Into The Great Wide Open 2011: Napret

Op de boot naar Vlieland zag ik de bandleden van Bantuu Continua Uhuru Consciousness (BCUC) al verlangend op tafels en stoelen op het bovendek trommelen. Luidkeels scandeert de zanger ´Ja! Ja! Ja! Ja!´, terwijl hij met zijn Zuid-Afrikaanse compagnons het podium van Het Sportveld betreedt. Deze band jamt lekker pretentieloos en weet zelfs met beperkte instrumentatie groots uit te pakken. Het constant blazen op een monotoom neusfluitje is echter niet bepaald een genot voor het gehoorsysteem. Dan houd ik in mijn achterhoofd dat BCUC gelukkig de vuvuzelas heeft thuisgelaten.
Into The Great Wide Open


mij=Door: Jasper. Foto's: Jorg
Vrijdag
De folk-noir van Lightning Dust lijkt zich prima te ontlenen voor het podium Naar Buiten, middenin het bos. Helaas arriveert de band wat later dan gepland, waardoor de sfeer voorafgaand wat ongemakkelijk wordt. Tijdens de soundcheck zingt Joshua Wells E.I. van Nelly, misschien wel het meest irritante refreintje in recente mensenheugenis. Lightning Dust is muziek die het moet hebben van spanning en dynamiek, maar live klinkt het allemaal net iets te inspiratieloos en lamlendig. De band oogt moegestreden en de lichaamstaal van zangeres Amber Webber doet vermoeden dat ze ergens compleet anders wil zijn. Nog voor het laatste nummer vertrekt een aanzienlijk percentage van de meute richting Het Sportveld.
Bettie Serveert speelt daar vanavond Palomine integraal en doet dus gezellig mee aan de huidige trend klassieke albums te vertolken. Voor de mensen die in het bos blijven hangen staat iets speciaals te wachten. Waar Roos Rebergen voorheen het voortouw nam met haar onalledaagse hersenspinsels, staat Roosbeef hier vanavond als volwaardige band. Tom Pintens (met wie Roos opnieuw in de studio indook voor het nieuwe album Omdat Ik Dat Wil) flankeert Rebergen op bas. Simpel gezegd, de band speelt waanzinnig. Hoewel niet iedereen de dreigende, avontuurlijke nieuwe richting evenzeer omarmt, weet Roos de boel doeltreffend aan elkaar te praten. Het publiek meekrijgen kost haar bovendien weinig moeite. Binnen deze omgeving is het halve werk verricht door slechts het eerste akkoord van “In het Bos” in te zetten.
Bettie Serveert
In de Bolder speelt Kurt Vile & The Violators een slordige, onsamenhangende set. Het doet pijn in het hart, want Smoke Ring For My Halo is zonder twijfel een van de meest enerverende platen van het jaar. Hoe sneller ik afhaak, hoe makkelijker ik deze aftakeling later kan verwerken. Ook Laura Marling heeft moeite de aandacht van het publiek vast te houden. Ze kiest er dapper voor om veel nieuw materiaal te spelen. Hierdoor ontstaat een onwennige kloof die ze niet kan dichten. Met alweer haar derde album A Creature I Don’t Know klaar voor release vergeet je soms dat Marling slechts 21 jaar oud is. Dat ze op die leeftijd zo compromisloos is als uitvoerend artieste is desondanks bewonderenswaardig. De fijne nuances waarmee haar begeleidingsband de luisterliedjes inkleurt verstikken helaas onder de hectische festivalsfeer.
Laura Marling
Zaterdag
Ik wacht in een lange rij op mijn koffie als Alamo Race Track ’s ochtends begint op Het Sportveld. Betere wachtmuziek kan een persoon niet wensen. Ralph Mulder en kornuiten laten zien een groot podium makkelijk aan te kunnen. Sterker nog, het komt hier zelfs beter tot zijn recht dan in een kleine clubzaal. De nummers van Unicorn Loves Deer ademen diezelfde pathos als recent werk van The National of Sufjan Stevens. Mulder lijkt er zelf bijna bang van te worden, wat zijn ingetogen instelling jegens het publiek wellicht nader verklaart. Een ding waar ik nog steeds niet omheen kan: Mulders stem is vrijwel identiek aan dat van Gilbert O’ Sullivan.
´Ik heb letterlijk van Vlieland genoten, voel het nog steeds wel´, bekent Tom Pintens voorafgaand aan zijn optreden. De sympathieke Belg heeft een lange wilde avond achter de rug. Eerst een fantastische set neerzetten met Roosbeef om vervolgens uitbundig door te feesten. Tot twee keer toe vergeet Pintens zijn tekst, maar weet met zijn charme en humor ironisch genoeg het optreden vermakelijk te houden. Hoewel, ironisch? Bij de beste optredens gaat er vaak iets mis. Conclusie: muzikant is waarschijnlijk een van de weinige beroepen waar een bonte avond zuipen de volgende werkdag positief kan beïnvloeden.
Over ironie gesproken, op het heetste tijdstip van de dag speelt Agnes Obel haar melancholieke winterse pianopop. Net als tijdens Laura Marling dringt de subtiele luistermuziek niet helemaal door bij de grote menigte. Een aanzienlijk percentage bestaat uit ouders met kinderen, die in de volle zon logischerwijs niet stel opgaan in aandachtige luisterstiltes. Otto Wichers alias Lucky Fonz III omarmt vandaag het kind binnenin. Dit is zijn sprookjesbos en iedereen is zijn speelmaatje. Het is een zeldzame klasse om het tendens van een menigte met zoveel gemak en rêverie te beïnvloeden. Maar als entertainer in hart en nieren is die klasse voor Lucky Fonz III sans gêne. Wanneer hij samen met Janne Schra een onbeholpen dansje waagt voelen zelfs de mama’s en papa’s zich weer eventjes kind.
Agnes Obel
Na het bijna legendarische optreden van The Whitest Boy Alive is het duidelijk dat Erlend Øye een affiniteit heeft ontwikkeld voor Vlieland. Een jaar later staat hij met Kings of Convenience gewoon weer op Into The Great Wide Open. Samen met bandmaatje Eirik Glambek Bøe doopt hij “Cayman Islands” om tot “Frysian Islands”. De kracht van King of Conveniece blijft de eenvoud en de perfecte chemie tussen de twee Noorse muzikanten. Een zin in “Homesick” beschrijft het mooi: ‘Two soft voices, blended in perfection’. Toch vermoed ik dat het optreden van vorig jaar bij Erlend door het achterhoofd spookt, want hij wil het niet laten bij brave kampvuurliedjes. Muzikale vrienden Kakkmaddafakka voegen zich bij het tweetal toe zodat er wat vaart in het optreden komt. Net als Lucky Fonz III kan ook Erlend even zijn knullige danspasjes laten zien. Hij is en blijft tenslotte The Whitest Boy Alive! Ingesmeerd met zonnebrandcrème is hij dat nu met straatlengte.
Kings Of Convenience
In De Bolder weet Wild Nothing mij te depriveren van de goede stemming. Zoals de naam al impliceert word ik er niet wild van. Deze band heeft de uitstraling van een zak aardappelen. Als de muziek origineel is zou dat echter niet zo’n bezwaar zijn. Leentjebuur spelen bij The Cure en Cocteau Twins doen wel meer bands. Een afknapper, want op plaat klinkt het allemaal prima. Maar, ehm…houdoe!
Terwijl de aanstekelijke beats van De Jeugd Van Tegenwoordig door het Sportveld pompen, loop ik door richting Podium Vlieland. De Amsterdamse Rebecca Sier speelt daar een prachtige intieme set. De 20-jarige songwriter zingt zowel in het Nederlands als in het Engels. Bewonderenswaardig hoe ze zonder concessies contact zoekt met het publiek en vol bezieling zonder enige versterking zingt. Haar gitaarspel doet erg veel denken aan Nick Drake en Elliott Smith. Soms komt ze helemaal niet lekker uit, maar door haar innemende uitstraling weet ze ruimschoots te compenseren. Na elk liedje dwingt Sier een penibele stilte af die het applaus uitstelt. Je hoort dan ook meteen het verschil tussen een beleeft applaus en een oprecht applaus. Bij Rebecca Sier is het tweede scenario telkens weer van toepassing. En terecht.
Helaas. Ik heb vrijdag de prachtige ingetogen set van dEUS in het bos door de drukte gemist. Onbekendere liedjes als “Right As Rain” en “Magdalena” live bewonderen in zo’n bijzondere setting is tegenwoordig iets ongekends. Enfin, dEUS in het bombast is vanavond wederom formidabel. Met een spastische, fiere Tom Barman voorop als een generaal op het slagveld is bij opener “Slow” de toon meteen gezet. Naast favorieten als “Bad Timing” en “Instant Street” komt het nieuwe materiaal duivels goed uit de verf. “Dark Sets In”, “Ghosts” en het aanstekelijke “Constant Now” -waar bassist Alain heroïsch de leadzang deelt- weet de band vol overtuiging binnen de setlijst te integreren. De band lijkt na de opnameproces van Keep You Close hechter geworden. Met afsluiter “Suds & Soda” en toegift “Roses” laten ze Into The Great Wide Open vol verbijstering achter: dEUS is simpelweg BETER dan ooit.
dEUS
Zondag
Na een subliem dEUS vraag ik me af of Into The Great Wide Open nog überhaupt tot een nieuw hoogtepunt kan culmineren. Een zekere Merill Garbus uit New England heeft het antwoord. tUnE-yArDs is een rariteitenkabinet waar loopingfee Garbus wordt geflankeerd door twee saxofonisten en een bassist (!). Het meest opmerkelijke is toch de dame zelf, in het bijzonder haar elastische stembanden die ze op veel verschillende manieren toepast. Met behulp van loops samplet ze haar stem bijvoorbeeld tot een soort soundscape of resoneert ze haar zang door haar gitaar in een microfoon aangebracht in de romp (!!!).
Een aanstekelijke potpourri van Afrikaanse beats, lo-fi samplepop en flower power wordt dermate met verve uitgevoerd dat de euforie als een moker inslaat. Het lijkt wel hekserij. Zelf te midden al die sonische waanzin houdt tUnE-yArDs die diepe emotionele kern intact. Dit is waanzinnig knap en bovendien uitermate zeldzaam. Niet vreemd dus dat tUnE-yArDs met gemak er een toegift weet uit te slepen. Wat een enerverende, originele en waanzinnige band! Zelfs de zon kan dit beamen, want direct na de laatste noot wordt de hemel grauw. Mijn dag kan in ieder geval nu al niet meer stuk!
Aangekomen in De Bolder wordt er Arctic Monkeys gedraaid in opwachting va…wacht even! Palio SuperSpeed Donkey is gewoon al bezig! Wat krijgen we nou!? Vier jochies van rond de 15 die nu al zó ongelooflijk strak spelen? Ja, dat kan blijkbaar. Maar ook nog eens (tekstueel) volwassen klinken en een spannende, goed doordachte set spelen? Dan schudt mijn hoofd een beetje van ongeloof. De meeste jonge bandjes emuleren hun helden graag, dus de vele raakvlakken met Arctic Monkeys kun je Palio Superspeed Donkey al snel vergeven. Zanger Sam heeft de maniertjes van Alex Turner ook tot in de puntigste details overgenomen. Ook niet erg.
Volgens gitarist Willem is dit namelijk de eerste ‘grote’ gig van Palio SuperSpeed Donkey. Toch krijgen ze het probleemloos voor elkaar om de hele zaal van begin tot eind in beweging te krijgen. Hoewel, probleemloos? Bij Willem knappen er twee snaren…maar onbesuisd rockt het beugelbekkie door tot aan de toegift! Heerlijk, die bravado: eindelijk wat broodnodige rock ´n´ roll hier op Vlieland. Niet verbazingwekkend dat platenlabels staan te schuimbekken deze band te mogen tekenen. Want Palio SuperSpeed Donkey is met supersnelheid al een hele goede band geworden!
Terug op Het Sportveld sust Junip me weer in bijna slaap. José Gonzáles en zijn band accentueren het grauwe, bewolkte weer prima. De muziek is monotoon en kleurloos en de muzikanten richten zich vooral op hun eigen partijen. Junip fungeert wel als aangename achtergrondmuziek terwijl ik wacht op mijn portie kipsaté. Misschien moet Rederij Doeksen meneer Gonzáles eens vragen een nieuw wachtmuziekje voor ze te componeren. Hij heeft al muziek gemaakt voor reclamespotjes, dus waarom niet toegepaste muziek?
Junip
In De Kerk is het tijd voor het bijzondere artist in residence-project waar Peter Broderick, Heather Broderick, Syzte Pruiksma, Nils Frahm, Piipsjilling en Greg Haines aan deelnemen. Deze vriendenkring verbleef een week lang in isolement op het eiland om Seeljocht – een muzikale ode aan Vlieland – te presenteren. Tijdens het eerst gedeelte van de voorstelling voegt elke muzikant iets individueels toe aan de compositie tot de volgende het estafettestokje overneemt. Meteen voel je dat de bijzondere ruimte de muziek versterkt en vice versa. Op het dak schijnt een projectiescherm waarop silhouetten van allerlei insecten en waterbeestjes krioelen.
Peter Broderick zet prachtig de toon: a-capella zingend slentert hij langs de menigte en pikt dan de draad op achter de piano. Sommige mensen bekijken het muzikale schouwspel aandachtig, anderen sluiten hun ogen en laten zich meevoeren door de verbeeldingskracht. Mooi om te zien hoe Frahm zichtbaar geëmotioneerd raakt door het spel van collega-pianist Greg Haines. De synergie tussen broer en zus Heather en Peter is ook intrigerend en ontroerend tegelijk. Geluidskunstenaars Pruikstra en Piipsjilling knopen alle muzikale segmenten mooi aan elkaar met ijzingwekkende spelonken.
Seeljocht
Tijdens de toegift staan alle muzikanten tegelijk op het podium en vertolken een intens improvisatiestuk van bijna een half uur. Seeljocht is uiteindelijk een lange zit, maar dat voelt na afloop niet zo. Dit concert was een soort collectieve lucide droom: zowel muzikanten als publiek waren onderdeel van iets unieks. Een betere climax van Into The Great Wide Open 2011 kan ik niet bedenken. Tot volgend jaar, Vlieland, schip ahoy!

2 gedachten over “Into The Great Wide Open 2011: Napret”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Into The Great Wide Open 2011: Napret

Op de boot naar Vlieland zag ik de bandleden van Bantuu Continua Uhuru Consciousness (BCUC) al verlangend op tafels en stoelen op het bovendek trommelen. Luidkeels scandeert de zanger ´Ja! Ja! Ja! Ja!´, terwijl hij met zijn Zuid-Afrikaanse compagnons het podium van Het Sportveld betreedt. Deze band jamt lekker pretentieloos en weet zelfs met beperkte instrumentatie groots uit te pakken. Het constant blazen op een monotoom neusfluitje is echter niet bepaald een genot voor het gehoorsysteem. Dan houd ik in mijn achterhoofd dat BCUC gelukkig de vuvuzelas heeft thuisgelaten.
Into The Great Wide Open

Lees verder Into The Great Wide Open 2011: Napret

2 gedachten over “Into The Great Wide Open 2011: Napret”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *