Le Guess Who 2011: Zaterdag napret

‘We are Swearing At Motorists and you need us in your lives’, bluft zanger/gitarist Dave Doughman in Tivoli De Helling. Het is nog vroeg op de avond en de halfvolle zaal grinnikt schuchter. Waarna hij weer een onnavolgbare hilarische anekdote begint te vertellen over Scandinaviërs en Twitter.
Swearing At Motorists


mij=Door: Ramon. Foto's: Tim & Jorg
Als hij ergens in de vroege 90's niet besloten had om rockster te worden, had hij ook een prima stand up-comedian kunnen worden. Met drummer Joseph Siwinski brengt hij haperende, gebroken liefdesliedjes en meezingrockers, met de tong in de wang en zo lo-fi als het maar kan. Maar tussen de rafeligheid van de korte liedjes zit hier en daar een prachtig glanzende parel en daarmee is de vergelijking met Guided By Voices met gemak te maken. De afwisseling van fijne songs met de (on)gein tussendoor maakt het een vermakelijk geheel, inclusief cheesy sing-along outro waarbij Doughman net zo lang vragend doorgaat totdat het publiek niet anders meer kan dan zachtjes meezingen. Waarmee Doughman zijn doel bereikt heeft en de zaal op grootse wijze met een eenmanspolonaise verlaat.
Het podium in De Helling is daarmee opgewarmd voor de eerste grotere naam van vanavond: The Besnard Lakes. Zanger Jace Lasek -veel haar, een veel te grote bril met gekleurde glazen en een western blouse- lijkt te zijn overgekomen vanuit lang vervlogen tijden en dat horen we ook in de muziek van de band. Progressieve post-indie-rock met een onmiskenbare ouderwetse 70's-draai. The Besnard Lakes maakt een groots en bombastisch geluid waarbij alle luchtgaatjes zijn dichtgesmeerd met zingende gitaren en synths. Wanneer Lasek in rustiger vaarwater komt, zijn oerzuivere kopstem opzet en de band komt tot prachtige meerstemmige koortjes, wordt het interessanter. Toch weet de band mij met de luchtdichte geluidmuren niet helemaal te raken en happend naar adem zoek ik mijn fiets.
The Besnard Lakes
Want ondertussen speelt Still Corners in de Oudegracht en deze jonge Britse band is het nieuwste liefje van het Subpop-label. Hier geen grote gebaren, maar een zuchtend mooi meisje met een volkomen bewegingsloze band. Stemmige dreampop maken ze, met filmische soft-focus Emanuelle-invloeden. Op het debuutalbum Creatures Of An Hour staan een paar prachtige, onweerstaanbare songs en wie goed luistert, hoort deze ook op deze avond langskomen naast een bibberige cover van Bruce Springsteens “I'm On Fire”. Wie goed luistert; dat zijn er helaas niet veel in de overigens goed gevulde Tivoli. Het blatende en hevig debatterende zaterdagavondpubliek brengt het intieme geluid van Still Corners nagenoeg om zeep, waarbij slechts de voorste rijen nog enigszins kunnen genieten van deze breekbare, wat timide band. In de kleinere Ekko was Still Corners waarschijnlijk veel beter uit de verf gekomen.
Okkervil River
Terug naar De Helling, waar Okkervil River vanavond het laatste vinkje kan zetten op hun lange, lange lijst van optredens in een jaarlange intensieve tour. Dat zullen we weten ook. Als het niet is omdat zanger Will Sheff zelf bij herhaling begint te weeklagen over hoe-ontzettend-vaak ze deze song wel niet gespeeld hebben, dan is het wel door de wat uitgelaten sfeer in de band die nog één keer de zaal plat wil spelen en dan ein-de-lijk naar huis mag. Het resulteert in een show die een nogal dubbel gevoel achterlaat. Okkervil River heeft inmiddels een behoorlijk aantal mooie songs op hun conto staan en is echt een goede band, maar vanavond overschreeuwen zij zichzelf. Met name de zanger die zichzelf voor honderdduizend man op een grote festivalweide waant en de powerdrummer die zo hard als hij kan op de vellen mept zodat we hem ook achterin zeker kunnen horen. Het publiek wordt telkens weer professioneel opgezweept. Handjes omhoog en klappen! Is dit dezelfde Okkervil River als die van een paar jaar geleden? Na de hyperactieve finale, waarin het merendeel van het publiek zich gewonnen geeft, dringt de conclusie zich uiteindelijk op: Okkervil River is besmet met het grootheidswaanzin-virus dat Razorlight ook had. En dat is heilloos, weten we nu. Snel naar huis jongens, geniet van jullie Thanksgiving en ga je even een klein jaartje bezinnen met beide de benen op de grond, mkay?
Suuns
De mooiste spot op het Le Guess Who-blokkenschema is toegekend aan Suuns die daarmee pardoes een soort headliner-status krijgt op het festival. Tivoli Oudegracht is helemaal vol en de sfeer is geweldig. Er hangt iets verwachtingsvols in de lucht en dat is niet gek omdat Suuns inmiddels een behoorlijke live-reputatie heeft opgebouwd. Om een beetje tegemoet te komen aan de gretigheid van de festivalgangers gooit de pauze-DJ Wilco's monumentale “Art Of Almost” in de zaal, dat juichend verschranst wordt. Als Suuns aantreedt, zit de sfeer en spanning er dan ook meteen goed in. Waar veel bands dit weekend de geluidsbalans in Oudegracht niet goed op orde leken te krijgen, lukt het Suuns wel. Hun donkere, warme experimentele post-punk en wave komt op onberispelijke wijze de zaal in. Wat volgt is een bijna briljant optreden van de Canadezen, ingehouden maar vol onderhuidse zinderingen. Telkens wanneer de subtiele opbouw van de songs de zaal op de rand van orgastische extase dreigt te brengen, neemt de band weer gas terug, het publiek vragend achterlatend. Tantrische massage, waarbij een happy end steeds nét op het laatste nippertje wordt uitgesteld. Daar zijn hele dikke boeken over geschreven, maar Suuns beheerst deze oude kunst tot in de finesses. Het lijkt een bewuste keuze: wanneer Suuns een stapje verder zou gaan, zouden ze Tivoli met gemak compleet van z'n fundamenten af kunnen spelen. Maar ze doen het uiteindelijk niet. Misschien omdat het te makkelijk scoren zou zijn en er nog iets moet overblijven. En een genotvol hoogtepunt van het festival zijn ze toch al met dit mooie optreden.

4 gedachten over “Le Guess Who 2011: Zaterdag napret”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *