Oddstream Napret (donderdag/vrijdag)

Het is een beetje vreemd, dat Oddstream-festival. Maar dat zit ‘m ook al in de naam. Dit jaar vond het voor de eerste keer plaats, in en rondom het oude industriële pand De Vasim op een industrieterrein in Nijmegen, ver buiten het centrum. Vier dagen lang was er van alles te doen. Muziek, kunst, cultuur, film en multimedia. Het terrein van het festival voelt dan ook een beetje aan als vergane glorie in het Oostblok, aangekleed met vrolijke tenten en de nodige kunstzinnige uitingen. Geen gras maar asfalt. Multimedia en korte films in zeecontainers. Geen massa’s mensen, maar een beperkte hoeveelheid bezoekers – althans, overdag, want de nachtprogramma’s met dubstep en electro waren beduidend populairder. Geen rijen bij de ingang of massa’s springende mensen bij de podia. Lekker rustig bij de muntenkassa. Het is op donderdag en vrijdag goed weer, met een lekker fris briesje. Er is genoeg ruimte om je heen en je kunt makkelijk een plekje vinden op de bankjes of op die mooie stoelen, gemaakt van oude autobanden. Het Grolsch-bier is goed toegankelijk, en er is fijne muziek van de betere b-divisie bands uit – vooral – binnenland, maar ook uit het buitenland. De eerste dag is het in eerste instantie vooral aftasten. Hoe ziet het terrein er uit, waar staan die podia nu eigenlijk, wat is er toch te doen in die zeecontainers, hoe komen we binnen in De Vasim, en wat is daar dan te doen. Het is even wennen en het is nog bizar rustig op het terrein.


mij=Door: tBeest
Het hoofdpodium heet Oddstage, een tent op het buitenterrein waar The Dying Hippos de aftrap mogen verzorgen. De organisatie had een Facebook-wedstrijd uitgeschreven waarbij de band met de meeste “likes” mocht optreden op het festival. The Dying Hippos werd tweede in deze contest en mocht daarom ook optreden op het festival. Een frisse opening mag ik wel zeggen. De muziek zit ergens tussen de sixties (“Great Balls On Fire”), Danko Jones, The Hives, en een flinke vleug electrorock. De heren zijn netjes in pak en goed gekleed. De zanger schreeuwt me een beetje te veel, maar het is lekker uptempo en vlot uitgevoerd.

The Stinksisters op het Concretestage-podium lijkt vervolgens een behoorlijke gimmick. Alsof ome Piet nog even de gitaar pakt om te laten horen “hoe dat vroeger ging” met die rockmuziek. Simpele rammelende ouderwetse rock van – op het oog – verwarde junkies met een zwarte pruik. En best wel een beetje vals gezongen. En niet al te moeilijk. Als ik het gevoel krijg dat ik dit zelf ook wel op de gitaar moet kunnen spelen…. Tja. Dus. Nee. De ietwat forse dame op drums ramt de boel simpel maar doeltreffend bij elkaar, maar het is me allemaal wat te simpel om echt serieus te nemen.
In de Vasim is het vervolgens de beurt aan Octabas. Een collectief van acht bassisten die in het 360 graden medialab een werkelijk boeiende en aparte voorstelling spelen. De acht bassisten staan in een cirkel rondom het publiek en spelen hun bastonen ritmisch en bezwerend. De diepe tonen wapperen aan alle kanten langs de broekspijpen terwijl de beamers zorgen voor een mooi visueel geheel op de schermen die rondom staan opgesteld. Muziek, kunst en experiment komen hier mooi bijeen en geven de essentie van dit festival uitstekend weer.
Deaf By Stoning is een band van jonge gasten die weten hoe je zompige stoner-riffs op een vlotte manier over een publiek moet uitstorten. Fans van Kyuss dus. De gitarist kijkt nog een beetje onwennig, maar heeft zijn gitaar wel op een lekkere lompe distortion stand staan. De schurende zang past prima bij dit soort muziek en als ze dan toch een stuk instrumentaal spelen blijft het nog steeds boeiend. Prima band.
Pal tegenover het Concretestage podium staat de Oddstage tent, het hoofdpodium van het festival. Daar speelt Chop Wood, het solo-project van Odilo Girod, frontman van het vorig jaar opgedoekte Coparck. De sferische muziek wil me maar niet pakken, het is wat druilerig en de zang komt niet heel sterk op me over. De nummers blijven voor mijn gevoel wat hangen in een rustig tempo. Het kan mij niet betoveren terwijl dat vast wel de bedoeling is. Of het is gewoon niet zo mijn genre. Dat zal het zijn.
Weer terug naar de overkant voor een heel stuk woestere muziek van Shadowlord. Een van de oudere en bekendere black/death-metal bands van Nederland volgens het programmaboekje. En ze spelen dan ook black/death-metal geheel volgens het boekje. De geluidsmix is niet heel geweldig en de bassdrums ratelen nogal droog onder een zware brij van metaal. De bekende “ik hou van Satan” gruntzang van de zanger en zangeres vind ik verder best vermakelijk, maar ik hoef me niet in te houden om me in een kolkende moshpit te gooien. Zoveel mensen staan er ook niet. Ik vind het wel fantastisch dat er zoveel uiteenlopende muziekstijlen dwars door elkaar geprogrammeerd staan op dit festival. Je moet maar durven op zo’n eerste editie.
Terug naar binnen in De Vasim voor Lola Kite. De naam zou een verbastering zijn van Cola light. Altijd het vermelden waard zo’n feitje. De band speelt frisse vrolijke stemmige synthpop. Het doet me ergens ook wel denken aan Vampire Weekend. Het debuutalbum Lights is goed ontvangen door de critici. En ik begrijp dat wel, er staan goede liedjes op het album, maar ik vind het vandaag een beetje te braaf.
Terug naar het hoofdpodium, waar Dearworld met een stuk vuigere electrodance/rock het publiek aardig aan het dansen krijgt. Ja, dit klinkt lekker opzwepend en doet me denken aan die andere Nederlandse band: Krach. Dearworld had de Facebook-competitie gewonnen met de meeste “likes”. En óf we het leuk vinden! Jammer dat we maar een deel van het optreden hebben kunnen zien.
Carach Angren speelt vervolgens symfonische blackmetal in de categorie Dimmu Borgir en Cradle of Filth. Inclusief prachtige make-up die de heren op zich hebben gesmeerd. De band speelt een uur en dat is toch wat lang voor dit soort intens metalgeweld. Dat de nummers dan allemaal op elkaar gaan lijken is misschien niet eens zo gek.
The Young Gods voelen zich goed vanavond, dat zie je, dat proef je. Nu speelt de Zwitserse band vanavond ook wel in een industriële omgeving en dat past wel bij de muziekstijl van de band: industrial rock en ambient. De band bestaat al 25 jaar en is een inspiratiebron geweest voor Nine Inch Nails en David Bowie. Vanavond speelt The Young Gods een topwedstrijd. Bezwerend en dwingend, met vernuft en souplesse. Franz Treichler zingt en beweegt nog altijd als een jonge god op het podium en het publiek danst enthousiast mee. Een heerlijke afsluiter op het hoofdpodium. Vooraf werden the Young Gods gezien als de grootste act op het festival en achteraf zullen ze dat ook vast ook zijn geweest. Subliem.
Op vrijdagmiddag lopen we het bijna totaal verlaten terrein van Oddstream weer binnen. The Gospel speelt op het Concretestage-podium voor niet meer dan een man of vijftien – even afgezien van de mensen die wat verderop zitten. Het kan de band niet deren. De band speelt heerlijke funky blues en gospelrock met een prominente rol voor die lekkere Hammond-orgel. Zo krijgen ze het publiek wel aan het dansen. “Alleen die kerel met die lange benen danst slecht”, zegt de zanger over een man op stelten. Een goed en vermakelijk optreden dat – deze strofe vindt u vermoedelijk in alle Oddstream-recensies – veel meer publiek verdient.
Fruit Of The Original Sin komt gewoon uit Nijmegen, opgericht in 2005 door zanger/gitarist Freek Philippi. Op Oddstream staan wel meer bands ter promotie van de eigen streek en dat is geen slechte zaak. Nijmegen is immers een beste Rock City. De muziek van Fruit Of The Original Sin is alternatieve indie-rock die me bij vlagen doet denken aan een band als Pavement, inclusief de soms wat onvaste zang. Daarnaast hoor ik gek genoeg wat elementen van The Cure, dan weer wat rustige pop gevolgd door meer uptempo ragwerk en zo af en toe hoor je die stemmige synths door de muziek heen sijpelen. De toetseniste  speelt ook af en toe gitaar, maar kan het tempo – zo lijkt het – soms niet echt bijbenen. Ook horen we af en toe een stevige kraak – of is het gewoon een digitaal apparaatje die de drummer af en toe aanslaat. Kan me niet voorstellen dat het zo moet klinken. Verder gewoon een aardig optreden.
In de Vasim is het weer bizar rustig als het Belgische SX aan een aantrekkelijk optreden begint. Het eerste optreden van de band in Nederland trouwens, van wie op MTV Brand New toch echt al in hoge rotatie een clip langskomt. De band brengt dromerige synthpop met zwoele zang, soms aangevuld met de geluiden van vogels en de zee. Groove Armada light. De nummers deinen lichtjes en zijn rustgevend. Na een tijdje verslapt de aandacht wat als het een beetje in hetzelfde lome tempo blijft hangen, maar het optreden heeft wel iets bijzonders.
Het Spaanse Why Go! heeft een kwartier langer nodig voor de soundcheck. De progrock klinkt me meer als pop in de oren, maar de gitaar staat dan ook veel te zacht. De soms aardige en stemmige composities bevatten hier en daar Arabische, Spaanse of jazzy elementen. We horen ook een ingehouden drumsolootje, best fout, maar het past wel. Net zoals die snelle overgang van een wat harder stuk naar een de prachtige piano. Toch voelt het optreden een beetje rommelig aan, daar had vast meer ingezeten. Het beloofde visuele spektakel blijft helaas een beetje beperkt tot een scherm op de achtergrond, waar dan wel weer mooie beelden op te zien zijn.
Bandito uit Nijmegen mag het hoofdpodium openen vandaag en is de eerste band in een reeks van stevige uptempo rockbands. De band brengt ook een soort stoner/desert rock, simpel en doeltreffend, al is het wat veel van hetzelfde en overschreeuwt de zanger zich nogal. De solo’s voelen lekker lomp zoals dat hoort en de band houdt de vaart er goed in. Een dieseltrein in volle vaart, dat is ook lastig afremmen.
Het is een kleine stap naar Emporers die in dezelfde hoek zitten van stoner rock (de zanger heeft zelfs een t-shirt aan van Bandito) al spelen ze voor mijn gevoel iets lomer en zompiger. Ze hebben ook rustigere nummers, maar draaien hun hand niet om voor woeste en lompe riffs, op een bedje van voortstuwende ritmes. Wederom lekker. Uit Nijmegen Rock City. Wederom.
Weer terug naar het hoofdpodium in de tent voor Death Letters, een band die aardig knalt met hun stevige rauwe bluesrock / punk en post-rock. Gewoon met z’n tweetjes, drum en gitaar. De zang doet me ergens in de verte wel denken aan The Mars Volta, al komt hij denk ik ook weer niet zó hoog. De zanger danst hard bij de wilde stukken en stuitert dan flink over het podium. De nodige rustmomenten vind ik ook wel prettig in zo’n concert en de post-rock tonen klinken me dan goed in de oren. Prima optreden van weer zo’n leuk Nederlands bandje. Torre Florim van De Staat stond in het publiek en zag dat het goed was.
Nog een paar nummers van Krause in De Vasim zijn best lekker om even mee te pakken. Susanne Clermonts is een enthousiaste frontvrouw die het publiek lekker op sleeptouw neemt. En ze heeft humor: “Het volgende nummer gaat over een hamster”, komt er erg grappig uit. Ze zal wel wat met dieren hebben. In de toegift uiteraard “I Want A Pony”, en dat refrein zingt ze als een verwend kind dat daadwerkelijk een pony wil hebben. Fijne opzwepende electro en synthpop.
Taxidermist kan mij vervolgens niet helemaal boeien met hun vrij standaard rock, het mag allemaal wel iets rauwer. De heren van Overtref mogen een potje meerappen, maar als ze het op het eind alleen mogen doen staan ze er tamelijk ongeïnspireerd bij en gaat er van alles mis met de beats van de dj.
Ik vergeet bijna dat binnen Melomanics bezig is, gauw nog even kijken. Opzwepende ritmes in een soort electropoprock-genre met een vleugje van die synthesizerhits uit de eighties. 'Orbital op gitaar' kwam even bij me op, volgens het programmaboekje zit het (wat je op cd beter hoort) in de hoek van !!! en LCD Soundsystem. Een man of 25 staan te kijken naar het optreden van – wederom – twee mannen op het podium. Naast de drummer is er een gitarist die ook allerlei elektronica-apparatuur heeft meegenomen en/of er komt gewoon ook van alles uit een laptop. De gitaar had dan wel wat harder gemogen in de mix, maar over het geheel is het een heel aardig optreden.
Maar dan toch weer op tijd terug naar het hoofdpodium waar zZz al is begonnen. Juist ja, het is de dag van de tweemansbands. De drummer en toetsenist produceren ook weer een orkaan van opzwepende seventies rock met een grote rol voor de Hammond-orgel, al worden er tegenwoordig ook meer synthesizerklanken aan toegevoegd. De drummer oogt wat vermoeid maar mept onverstoorbaar in een rap tempo door. Het ontaardt in een vrolijk feest van flink dansende mensen in de tent die er maar geen genoeg van krijgen. Het laatste nummer is een nogal lullig bruiloftsmuziekje dat gek genoeg uitstekend in de set past. Als het publiek dan blijft schreeuwen speelt de band gewoon nog een nummer, al mag dat niet van iemand van de zijkant. En volgens mij hadden ze zo nog wel even door kunnen gaan. Wederom een goede afsluiter op het hoofdpodium van het festival.

2 Comments

  1. Stonehead

    Nog een recensie:
    http://www.stofwolk.net/2011/06/oddstream-een-festival-met-potentie-en-een-houten-kut/
    De weinige bezoekers schijnen overigens zowat allemaal op vrijkaarten, persaccreditaties of met GroupOn-korting binnengekomen te zijn. Ik vrees het ergste voor de financien en de bands…
    Vaag tekenverhaal op Oddstream.
    http://sjalot.blogspot.com/2011/06/to-rescue.html
    Er staan videoverslagen van de mediakunst door de organisatie zelf op YouTube.
    http://youtu.be/3bwkdQcBjlc
    Héél véél corpsepaint in de eerste clip van Carach Angren, “The Sighting is a Portent of Doom” http://www.youtube.com/watch?v=GUjzEElQs10

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top