Zola Jesus - Stridulum II
Ik weet niet of het wijs is om op File Under over eten te beginnen, maar het stoere vleermuismeisje Zola Jesus heeft met Stridulum II een sudderplaatje gebakken. Deze ep heeft zijn kooktijd nodig! In eerste instantie lijken alle liedjes (het zijn eerder schetsen) nog identiek. Als basis dienen synthesizers die galmen als kerkorgels en bijpassende topzware martelkerker-beats. Ondanks het moderne instrumentarium heeft het iets middeleeuws, als de Franse muzikant Gaë Bolg. Voor deze massieve brokken van geluid is de term gotische rock nu eens werkelijk van toepassing. Het belangrijkste ingrediënt is echter de overheersende, Bat For Lashes-achtige stem van zangeres Zola. Die straalt op zichzelf al autoriteit uit, maar vaker wel dan niet heeft ze verschillende lagen opgenomen. Dit geeft een merkwaardig effect, want hoewel haar melodieën am grunde druggy kalmerend zijn, krijgt het toch iets fanatieks, om een beetje bang van te worden. Nu klinkt dit allemaal nog vrij negatief, maar dan komt dat andere sudder-effect om de hoek kijken. Bij meervoudige beluistering krijgt het mini-album door de consistent volgehouden gewijde sfeer steeds meer smaak en komen er zelfs poppy melodieën bovendrijven. Mijn favoriete track is "Trust Me", waar de synths duistere Blade Runner-akkoorden spelen en Zola ons als een mysterieuze femme fatale bij de hand neemt. 'When you're lost, never look down', en even later, 'I told you to trust me'.
File Under: De pan sist, het meisje gonst
File Audio: [Zola-Space]
Allo Darlin' - Allo Darlin'
Ik kon nergens een bevestiging vinden, dus het zal hem toch wel niet zijn, maar in de vrolijke opener "Dreaming" begint een ogenschijnlijk licht aangeschoten Jens Lekman sound-alike met de zangeres van Allo Darlin' mee te croonen. Daarmee hebben we meteen de belangrijkste invloed van Elizabeth Taylor, een geboren Australische die sinds een jaar of vijf in Londen resideert, te pakken. Luister voor die tragikomische loser Lekman-vibes maar eens naar het beste liedje van de plaat "Heartbeat Chilli". Een van de meer melancholische momenten, met een eenzame ukelele, doffe handclaps en tekstregels als 'Keep a close watch on this heart of mine'. De rest van de tijd zingt Taylor, die een stem heeft om verliefd op te worden, dansbare indiepop, met de tong stevig in de wang geplant. 'This band is awful, I like 'em an awful lot". Muzikaal gezien klinkt alles heel bekend, als een collecties interpolaties van bekende hits. Hoor ik daar de melodie van "Girls Just Wanna Have Fun"? Een liedje als "Let's Go Swimming" kan zo op If You're Feeling Sinister, toen alles wat de Schotten van Belle & Sebastian aanraakten nog in goud veranderde. Elders wordt ook letterlijk geciteerd, zo combineert afsluiter (en wederom een duet) "What Will Be Will Be" het refrein van "Que Sera, Sera" met Lou Reed's beroemdste baslijn. Het werkt fantastisch en klinkt als de slaperige afterparty van een geslaagd feestje.
File Under: : Zweedse levenslessen losgelaten op Britse klassiekers
File Audio: [Spotify]
Department Of Eagles - Archive 2003-2006
In 2008 gaf Department of Eagles met het uitstekende In Ear Park eigenlijk de voorzet die een jaar later door Grizzly Bear werd ingekopt. Zo blijkt het zij-project van hun zanger/gitarist Daniel Rossen en diens kompaan Fred Nicolaus nog best handig. De talentspotters van de weblogs spitsten alvast de oren en het grote bejubelen volgde met Veckatimest. Department of Eagles als het testlab waar de ideeën borrelen en vroegrijp uitgeprobeerd kunnen worden. Dat idee krijg ik een beetje op dit tussendoortje, waar de archieven opengaan. Nou ja, archieven is een bijzonder groot woord voor een half uurtje muziek. Kwantitatief mag het dan niets voorstellen, kwalitatief is dit mini-album best de moeite waard. Rossen en Nicolaus hebben duidelijk zitten puzzelen op een aangename flow, die ervoor zorgt dat juist de overgangen tot de betere momenten van het album behoren. Als metselspecie fungeren vijf genummerde "Practise Room Sketches", die de gaatjes tussen een handvol 'echte' liedjes vullen. En die klinken vooral als Grizzly Bear, inderdaad. Met name het manische, spookhuisnummer "Bright Minds" is geslaagd. Ander hoogtepuntje is de nerveuze, typische Brooklynse gitaarriff van "While We're Young". Het beste liedje hebben de mannen voor het slot bewaard. "Golden Apple" is heerlijk pluk aan mijn sik-kunstzinnig, met omnineus gehamer op de piano, Peter Hamill-achtige melodramatisch bibberende vocalen en een mooie wending aan het slot.
File Under: Artpop pur sang
File Audio: [Spotify]
Vinicius Cantuaria - Samba Carioca
'Aaa, dee haa dee, dee aa', als je niet goed oplet dan lijkt de Braziliaanse New Yorker multi-instrumentalist Vinicius Cantuaria in het refrein van opener "Paia Grande" de druktemakers-stoornis te bezingen. En als deze man en zijn muziek érgens niets van weg hebben. Samba Carioca is luchtig gevuld met negen gevoelvolle laidback bossa nova-liedjes, die voorbij vliegen als een fris lentebriesje. Niks samba dus, mijns inziens, maar goed, al die wereldmuziek-genres liggen in elkaars verlengde, nietwaar? Cantuaria is een veteraan in het genre én een klasbak pur sang, dus wat het waarschijnlijk een fluitje van een cent om een topcast aan muzikanten te verzamelen. Onder hen producer Arto Lindsay, pianist op leeftijd Marcos Valle en gitarist Bill Frisell, die zich bescheiden opstelt en slechts met warme tonen aan deze aquarellen mee schildert. Meer nog dan de gitaar vormt de door drie verschillende muzikanten bespeelde piano de hoofdmoot van het album. De kabbelende ritmes worden opgeluisterd met tal van jazzy toetsen-improvisaties, die bij vlagen zelfs aan Bill Evans doen denken. Luister maar eens naar "Fugio" of "Berlin" of de eerdergenoemde openingstrack. Hier geldt wat mij betreft hoe minimalistischer hoe beter. Wat omgekeerde gitaartonen, die door het geluidsbeeld zweven, een echo van een ritme en dan maar pingelen. Tijdloze muziek.
