Iceland Airwaves ‘12 – Donderdag

Ik geloof dat je best mag zeggen dat ik de Franse band Cercueil heb “meegemaakt” deze Airwaves. Tenslotte traden Penelope en Nico min of meer tegenover ons verblijfsplekkie op, en ik kwam net terug van boodschappen doen. Buiten, in de sneeuw, terwijl het ontzettend waait maakt Cercueil een eng overeenkomstig geluid. De omstandigheden en het geluid geproduceerd door zowel het toetsen-elfje als de boomlange gitaarman sluiten perfect op elkaar aan. Als ik toch een vergelijking mag maken, denk aan een light-versie van Esben and the Witch. Heel goed te doen dus, en wederom een bevestiging dat je tijdens Airwaves werkelijk overal geweldige artiesten tegenkomt, zowel binnen het festivalbereik als off-venue. De omgeving wordt tenslotte ook druk bezocht door veel mensen die hier zonder festivaltoegang zijn, maar toch behoorlijk wat parels meepikken.
Cercueil
Na onze voorraden te hebben afgeleverd en toch maar een extra laag kleding te hebben aangetrokken vertrek ik richting een off-venue locatie, het piepkleine platenzaakje 12-tónar, gunstig gelegen tussen verblijf en potentiële eetplekken (en vol met cd’s, al dan niet van Airwaves-bands). Supergoed dus, voor een middagje met twee IJslandse bandjes! Dit begint met Boogie Trouble, die zich aan het opstellen zijn terwijl de zaak langzaam voldruppelt met kleurrijke jassen en mutsen. “Wij wachten even op onze mannen” wordt verzucht, en tevens blijkt de koebel-speler kwijt. Boogie Trouble bezit dus een bandlid wiens taak het is om als percussiehulp op te treden met uitsluitend koebel en tamboerijn (later blijkt dat dit geweldig goed gaat) maar vooralsnog is de beste man nog even kwijt. “If you see a tall, beautiful man holding a tambourine, please tell him to come inside” wordt gevraagd. Ze gaan spelen over vijf minuten, of misschien 10 minuten…het is allemaal weer erg IJslands.


mij=Door: Andrew. Foto's: Dennis
Boogie Trouble
De bedoeling van Boogie Trouble is feestjes creëren (of de rode lantaarn dragen: ze gaan Airwaves afsluiten. -red), zij zijn van de afdeling voetjes van de vloer. Dat lukt niet zo goed in een locatie die erg klein is en desondanks zeker 10 mensen per vierkante meter huisvest, maar niemand die zich daar om maalt. “Our songs always have cow-bell” wordt nog even verduidelijkt: ze maken funky, dansbare, sterk disco beïnvloed IJslandse pop en da’s best leuk zo. Boogie Trouble, zoals toch wel veel IJslandse bands, is gevuld met leden van andere IJslandse bands, en daar kan best wel een verschil tussen zitten. Zo ook de volgende band, Rökkurró met wie ze een bassist delen. Rökkurró is alleen zeker niet disco: een groter contrast is bijna niet mogelijk. Ik zou het iets als kamermuziek noemen dat de kraakheldere stem van zangeres Hildur mag begeleiden. Het lijkt een post-rock sausje te hebben zelfs (later lees ik dat dit al vaker gezegd is over ze), en ondanks dat ze eigenlijk nét weer in deze formatie zijn nadat twee dames een jaar afwezig waren, merk je niets daarvan. Een bedankje richting de venue, “12-tónar helped us when we were starting, we were 18 and knew nothing” lanceert Fleetwood Mac’s “The Chain” als cover. Wervelend rockend uitgevoerd, door de band die even daarvoor bakken sneeuw op as-grijze IJslandse landschappen aan het audio-schilderen was. “Wow,” wordt er gezegd, “I don’t think I've ever seen anyone dance to Rökkurró before!” en daarmee is het voorbij. Oh, ja, trouwens, tijdens de beide optredens in het volgepakte 12-tónar is het muisstil. Zo stil zelfs dat de bands opmerkingen er over maken. Onthoud dat, ik kom er op terug!
Rökkurró
Na een verrassend middelmatige maaltijd in Cafe Paris wandelen fotoninja Dennis en ik richting het Art Museum voor een avondvullend programma met meer IJslandse postrocky dingen, sexy electro uit de US, een IJslands meisje met een grote bril en uiteindelijk vermoedelijk hele pure Canadezen. We zullen het beleven! Maar ja, we zijn nog niet in het Museum, dat naar mijn mening ongeveer de moeilijkste officiële venue is van Airwaves om binnen te komen. Zelfs als je op tijd bent, en ook als je op tijd bent én een persbandje hebt. In 2008 was ik een uur van tevoren aanwezig voor een optreden en de rij ging al drie hoeken van het gebouw om, en in het kader van overbodige informatie moet vermeld worden dat het nog best een lang gebouw is. Dus lieve lezert, doe er je voordeel mee. De verbluffend grote deurbuffel heeft wel medelijden met de rillende pers-mensen en laat de deuren vast openzetten want hoewel we nog niet naar binnen mogen kunnen we in ieder geval een beetje warmte van binnen meepikken. Toch wel fijn, vooral als je bedenkt dat ik eerder op de dag in een koelcel stond in de supermarkt waar het heerlijk wat graadjes warmer was dan buiten. [watje! -red.]
Samaris
Goed, eenmaal binnen is het fijn, en Samaris betreedt het podium. Het is bijna niet voor te stellen dat het drietal (jonge) studenten zijn want de band is vanavond van wereldformaat hier in het Museum. Ik ben op slag verliefd op zangeres Jófríður: ze mag in mijn tas mee terug naar tropisch Nederland. Het is niet dat ze in een wereldband als Samaris speelt, of dat ze danst als een onwaarschijnlijk menselijke marionet, of omdat ze een allerschattigst pakje aan heeft, maar omdat ze in haar sokjes op het podium staat en haar voetjes over elkaar vouwt als ze aan de microfoon hangend de moeilijke noten moet halen. Samaris maakt brede, wrede en vooral IJslandse soundscapes. Zonder al te veel engs dat daar in rond sluipt, dat laten ze wel over aan andere bands, maar wel donker, duister en gevaarlijk. Alweer het tweede bandje van vandaag waar de CD (of in dit geval de EP) van bemachtigd moet worden bij een der vele lokale platenzaken. My kind of thing, denk ik bij mezelf terwijl het basrijke geluid over me heen golft. Samaris zoekt de bodem van het laag vandaag zeg, m'n kleding trilt er van!
Phantogram
Meer laag in Phantogram, dat het hele Art Museum probeert te vermoorden met seks en subwoofers. Terwijl de bas door mijn lichaam beukt probeer ik te bedenken of en hoeveel ik me zou verzetten tegen zangeres/toetsenist Sarah als ze zoiets ook echt zou doen, want als je dan toch moet gaan… Oké, terug naar de band. In wezen is het een soort zoete electropop, bij verre niet zo agressief in your face als bijvoorbeeld Sleigh Bells op hun eerste plaat, en zelfs hier en daar dromerige elementen á la Beach House. Alleen nu, hier, op dit podium is er geen spoor van het zachte. Dit is keiharde energie, Sarah ramt nog meer bas uit haar keyboard, Josh perst nog meer uit zijn gitaar, (toer-) drummer Tim heeft de duizend-marathons blik opgezet die drummers hebben als ze in drummer-hemel zijn. “You’re beautiful!” wordt er geroepen vanaf het podium, en ik waag me een blik achterom om de afgeladen volle bak van de Museumvloer te zien. Allemaal uitzinnige mensen die het allemaal net zo fijn vinden als ik.
Sóley
Nu een vage programmeerbreak in de vorm van het IJslandse muziek-elfje Sóley. Zij zegt het natuurlijk zelf ook: fijn om hier te zijn op deze electro-avond, ik doe ook dingen met electrospullen! De artieste is kordaat als altijd en begint sterk, maar kan niet de megaruimte van het Museum vullen, of er zijn te veel mensen met andere interesses dan luisteren naar het zorgvuldig gebouwde stiltes, rust momenten en freule stemmen. Erg jammer. Ze heeft er een zware dobber aan, onder meer geplaagd door nukkige elektronica, al is ze (pluspunt) wel vooralsnog de enige artiest die met extra visuals werkt op deze Airwaves. Achter mij wordt het geroezemoes luider en ik wordt me specifiek bewust van één bepaalde stem, mede omdat de eigenaresse ervan alle cliché-slechte eigenschappen van een tv-Amerikaan in een kleine maar hoogst vervelende verpakking weet onder te brengen. Vooral de eigenschap van ophouden met praten is daarbij opgehouden te bestaan. Helaas is mijn fantasie dat Sóley van het podium springt en de focus van mijn irritatie met een haarspeld om het leven brengt slechts dat: een fantasie, maar ik beleef wel een moment van gedeeld leed met het IJslandse meisje naast me dat met haar ogen rollend aangeeft dat ook zij een moord hier direct zou vergeven.
Purity Ring
Nu mijn verwachte klapper van de avond en van het festival, Purity Ring. Het is al duidelijk dat de boel uitloopt, want de vage storing die een kwart van de lampionnen van de band treft blijkt onoplosbaar, maar uiteindelijk staan Megan en Corin dan toch echt op het podium en ik geniet van de toch wel bijzondere manier van controleren van de productie van muziek die bedacht is. Visueel zeker een spektakel, maar geluidstechnisch is het fenomenale laag in het Museum ondertussen uitgegroeid tot iets dat wat mij betreft eigenlijk een storing genoemd mag worden. De bas staat zo hard dat de kleding over mijn hele lichaam trilt, mijn strottenhoofd en neustussenschot vibreren mee met de slagen van de subs, mijn mobiel geeft een foutmelding en reset zichzelf (geen grapje) en ik hoor de toch wel geweldige teksten van Megan, die een van de redenen zijn om überhaupt naar Purity Ring te luisteren al helemaal niet. Jammer vind ik het, maar ik houd vol in de hoop dat ergens een technicus nog niet door het laag verpulverd is en me gaat redden. Helaas lijkt het er op dat iedereen in de regelkamer blijkbaar al naar de eeuwige jachtvelden is dus ben ik blij dat het tweetal uiteindelijk verdwijnt. Tijd om het bedje eens op te gaan zoeken.

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.