hangen voor een aardige remix van "A Small Memory". Ze belanden in Squarepusher-territoria door de bekende melancholische piano-akkoorden van Hopkins inclusief basmanipulaties door een jazzy bandmangel te halen. De mij onbekende Geese remixt "The Low Places", waarvan ik, door al de violen, eerst dacht dat het een door Hopkins terzijde geschoven Andrew Bird-remix was. "A Drifting Down", een door Hopkins zelfgepende variant op, jawel, "A Drifting Up", is verreweg de beste track op deze ep. Het is zo'n typische "overdonderende oceaan van geluid"-ambient-track, die langzaam opbouwt en dan hypnotiserend rond blijft drijven in een bad van strijkers, piano en afbladderende noise. En het begint allemaal nog zo fragiel, met wat aarzelende vocalen. Voor The Lovely Bones, de film van Jackson, hoop ik op vergelijkbaar materiaal. De ep sluit af met wat voelt als de zoveelste herhaling van Hopkins' "megahit". Daar zijn de bekende synth-tonen uit "Life in Technicolor" weer, ditmaal in een clubmix van Tom Middleton, die er stiekem een nootje heeft afgevijld. De man kent de dansvloer, neemt een totaal onverantwoorde bas voor een rijtjeshuis mee en werkt geduldig toe naar die beroemde "drop it"-seconde van stilte, voor de boel orgastisch losbarst. Wederom bijzonder indrukwekkend, al moet je het nog veel ge(s)laagdere origineel niet meteen daarna opzetten.
File Under: Hopkins laat de champagne knallen
File Audio: [Hopkins-Space]
Downpilot - They Kind Of Shine
Het eerste Google-zoekresultaat voor Downpilot is een Nederlandse coverband, die ook in eigen werk doen. Het had kunnen kloppen, want de eerste regels van "All The Ghosts Will Walk" worden, voor mijn gevoel, gezongen met een Nederlands accent. Het niveau ontstijgt de vaderlandse Americana-subtop ook al niet. Jammer voor singer-songwriter Paul Hiraga (hij is Downpilot) die toch echt uit Seattle komt. Een eerste aanwijzing dat de man niet helemaal voor niets op het overigens Duitse Tapete Records is verzeild geraakt vormt het fraaie piano-outro van datzelfde openingsnummer. Het tweede liedje, "Chelsea Turnaround" is zelfs in zijn geheel goed, al blijkt het later wel het hoogtepunt van het album. Het had zeker niet misstaan op Kathleen Edwards' Asking For Flowers. Wat was het leuk geweest als ze had meegezongen! Zoals overal is de instrumentatie van oerdegelijke snit, met een mandoline erbij en een zeer fraaie dubbele zanglijn, dat laatste is sowieso Hiraga's kernkwaliteit. De resterende acht nummers blijft hij zonder uitschieters aangenaam, maar ook wat saai kabbelende liedjes pennen. Er valt niets slechts en niets enthousiasts over te zeggen. Dan toch maar wat mopperen. Alles klinkt zo onwaarschijnlijk bekend dat een deuntje als "In The Morning" ogenblikkelijk is mee te zingen. Slappe machinekoffie. De toetsenpartij in "A Shot" citeert in combinatie met de simpele groove zelfs Neil's "Heart of the Gold" en "Carry Of The Water" sleept zich voor als een dodelijk vermoeid R.E.M. Hiraga stampte voor de opnames van dit album een geheel nieuwe studio uit de grond, waar hij als multi-instrumentalist en producer vast goede dingen kan verrichten als side-man en voor andere bands. Met zijn eigen werk is het voorlopig meer Coronet Blue dan Nic Freitas.
File Under: Glimt hooguit een beetje
File Audio: [Downpilot-Space]
Mount Eerie - Wind's Poem
Hemeltjelief, Phil Elverum (hij is Mount Eerie) is pas 31! Dat betekent dat hij ten tijde van zijn veronderstelde magnum opus The Glow Pt. 2 piepjong was. Iets later maakte hij een herstart onder zijn huidige pseudoniem, als ware het een reboot in een superhelden-serie. Zijn recente output was nogal kunstzinnig chaotisch, maar met met Wind's Poem bereikt Elverum een nieuwe creatieve piek. Sterker nog, het is zijn beste release tot op heden. Een uur ambitieuze muziek dat moeiteloos totale concentratie van de luisteraar afdwingt. Je kan 't Elverum's black metal plaat kunnen noemen, maar die beschrijving zou teveel afschrikken. Niettemin zou de kiem van het project wel eens kunnen liggen in de winter van '02/'03, die hij doorbracht in een geïsoleerd en ongetwijfeld guur hutje in Noorwegen. Elverum bewijst in zijn teksten eer aan de verwoestende natuurkracht van de wind die neemt en geeft, terwijl hij, de outsider, het leven observeert, haast buiten zichzelf en in elk geval van een afstandje van de samenleving, die hij desondanks nooit uit het oog verliest. Een voorbeeldje van de haiku-achtige schoonheid die hij tekstueel bereikt zit in "Summons": 'The roots that held a tree down/left a deep hole/full of water/reflecting sky'. Muzikaal gezien wisselt hij duistere noise-uitbarstingen af met door oude synthesizers gedragen ambient-tracks. Alles bij elkaar gehouden door zijn fragiel mompelende stem, soms bijna toonloos, maar altijd aandoenlijk. Het lijkt erop alsof hij gedurende het album zich vocaal steeds meer bloot durft te geven. Verbergt hij zichzelf eerst diep in de mix, in het derde kwart lijkt hij alle schilden af te leggen en verheft hij tot twee keer toe zijn stem, meteen de meest emotionele momenten van de plaat. 'And the songs fade/And the singers die/But my heart wil not stop thumping.' Dat citaat komt uit "Between Two Mysteries" waarin Badalamenti's Twin Peaks-thema wordt gecombineerd met de ijle sfeer van Phosphorescent. Wind's Poem is verdeelt in 4 'sides', maar wat mij betreft hoort de eerste (van drie) bonus-tracks ook nog bij de officiële plaat. Daar worden de black metal-schaduwen concreet en maakt Elverum definitief de Emperor in zichzelf wakker. Een woeste catharsis van een zeer persoonlijke reis.
File Under: Hoge boom
File Audio: [Eerie-Space]
Tone - Small Arm Of Sea
De welwillende luisteraar van Small Arm Of Sea kan het openingsliedje "My Mind Exploded" maar beter overslaan. Wat een gedrocht. Ik merkte zelfs dat het wel of niet luisteren van dat nummer invloed had op mijn appreciatie van de rest van het album. Het belangrijkste struikelblok van Tone vormen de vocalen van Sofie Jensen. Deze Deense dame heeft een stem waar je op z'n zachtst gezegd even aan moet wennen. Ze kraakt en snerpt vaak meerdere partijen door elkaar, als een eenpersoonsversie van de zusjes CocoRosie. Waar die vooral op hun geslaagde eerste album, La Maison De Mon Rêve, een wonderlijke intieme sfeer wisten op te roepen, alsof iemand op zolder een doos met stokoude opnamen uit Tahiti had gevonden, klinkt Tone een heel stuk moderner. De abstracte beats ratelen blikkerig, met invloeden uit idm ("How Hard Do You Try") en bassen van dubstep-diepte ("Movemesideways"). Slechts af en toe neemt de stekeligheid af, zoals in het geslaagde "Wake Me Up", dat aan "Breathe" van het Franse collectief Télépopmusik doet denken. Als vanzelfsprekend is de onvermijdelijke schaduw van de IJslandse koningin van dit genre aanwezig ("Work It") evenals die van Bat For Lashes, een heel wat talentvollere navolger. Small Arm Of Sea valt bij vlagen te bewonderen om zijn compromisloze radicaliteit, maar uiteindelijk wist ik in dat vermaledijde eerste nummer al hoe laat het was.
File Under: Niet de juiste toon
File Audio: [Tone-Space]
Atlas Sound - Logos
De vorige keer dat het hier over Atlas Sound ging werd Deerhunter (door ondergetekende) de hele recensie niet genoemd. Dat ging toen nog, voor Bradford James Cox met het prima Microcastle doorbrak. Atlas Sound is een intiem soloproject, dat op Let The Blind Lead Those Who See But Cannot Feel resulteerde in een duister album waarop flink wat jeugdtrauma's werden verwerkt. Zo klonk het althans. Het nieuwe Logos voelt veel meer als een zij-project aan. De toon is aanmerkelijk lichter, niet zo vreemd eigenlijk nu zijn carrière van de grond is gekomen. Dit album staat vol folky gefröbel met een fikse psychedelische touch. "Walkabout" illustreert de meer achteloze aanpak prima, Panda Bear van de Animal Collective zingt zonnig mee en zelfs zonder zijn bijdrage had het nummer als zijn eigen band geklonken. Een imitatie-tussendoortje. "Attic Lights" is de meest geslaagde symbiose van Atlas Sound oude en nieuwe stijl. Alsof Cox zijn vroegere melodieën heeft afgestoft en er dit keer wel een popliedje van heeft proberen te maken, terwijl de zo beklemmende uitzichtloosheid toch net niet helemaal verdwenen is. In baslijnen was de man altijd al goed, hier bewezen in het acht minuten lang doordreinende "Quick Canal". En dat bedoel ik volstrekt niet negatief, zo hoort het gewoon in gruizige shoegaze. De mysterieus om niet te zeggen maf zingende Lætitia Sadier is de ster van dat kleine epos, met een vocaal die zelfs iets religieus heeft. Zo mist Logos wellicht de persoonlijke touch, maar met een beetje hulp van Cox vrienden is de plaat toch bijna zo geslaagd. Een ding moet me nog wel van het hart, Cox staat zowel op de voor- als achterkant halfnaakt afgebeeld en met zijn bizarre lijf neigt dat toch naar een ouderwetse kermisattractie. Koketteren met freakdom, in feite een equivalent van het uitbuiten van een nep maar wel ontzettend sexy zangeresje, heeft de talentvolle muzikant echt niet nodig.
File Under: De gekte voorbij
File Audio: [Atlas-Space]
Nancy Elizabeth - Wrought Iron
Twee jaar geleden maakte de Engelse folkzangeres Nancy Elizabeth Cunliffe indruk met Battle and Victory, een plaat die zich sluipenderwijs in de hersenpan nestelde en door collega-weblogger Caleidoscoop zelfs tot een van de tien beste platen van dit decennium wordt gerekend. Ikzelf sprak toen van een eerste stap richting victorie. In het geval van deze nieuwe cd zou ik 't echter op een gewaagde stap houden en misschien wel een klein stapje terug. Al blijf ik aarzelen over dat laatste statement: er is iets met de platen van Nancy Elizabeth dat je ze steeds wil opzetten, net zolang tot ze volledig tot je doordringen. Maar ze maakt het de luisteraar dit keer moeilijk. De minimalistische opener "Cairns" voorspelt het al, Cunliffe heeft de boel gestript van elke mogelijke ballast. Ik denk niet eens dat ze zoveel minder instrumenten heeft ingezet, maar alles vloeit in elkaar over tot een simpele basis van toetsen en daarover die prachtige stem. Als er in "Canopy" plots een trompet klinkt, springt die er meteen zo uit dat de melodie iets magisch krijgt. Het exacte moment laat zich lastig vastpinnen: misschien is 't meer een algemeen gevoel. Hoe dan ook, ergens treedt er hier echter een zekere saaiheid op die Nancy Elizabeth doet afdalen naar het niveau van iemand als Tiny Vipers. Daar staat niettemin nog altijd genoeg moois tegenover. "Canopy" is een verbeterde versie van Laura Veirs en een liedje als "Ruins" mag dan uit bijna niets bestaan, de vijf minuten fladderen toch op indrukwekkende wijze voorbij.
File Under: Een stap is een stap
File Audio: [Nancy-Space]
Sufjan Stevens / Osso
Het lijkt een traditie te worden. Ieder najaar komt Sufjan Stevens met een aardigheidje voor de fans. Is het geen kerstbox, dan is 't wel een album onder pseudoniem. Ondertussen worden we stilaan ongeduldig wanneer hij nu eindelijk met een opvolger voor Illinois komt. De beste man lijkt behoorlijk vast te zitten, wellicht gevangen in het web van zijn eigen talent. In dit interview moppert hij wat over downloaden en het einde van het album-tijdperk. Een gotspe voor iemand die met zijn eigen Asthmatic Kitty-label keer op keer (en nog voordelig geprijsd ook!) het tegendeel bewijst. Met Run Rabbit Run heeft Stevens zelf niet veel van doen gehad. Het strijkkwartet Osso, dat al meespeelde op Illinois, vertolkt Sufjan's dierenriemcylus Enjoy Your Rabbit. In zijn originele vorm zijn meest obscure, elektronische album, waarop niet gezongen wordt. Ik las er ooit een prachtige recensie over waarin de schrijver opmerkte dat het lastig doordringbare werk 'open ging als een bloem'. Sindsdien probeer ik het jaarlijks wel een keer, maar vooralsnog vergeefs. Kan Run Rabbit Run een handje helpen? Het korte antwoord is nee, al is het best leuk om de bekende melodieën nu in een klassieke setting te horen. Ik ben eigenlijk vooral benieuwd wat een klassieke muziek-recensent hier nu zou vinden, zo tussen het bespreken door van weer een nieuwe uitgave van Mahler of Mozart. De strijkkwartet-opzet maakt het de popluisteraar in elk geval verre van makkelijk. Een smeuïg orkest is dan toch heel wat makkelijker te behappen. Dit is hardcore klassiek, waarin de glitches van de originele uitgave zijn vervangen door flink wat gekras, met als dieptepunt "Year Of The Boar" waar een viool keer op keer een krakende deur imiteert. Er zijn echter ook geslaagde momenten, het fraaie "Year Of The Tiger" klinkt als The Books gestript van samples en vocalen. Hoe meer (ritmisch) getokkel op de snaren hoe blijer ik word, bewijst ook het door Nico Muhly gearrangeerde "Year Of The Dragon". Het toepasselijk in een kerk opgenomen "Year Of Our Lord" eindigt de cyclus op serene Arvo Pärt-achtige wijze.
In een ander interview geeft Stevens zijn nieuwste project The BQE de schuld van zijn huidige impasse. Na het schrijven van deze symfonie over de autoweg tussen Brooklyn en Queens was (of is!) hij het hele concept van 'popliedje' kwijt. En dat is het project toch niet waard, valt snel te merken. Al is deze release wel degene die je moet hebben, als je één van deze twee koopt. Volledig onbekend terrein is klassiek natuurlijk niet voor Stevens. Op Illinois stond al een symfo-passage als "The Black Hawk War" en het uitstekende minimalism-achtige slotstuk "Out Of Egypt". Beide kanten komen ook hier terug. The BQE is verdeeld in dertien stukken, waarvan zeven zogenaamde 'movements'. De werkelijke inspiratie lijkt vooral in de eerste twee aanwezig. Na een ambient-intro en wat van de alom vertegenwoordigde extatische fluit-'swoops' begint "Movement 1: In The Countenance of Kings" met een paar eenvoudige piano-akkoorden. Wat strijkers en blazers suggereren spanning die wordt opgelost als de piano zich ineens als harp ontpopt en het fraaiste motiefje van de hele symfonie klinkt. Ook de tweede movement ("Sleeping Invader") voelt nog fris en emotioneel. Er fladdert een trompet doorheen die schijnbaar willekeurig kort en driftig kwettert als een vogeltje. Maar dan dient zich een eerste kritiekpunt aan. Nadat de trompet is geïntroduceerd gebeurt er eigenlijk niet veel meer mee. Dit geldt voor veel van de passages, ze beginnen vaak met een aardig idee en de intensiteit neemt toe, maar het leidt uiteindelijk allemaal nergens toe, dus dan maar weer van nul begonnen. Een grote lijn ontbreekt, het blijven blokken die geen doorgecomponeerd bouwwerk worden, of liever, muzikale stenen die geen weg vormen. Waar in de eerste helft van de symfonie het tempo rustig is, wordt er in de tweede helft met de spierballen gerold. Minder interessant, maar het past wel beter bij de door Stevens zelfgeschreven liner notes die de Brooklyn-Queens Expressway afschilderen als een poel der chaos. Meest verrassend is "Movement IV: Traffic Shock" waar volkomen uit het niets Venetian Snares naar de kroon wordt gestoken. Goed voor een brede glimlach. Niet om aan te horen is dan weer de kriegelige finale "The Empreror Of Centrifuge". Daartussen maakt de blazerssectie in "Self-Organizing Emergent Patterns" zelfs een nogal houterige indruk. Zo overheerst na het vrij sterke begin toch de teleurstelling, die bepaald niet wordt weggenomen door het bijgevoegde dvd'tje. Daarop, wat dacht je, beelden van de weg. Het scherm is driekwart van de tijd in drieën verdeeld, wat al snel ergerlijk wordt. En wat er te zien is zal voor iedere kijker van Koyaanisqatsi gesneden koek zijn. Eindeloze reeksen van fast forward voortrazende auto's die lichtbundels vormen. Gelukkig zijn er ook nog drie sexy hoepelmeisjes die met de heupen draaien.
File Under: Bekijk het konijn eens van een andere kant
File Audio: [Osso-Space]
File: Sufjan Stevens - The BQE
File Under: Van de weeromstuit een folkplaat over Texas graag
File Audio: [Sufjan-Space]
Harmonia & Eno '76 - Tracks And Traces Re-released
Zijn me dat even wat beroemde namen bij elkaar. Alleen een vertegenwoordiging van Tangerine Dream ontbreekt. Zou Eno ooit met Froese hebben gewerkt? In 1976 schoof hij in elk geval aan bij de kosmische musici van Harmonia, een trio met de avant-gardisten Moebius en Roedelius, alsmede de cruciale Neu!-gitarist Rother. Als viertal jamden ze een maandje, maar de resultaten bleven jarenlang op de plank liggen, tot ze in 1997 werden uitgebracht door Rykodisc. Weer ruim een decennium later verzorgt Grönland een nieuwe re-release, inclusief drie bonustracks, uit dezelfde sessies. De heruitgave bewijst meteen zijn waarde met de fantastische nieuwe opener "Welcome". Het is haast een blessing in disguise. Een perfect liedje met simpel pulserende synthesizers en Rother die daar een fenomenale gitaarpartij overheen legt. Het is Harmonia op zijn meest melodieus, want meteen daarna verkilt (of verduistert) de plaat met meer ritmisch georiënteerde soundscapes als "Atmosphere" en "Vamos Camponeros". Eno, de uitvinder van ambient, die naar men zegt juist door de pioniers van Harmonia in die richting werd gedreven, pakt de mic voor zijn bekende vlakke vocalen in "Luneburg Heath", wat overigens wel een mooi synthesizer-motiefje bevat. Tegen het eind van het album neemt het melodiegehalte weer toe, en stapt Rother weer in de spotlights. "Almost" is opnieuw prachtig en 't ook al op de originele uitgave aanwezige "Les Demoiselles" bevat een valse variant op de openingsmelodie. Het korte "When Shade Was Born" bewijst vervolgens hoe ver de groep hun tijd vooruit was. Het klinkt als een interlude die morgen nog door Boards of Canada op plaat kan worden gezet.
File Under: Time present and time past/Are both perhaps present in time future
File Audio: [Gratis mp3]
Alexander Faem - Agent 238
Ik zei laatst nog tegen een vriend dat ik Franse films waar de ondertiteling haperde nog prima kon volgen. Ja, zeker dankzij de beelden, zo bleek deze week met Agent 238, een concept-album van Alexander Faem. In ‘t Frans dus. In ‘t begin gaat ‘t nog, een geheim agent is verdwenen en wij vernemen dat hij bruin haar heeft en een mediterraan uiterlijk. Maar dat is zo’n beetje alles wat ik u mee kan geven, qua inhoud. Al zouden het ook spoilers zijn als ik alles zou verklappen, nietwaar? Agent 238 opent met de twee beste nummers. Allebei opvallend vrolijk. Zo heeft "Identification du mal" een bijna jolige viool-partij. Componist Faem heeft zelf niet zo’n bijzondere stem, hij laat de vocalen dan ook grotendeels over aan Clara Enghoff, die met haar lieve en bescheiden stem op rustige wijze de plaat kleurt. Het album schiet nergens uit de bocht, van een shoot-out is zeker geen sprake. De plaat heeft een typische mid-fi productie. Het is een beetje speculeren, maar voor mijn gevoel is ‘t een thuisopname. In deze moderne tijden hoeft dat niet meer goedkoop of ruisend te klinken, maar toch houdt het iets goedkoops. Bij vlagen klinken de gitaren wat blikkerig, alsof ze rechtstreeks in de computer zijn gestoken. U merkt dat ik over de muziek an sich niet zoveel te melden heb. Agent 238 klinkt zeker niet als een echte soundtrack, er zijn bijvoorbeeld geen sferische piano-interludes of spionagefilm-thema‘s, om maar wat te noemen. Het is meer heupwiegen geblazen, lekker op de achtergrond. Hoeven we ook niet op de tekst te letten.
File Under: Les aventures de monsieur agent
File Audio: [Faem-Space]
Chris Garneau - El Radio
Ik heb moeite een insteek voor deze recensie te vinden. Chris Garneau is een goed muzikant en ik wil hem prijzen, maar hij is ook wat gewoontjes. Zijn muzikale mengvorm van folk met theatrale strijkjes en koortjes is, ergens tussen Bowerbirds en Patrick Watson, nou niet bepaald wereldschokkend. Een gevoel van verrassing roept het nergens op. Tegelijkertijd zingt Garneau meestal prima en zijn diens melodieën zeer aangenaam. Tekenend voor de tweedracht die El Radio oproept is een nummer als "Over and Over". Het liedje begint enigszins irritant, met een zeurderige Garneau die nogal vaak het woordje ‘fucking’ bezigt, maar in de laatste minuut begint er plotseling een hartverscheurend schattig kind (of toch meerdere?) mee te zingen. Bijna net zo lief als David Kitt’s broertje. Sowieso vind ik het laatste kwart van het album het meest geslaagd. Garneau heeft de boel in jaargetijden ingedeeld en ik houd nu eenmaal van herfst- en wintermuziek. Zijn beste nummer is de ballade "The Cats & Kids" met een etherisch 'ze heeft me verlaten'-refrein en een maffe zinsnede als ‘I am nicer to strangers than you’. In dezelfde categorie mag ook "Things She Said" er zijn. Denk aan Sufjan Stevens, hier sowieso een invloed, met kerstmuts op. Normaal ben ik niet van de bonustracks, maar de klingelende akkoorden die na een tiental secondes stilte El Radio vanuit de verte afsluiten passen wonderwel. Al valt het te hopen dat Garneau live als laatste het Regina Spektor-achtige "Hands On The Radio"speelt. ‘This town is my favourite and I promise I’ll come back".
File Under: Smaakvol soezerig
File Audio: [Garneau-Space]
Timber Timbre - Timber Timbre
De alliteratie vind ik wat flauw, maar de associaties die Timber Timbre oproept zijn in elk geval volkomen juist. Taylor Clark heeft een bijzondere stem met een fijnzinnig timbre. Eerder 'mahony' dan 'timber', dat wel. Tijdens de begintonen van opener "Demon Host" denk ik nog even aan Antony, maar die associatie slijt snel. Clark's stem bibbert niet, het is een krachtig instrument zonder dat hij ook maar een moment uit z'n slof schiet. Hij zingt rechtdoor, zonder opsmuk. Ik heb 't gevoel alsof hij zich inhoudt om 't bijvoorbeeld niet op een croonen te zetten, waardoor een mooi spanningsveld ontstaat. De muzikale begeleiding is ondertussen zeer sober, soms alleen gitaar, elders wat toetsen en percussie. Net als de vertrouwde stem lijken de melodieën al minstens vijftig jaar te bestaan. Wat dat betreft heeft Clark veel weg van M. Ward, eveneens een man die niet had misstaan in de tijd van Elvis en Roy. Ook Clark's stem echoot vaak lichtjes. Het is net of er een jukebox met oude singletjes staat te spelen. Probeer bijvoorbeeld het bluesy "Trouble Comes Knocking" eens. Afsluiter "No Bold Villain" is hier favoriet, met wat folk-akkoorden, dwarrelende pianonoten en een hint van een gospelkoortje. In de context van deze minimalistische plaat zou je 't haast weelderig gaan noemen.
File Under: Ingehouden klasse
File Audio: [Timber-Space]