File Under: Veni Vidi Vinicius
File Audio: [Spotify]
Andrew Collberg - On The Wreath
Het is een lieve jongen en dat is ie. Zo zou je Andrew Collberg eenvoudig kunnen omschrijven. Zijn folkpop mag dan wereldschokkend noch origineel zijn, Collbergs goedgemutste attitude maakt On The Wreath toch tot een aangenaam kabbelend album. "Clouds Of All Your Rain" zet, ondanks de titel, de toon met zonnige akoestische gitaarakkoorden en tinkelend toetsenwerk. Het is softpop uit het boekje. De Zweed Collberg mag dan in Arizona resideren, dat wellicht de lichte country-touch verklaart, hij doet toch vooral denken aan fluwelen Britse softpoppers als Obi. En dan heb ik het nog niet over het overduidelijk aan The Beatles refererende "Plastic Bows". 'Won't you come out and play?' Een opvallendere en aanmerkelijk zeldzamere invloed is Eels. De melancholie van Mr. E is terug te vinden in de instrumentale begeleiding van "Clementine". Let op dat prachtige outro waar een steel guitar zachtjes huilt. 'And you're breaking my heart every step of the way'. Het zijn dat soort rustigere momenten die het best werken en het hardst aankomen. Voor de wat meer ritmisch georiënteerde nummers als "Bare Back Bones", is Collbergs stem toch wat te iel. Al verrast hij nog wel met "Garbage Day", waar hij door wat galm ineens totaal anders klinkt en in de buurt van Badly Drawn Boy belandt, nog zo'n ambachtelijke songschrijver. Dat muziek niet vernieuwend hoeft te zijn wordt nog een laatste maal bewezen in afsluiter "Make It Right". Het akkoordenschema klinkt absurd vertrouwd, ik meen het bijvoorbeeld bij Phil Cody te hebben gehoord, maar wat doet het er toe als je er zulke fijne dingen mee doet.
File Under: Gewiekst goed met popgeschiedenis
File Audio: [Collberg-Space]
The Books - The Way Out
'Hello, greetings and welcome, welcome to a new beginning', zegt een man bij aanvang van het vierde album van het New Yorkse folktronica-duo The Books. De vertrouwde elementen zijn meteen weer aanwezig, nieuw begin of niet. Fascinerende gesproken woord-samples geserveerd op een bedje van elektronische manipulaties en akoestische snaren. Opener "Group Autogenetics I" zet de toon voor een album vol bizarre flarden uit meditatie-cursussen, iets wat eerder al fantastisch werkte op "It Never Changes To Stop", het beste liedje van hun vorige album Lost and Safe. Het curieuze is dat de nieuwe plaat, ondanks het koor van stemmen dat bezweert dat er 'more space to relax' is, muzikaal aanzienlijk wilder, om niet te zeggen lawaaiiger is. Opmerkelijk vaak wordt er zelfs een four to the floor-beat ingezet, die de boel bij elkaar moet houden. Het lijkt een trend dit jaar, denk maar aan het nieuwe werk van Four Tet en Caribou. In het irritante "I Am Who I Am", dat klinkt als een abstracte verklanking van de Formule 1, weet het duo zelfs als Boys Noize te klinken. Het is lang wachten op de vertrouwde melancholische melodieën. Pas halverwege klinkt in "Chain Of Missing Links" een gitaartokkel die het predicaat 'mooi' verdient. Het is laat, maar net niet té laat. Gedurende de tweede helft revancheren The Books zich. Met mooiere melodieën als begeleiding wordt de luisteraar als vanouds bij de keel gegrepen en krijgen de goeroes, stalkers en kinderen een diepgang die ze eigenlijk niet hebben. Nick Zammuto opent ook zelf de mond, voor het mooiste liedje waarin hij ooit zong. "All You Need Is A Wall" heeft een Shearwater-achtige fragiliteit. Zou het toeval zijn dat juist daar ook de cello van zijn Nederlandse bandgenoot Paul de Jong voor het eerst echt schittert?
File Under: Moeizame intuning, redelijk resultaat
File Audio: [Books-Space]
Hjaltalín - Terminal
Eigenlijk best vreemd. Mijn recensie over Hjaltalin's vorige album herlezend vind ik de kritiek- en ijkpunten nog steeds gelden. Tóch is Terminal een geslaagder en bovenal veel oorspronkelijker werk. De IJslandse groep lijkt op tournee een hele hoop musical-dvd's te hebben bekeken. Of ging de lade stuk net toen The Phantom of the Opera erin zat? Hoe dan ook blijken deze bombastische invloeden wonderwel samen te gaan met hun toch al proggy, rijk gearrangeerde indiepop. De zanger kweelt nog altijd dat het een lieve lust is, maar in deze nieuwe context heeft die 'over the top'-attitude juist iets vermakelijks. Hij wordt ditmaal volop gesteund door een vocaliste, die het bijvoorbeeld in "Feels Like Sugar" flink op een belten zet. Wat een power. Het begint nog net geen mannen te regenen in het refrein. Wat subtielere indiepop-momenten zijn er gelukkig ook. "Stay By You" is mijn favoriete liedje, het heeft een ouderwetse, bijna sullige lichtheid die je ook bij The Beautiful South aantreft. De vogeltjes gaan ervan fluiten. Ook The Divine Comedy is in de wat zwaarder aangezette strijk-momenten niet ver weg. Uiteindelijk is Terminal vooral een uitgelaten album, waarin de band, als voorheen, alle kanten tegelijk opschiet, maar ditmaal de balans weet te bewaren. Het contrast tussen de twee laatste tracks kan niet treffender zijn. Eerst viert men een funky disco-feestje in "Water Poured In Wine" en dan wordt aan de hand van Julie Andrews (of Richard Strauss) een alp beklommen.
