Lowlands 2013 Napret: zondag

Onze Lowlands-zondag begint bij het Ierse Kodaline, de zoveelste band in het Coldplay-stramien. Een kwartet dat zich volgzaam in de dwangbuis van radiopopconventies laat stoppen, terwijl de band verder bekwaam haar instrumenten beheerst. Maar als Steve Garrigan en zijn vrienden voor succes op lange termijn willen gaan, moet er snel wat meer animo in deze show komen, want zelden hoor je muziek zo inwisselbaar. Af en toe test Kodaline met de teentjes de wateren van U2 en Mumford & Sons, zonder een duik in het diepe te wagen. De band uit Dublin speelt het wel errug op veilig, he? En ben ik nu gek of gaat hitsingle “All I Want” niet gewoon over break-up seks? Zo ja, dan is zelfs Nick Cave niet zo wrang om vervolgens honderden tienermeisjes te laten meezingen.
Kodaline-4992.jpg
Het was verdomd moeilijk kiezen tussen de begaafde, glitch-‘n-b van James Blake en de mystieke kamerpop van Bat For Lashes. Onderweg naar de Bravo bij eerstgenoemde werd ik overvallen door een heel ander soort onderbuikgevoel dan wat 3voor12 beschreef; noodgedwongen moest er een tussenstop bij de toiletten aan te pas komen. Eenmaal fris en fruitig waren zowel Blake als Natasha Khan klaar. Zo zie je maar, altijd luisteren naar je onderbuikgevoel bij knelpunten in het blokkenschema, for better or worse.
James Blake-5322.jpg
Op naar het altijd superfantastische Franz Ferdinand in een propvolle Alpha-tent. Eigenlijk was het optreden vorig jaar op het kleinschalige Into The Great Wide Open beetje een valse start, een soort try-out bijna. Maar vanavond mag The Franz haar officiële rentree als smaakmaker op de Nederlandse festivalweiden maken. Alle hits komen voorbij: “The Dark of The Matinee”, “This Fire”, het aan Rats On Rafts opgedragen “Michael” en natuurlijk “Take Me Out”. Afgezien van een olijke knipoog naar “I Feel Love” van Donna Summer blijft het een voorspelbaar optreden. Dat mag de pret echter niet drukken: Franz Ferdinand heeft haar status als grote festivalact behouden door lekker bescheiden te blijven doen waar ze goed in zijn: hoekige, dansare indiepopliedjes vertolken met de nodige dikdoenerij. Right thoughts, right words, right action, indeed!. Gunfactor keer drie.
Franz Ferdinand-5602.jpg


mij=Door: Jasper. Foto’s: Jorg
HAIM – Valley girl-zusjes rammen er potsierlijk op los
Toch een zegen wanneer er op festivals minimaal één flauwe novelty-act geprogrammeerd staat. Ditmaal zijn het drie beeldschone dames – Danielle (24) op zang/gitaar, Alana (21) op toetsen/gitaar en Este (27) op bas/percussie, oftewel de zusjes HAIM (plus nog een drummer die de naam Dash Hutton draagt – correctie – toegediend kreeg). Deze prettig gestoorde valley girls doen ons weer smachtend dagdromen over The Bangles, Alannah Miles (je weet wel, deze klassieker), Cyndi Lauper en Pat Benatar door vintage eightiespop heel slim te verweven met eigentijdse R&B. Maar muzikaal vernuft staat bij deze show slechts secundair bij de heerlijke potsierlijke podiumtaferelen – de grootse blikvanger is zonder twijfel oudste zus Este. De eerste weglopers jaagt ze alvast lekker op de stang: “I’d love to see you go but hate to see you leave, if you know what I mean”. Met haar imposante postuur, blonde lokken, gekke bekken en sarcastische grappen tussendoor trekt ze zo’n beetje alle aandacht naar zich toe. Vroeger waarschijnlijk de grootste pestkop van de klas, tegenwoordig kan ze lekker afreageren op een grote trommel. Op Lowlands gedroeg Este zich in ieder geval relatief civiel vergeleken met het optreden op iTunes Festival.

