Valkhof Festival 2018

Valkhof Festival 2018Het begint inmiddels een traditie te worden om pas laat met een verslagje te komen. Dat ligt niet alleen aan het warme weer, al kun je daar ook sloom worden. Ook dit jaar probeer ik zoveel mogelijk te genieten van een festival zonder er van alles van te moeten vinden en zeker niet om tussendoor hele verhalen te gaan schrijven. De Vierdaagsefeesten in Nijmegen zijn al jaren een week vakantie voor me en zo beleef ik het ook graag. Onderdeel van die feesten is het heerlijke Valkhof Festival, al sinds een eeuwigheid een hoogtepunt in mijn kalender in muzikaal en feestelijk opzicht, en werkelijk een verademing tussen alle hoempapa in een groot deel van de rest van de stad. Neem André Hazes (jr); die werd van tevoren al moe van zichzelf en kwam dus niet. Vervanger Jeroen van der Boom bracht toch nog een massa mensen naar de Waalkade, maar mij zul je daar dan niet vinden. Het beste alternatief naast het Valkhof (naast misschien de Kaaij) vind ik ook dit jaar Festival Op ‘t Eiland waar ik dinsdagavond verbleef en een deel van de woensdagavond. Veel heb je me daar dus nog niet over gehoord. Hoeft dus ook niet echt. Ook dit jaar kun je gewoon prima terecht bij andere media om snel verslagen te lezen (en foto’s te bekijken) over de vierdaagse, zoals bij 3voor12, waaronder ook veel acts op het Valkhof en op ‘t Eiland. The Daily Indie had ook een stukje trouwens en de Facebook-pagina van het Valkhof Festival zelf staat ook bomvol met vette foto’s.

Over foto’s gesproken… Andere reden om minder of minder snel te schrijven is omdat ik dit jaar meer met eigen foto’s aan de slag ben gegaan. Sinds april heb ik een wat dikkere camera, zoals ik ‘m zelf graag noem, en omdat ik toch altijd al graag wat concertfoto’s neem leken de vierdaagsefeesten een geschikt moment om eens te kijken wat ik met die betere camera zou kunnen. Zonder persaccreditatie dus, dat hoeft voor mij niet, maar gewoon voor de lol. En dat kan goed tijdens de vierdaagsefeesten, want alles is weer geheel gratis toegankelijk. Foto’s kun je wel wat sneller online gooien, in dit geval deed ik dat via fileunder.nl en op mijn eigen Instagram. Voor de rest zette ik alleen wat kleine tekstjes en (met name telefoon)foto’s op twitter. Zoals gezegd heb ik steeds minder de neiging om overal uitgebreid en verstandig over te schrijven. Muziek is sowieso voor een groot deel persoonlijk gevoel en smaak, al kon ik me wel aardig vinden in een (deel van) de top 25 van 3voor12. Dat ik toch een stukje schrijf is om er nog wel iets over te kunnen lezen later. Laat ik eens kijken of ik dat dagboekje niet al te uitgebreid kan gaan maken (weer niet echt gelukt).

