Optimus Primavera Sound – Vrijdag

Terwijl het in Nederland herfst schijnt te zijn, schijnt in Porto een aangenaam zonnetje. Dag twee van Optimus Primavera Sound gaat beginnen en het is de eerste dag van het hoofdfestival. Dat betekent dat alle podia nu open zijn, waaronder de ATP Stage. Hoewel de ATP Stage bedoeld is voor de wat kleinere bands, is het veld voor het podium, raar genoeg het grootste. Daardoor staat ook een aanzienlijke groep mensen er soms wat verloren bij. De luidste band van het hele festival, naar eigen zeggen, Tall Firs, kan er niet mee zitten. En in dat zitten, daar zit ook de luiheid in, want de band zegt zelf te lui te zijn om op te staan. Het hoort ook wel een beetje bij de muziek. Hun mooie gedragen elektrische folk, met kabbelende gitaren is een heerlijke aftrap, zo in het zonnetje.
Podiaaaaa


mij=Door: Gr.R. Foto's: Erik
Een van de leukste echtparen in de rockmuziek is natuurlijk het stelletje Ira Kaplan en Georgia van Yo La Tengo. Samen met “neefje” James McNew trekken ze de wereld rond om hun ding te doen. En hoewel de band al 28 jaar bestaat is het huppeltje waarmee Georgia het podium op komt rennen van een dermate enthousiaste blijheid, dat je zeker weet dat het het komende uur niet meer mis kan gaan. En dat gaat het ook niet. Het valt op hoe populair Yo La Tengo in Portugal is. Dat ben ik, in Nederland, helaas, wel anders gewend. De band speelt een mooie staalkaart van hun oeuvre aan het eind, als McNew stoïcijns eindeloos dezelfde basriedel blijft afsteken, gaat Kaplan los in een feedbackgalore, waar hij twee gitaren voor nodig heeft. Om de weide tot rust te brengen met een mooi gefloten lief liedje als afsluiter. Een goede bodem voor de rest van het festival. Van Yo La Tengo naar The War on Drugs is niet zo’n grote stap. Ook Adam Granduciel en zijn mannen weten hoe een gitaar moet klinken en laten dat met regelmaat klinken. De band speelt in degelijke zet, maar heeft wat moeite met een stugge tent.
Yo La Tengo
Rufus Wainwright heeft dat niet. Integendeel zelfs. Wainwright is een innemend causeur en voelt zich als een vis in het water op het podium. Over water gesproken, Rufus was naar het strand geweest, wat overigens aan het festivalterrein grenst, en wist niet of de surfers van Porto op mannen vielen. Hij wist er in ieder geval wel raad mee. Leuk is de cover van zijn vaders “One Man Guy”, al wordt deze aangekondigd als een nummer van Loudon Wainwright III, zonder verdere referentie. Gedurende het optreden zakt het wat in, mede doordat Rufus wat lijzige monotone stem, niet over de volle lengte kan boeien, maar met een puike versie van Leonard Cohens “Hallelujah”, krijgt Wainwright ons weer bij de les.
Rufus Wainwright
Het hoofdveld van Optimus Primavera Sound bestaat uit twee podia, de Optimus Stage en de Primavera Stage, waar afwisselend de bands optreden. Als links een band speelt, dan wordt er rechts opgebouwd en andersom. Mede doordat de podia aan de voet van een heuvel liggen, heb je een goed zicht op beide podia. Dat is vooral mooi tijdens het optreden van Rufus Wainwright, want links van’em wordt het podium opgebouwd voor The Flaming Lips. En wat daar allemaal voor neergezet wordt, dat is beslist indrukwekkend. Wayne Coyne heeft zin in een feestje en dat zullen we weten ook. Als met een knal het confettikanon afgaat, levensgrote ballonnen losgelaten worden, jammer alleen dat ze door de zeewind onmiddellijk wegwaaien, en hordes blonde meisjes het podium op kunnen, kunnen we echt los. Hoewel Wayne Coyne een onbetwiste blikvanger is, in het bezit van de juiste rockattitude, is Steve Drozd, in ieder geval op het podium, het muzikale hart van de