Fu Manchu – In Search Of

Fu Manchu - In Search OfDe meest archetypische stonerrockplaat die ik ken; en dat voordat de term was uitgevonden. Nee, in 1996 heette het nog seventiesgroove of cosmic sludge rock. Ook mooie benamingen, maar stonerrock bekt toch even lekkerder. Zeker als werkwoord: ik stoner, jij stonert, wij stoneren. Kun je met die andere titels niet doen. En gestonerd hebben we, met mijn eigen band. Maar toch nog te weinig.
Ik zat er vanaf het begin diep in, de stonerrock. Kyuss, Monster Magnet, Trouble; dat soort dingen luisterde ik al jaren naar, de groove zat er ruimschoots in, en na het overzichtsartikel in Watt (door Robert Heeg en Walter Hoeijmakers) [rectificatie 06-09: Walter Hoeijmakers en Jurgen van den Brand – de kloppende harten van Roadburn – hebben artikel vormgegeven; ere wie ere toekomt] viel het allemaal op zijn plek: de seventiesgroove was de plaats waar ik al een tijd naartoe had geleefd. In Search Of… van het mij totaal onbekende Fu Manchu werd in de het artikel de hemel ingeprezen – overigens heeft er vreemd genoeg nooit een normale recensie van in de Watt gestaan – en dat was volledig terecht. Het begon al met die hoes: twee muscle cars en een dame in strakke jaren zeventig kleren er tussenin. Perfect passend bij de muziek: die was lomp, heavy, groovend, vol overstuurde fuzzgitaren en luie en tegelijkertijd felle praatzang van bandleider Scott Hill. Veel minder subtiel en afwisselend dan Kyuss, minder uitgesponnen en spacey dan Monster Magnet, minder heavy metal dan Trouble. Fu Manchu was direct, simpel, bondig met af en toe een psychedelische uitspatting, maar wel met punkachtige energie; bleek dat ze ooit in de jaren tachtig waren begonnen als punk/hardcoreband Black Flag-stilo.


mij=Door Bas
Geweldige aanvulling dus, Fu Manchu. Het jaar erop kwam The Action Is Go uit, een betere plaat, beter geluid, strakker, minder psychedelica, forsere dosis hardcore. Maar niet dat archetypische stonergeluid van In Search Of… Dat was ietwat rommelig, ruwer, minder strak dus ook losser in de groove, en dan dat vieze overstuurde geluid van Scott Hills gitaar; verkregen door een wahpedaal aan te zetten maar niet in te trappen (heb ik me laten vertellen). En vanaf dat moment moest ik dus ook zoveel mogelijk hebben. Kyuss was al uit elkaar, Trouble over het hoogtepunt heen, maar stonerrock begon pas. Meestal leek het allemaal veuls te erg op Kyuss en Black Sabbath, of gewoon op elkaar, maar zoals gezegd: ik zat er flink in en heb een hele rits min of meer exclusieve releases op het Man's Ruin label aangeschaft. De allereerste Josh Homme-na-Kyuss bijvoorbeeld, een 7″ op doorzichtig vinyl toen Queens of the Stoneage nog Gamma Ray heette. En de eerste zes 10″ ep's op gekleurd vinyl van de Desert Sessions (ben er net achter dat die dingen nu dus grof geld opbrengen; 100 euro per plaatje is geen uitzondering). En de Godzilla 10″ van Fu Manchu; nog steeds een van de beste covers (origineel van Blue Öyster Cult) die ik ooit heb gehoord. En I Was Cruel van Australische psychedelische garagerockers Magic Dirt. Mooie dingen allemaal; en ze zijn allemaal nog in goede staat want echt vaak heb ik ze niet gedraaid – daarbij zijn die Desert Sessions muzikaal lang niet altijd interessant; meer een proeflab om wat te experimenteren met vrinden.
Stonerrock is niet om te analyseren, ben ik achter gekomen; stonerrock moet je voelen. De “allesomverkegelende groove” die “schier oneindig door mag gaan”, en rechtstreeks afkomstig uit “de afwerkput van Beun de Haas” (alles copyright Walter Hoeijmakers); dat gevoel moet erin zitten, dat je zin krijgt om – ook al ben je geen autoliefhebber – een dikke Amerikaanse bak te kopen en met flinke snelheid te gaan cruisen op eindeloze snelwegen die we hier niet hebben.
Maar onder het luisteren naar opener 'Regal Begal' voelde ik wel meer dan alleen stonerrock. Mijn gedachten gingen linea recta terug ergens tweede helft jaren 90, in oefenruimte De Boerderij in Geleen. Gitarist V., bassist R. en ik probeerden wat covers. We waren eigenlijk van de eigen nummers, maar echt lekker liep dat niet. Pretentieuze eikels waren we. Verschrikkelijk. Ja, stonerrock is leuk, maar wij konden meer, lieten ons inspireren door een hele rits artiesten, en als ze ons vroegen welke muziek we maakten konden we dat natuurlijk niet in het kort beschrijven want met al die invloeden die we op eigen wijze integreerden konden we met geen enkele stroming of artiest echt vergeleken worden. Dus gebruikte V. een strijkstok op zijn Gibson Flying V (met Marshall buizencombo), kocht R. een vijfsnarige Epiphone, en wilde ik te pas en vooral te onpas oneven maten erin gooien. Uiteraard allemaal zonder dat het tot mooie nummers leidde; we waren veel te druk bezig met pretenties, ego's, en muziek proberen te maken way out of our league.
Totdat we eens wat covers probeerden. “Pilot The Dune” van Slo Burn, de eerste post-Kyuss band van John Garcia, ging heel goed. Deden we een erg heftige versie van, en volgens mij intenser qua instrumentatie dan Garcia-Plays-Kyuss tijdens de laatste Roadburn (pretentieuze opmerking? Je had ons toen moeten kennen). Vervolgens probeerden we onder meer “Gardenia” van Kyuss, “Mt.Penetrator” en “Eight” van Karma To Burn, “Forty Six & 2” van Tool, meerdere dingen van Motorpsycho, “Visible Cow” en “Falling” van Barkmarket, en dus “Regal Begal” van Fu Manchu. Liep allemaal op niets uit. Tool was natuurlijk te moeilijk, da's logisch. En de rest kwam niet van de grond aangezien V. elke keer wel weer een reden had om zijn partijen niet te kunnen spelen.
'Nee, covers liggen me niet, ik wil toch alleen eigen nummers.'
'Ja, druk gehad deze week, heb ik niet kunnen uitzoeken.'
'Nee man, dat hadden we helemaal niet afgesproken.'
Lekker spelen was dat. We waren (hadden) al de tweede gitarist en de zangeres kwijtgeraakt (weggejaagd), omdat we verschrikkelijk eigenwijze etterbakken waren met aan waanzin grenzende zelfoverschatting. V. vanuit zijn visie dat gitaristen de band droegen en zijn ego an sich, R. vanuit jeugdige naïviteit (V. was twee jaar ouder dan ik, R. drie jaar jonger) en nimmer aflatende neiging om altijd zijn gelijk te willen halen, ik aangezien ik het diepst 'in' de muziek zat en altijd zo nodig mijn mening moest geven over de composities, V.'s gitaarspel en R.'s baswerk.
En dan om het hardst sarcastische opmerkingen naar het elkaars hoofden slingeren, waarbij V. het vooral had voorzien op R. die natuurlijk nooit van ophouden wist, totdat ik maar weer eens schreeuwde dat gewoon we moesten gaan spelen. En daarna, als we weer wat negatieve energie kwijt waren en de nodige hitte hadden gegenereerd, waren V. en ik blij dat R. vrijwel elke week heerlijke Aldi cakejes (met likeur) en een fles Helly cola toegestopt kreeg door zijn moeder. Wij waren erg rock-'n-roll.
En omdat we zo moeilijk deden hadden we niet door dat 'gewoon' 'simpel' stoneren ons het beste lag. Nee, we moesten anders zijn, origineler, invloeden met de haren erbij slepend om maar te laten horen hoe breed onze smaak was. Terwijl “Pilot The Dune” keihard duidelijk maakte dat we gewoon hard moesten rocken. Nu probeerden R. en ik dat wel, want wij zetten maar al te vaak weer eens een Kyuss, Karma To Burn of Fu Manchu lied in, maar V. volgde nooit. Motorpsycho was sowieso niets voor hem, dus dat was al uitgesloten, maar tot op de dag van vandaag weet ik eigenlijk niet waarom hij zelfs nooit “Regal Begal” heeft uitgezocht. Bepaald niet de moeilijkste muziek (hij zou het zomaar te simpel gevonden kunnen hebben), en lekker zwaar riffen bovendien. Op die zware riffs leunt heel Fu Manchu, en dat had V. bij ons ook kunnen doen. Maar V. had uiteindelijk net niet die gedrevenheid die R. en ik wel hadden.
Natuurlijk bloedde het dood. Ik trok er op een gegeven moment de stekker uit, het ging nergens meer heen. V. heeft nooit meer in een serieuze band gezeten. Ik wel, een heel fijn vrijwel egoloos trio, nooit verder gekomen dan het eigen oefenhok, maar wel heel erg lekkere muziek – een soort improvrock. Maar R. is het verst gekomen. Ik attendeerde hem een tijd nadat we gestopt waren op het feit dat 7Zuma7 een nieuwe bassist zocht. Hij heeft de stoute schoenen aangetrokken, auditie gedaan en heeft een jaar bij een van de beste stonerrockbands van Nederland en omstreken gespeeld. Hij was echter nog geen 20 en die andere mannen allemaal 30-plus dus echt goed op persoonlijk vlak liep het allemaal niet, maar muzikaal zat hij perfect op zijn plek. Na al die jaren is hij nog steeds fanatiek als muzikant, hij is nooit gestopt en tegenwoordig speelt hij in The Liszt. Goed gedaan.
Met V. heb ik al jaren geen contact meer. R. wel, die zag ik bij concerten in Eindhoven of Tilburg, we mailden wel eens. Eind 2008 trof ik hem plots bij Motorpsycho in Leuven, allebei alleen gekomen, puur voor de muziek. Gezellig na het concert nog even blijven hangen in een plaatselijk café. Leuk. Begin dit jaar kreeg ik (en iedereen in zijn adresboek) plots een mail. R. is ziek. Niet een beetje maar heel erg. Te laat geconstateerd. De kans dat hij nog beter wordt is klein. Hoe lang hij nog heeft kan niemand zeggen. Ik schrok me kapot, natuurlijk. Het duurde een tijd voordat het besef begon in te dalen. En dan de manier om het bekend te maken, de mail naar zoveel mensen (200+? 300+?). Vrijwel tegelijkertijd realiseerde ik me: dit was wel typisch R., geen gène, gewoon publiekelijk je gevoelens en intenties op tafel leggen op open, haast naïeve wijze. Sterke wijze ook. En dat laatste was hij ook toen ik hem ontmoette dit jaar bij Roadburn. Wat zeg je dan, op zo'n moment? Voor hem dagelijkse kost, maar dan nog moet je het kunnen. Ik maakte een opmerking zo van “hee R, ziet er goed uit” (was ook zo). Hij antwoordde “dank je, ben inderdaad veel afgevallen; ziek zijn, kan het iedereen aanraden”. IJs gebroken, verder met orde van de dag, die strekking. Ontzettend moedig en sterk, want nogmaals, je moet het wel kunnen. Ik weet niet of ik het zo zou kunnen dragen.
En ik kwam hier op toen ik Regal Begal ging luisteren voor een leuk stukje voor de 50 x 90 reeks. Bij die opening sloeg het in als de spreekwoordelijke bom: die heb ik met R. gespeeld, al die jaren geleden. En zo krijgt een simpele, lompe rocker plots veel meer diepte en emotie. Had Scott Hill vast niet zo bedoeld. Daarom: Ronald, 'Regal Begal' draag ik bij deze op aan jou (en je hele familie). Klinkt afscheidnemerig, is het niet, want ik zie je gewoon volgend jaar weer bij Roadburn. Punt.
(Dit stuk verscheen eerder in de 50×90-reeks op De Subjectivisten. In Search Of… is onlangs opnieuw uitgegeven op mooi blauw vinyl.)

2 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top