Het is zeldzaam dat ik een van de zeven (!) Vierdaagsefeesten oversla trouwens. In het verleden heb ik nog wel eens een dagje overgeslagen door slecht weer. Vorig jaar had ik op zaterdag eerst nog het Dynamo Metal Fest om daarna alsnog even op het Valkhof te belanden waardoor ik uiteindelijk de volle zeven dagen haalde, een jaar eerder redde ik het ook maar net, ondanks een kreupele pijnlijke nek, niet eens ontstaan door headbangen, maar meer door het bankhangen gok ik. Dit jaar had ik een bruiloft op zaterdag. Ook mooi. Vandaar dat we pas op zondagmiddag binnen komen lopen op een van de mooiste locaties van de Vierdaagsefeesten. Misschien is het wel de mooiste festivallocatie die ik ken. Lekker knus onder de bomen, met in het park nog die overblijfselen uit vroegere tijd. De Barbarossa-ruïne is weer omgebouwd tot een prima speciaalbierenbar en het oudste gebouwtje van Nijmegen, de Valkhofkapel, wordt weer gebruikt voor bijzondere optredens door o.a. Extrapool, voor literatuurlezingen en aparte muzieksessies. Zo af en toe een duik in de kapel werkt verfrissend; je kunt je er nog eens laten verrassen of verbazen door experimentele acts. Het terrein voelt sowieso erg fijn aan dit jaar met extra zitplaatsen en genoeg barretjes. Je kan er net zoals vorig jaar gewoon snel betalen met je pinpas (al dan niet contactloos) of met cash (maar waarom zou je). Contactloos bier drinken kan nog net niet. Contactloos plassen misschien wel, maar de mannen moesten dit jaar ook ineens dokken. Het Boog-podium staat nu weer aan de linkerkant, waar het een aantal jaar terug ook al stond en dat lijkt dit jaar toch een meer praktische indeling op de een of andere manier. Hoofdpodium Arc staat al jarenlang op een vaste plek en ook de Tuin is er weer, met lampionnen en schemerlampjes in de bomen voor de goede sfeer en een cocktailbar. Achter in de Tuin kun je dansen op de leuke plaatjes van de DJ’s, maar er treedt ook af en toe een band op. En vergeet de mooie oude bomen niet in het park, het bladerdak doet goed dienst als parasol tegen de warmte, zeker overdag en aan het begin van de avond. Want jongens, wat hebben we een mooie week. Graadje of 27-28. Kortebroekenweer. Alleen op de dinsdag- en woensdagavond had ik maar een truitje meegenomen. De Vierdaagsefeesten zijn groter dan ooit en worden goed bezocht, maar het weer zat dus ook mee. In totaal kwamen er 1.615.000 miljoen mensen en die gaven 64 miljoen euro uit (ref). Zo af en toe krijg je een push-berichtje van de Vierdaagse-app dat het wel erg vol is op bijvoorbeeld de Waalkade, Het Faberplein, Het Koningsplein of Plein ’44 of weet ik veel waar. Maar ik ga dus graag naar het Valkhof, waar al sinds jaar en dag het Valkhof Festival plaatsvindt, vroeger de-Affaire genoemd, maar sinds 2013 genoemd naar het park zelf.

Valkhof Festival 2018
Op zondag voelt het weer als vanouds en vertrouwd als we het Valkhof binnen komen lopen bij zo ongeveer het laatste nummer van het Amerikaanse The Hackensaw Boys. De diversiteit op het festival is zeer te prijzen, maar je hoeft niet alles leuk te vinden. Ik hou gewoon niet zo van roots, country, america of blue-grass. Het is honkie-tonk vrolijkheid, dat wel. Geef mij dan maar het frisse MOOON om de dag mee te starten. De broertjes Tom en Gijs de Jong uit Aarle-Rixtel plunderden de platenkast van hun vader en maakten zo kennis maakten met Bob Dylan, Deep Purple en The Beatles. Samen met neef en buurman Timo van Lierop richtten ze MOOON op. Fijne psych-, blues- en surfpop/rock met een niks-aan-de-hand houding, dat glijdt er soepeltjes in. Vrolijk trio ook en “Alcohol” is een lekkere meezinger. Even later op de dag zien we de sympathieke heren nog in de Valkhofkapel een aantal nummers spelen, ongetwijfeld komt die sessie nog ergens online beschikbaar. Met de singer-song/country/soul-indie van Marlon Williams uit Nieuw-Zeeland heb ik persoonlijk wat minder, al staat hij wel goed aangeschreven. Inspiratie haalt hij uit acts als Elvis Presley, The Beatles, Echo & The Bunnymen en Morrissey, zo lees ik ergens. Met een wat dik aangezette zangstem (Roy Orbison werd al eens aangehaald) klinkt het bij een enkel nummer als smartlappenzeer in country-vorm, maar dat wordt me vast niet in dank afgenomen. Hij heeft wel wat zeer te verwerken natuurlijk na zijn breuk met Aldous Harling, zo gaat het verhaal. Hij heeft wel fijne band bij zich, het geluid staat prima, maar het leent zich ook enorm om even lekker op afstand te gaan zitten toekijken. Op het kleinere podium staan we dan wel weer klaar voor het Rotterdamse Lewsberg, vernoemd naar de schrijver Robert Loesberg. De band maakt aardige indierock in de hoek van – pak ‘m beet – Ought of Velvet Underground, met iets minder impact. Niet verkeerd, maar de uitstraling en het samenspel kan wat beter. Het ziet er wat introvert uit. Michiel Klein (Bonne Aparte) vind ik nog niet heel soepeltjes op gitaar eigenlijk. Arie van Vliet, speelt ook in Naive Set en eerder ook in Boring Pop (praatzingt een beetje als Lou Reed inderdaad) komt niet direct over als een swingende rockster, maar lijkt meer je natuurkundeleraar. Niet dat dat echt uitmaakt, maar iets meer passie had wel gemogen. En toch bevalt het wel, dit soort licht rammelende indie-rock / post-punk, met een aantal aardige songs, soms wat simpel, maar op de betere momenten scheurt het wat harder uit de bocht. Zo trekt de verkrachting op gitaar zo tegen het einde nog terecht applaus, terwijl de rest van de band stoïcijns doorspeelt. Net als Marlon Williams staat de Amerikaanse singer-songwriter Kevin Morby ook wel aardig aangeschreven dacht ik, maar ook hier heb ik last van een wat softer genre (denk Lou Reed, Bob Dylan, Leonard Cohen, Neil Young). Het viertal maakt best gezellige muziekjes, maar toch wat flauw. Misschien een generatiekloofje hier. En dat terwijl de beste man, met op zich weer een prima band en geluid, de nummers nog wel eens flink doortrekt tot lengtes die ik normaal wel kan waarderen, maar dan moet je het wel interessant weten te houden. Veel meer tempo en feest met de guitige mannen – met vrolijke gele Hawaii-shirts – van het Peruaanse Los Mirlos, ook al is dat ook geen genre waar je me ‘s nachts voor wakker moet maken. De Zuid-Amerikaanse cumbia verleidt het publiek vooraan wel tot een exotisch dansje, want ja, je kunt er zo lekker je heupen op laten wiegen. Maar het echte vuur komt toch echt van Algiers vandaag, een funk/soul-band uit Amerika en een passievolle zanger (Franklin James Fisher) met een een geweldige blues-strot. Een soort Rag’n’Bone Man op funky speed, of zoiets. Een band ook die het aanvult met o.a. gospel en postpunk. Of psychedelische blues. Net zo makkelijk. En met een politieke boodschap, maar meestal ben ik te lui om te begrijpen waar het nu echt om gaat. Een sterke performance in elk geval. Het mag ook wel wat gekker en ongemakkelijker op het Valkhof, alhoewel de zondagmiddag zich wel vaker leent voor de wat meer toegankelijke toonsoorten. Het Russische Shortparis uit Sint Petersburg (oorspronkelijk uit Siberië) maakt er in elk geval een lekkere gekke vertoning van met een soort experimentele industrial electropop of iets dergelijks. Dreunend in elk geval. Spastische dance lees ik ergens anders. En een paar theatrale types op de bühne die goed in hun rol blijven, eentje wat nichterig dansend en een zanger die net zo strak en eng boos kijkt als die gast van Deafheaven. Hele andere muziek trouwens. Niet heel makkelijk te verteren, maar het intrigeert en we blijven gewoon staan. Dit is ook waarom je op het Valkhof wilt zijn, het mag soms best een beetje vreemd. Of gewoon log. Ik hou wel wat van iets meer gitaargeweld en dit jaar lijkt het er net zoals vorig jaar op dat er geen duidelijke FortaRock-acts zijn geboekt. Geen traditioneel avondje FortaRock, maar de zondagavond leent zich er wel voor zou je zeggen, met bijvoorbeeld Pallbearer, dat al eens op Roadburn 2017 stond en dan moet je wel iets betekenen in het genre. Het is wat luchtige doom/sludge, zou je bijna zeggen, zeker ook met de wat lichte en iele, hoge zang van Brett Campbel. Melodieus bijna. Zelfs poppy hier en daar. Nou goed, in het begin klinkt het nog lekker vettig met een lekker smerig randje reuzel, denk Mastodon in slow-motion met een snufje Baroness of Black Sabbath. Of zoiets. Maar gaandeweg worden de nummers lomer en langer. Of gewoon meer van hetzelfde. Tegen het einde wordt