File Under: Alles of niets-muziek
File Audio: [Hjaltalin-Space]
Bodi Bill - Two In One
Bodi Bills internationale debuut mag dan Two In One heten, het album toont eigenlijk nog veel meer kanten van dit Berlijnse drietal. Misschien dat ieder van hen twee muzikale zielen heeft. Tel uit je winst. De vrij stevige opener "Be Home Before Dinner" doet nog vermoeden dat we hier met een echte dansplaat te maken te hebben. Het groovet old skool, als Underworld. Maar al in het dit jaar toepasselijk getitelde "I Love Holden Caufield" steekt het pop-element de kop op. En dat doen ze eigenlijk nog een heel stuk beter. Droge, om niet te zeggen lijzige vocalen, die coolheid uitstralen, koude synths en een soepele swing. Een nieuwe Hot Chip? Weer even later is de electronica kortstondig naar de achtergrond verdwenen, enkel een knorrend basje blijft over, in een gevoelig indiepopliedje, waarin ook een meisje zachtjes mee mag zingen. Dan zijn we pas op eenderde en u moet maar op mijn woord aannemen dat het ook daarna variatie troef is. Laat ik er nog twee uitlichten. "Traffic Jam" heeft een nogal koddige tekst over de nadelen van, nou ja, filerijden dus, maar ondertussen zit het muzikaal weer uitgekiend in elkaar met melodramatische gebroken piano-akkoorden (Coldplay!) en dito viool. Voor de plaat in een depressief middendipje dreigt te vallen, haalt het drietal nog even soulvol uit. "One Or Two Ghosts" klinkt alsof men een dagje op bezoek is geweest bij Jamie Lidell. Of was die inmiddels weer uit Berlijn vertrokken? In elk geval wordt er uit de tenen 'I need your love' geperst, terwijl de beat ondertussen lekker Autechre-achtig hakketakt.
File Under: Geen moment verveling
File Audio: [Bodi-Space]
Little Annie & Paul Wallfisch - Genderful
Dit excentrieke duo vermaakte twee jaar terug met een album waarop de kleine zangeres Annie begeleid door pianist Paul al raspend louche cafécovers zong. Groot is dan ook de verrassing wanneer Genderful opent met spacy synthesizers! Wallfisch heeft zich ditmaal uitgeleefd in de arrangementen én in eigen materiaal. Dat pakt in die vreemde opener ""Tomorrow Will Be" nog goed uit. Little Annie zingt niet, ze 'ramblet' aan een stuk surrealistisch door, waarbij ook de ultieme plek voor dit soort liedjes langskomt; Coney Island. Ze lijkt zo Lou Reed of Van Morrison wel. 'Tomorrow will be choreographed by Bob Fosse'. De rest van het album blijkt dit begin echter een blessing in disguise. Het lijkt wel alsof Annie gevangen is genomen door die parlando-stijl. De indruk ontstaat dat ze helemaal niet meer zingt. Soepele zanglijnen verzinnen is nog niet zo eenvoudig. Eigenlijk zijn er maar twee andere goede liedjes. "Suitcase Full Of Secrets" heeft de melancholie van Lambchop, in een arrangement met strijkers en bescheiden, maar soulvolle gitaar. Richting het eind van het album duiken we als vanouds terug de kroeg in met het aan Closing Time van Tom Waits herinnerende "Carried Away". 'How wonderful you must've been before you got broken.' Ook het arrangement is op amusante wijze kapot gemaakt, met drums en gitaren die totaal ergens anders lijken opgenomen. Het werkt toch. Dat geldt niet voor de meeste andere liedjes, waar de pianomelodieën vervelen en Annie wat vermoeiend wordt. "Cutesy Bootsies" moet een soort Randy Newman-satire zijn, over vervelende rijkeluiskindjes op vakantie in verre landen. Maar het is Annie die irriteert als oude zeurkous. Jammer.
File Under: Soms grappig, vaak flauw
File Audio: [Little Annie-Space]
Sutcliffe - Mom, Where Are The Seahorses?
Dit wordt een recensie waarin ik van niets iets probeer te maken. Zelden een band gehoord met zo'n onduidelijk profiel. Nu helpt het niet dat Mom, Where Are The Seahorses een tussendoor-plaat is, waar enkele nieuwe tracks worden afgewisseld met remixes en 'vocal interpretations'. Dat laatste is een hint, want in haar normale hoedanigheid is het Duitse Sutcliffe een instrumentaal genreloos outfit. In het vrij stevige, springerige "Sonic Twist" neigt het nog wat naar Tortoise, maar als elders een accordeon en Morricone-mondharmonica opduiken, ontpopt Sutcliffe zich als een soort suffige postrockband voor feesten en partijen. Pseudo-intellectuele liftmuziek, met aardige, luie gitaarsolo's, ietwat vergelijkbaar met de Italianen van Ronin. Singer/songwriter Phil Vetter helpt de band in opener "From Blue To Green" een handje met zijn fraaie Stuart Staples-croon. Zonder meer de meest geslaagde 'cut' van het album. De eerste remix, van ene Teleplay, is nogal typerend. De compositie sleept zich bijna vier minuten als vervelende, gedemonteerde krautrock voort, om dan toch nog met een fris idee te komen, in de vorm van een trancy strijktapijtje, waardoor ook de hi-hat, ineens gaat tinkelen. Dat geldt ook voor de belletjes in "D. Sensualization", waar remixer Laszló Bertholini, het tempo opkrikt voor een leuke New Order-groove. Zo luistert deze gevarieerde collectie bij vlagen best lekker weg, maar heeft het uiteindelijk toch de diepgang van een pierebadje. Me dunkt, een vergelijking op gepast niveau.
File Under: Zouden ze zelf een idee hebben?
File Audio: [Sutcliffe-Space]
Sage Francis - Li(f)e
'He knows what he's done was wrong/he knows his father don't got long/He's not a fugitive on the run/He's not dangerous, he's our son!' Ik moest toch even aan Joran denken, als Sage Francis vanuit het oogpunt van de moeder deze tekst rapt in "Little Houdini". Een soort mini-melodrama over een ontsnappingskunstenaar. Uit de gevangenis wel te verstaan. Sage Francis geldt als een van de voorvaderen van het indierap-genre. Zo begint deze opener met hulp van Jason Lytle als een Radiohead-ballade, om dan op een orgel-groove over te gaan. Niks strakke hardcore beats dus. Het gaat van punk naar folk, schiet kwalitatief alle kanten op en wat voor begeleiding er ook klinkt, Sage Francis rapt stug door. Na de fictieve opener graaft Francis zich weer autobio, iets wat hij vanaf zijn uitstekende debuut Personal Journals al goed kon. Ditmaal is hij vooral in het rustigere middengedeelte van Li(fe) goed op dreef. Eerst muzikaal in "Polterzeitgeitz" dat een tinkelende piano combineert met een slidegitaar. Het liedje heeft de zonnige sfeer van Blackalicious' Blazing Arrow, althans bij aanvang, want na het opgewekte begin kan de meestal duister gestemde Francis het niet laten om er alsnog wat woede en noise in te gooien. "The Baby Stays" is het hoogtepunt van het album en het soort nummer dat je alleen bij Sage Francis aantreft. Hij rapt er over een nagenoeg percussieloze begeleiding, dat met folky viool, banjo en flarden kinderstemmetjes klinkt alsof het door The Books is geschreven. Al even verrassend is de hartverscheurende slottrack, waar vanaf de openingsbelletjes Sigur Rós de muziek lijkt te verzorgen. Inclusief engelachtig koortje. Sage Francis vertelt ondertussen over zijn piekerende, eenzame jeugd. 'I used to wonder if I lived to see twelve'. Om er dan meteen, typisch voor zijn rusteloosheid, aan toe te voegen: 'When I did i figured that I was immortal'. Kippenvel.
File Under: Grillig en heerlijk eigenzinnig
File Audio: [Spotify]
Great Lake Swimmers - The Legion Sessions
Afgezien van een foto is de alt. country band Great Lake Swimmers nog niet langsgekomen op File Under. En dat is jammer. De Canadezen onder leiding van Tony Dekker hebben namelijk sinds hun titelloze debuut uit 2003 een sterke opgaande lijn te pakken. Dat resulteerde vorig jaar dankzij de wetten der logica in hun beste album tot nu toe. Op Lost Channels bereikte songschrijver Dekker een verbluffende luciditeit in zijn ijle melodieën. Hemels gezongen en van een verslavende eenvoud. Ter gelegenheid van afgelopen Record Store Day ligt er nu een typisch (wel spotgoedkoop) tussendoortje in de winkel. En eigenlijk is het minder dan dat. Ik had best zin in een live gespeeld carrièreoverzicht, waarin ze bij voorkeur ook oude liedjes als "Moving Pictures, Silent Films" uit zouden voeren. The Legion Sessions bevat echter alleen werk van eerdergenoemde album. Opgenomen voordat ze op tournee vertrokken, klinkt deze ep dan ook werkelijk als een warming-up. De akkoorden worden af en toe wat stroef aangeslagen en Dekker's stem bibbert nog een beetje. De Great Lake Swimmers staan bekend om hun excentrieke opname-locaties, zo maakten ze ooit een plaat in een silo. Wat dat betreft stellen ze conceptmatig niet teleur. Voor The Legion Sessions werd gekozen voor een Steve Albiniaans hol klinkende veteranenzaaltje, gerund door voormalig Canadees militair personeel. Te horen zijn die echter niet. Wat overblijft zijn negen sterke nummers, waaronder bijvoorbeeld het hartverscheurende "Stealing Tomorrow". Een van de weinige nieuwe inzichten komt in het door prominente contrabas opgeluisterde "Everything Is Moving So Fast"; Het is een kwestie van tijd voordat Norah Jones een liedje van Dekker opneemt.
File Under: Lost Channels voor halve prijs op halve kracht
File Audio: [Great Lake-Space]
The Bear That Wasn't - And So It's Morning Dew
De Belg Nils Verresen, de opperbeer van dit gezelschap, heeft zijn kompas kundig afgesteld op alles wat hip is in indie-kringen. Misschien wel iets té goed. Op And So It Is Morning Dew ontpopt hij zich als een Belgische versie van zijn IJslandse soortgenoot Seabear. Stem en sound en zelfs de vaak lange absurde songtitels hebben zonder meer die IJslandse feel. Waar Seebear eerst nog met elektronica stoeide is Verressen maar meteen als volbloed-folkie begonnen. Met zachte babybilletjes-stem zingt hij zijn lieve wiegeliedjes. Gevoel voor melodie kan de man echter bepaald niet ontzegd worden. Het scherp aangezette en tegelijk grappige refrein in "Headphones" is bijvoorbeeld bijzonder geslaagd en hetzelfde geldt voor "Winterwandering". 'And in between these movie scenes there was static emerging on the tv screen, so we keep remembering the good parts'. "We've Come Bearing Gifts" is de te verwachten griezelig perfecte Sufjan Stevens-pastiche, die zo op Seven Swans had gekund. Zelfde stembuigingen en een muze op de achtergrond die zachtjes meefluistert. Een stuk eigener is hoogtepunt "Apple Sour", met een fraai ijle cello en het mooiste tokkel-intro. In het laatste kwart van de plaat valt dan nog een laatste invloed op. Bij oppervlakkige beluistering lijkt daar tot drie keer toe uit Damien Rice's 0 te worden geciteerd. Zelfde dynamiek, met rommelige strijkers en zwierende drums en langzaam toenemend pathos in de vocalen. Maar waar Rice daar excelleerde in het schaamteloos open zetten van alle sluizen, blijft onze beer nog wat vastzitten in de klei.