HAIM

Qua uitvoering oogt HAIM misschien gejaagd en ongecoördineerd, maar stiekem zit deze show – tussen al die gotspe door – best geraffineerd in elkaar. De driestemmige zang van nieuwe single “Falling” bijvoorbeeld, waar de drie zusjes bijdehand – doch met perfecte timing – het refrein afwisselen in de stijl van een heuse cheerleader-yell. Terwijl het publiek verdeeld lijkt bij het snappen van deze brutale rockchicks, vermaken de dames zich onderling wel door een halfslachtige versie van “Ice Ice Baby/Under Pressure” ten gehore te brengen. Die lak-aan-alles attitude kun je opvatten als pure verveling of juist spontaniteit. Ik ga persoonlijk voor het tweede. HAIM’s muzikale formule staat wellicht garant voor een beperkte houdbaarheidsdatum, toch zou je ze zo opnieuw willen bewonderen om de branie die ze naderhand schoppen. Dit is de betere kitsch, if you know what I mean.
HAIM

Alabama Shakes trotseert underdogpositie in de Alpha
Altijd mooi om te zien hoe bepaalde individuen uit hun schulp kruipen…na het veroveren van de wereld. Brittany Howard, voorheen een introverte postbezorgster staat hier op Lowlands als een onvervalste souldiva. Anderhalf jaar geleden wist ze nog niet eens een sigarettenautomaat aan de praat te krijgen, nu hangt de hele Alphatent aan haar lippen. Oké…de HALVE Alphatent. Desalniettemin weet Alabama Shakes nog altijd het intieme gevoel op te wekken van dat rokerige pub-bandje uit het slaperige Athens. Een van de merkwaardige verschillen met de doorbraakshow in Bitterzoet: het viertal speelt de gruizige southern soul nu opvallend lui en downtempo. De reden daarvoor is onduidelijk, wellicht geeft het Brittany de gelegenheid tot meer adempauze tussen die vernietigende uithalen door. Dat zou niet meer dan begrijpelijk zijn overigens. Het aandachtsveld van dit publiek blijkt helaas niet al te breed – zoals ook tijdens het rustig opbouwende “Heartbreaker” weer blijkt – tótdat Brittany ze prompt de les leest met haar monumentale windpijpen. En daar het applaus, jongens en meisjes. Wát een présence, wát een charisma moet je hebben om dit te flikken – juist op een podium dat stiekem toch nog een maatje te groot is voor deze band.
Alabama Shakes
Als niet hitsingle “Hold On” doorslaggevend was geweest voor het succes, dan wel een van die andere topsongs: “Rise To The Sun”, “I Found You” (met heerlijk contrast tussen de geanimeerde Howard en de deadpan van gitarist Heath Fogg) en “Be Mine” (met zinderende gospel-finale) brengen zelfs met een paar BPM trager de luisteraar in rep en roer. Bij laatstgenoemde en “On Your Way” blijft het toch een klein minpuntje dat ze zo voorbarig stoppen – het zijn typisch twee songs die er echt om schreeuwen lekker uit te jammen. Gelukkig gaat Alabama Shakes wel een versnellinkje hoger bij afsluiter ‘Heavy Chevy”, een uptempo rock-‘n-roll liedje dat verloren lijkt uit de Chuck Berry-catalogus. En zo trotseren Brittany en haar boezemvrienden tóch nog met gemak die underdogpositie die ze op het lijf geschreven lijkt, the old fashioned way. COME ON BRITTANY!!!!