band. Hij speelt, heel opvallend, op een geamputeerde doubleneck, waarvan de zessnarige hals eraf gehaald is. Niet alles gaat goed, Coyne krijgt het begin van “Yoshimi Battles The Pink Robots Pt 1” amper gezongen, mede door het enthousiasme van het publiek, en zijn trip in de grote opblaasbal over het publiek valt ook in het water. Maar Wayne laat zich er niet door kisten en mede door het dolenthousiaste publiek gaat hij helemaal los. De man is nu al verliefd op Optimus Primavera en heeft beloofd om ieder jaar te komen. Als hij dat doet, dan komen wij met’em mee natuurlijk!
Dames en heren, dit is een ballon
Wilco laten we dit keer voor wat het is, want tegelijkertijd spelen de eindbazen van het Primavera vrijdagprogramma, Steve Albini en zijn mannen. De kale minimalistische rock van Shellac, met een stuurs kijkende Steve Albini aan het roer, staat snoeihard en dat zorgt mede voor de vreugde. De broekspijpen flapperen mee zogezegd. Bob Westons bas legt de basis, Trainers drumstel is al net zo minimalistisch als de muziek van de band en Albini declameert zijn slogans uit volle borst. Heel veel rudimentair dan “The End of Radio”, met een puike referentie aan Joy Division’s “Transmission” (Dance to the Radio!) gaat het niet worden. Waar bij Yo La Tengo de bas en drum nog in sync blijven om de gitarist/zanger te laten excelleren is het bij Shellac alleen de bas en een enkele klap op het drumstel. En dat een dikke tien minuten lang. En als aan het eind van het optreden Albini en Weston alvast Trainers drumstel onder’em weghalen, weten dat het allemaal goed zat. Puik optreden!
De hipste bands van dit moment zijn Beach House en The Walkmen. Beide hebben net een verse plaat uit en beide staan tegen over elkaar geprogrammeerd. Keuzes maken dus, al blijkt dat later mee te vallen. The Walkmen zijn vooral erg enthousiast en zanger Hamilton Leithauser heeft aan het podium amper genoeg. Hij gebruikt alle ruimte die hij krijgt, maar dat kan niet verhullen dat het songmateriaal niet altijd even sterk is. Maar het enthousiasme vergoedt veel. Bij Beach House is het afgeladen vol, waardoor we ver van achter nog wat proberen mee te krijgen. Mede daardoor lukt het me niet, om me helemaal over te geven aan Beach House. Daarom maar even het stof uit de oren laten blazen bij Wolves in the Throneroom. Op het toch al te grote veld voor de ATP Stage, valt het schaarse publiek dat voor de metal komt, nu helemaal weg. Wolves in the Throneroom lijkt erdoor van het stuk geraakt, want het optreden begint rommelig. Maar gaandeweg, als er publiek komt, dat ook niks met Beach House en The Walkmen kan, wordt het optreden strakker en revancheren de mannen zich van de valse start.
Gezellig op een kleedje kijken naar Wolves In The Throneroom
Ieder festival heeft zijn headliner nodig, de grote naam met het grote geluid. Vandaag zijn dat de Fransozen van M83. Hurry Up, We’re dreaming is een plaat die verwachtingen schept, vooral live en daar is de band op ingesteld. M83 mag afsluiten om 2:15 uur ’s nachts (leest u mee Smeets?). Live leunt de band op het grote geluid van The Killers en, als het elektronisch gaat, op een DJ Tiesto. En dat is niet altijd een aanbeveling. Mede daardoor speelt Anthony Gonzalez een wat onevenwichtige set, die regelmatig de aandacht doet verslappen. Als Gonzalez dat elektronische deel onder controle krijgt, dan kan iedere festivalweide plat. De man is er ambitieus genoeg voor in ieder geval.
Daarmee komt dag twee tot een einde. We zoeken een taxi en gaan terug naar het hostel om het bed op te zoeken. Morgen gaat het namelijk weer een latertje worden.

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.