File Under: Honingzoete inspiratie
File Audio: [Spotify]
The Smell Of Incense - A Curious Miscellany
De bands verschillen muzikaal als dag en nacht van elkaar, maar toch hebben de Noorse hippies van The Smell Of Incense wat met de Tindersticks gemeen. Van beide blijkt het allereerste singletje hun beste liedje te bevatten. A Curious Miscellany is een vergelijkbare curiosa-verzamelaar als Donkeys van de Britten en waar daar "Patchwork" schitterde is het hier de meer dan vijftien jaar oude opener 'The Smell of Incense'. Een obscuur sixties-covertje, waar de wierookwalm inderdaad vanaf dampt. Joints en sitars in de aanslag! Lekker ploinken en dronen, maar ondertussen die oude Britse rocksfeer niet vergeten. 'Brimful of Asha on the 45', zeg maar. Zwaar accent in de klagerige vocalen, aandoenlijk kneuterig gezongen. Echt de moeite waard om eens op te zoeken. Gelukkig keren de Oosterse instrumenten nog vaak terug, want ze tillen dit bandje nipt boven oefenhok-status uit. Dat geldt niet voor de vermaledijde vocaliste die helaas ook een flink aantal nummers in mag zingen. Wat een onaangename boerentrien. 'Why did I get so high, just to fall from the sky', kweelt ze. Gelukkig blijven de gitaarmelodieën en suizende vliegende tapijt-solo's op niveau, maar dat mag ook best als je ze onder meer van The Incredible String Band leent. The Sweet Of Incense hebben er plezier in en deze luisteraar met hen. Het zijn net typetjes uit een Aki Kaurismäki-film, waarin ook vaak door volkomen onhippe figuren oude krakers worden gezongen. 'I am allergic to flowers, haha hatsjoe!' Ik zeg proost.
File Under: Trippen met een grote glimlach
File Audio: [Smell-Space]
Pernice Brothers - Goodbye, Killer
Het was een tijdje stil rond deze smaakmakers van het indie-americana genre. De vorige studio-plaat van Joe Pernice en co stamt uit 2005, waarna nog wel een live-album en een roman volgden. Op het ultrakorte levensteken Goodbye, Killer ontstaat de indruk dat voorman Pernice heeft geworsteld met persoonlijke demonen. Dat blijkt niet alleen uit een titel als "The Great Depression", het valt al meteen op in de vocalen. Waar de groep vroeger uitblonk in wonderschone vocale partijen, waar eindeloos aan geknutseld leek, klinkt Pernice nu een heel stuk rauwer, alsof hij alles in één keer op band heeft geslingerd. Weg zijn de ambachtelijk gestapelde laagjes, hier zingt hij af en toe zelfs pijnlijk vals! Het is even wennen, maar de liedjes zijn er zeker niet van op achteruit gegaan. Al meteen in opener "Bechamel" klinkt een sprankelende elektrische gitaarsolo en om "We Love The Stage" mag zelfs gelachen worden. Het is zo'n typische country-klaaglied over de nadelen van het artiestenbestaan. Lyle Lovett had laatst ook al een mooie op zijn nieuwste album. Pernice komt met leuke one-liners als 'my boy thinks I am his uncle, there's a dog who never knew my smell (it's just as well)'. In het midden gaat het album de diepte in en worden de demonen geconfronteerd in de pijnlijke titeltrack. 'Goodbye kiler, goodbye Joe'. Joe moet er wat vaker op uit en besluit "The Great Depression" met de optimistische mantra 'I never wanna die'. Het beste liedje is voor het laatst bewaard. Het heerlijke "The End Of Faith" heeft de eeuwenoude eikenhouten tint van een Ierse pub die je ook bij James Yorkston aantreft. Een later engelachtig meegeneuried gitaarpatroon dat langzaam omhoog kringelt en Pernice die zijn stem hervindt. 'She woke me up, I thought she was the sun'.
File Under: Doorzetten wordt beloond
File Audio: [Spotify]
Steve Mason - Boys Outside
Als iemand me zou vertellen dat Steve Mason de bassist is van Depeche Mode, die na jaren op de achtergrond nu zijn solo-debuut uitbrengt, had ik het geloofd. Zeker in het vrij zwakke openingsnummer "Understand My Heart" klinkt Boys Outside als spielerei van een veteraan. Nu is Mason dat ook wel, maar zeker geen uitgebluste. Hij lijkt zelfs nog ambities richting het grote publiek te koesteren, want waarom zou je anders de hippe Richard X inhuren, bekend van o.a. de Sugababes. Zou de man fan zijn van Masons vroegere Beta Band of moest laatstgenoemde een extra hypotheek op zijn huis nemen om dit alles te bekostigen? Het levert in elk geval resultaat op, want na de opener volgen slechts hits. Overal heerlijk gladde refreintjes, balancerend op de rand van té gemakkelijk, maar nog net aan de goede kant van de lijn. Hier geldt hoe ijler hoe beter, zeker als Masons toch al zalvende stem in duet gaat met zweverige synthesizers. "Am I Just A Man" klinkt als de moderne New Order en "The Letter" heeft stiekem, tussen alle drummachines, een rock-versnelling die Snow Patrol of Coldplay ook hadden kunnen bedenken. "Lost & Found" is met al zijn larmoyante melodrama misschien wel het lekkerst. 'I am a lost and found at the base of the river' croont Mason zwoel, terwijl Richard X de piano's theatraal laat galmen en echoën. Patrick Wolf had het niet beter gedaan.
File Under: Goed fout als een smeuïge jaren '80-film
File Audio: [Steve-Space]
Lonely Drifter Karen - Spring Of Fall
Zou het niet leuk zijn als deze groepsnaam steeds iets zou worden aangepast, al naar gelang de stemming van het album. Happy Drifter Karen zou dit keer gekund hebben. Eenzaam is de Oostenrijkse frontvrouw, die helemaal geen Karen heet, allang niet meer. Haar uit alle windstreken afkomstige begeleidingsband treedt steeds nadrukkelijker op de voorgrond. Er is duidelijk veel werk in de jazzy arrangementen gestoken, van haar aan de basis eenvoudige akoestische gitaarliedjes. Dat gaat meestal goed en geeft de vaak wat te makkelijk weghapbare melodieën net even een extra sprookjesachtig laagje mee, die je ook wel bij het elfje Emiliana Torrini aantreft. Met de IJslandse zangeres deelt Tanja Frinta een vergelijkbaar Engels accent, luister maar naar afsluiter "Seeds". Het is jammer dat net het in potentie beste liedje "Show Your Colours" verknald wordt. Het goed opgebouwde nummer kabbelt na een zonnig, haast Hawaiiaans intro, met wat tiktakkende Beach Boys-percussie op de achtergrond, richting een superieur zoet refreintje, waar Van Dyke Parks en Clare & The Reasons tevreden bij knikken. 'Soon Paris will be singing'. Ik zwijmel weg tot plots de Zeven Dwergen langskomen! Irritant melig fluitend, op de terugweg naar Sneeuwwitje na een dagje hard werken. Hoe zonde. Prompt ergerde ik me ook aan de kerkklokken in "Russian Bells", wat verwachtte ik dan met zo'n titel. Terwijl ook dáár het Badly Drawn Boy-achtige intro en theatrale refrein eigenlijk gewoon heel mooi zijn. Laten we het er maar op houden dat Lonely Drifter Karen vergeleken met de hier genoemde namen een verdienstelijke subtopper is.
File Under: Lieve liedjes die nog wel een snufje zout kunnen gebruiken
File Audio: [Spotify]
Nada Surf - If I Had A Hi-Fi
De muzikale voorkeur van Nada Surf en ondergetekende komt teleurstellend weinig overeen. Volgens uw recensent dan. Niemand verwacht bij het uitbrengen van het toer-excuus tussendoortje dat ze cover-album noemen een meesterwerk, maar nadat ik gretig de tracklist bestudeerde moest ik concluderen dat er geen enkel nummer opstond waarnaar ik vooraf benieuwd was. De grootste hier uitgevoerde hit is Depeche Mode's "Enjoy The Silence", waarvan de mannen een ietwat komische up-tempo versie doen, die ze nog wel iets scherper aan hadden mogen zetten. Een andere grote naam is "Love And Anger" van Kate Bush, wat muzikaal die sprankelende, weer volop aanwezige, Nada Surf-lichtheid combineert met de fraaie tekst. Muzikaal gezien komt de band het best uit de verf in "Electrocution", wat niet toevallig de opener zal zijn. Het liedje werd geschreven door de obscure Bill Fox. Toch eens zijn garagebandje The Mice checken, want deze jangly Alex Chilton-achtige vrolijkheid smaakt naar meer. Een andere mooie vondst is de combinatie van Arthur Russells intieme "Janine" en Dwight Twilleys "You Were So Warm", die zowel muzikaal als tekstueel perfect op elkaar aansluiten. Echt verrassend zijn twee manmoedige pogingen tot andere talen. Het Spaans in Mecromina's "Evolucion" wil nog niet zo lukken, maar het Franse "Bye Bye Beaute" van fille fragile Coralie Clément is op een knullige manier ontzettend lief. Een hit op de Franse radio, zou dat niet leuk zijn?
File Under: Nada Surfs guide to popular music
File Audio: [Spotify]
Fol Chen - Part II: The New December
Komen ze poppy en dus toegankelijk uit de hoek, weet het anonieme collectief van Fol Chen me nog op het verkeerde been te zetten. Eerst leek het korte The New December nog wat lastiger te doorgronden dan voorganger John Shade, Your Fortune's Made, waar overigens vrij weinig van is blijven hangen. De liedjes leken ditmaal gestript van alle ballast, tot er alleen soort holler-beats voor hinkel-spelletjes overbleven. Maar met elke luisterbeurt viel de elementen meer op zijn plek, als een pop-up-prentenboek dat je openslaat waarna voor je ogen een bouwwerk verschijnt. Sterker nog, ik weet al niet meer waar ik dat hele minimalisme-verhaal vandaan haalde. The New December is catchy, vrolijk en heel geslaagd. Waar de plaat, toch niet voor niets Part II geheten, nu precies overgaat ontgaat me wel, ondanks het raadselachtige science-fiction verhaal in de liner notes. Muzikaal gezien valt het album in tweeën uiteen, net zoals de vocalen ook weer afwisselend door beide seksen worden gezongen. Er is een trits tracks waarin Fol Chen lijkt te zijn geïnspireerd door moderne hitparade R&B. "It Ruins" klinkt door de oriëntaals aandoende synthesizers en 'wooh'-kreetjes als de Timbaland-producties voor Björks Volta. Het refrein in "C/U" hoor ik Justin Timberlake ook wel zingen. 'I like to see you from a million miles away'. Daartegenover staan indie-liedjes als het Pinback-achtige "Men, Beasts Of Houses" en het Bauereske en ontzettend lieve "Adeline (You Always Look So Bored)". In de atypische titeltrack die het album afsluit komt er plots twang bij kijken met zowaar een steel guitar en bliepjes die als een muziekmobile voor boven de wieg eeuwig door mogen gaan. De fluit die tegen het eind invalt maakt het pittoreske plaatje helemaal af.
File Under: In een half uur een geheel eigen wereld gebouwd
File Audio: [Chen-Space]
Xavier Rudd - Koonyum Sun
Xavier Rudd is een gepassioneerde man met een missie en dat slag mensen weet van aanpoten. Koonyum Sum is zijn zesde studio-plaat in negen jaar. Ik kende tot op heden alleen Food In The Belly, een aardige, bescheiden singer/songwriter-plaat, waar het inzetten van de didgeridoo iets van een gimmick had. De eerste zeer rake klanken van dit album kondigen echter heel andere, grotere daden aan. 'I've seen babies begging, scratching 'round for food to eat' zingt Rudd begeleid door etherische gitaarklanken. Hij lijkt Paul Simon wel! En dit is zijn poging tot Graceland. Ook hier invloeden uit alle hoeken van de wereldmuziek. Meteen na dat prachtintro valt bijvoorbeeld een diepe dub-baslijn in. Later komen ook de verwachte aboriginal-chants en didgeridoos weer langs. Nog veel mooier en samen met de opener het meest geslaagd zijn de Indiase klanken van het bedachtzame "Soften The Blow". Zoemende sitars, snaren die gevoelig hun weg zoeken in Arabische toonladders en een huppelend zouk-achtig drumritme zetten de toon voor Rudd's beste kippenvel-opwekkende vocalen. 'The winds they blow southeast now, cool things down, cool things down'. Australië als hellhole waar de klimaatverandering alles drooglegt. Een pijnlijk beeld. Maar Rudd is geen pessimist, hij is een activist. 'We must all stand together now'. 'There's been more rain this year and the country's growing strong'. Verandering! Voor hemzelf zou dat ook wel 'ns kunnen gebeuren, want Koonyum Sun is een lekker album van een grote toegankelijkheid. Voor je 't weet schalt Xavier Rudd uit de speakers van duizenden huishoudens, waar de mama's normaal naar Sting luisterden. Het zou zomaar kunnen.
File Under: Het hart én de noten op de juiste plek
File Audio: [Spotify]
Ganglians - Monster Head Room
Dit moeten relaxte gozers zijn. De sfeer op Monster Head Room is heerlijk laconiek, om niet te zeggen lui. Het album klinkt grotendeels alsof het is opgenomen langs de rand van een bosmeertje, waar het kwartet eerst de hele dag heeft zitten blowen, om in de namiddag bij het kampvuur de gitaren tevoorschijn te halen en aan het jammen te slaan. Dat zowel vocalen als de eenvoudige akoestische akkoorden een beetje vals zijn, merkt niemand meer op zo'n moment. Teksten: onbelangrijk. 'Things aren't the same since the sun ran away with the moon'. Krekels en andere fauna doen een poging de muziek te overstemmen en als een van de Ganglians zich uitrekt en woelend in het gras gaat liggen drukt hij met veel gerommel (bijna) de stekker van de opname-apparatuur eruit. Als tijdens het barbecueën het bier tevoorschijn komt dan slaat de stemming om. Dansend en schreeuwend als indianen gaan de jongens uit hun plaat. De gitarist probeert in "Violent Brave" een riff die hij ooit uit een boekje van Happy Traum heeft opgepikt. Was dit nou van The Who of The Kinks? Het lijkt eigenlijk ook "The Seed" van The Roots wel. Cool! Terug thuis van het tripje luisteren de mannen de uren aan gemaakte opnamen. Er wordt besmuikt gegniffeld. Kunnen we niet nog wat serieuzers opnemen, dan zetten we dat aan het begin. Jij zat toch ooit in een kerkkoor? Het resultaat is een redelijk gefocust en erg leuk eerste kwart waar de Ganglians met een hoop vette galm Ariel Pink en Animal Collective combineren tot een up-date van The Beach Boys. En wat voor teksten krijg je dan? 'I can't seem to shut myself up about this girl named Candy Girl'!
File Under: Echte ongelikte Grizzlyberen
File Audio: [Spotify]
Christian Prommer - Drumlesson Zwei
Hoes en titel van Drumlesson Zwei wekken nogal foute associaties op. Bestiert Christian Prommer soms een eenmansversie van de Slagerij van Kampen? Dat valt op dit juist opvallend ingetogen album gelukkig mee. Sterker nog, in opener "Sandstorms" tikt Prommer op zo'n klein dof trommeltje dat hij eerder op de plaatselijke straatmuzikant lijkt, die er altijd heel fanatiek onverstaanbare teksten bij improviseert. Zou de medeproducer van dienst, de bekende Peter Kruder, dan een vriendendienst verrichten en wat b-kantjes ter beschikking hebben gesteld? Ook dat blijkt een onterechte verdenking. De echte dance-kenner was al aan het hoofdschudden geslagen, want inderdaad, het duo doet hier iets aparts. Ze halen klassiekers van onder meer Carl Craig en Laurent Garnier (een zeer geslaagde "Acid Eiffel") door de mangel en komen met een vreemd soort akoestische jazzdance tevoorschijn. Nee, dit is geen stroperige lounge, maar ondanks het getrommel ook volstrekt geen dansvloermateriaal meer. Eerder mood music geschikt voor nachtelijke snelwegavonturen. Beluister "Sleepy Hollow" en voel je een spion in een b-film. Er kan ook gelachen worden, of zou ik de enige zijn die een nieuwe versie van Jarre's "Oxygène" nogal koddig vind. Toegeven, het blijft een lekker tinkelende melodie. Desondanks klinkt afsluiter "Sandcastles" heel wat hipper. Soezende piano-akkoorden en repetitieve gitaaraccenten spelen elf minuten tikkertje, bijeen gehouden door de beat als een hartslag die tot rust komt na een nachtje doorhalen.
File Under: De nachtwacht doet nachtkrakers
File Audio: [Spotify]
Rosa Ensemble - No Ark Dead Eel
Om die maar meteen in te koppen. Het Rosa Ensemble rechtvaardigt in de openingstrack haar subsidie van het Nederlandse fonds voor podiumkunsten, door een Beefheartiaans kattengejank-stuk van de ongetwijfeld hooggeleerde componist Martin van Bergeijk uit te voeren. Experimenteler dan dat wordt het gelukkig nergens en zo kunnen we No Ark Dead Eel in in de toekomst gewoon bij het tweede nummer beginnen. En daar wordt alles met de entree van Esther Mugambi op vocalen ineens heel aangenaam. Ze babbelt als een van de buurtgenoten van Charles Spearin, waar de begeleidende muziek, zo tussen jazz, pop en moderne sferen, trouwens ook veel van weg heeft. Gaandeweg de plaat blijkt Mugambi ook aandoenlijk te kunnen zingen. Zo weet ze samen met Jeroen Kimman op gitaar, in "Mad On Rocks 2", als het helaas ter ziele gegane Seedling te klinken. Bandleider en multi-instrumentalist Daniel Cross mag dan de meeste composities aandragen, het is eerdergenoemde Kimman die het hoogtepunt van het album verzorgt. "White Keys, White Legs" is bijna té goed, in de zin dat alles ervoor naar dat langste nummer toe lijkt te werken. Na een zoekend jazzy intro, waar de muzikanten even hun grepen lijken te oefenen, zet een combo van piano-gitaar een wonderschoon pulserend motiefje in. Denk aan Steve Reich, het Kammerflimmer Kollektief en, in het fladderende middenstuk, Sufjan Stevens. Mugambi begeleidt dit alles met bizarre teksten. Zo begint ze met zich af te vragen wat het nut is van 'wank guitar' en waar de dansende meisjes zijn. Nog mooier en op een absurde manier emotioneel, wordt het aan het eind als ze als een Kraftwerk-robot 'Tour de France' en 'internet' zingt. Geen idee waarom het eigenlijk werkt, maar zo hoort het ook natuurrlijk. Diepzinnig en uniek.
File Under: Voorbij het begrijpen
File Audio: [Rosa-Space]
Nanuh - Scars
De lelijke klinische hoes van Scars doet vermoeden dat de Zweedse producer Lars Söderberg aka Nanuh trance voor de massa maakt. Klopt niets van. De multi-instrumentalist heeft zelfs een verleden in death metal en jazz, maar toch klinkt hij op dit wat futloze album aarzelend. Als Tiësto die het eens (en voor het eerst) met "echte" liedjes probeert. En er ook nog bij zingt! Geen rechtdoor stampende beats meer, maar lichtjes door drum 'n' bass beïnvloedde patronen, waar geen greintje funk in zit. De drukke melodieën zijn dan weer eerder proggy, bestrijken een enorm spectrum, wringen desondanks nergens, maar soepel is anders. Nanuhs beste kant blijken vrij opmerkelijk de catchy refreintjes, waarin hij vaak een ijle falset-stem opzet. Goed voor een trippy Gorillaz-sfeer. De teksten zijn dan weer wel lachwekkend. 'I'm afraid of fire, I'm afraid to get burned'. Ja, wat anders? Het beste en meest intense liedje is het indierock-georiënteerde "11:11", dat een spannende en lange aanloop neemt richting een vocaal gedeelte, dat zonder omhaal van Radiohead is gejat. Het nummer had met de melodramatische piano-akkoorden zo op Amnesiac gepast en is stiekem toch wel geslaagd. In het tekstboekje lees ik ondertussen hoe Söderberg de (ook al Zweedse) softwarebouwers Propellerheads bedankt. Het technisch perfect in elkaar stekende Scars klinkt inderdaad eerst en vooral als een collectie demo's die de mogelijkheden van programma's als Reason en Rebirth illustreert.
File Under: Muziek voor reclames en tv-reportages
File Audio: [Nanuh-Space]
Songdog - A Life Eroding
Het Welshe trio Songdog maakte twee jaar enorm veel indruk op me met het haast literair te noemen meesterwerk A Wretched Sinner's Song. Zanger Lyndon Morgans is zonder enige twijfel een van de beste tekstschrijvers in het huidige poplandschap. 'There's a hole in my life, in the exact shape of you', grapt hij hier en wij zijn eveneens blij dat hij terug is. De muzikale omlijsting van zijn penpareltjes is ditmaal zowel gladder als weelderiger dan voorheen. De akoestische gitaar piept en kraakt helaas nauwelijks meer en de accordeon klinkt af en toe zo helder dat ik een 'Ici Radio Tour de France'-flits verwacht. Morgans lijkt zich vocaal wat in te houden. (Hij kon soms wat larmoyant uit de hoek komen). Ook de strijkersarrangementen zijn opvallend netjes. Zo klinkt "Elaine" als Tindersticks, met een snufje Calexico in de western-blazers. Het is mij iets te afgerond, als een gedistingeerd kamerpopgezelschap. Niet dat daar nu per definitie veel mis mee is, zo bewijzen "Gene Autry's Ghost" en "An Old Man's Love". Twee hoogtepunten voor liefhebbers van Lambchop, met delicate gitaarlijnen. 'I've been coming here so long, you know my money's good', opent Morgans in het sublieme intro van laatstgenoemde. De trucker en de hoer en de moeizame queeste naar intimiteit. Het aloude hoofdthema. Soms met gevaar voor eigen leven en dan lig je door toedoen van de nieuwe vriend van je ex op de stoep voor de kebabzaak. Veiliger is het te dromen over toekomstige trouwpartijen. 'I'll kiss you all along your spine'.
File Under: Oude liefde roest niet
File Audio: [Spotify]