The Knife speelt infantiel met rook en spiegels
Performancekunst of piss take? Dat is de vraag die iedereen bezighield bij het aanschouwen van de Shaking The Habitual-show van The Knife. Bij het horen van deze conceptuele drone-plaat denk je al bij jezelf: hoe gaan Olof en Karin Dreijer-Andersson dit in godsnaam op de podia neerzetten? Een live bezetting a la Fever Ray zou met alle respect een bijna onmogelijke opgave zijn voor de muzikanten in kwestie. Slechts twee figuren achter een knoppenpaneel zou de experimentele aard van de muziek in een grote tent als de Grolsch teniet doen. Dit even ervan uitgaand dat The Knife niet heel goed heeft nagedacht over wat ze precies willen overbrengen. Deze show – dit hele project – is duidelijk tot in de puntjes uitgekiend.
The Knife-5654.jpg
Tijdens opener “Raging Lung” lijkt het alsof we een optreden zien uit de verre toekomst. Diverse muzikanten gehuld in donkere gewaden spelen de meest obscure instrumenten: waaronder handgemaakte percussiestukken, een contrabas in de vorm van een doodskist en een harp met neonbelichte snaren. Dat The Knife altijd heil zoekt in het abstracte maakt dit nog geloofwaardiger (zolang je maar niet stilstaat bij de hoeveelheid platen die je moet verkopen om die sci-fi gear te betalen). Die geloofwaardigheid is meteen foetsie wanneer alle “muzikanten” als een stel frivole Oompa Loompa’s over de neurotische beats huppelen. Dit is het moment waar het definitief tot je doordringt dat er in feite geen noot live wordt gespeeld. Het getrainde oor had dat misschien al lang door, zolang er ook maar énige twijfel speelt houdt The Knife de illusie levend.
Ook bij het optische aspect wordt er een schimmig kat- en muisspelletje gespeeld. Wie pocht dat hij dankzij MB-spel Wie Is Het? niet vatbaar meer is voor gezichtsbedrog bewijst The Knife het tegendeel. Voor het grootste gedeelte dénk je Karin Dreijer-Andersson in de smiezen te hebben; de donkere visuals, de opmaak van de figuranten en de choreografie dienen zodanig als stoorzender dan je hier op een gegeven moment lak aan krijgt. De aandacht projecteert zich dan op het totaalplaatje. De enige keer dat Karin echt goed zichtbaar is blijkt niet eens in fysieke vorm, maar verkleed als man op een projectiescherm, bijna hetzelfde idee als met de show die Battles deed rondom hun laatste album Gloss Drop om de diverse gastvocalisten te integreren.

The Knife-5690.jpg

Dreijer-Andersson doet dat doeltreffend, haar verschijning op ludieke manieren (in zowel videoclips als op het podium) te havenen. De maskers, de kostuums, de vervormingen in haar stem, alles om te kunnen verdwijnen in dat macabere totaalplaatje. Op de vraag of dat nu aansluit met haar uitgesproken mening over genderpolitics, daar durf ik mij niet over te buigen. Dat laat ik liever over aan de echte popjournalisten. Maar Karins persoonlijke maskerade creëert voor een groot deel de mystiek rondom The Knife. Het debat over feminisme en whatnot terzijde: The Knife ontkracht met deze bijzondere performance bij iedereen wel IETS. Of het nu positief of negatief is, dat doet er eerlijk gezegd weinig toe. Als kind geloofde ik zowel in de kerstman als Sinterklaas – zodra je eenmaal volwassen bent speel je het spelletje mee voor de kleintjes en geniet je daarbij evengoed van die culturele happening en wederzijdse troost. Dat is toch belangrijker, niet?
Het totaalplaatje. Ik geloof heilig dat je dáárom ook deze The Knife-show in veel bredere context moet plaatsen dan slechts een concert: eerder een stel gelijkgestemden die een dermate spraakmakend concept bedenken, in feite is dit net zo indrukwekkend als een liveband. Over het algemeen zelfs indrukwekkender zoláng je niet stil blijft staan bij het verwachtingspatroon. Deze The Knife-show kun je wellicht tot in de puntjes ontleden totdat je er letterlijk mesjogge van wordt, het lijkt me in dit geval verstandiger je vooral te laten leiden door de zintuigen. Misschien sla je juist de plank totaal mis door het helemaal te willen doorgronden, je moet het gewoon willen ondergaan. Beleven en beproeven, net als die avonden dat je als kind je schoen zette en hoopte op een chocoladereep van de Goedheiligman. Kreeg je die niet, zette je je schoen de volgende avond gewoon opnieuw – in plaats van tobbend zijn godganse bestaan in twijfel te trekken. Want dát doen we vaak genoeg met zo ontiegelijk veel informatie direct aan onze vingertoppen. Want zeg eens eerlijk: toen je met Deep Aerobics-instructeur Miguel Gutierrez voorafgaand aan deze show scandeerde: “I’m still alive and not afraid to die!”, controleerde je toch ook niet meteen je polsslag?
Nick Cave onttrekt zich van pikzwarte spelonken
Na drie decennia als performer heeft Nick Cave niets aan intensiteit ingeleverd, met een oeuvre dat anno 2013 nog sterk overeind blijft. Vanavond krijgen we een optreden te zien die door velen in het geheugen gegrift blijft: veel nieuwe fans zullen toegeven aan het machtsvertoon van deze duizendpoot in het vak. Zelfs de kenners blijft Cave keer op keer verbazen: een popjournalist in het bijzonder die ik naderhand sprak roepte Push The Sky Away uit tot zijn beste album tot nu toe.
Nick Cave-5763.jpg
Tijdens deze laatste show van Caves toernee zal het lontje wat korter zijn dan normaal. In dit geval een positief vooruitzicht. Het kinderkoor dat hij op sleeptouw nam heeft hij vanavond thuisgelaten. Ook prima, het is toch allang bedtijd. En die Alphatent die maar half gevuld is, tsja. Alleen maar meer ammunitie voor Nick en zijn Bad Seeds. Of deze factoren nu meewegen of niet, de deksel is bij de Australiër vanavond he-le-maal van de pan. Opener “We No Who U R” komt er nog zonder kleerscheuren vanaf met een relatief trouwe uitvoering. Maar “Jubilee Street” gaat als eerste onder guillotine met een messcherp, vilein slot. Geen fraaie strijkers van rechterhand Warren Ellis, maar een vinnige opwelling aan niet zou onderdoen tijdens een Grinderman-show. Nick Cave lijkt er op gebrand zijn repliek met elan te brengen, elk woord, elke lettergreep wordt nadrukkelijk beklemtoond. Het optreden bereikt zijn kookpunt bij “From Her To Eternity”, met een manische Cave die op de barrières boven het publiek uit torend, zijn balans penibel in stand gehouden door toereikende handen – waaronder een knap blond meisje die Cave bij het loslaten smoorverliefd na lonkt.
Cave lijkt het grootste gedeelte van het concert hier door te brengen, want wat heb je aan ammunitie als je deze niet op je medemens kan projecteren? Zelfs het op plaat zo koddige “Mermaids” wordt heerlijk op zeep geholpen, opnieuw op het scherpst van de snede. Het eerste echte rustpunt komt pas in de vorm van de wrange, sarcastische pianohymne “People Just Ain’t No Good”. Maar dit is slechts stilte voor de storm. Net als in 2005 krijgen we wederom de tweeluik “The Mercy Seat”/”Stagger Lee” voorgeschoteld, altijd verplichte kost voor Cave. Maar plichtmatig uitgevoerd? Ho maar. Tijdens “Stagger Lee” staan de Bad Seeds in uiterste suspense, zelfs de geweerschoten die Billy Dilly fataal werden bootst de drummer theatraal na. Nick Cave toont zich van zijn sardonische kant door een zin te improviseren: “In come the devil/he’s got a fucking iPhone in his hand” Uiteraard beantwoordt door luid gejuich. Knap hoe Nick na relatief kalme afsluiter “Push The Sky Away” er toch nog een toegift weet uit te slepen: “Papa Won’t Leave You, Henry” en het serene “Into My Arms”. En zo mondt dit adembenemende optreden niet uit tot opgefokte tirades, maar een kalme bezinning.
Sfeerbeeld

4 gedachten over “Lowlands 2013 Napret: zondag”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *