Motel Mozaïque 2010 – Zaterdag Achteraf

Als ik op zaterdagavond het Schouwburgplein oversteek hoor ik vanuit de 3voor12-kerk de klanken van de toeters van Benni Hemm Hemm. Ik versnel mijn pas en sta enkele minuten later in de Watt voor het eerste optreden van de tweede avond Motel Mozaïque. Voor een redelijk gevulde zaal begint Everything Everything uit Manchester aan hun set. De band heeft er duidelijk zin in en de zang van beide voormannen is zo hoog dat zelfs de bassist een capo op z’n instrument nodig heeft. De muziek is een mix tussen Wild Beasts en Delphic en wordt absoluut origineel en strak uitgevoerd. Tegen het einde van het concert van Everything Everything besluit ik om nog een stukje Noah and the Whale mee te pikken in de Schouwburg. De sfeer in de grote zaal is net zo lamlendig als bij Mumford & Sons en beide bands zijn redelijk vergelijkbaar. Noah and the Whale hebben wel iets meer pit, maar na drie nummers houd ik het voor gezien.
Everything Everything


mij=Door: Blink. Foto's: Reinier en Riny
In de kleine zaal begint even later de band Eagle Seagull uit Nebraska aan een geforceerde set. De band is net uit het vliegtuig gestapt en is naar eigen zeggen 'supertired'. Dat weerhoudt de band er niet van om met hoge mate van overdrijving de ene na de andere aalgladde compositie te spelen. De zanger lijkt een liefdesbaby van Dave Grohl en Keith Caputo en is prima bij stem, zelden zo'n goed verstaanbare zanger gehoord bij een concert. De blonde toetseniste met poppengezichtje staat quasi-verveeld naast hem te kijken en zingt zo nu en dan wat nonchalante achtergrondzang. Muzikaal hangt het ergens tussen de Killers en Pulp in, maar dan nog een stukje gladder. Leuk, maar tevens bijzonder vergeetbaar.
Eagle Seagull
Wat ik niet snel zal vergeten is het gitaarspel van Kaki King. Bij iedere beginnend gitarist zal de moed in de schoenen zinken zodra hij deze jonge Amerikaanse ziet spelen. Het zijn niet alleen de enge lange nagels aan haar rechterhand of de vreemde manier waarop ze de akkoorden van bovenaf aanslaat, het is vooral de enorme snelheid en virtuositeit die er van afstraalt. Zingen lukt nauwelijks omdat ze haar stem vrijwel geheel kwijt is, maar de instrumentale nummers boeien genoeg vanwege het ongelooflijk knappe spel. In een vormloze spijkerbroek en t-shirt en met een non-kapsel verbant Kaki King alle beginnende gitaristen waaronder ondergetekende genadeloos naar het eeuwige oefenhok.
Minder power maar wel meer sfeer is er in de grote zaal van de Schouwburg, bij Angus & Julia Stone. In een soepjurk en op blote voeten leidt Julia het publiek een jaar of veertig terug in de tijd. Fleetwood Mac anyone? Opvallend is dat het muisstil is in de grote zaal en het publiek echt uit Julia's hand eet. Ieder met kinderstemmetje gebracht grapje wordt met bulderend gelach ontvangen. Zelfs een flauwe cover van “You're The One That I Want” uit Grease maakt de toehoorders razend enthousiast. De cover was helemaal niet nodig want de eigen nummers van de familie Stone zijn stukken mooier. Bovendien is het onmogelijk om niet als een blok te vallen voor de charmes van Julia en haar band.
Band of Horses
Om nog wat in de retrosferen te blijven besluit ik nog een staartje van het concert van Band of Horses mee te pikken. Voor een uitzinnig publiek in Watt speelt de band vol overtuiging de 'hits'. Een geweldige rol is weggelegd voor de pianist. Dit is gitaarrock zoals God gitaarrock bedoeld heeft. Van de gitaarhemel van de Band of Horses is het een trapje af naar de dubhel van King Midas Sound. Een lelijke vent ('The Bug') staat aan de knopjes een snoeiharde beat te produceren en na een minuut of tien krijgt hij hulp van Roger Robinson en ene Hitomi op rap en zang. Het geluid is beroerd maar er is geen betere plek te bedenken voor deze compromisloze urban set dan de bedompte kelder van Watt. Heerlijk.
Nicolai Dunger
Van extreme herrie loop ik naar extreme rust bij Nicolai Dunger in de kleine zaal van de Schouwburg. Het publiek zit op de grond en achterin de zaal liggen zelfs mensen languit met de ogen dicht. Onduidelijk is of ze in stilte liggen te genieten of gewoon in slaap zijn gevallen van de muziek van de singer-songwriter. Dunger zelf vindt het allemaal best, geroutineerd speelt hij zijn nummers en de enige beweging op het podium is het wandelingetje tussen gitaar en piano. Ik ga zelf tegen de muur zitten, sluit mijn ogen en probeer me mee te laten voeren op de muziek van Dunger. Maar helaas, ook bij mij overwint de slaap.
Acht uur later word ik wakker in mijn eigen bed met een vage herinnering aan een man met gitaar op een podium. En een festival in Rotterdam. Een festival dat er opnieuw in geslaagd is een gewaagde en interessante mix van muziekstijlen neer te zetten. Op naar Motel Mozaïque 2011!

3 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Terug naar boven