het zelfs saai en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Dan is de overgang naar het Australische Seedy Jeezus op het kleinere podium wel even een stuk lekkerder. Veel meer tempo, veel meer energie. Hardrock en seventies psych uit het goede boekje, met machtige jams en klodders zweet. Niet compleet origineel, maar wat geeft het. Ze hebben kosten nog moeite gespaard, zeggen ze al grappend zodra ze in de gaten hebben dat het vuurwerk bij de Waal is begonnen. Maar het echte vuurwerk komt met gemak van deze mannen zelf. Fuck yeah! Vuisten in de lucht. Dat doom-achtige muziek ook spannend kan worden gebracht bewijst de Amerikaanse Chelsea Wolfe dat ook vorig jaar (en 2012) op Roadburn stond. Deze ‘angel of darkness’ zet hier op het Valkhof met haar band een fijn duister sfeertje neer met weinig licht, maar met groot gebaar. Spannende dark-doom. Ze mengt het met haar band met (neo)folk, drone, ambient, indie, gothic rock, ethereal wave of gewoon drone-metal-art-folk, wat dat allemaal ook moge betekenen precies. Het is in elk geval mystiek dreigend, depressief of wanhopig. Duister grommende gitaren met de wat ijlere zang van Wolfe zelf. Gaaf dat er genoeg publiek voor te vinden is hier, normaal is de zondagavond niet zo heel druk bezet. Op een gegeven moment bedenk ik dat de jongere party peoples het Valkhof vanavond wat meer links zullen hebben laten liggen en er daarom meer aandacht is voor dit soort fijnere donkere muziek, tijdens het hele verlengde optreden zelfs.

Algiers

Naast de zondag had ik toch ook de maandagavond van het Valkhof Festival aangestreept in het programma, net zoals de donderdag overigens. Het Franse CANNIBALE viel me vooraf vooral op vanwege het nummer “Hidden Wealth”, een instant favorietje dat ergens ook wel aan Get Well Soon doet denken. Verder is het vooral psychedelische (garage)cumbia. Mooi, want cumbia in de pure vorm moet ik niet zo. Het swingt in elk geval wel een beetje met hier en daar een vrolijk orgeltje, uitstekende samenzang, en hier een daar een prettige noot gitaar. Aardige opener van de avond aldus. Leuke bands komen niet alleen uit het buitenland. Korfbal, met leden van The Homesick, Creepy Karpis, Yuko Yuko en Rats on Rafts, had een leuk plaatje gemaakt (Korfbal EP), en het optreden tijdens de popronde in Nijmegen vond ik erg leuk. Speelse en catchy indie/garage-rock met een psych-bite (denk Meatbodies, King Gizzard, Thee Oh Sees, Canshaker Pi, Iguana Death Cult, Parquet Courts). Lekker zoet met vuur en vrolijkheid. Wel apart dat het best een aantal nummers duurt voordat de boel een beetje op gang komt hier op het Valkhof, maar als ze eenmaal warm zijn gedraaid komen ook de meer opzwepende songs. De leuke nummers van dat EP’tje zitten dan ook meer op het einde. BODEGA (uit New York) leek me op voorhand niet enorm bijzonder, maar zo live weet de Amerikaanse band het hele optreden te boeien. Het begint al met een geinig tekstje, gesproken door een computerstem in het Nederlands (door de Google-translate gehaald of zo), dat meldt dat ze in vrede komen en hopen dat we de band fijn kunnen… consumeren. Het leek me een soort lichtvoetige funk/punk-indierock met garage en psychedelica. Live moet je dan de dikke percussie op de staande trommels toevoegen, waar de twee dames passievol op rammen. Met name Nikki Belfiglio trekt de aandacht vooraan met een energiek voorkomen. Ineens snap je de referentie met LCD Soundsystem door de doordrammende ritmes, al moet ik zeggen dat ik (oei, dat is vast vloeken in de kerk) de (soms lang doorgaande) herhalende patronen van BODEGA wel een stukje leuker vind. Of ik ben vanavond in een goede roes, dat kan ook. Gitarist Madison Velding-VanDam beweegt ook grappig op rechts, op een afstandje lijkt het een jonge broer van Huub van der Lubbe, maar ik zie wel vaker gekke dingen. En wat zegt die computerstem nu? ‘I touch myself while staring at your chat textbox‘ (vlak voor “Gyrate”). Okay. “I am not a cinephile” (motherfucker) is ook een instant meezinghit. Een van de leukste optredens deze week. De band zal misschien in een package deal zijn geboekt met Parquet Courts want Austin Brown heeft hun debuutalbum geproduceerd, maar vanavond wint BODEGA het ruim van de hoofdact zelf. In de tuin staat daarna (de wat verlate) Donny Benét (eighties post-disco one-man-show) op het punt van beginnen, maar eenmaal daar is het te druk om er nog wat fatsoenlijk van mee te krijgen. Leuk dit soort acts, vooraf veel getipt ook, maar met veel publiek is de tuin echt te klein. Er is achterin vrij weinig te zien en de kleine boxen reiken niet ver. Jammer, dan toch maar naar Charlie & the Lesbians, een Eindhovense garage/psych-band van het vuigere soort. Het Nederlandse antwoord op The Stooges aldus het boekje. Charlie zelf is niet al te groot maar compenseert dat met ontbloot bovenlijf, een dubbele dosis energie en wat schreeuwwerk. Een van de lesbians lijkt me een kerel met lippenstift, maar wat geeft het. Het is een brok energie, dat wel, maar net wat te lelijk geserveerd vind ik toch. Het publiek bij het Boog-podium maalt er niet om, die willen een dik feestje en dat lukt aardig. Het geduld bij de hoofdact van vanavond, Parquet Courts, wordt op de proef gesteld. Het park staat zeldzaam vol voor een maandagavond, maar de band uit Texas/New York vertraagt de boel nogal met wat slappe grappen en grollen, maar vergeet de vaart in de show te houden. De eerder genoemde zanger/gitarist Austin Brown heeft al het nodige op en is meer met bier bezig (samen met Sean Yeaton) en andere fratsen dan met spelen. Andrew Savage lijkt not amused met die lolbroeken aan zijn zijde, terwijl hij zelf wel fatsoenlijk door de set worstelt. Het materiaal is er ook niet altijd naar en/of het wordt wat flauwer gepresenteerd. Het is wisselvallig. Sommige nummers en met name wat instrumentale stukken zijn prima, andere songs zijn gewoon flauwtjes. Je zou ook meer verwachten op basis van de frisse nieuwe plaat Wide Awake! Tijdens het vrolijk dansbare titelnummer van die plaat komen de bandleden van BODEGA nog even op het podium en dat zou nog een prima afsluiter zijn geweest, maar wat daarna volgt is weer een wisselvallig gedeelte en een hele lange jam op het einde totdat ze naar verluidt echt door de organisatie van het podium af gegooid worden. Maar dan ben ik al naar huis…

BODEGA

Op het stadseiland, waar het Festival Op ‘t Eiland wordt georganiseerd, is het ook altijd goed toeven tijdens de Vierdaagseweek vind ik. Even uit de drukte aan de overkant van de Waal op het Waalstrandje. In samenwerking met Doornroosje worden daar ook nog een aantal leuke bands geprogrammeerd, naast theater en veel ander vermaak, ook leuk voor de kinderen. En je kunt er lekker eten en dansen. Het is de dag met een klein windje en ‘s avonds voelt het even een stuk frisser aan, zeker hier aan het water. Het Amsterdamse Fuz is een all-female band (of mag je dat tegenwoordig niet meer zeggen) met een zangeres in badpak, net geblondeerd ook en die haartjes jeuken als de ziekte als ik haar goed heb verstaan. Het is sympathieke hap-slik-weg rock-‘n-roll, maar ik stort me ook al weer snel op die andere hobby: foto’s maken. De zon gaat onder op het stadseiland, daar moeten vast leuke plaatjes van te schieten zijn. De rest van de tijd onderzoek ik nog even de speciaalbierbar en warm ik me wat op aan de vuurkorven op het strand, totdat eindelijk Claw Boys Claw op het punt van beginnen staat, de reden dat ik hier vanavond ben. De band werd in 1983 opgericht door zanger Peter te Bos en gitarist John Cameron (beiden nog van de partij) en Allard Jolles op drums. Sinds 2013 drumt Jeroen Kleijn, maar ook een jongen (z’n zoon?) neemt niet onverdienstelijk een nummer plaats achter de drumkit. Ik had ze tot voor kort nog nooit gezien. Na Down The Rabbit Hole een gratis herkansing hier op het eiland. Peter te Bos, was ook lang de grafisch ontwerper van Lowlands trouwens, zingt hier in strak pak, maar wel met ondeugende ogen en een wilde haarbos. De Nederlandse Iggy Pop misschien, maar dan met kleren aan. De boys houden het publiek goed in hun klauwen met hun rauwe pop/rocksongs en net zoals op Down The Rabbit Hole duikt Te Bos nog een keer het publiek in (tot wel 100 meter) en krijgen we een uitvoering op het einde van “I Wanna Be Your Dog” van The Stooges / Iggy Pop. Geen uitvoering van het hitje “Rosie” trouwens, maar dat is eigenlijk prima.

Claw Boys Claw

De week gaat snel. Het is woensdag, en we starten dit keer op het Valkhof bij het Belgische Warhola met zanger Oliver Symons die ook in Bazart de toetsen bespeelt. De muziek (electropop/R&B/soul) lijkt er behoorlijk op moet ik zeggen en het heeft ook wel wat weg van het Belgische Balthazar of Oscar and the Wolf. Lome synthpop lijkt toch een vlucht te hebben genomen bij onze zuiderburen. De band, won in 2014 de Humo Rock Rally in België overigens, begint wat weeïg voor een wat mager gevuld veldje maar als de schwung er in komt, volgt er beweging in het publiek. Symons heeft een beetje de maniertjes van de andere frontmannen, een tikkeltje gelikt en stoer lonkend naar de mooie mensen in het publiek. Gelukkig trekt ie zijn overhemd nog net niet half uit zoals Max Colombie van Oscar and the Wolf dat zou doen. Maar dat is allemaal show. Het is een tikkeltje gladjes uitgevoerd dus, maar wel strak en het geluid klinkt als een goed organisch geheel hier bij het hoofdpodium. Voor mij toch net iets te smooth, licht en loom allemaal. En ik hou niet zo van die autotune die er hier en daar is ingestopt, daar ben ik vast te oud voor ook. Een klein uitstapje naar de kapel voor een klein stukje van Extrapool & De Perifeer DJ’s. Programmeurs Herman van den Muijsenberg en Harco Rutgers laten hier een muzikale selectie uit de onderstroom horen uit naam van dé experimentele muziekplatforms uit de regio, aldus het programmaboekje. En dat klinkt als experimentele knisperende elektronische muziek. In de tuin later meercat, slacker-electroproject van Foxlane-gitarist Christiaan Végh, hier terzijde gestaan door een bassist. Het duo treedt hier voor het eerst op, zo meldt Végh, en ze hebben daar wel schik in. Als de laptop even hapert wordt de track gewoon even opnieuw opgestart in het midden van het nummer. Chill-pop noemt hij het zelf geloof ik en hier wordt het een lo-fi-R&B-indie-mengelmoesproject genoemd. Het luistert prettig weg in elk geval en in het laatste nummer gaat er zowaar wat meer (gitaar)gas op. Leuke band. Net zoals het Amerikaanse Durand Jones & The Indications eigenlijk, dat traditionele funk en soul brengt, categorie The Icemen, The Brothers Of Soul, Charles Bradley of Curtis Harding. Sympathieke band met een vrolijke frontman, met funky blazers en lekkere jazzy drums. Als het dan toch gladjes moet, vind ik dit wel lekker smooth. Edoch, we pakken op tijd het fietsje voor een kleine tocht naar de overkant van de Waal, want Festival Op ‘t Eiland heeft daar vanavond Neerlands trots in bange indie-dagen JOHAN (of Johan of JHN) geprogrammeerd. In 2009 zag ik de band nog op het aloude de-Affaire, maar in dat najaar werd de handdoek in de ring gegooid door de band. In 2017 kwam de band weer bij elkaar voor een nieuw begin, zoals ze dat zelf zeiden. Met uiteraard zanger/gitarist Jacob de Greeuw himself en oud-gedienden Jeroen Kleijn en Diets Diekstra, aangevuld met Robin Berlijn en Frans Hagenaars. It’s ‘About Time’ zou je kunnen zeggen, van het nieuw album Pull Up. Het klinkt als vanouds deze popnummers op plaat en ook live, met nog steeds de perfecte popliedjes. Invloeden als The Beatles, The Kinks en Oasis, aldus hier. Het is erg leuk om die oude klassiekers nog eens een keer te horen. De band speelt het nog uitstekend, ook al is de podiumpresentatie verder niet heel bijzonder, maar het is ook meer vakmanschap dat hier meesterschap maakt. Zonder al te veel opsmuk is JOHAN vanavond weer tof om eens te zien.

JOHAN

De donderdag is een avond om strak op het Valkhof te blijven met een aantal favorieten in het vooruitzicht. TootArd (Arabisch voor aardbeien) is een aardige opener (voor ons dan) op het Arc-podium. De band bestaat uit inwoners van de Golan, maar zijn stateloos. Muziek verbroedert en kent ook geen grenzen. Ze zijn blij te kunnen reizen en hun muziek zo te delen, zo is hun boodschap vanavond. Misschien dat ze wel wat broeders zijn kwijtgeraakt, want ze zijn ook wel eens met z’n vieren dacht ik toch, hier zien we een duo op drums en gitaar/toetsen. Het oosterse sausje komt uit een doosje of synths, net zoals de bas en we horen invloeden uit reggae, anadolu-funk, Touareg en klassieke Arabische muziek, al heb ik dat uit het programmaboekje. Sympathieke jongens. Dan kijken we ook nog even in de kapel naar Dianne Verdonk, die daar via De Perifeer staat en dan kun je wat elektronisch experiment verwachten. Verdonk bouwt haar eigen muziekinstrumenten en bespeelt hier de La Diantenne, een buigbare metalen plaat waarmee ze electro-akoestische liedjes maakt. Haar vingers geven de toonhoogte aan in de rand en door de metalen plaat te buigen breng je dynamiek in het geluid. Daarnaast zingt ze wat tonen vlakbij de plaat voor een extra effect. Bijzonder experiment en interessant om te zien hoe ze dat doet, maar deze geavanceerde zingende zaag-muziek en -techniek past niet helemaal in mijn straatje. Repetitor is een stuk minder experimenteel en je zou zelfs kunnen zeggen dat de band wat rechtlijnig speelt met nogal wat veel twee-akkoorden power chords (post-)punk en garagerock, maar de Servische band brengt het wel bijzonder overtuigend en energiek. En dat zou je niet zeggen van zo’n bleek en dun frontmannetje. Waar haalt ie de energie vandaan. Uiteraard duikt hij nog even het publiek en speelt dan vrolijk door op zijn gitaar. Hij daagt uit. Speels en innemend. De andere twee dames raggen mooi door op drums en bas met hun wild dansende haren. De donderdagavond is heerlijk afwisselend op deze manier. Het zal vast even schakelen zijn voor het publiek naar het Zwitserse trio van Schnellertollermeier, een van de bands waar ik naar uitkeek vanavond of überhaupt deze week. De band is al begonnen, maar het publiek heeft het nauwelijks door of heeft er simpelweg de aandacht niet voor. Dat is jammer, maar op een gratis festival en op een openluchtpodium ligt de aandacht sowieso anders dan in een zaal waar je specifiek voor de band komt. Het trio is stilletjes al begonnen aan de lange intro van “Rights”, als ik me niet vergis. We krijgen lange nummers voorgeschoteld, vier in een uurtje. Experimental-avant-psych-minimal rock plus post-jazz, aldus de band zelf. Voeg er rustig progrock en/of math-rock aan toe. Geen eenvoudige kost dus met dit soort lastige ritmes in moeilijke maatsoorten, maar uiteindelijk heerlijk verslavend, ook al duren de nummers soms een kwartier. Want wat worden ze prachtig opgebouwd. Steeds sneller, beter, harder. Schneller en toller inderdaad, een hint naar de bandleden Manuel Troller (gitaar), Andi Schnellmann (bas) en David Meier (drums). Maar echt. Sehr toll dit. Een enerverende rit en dat zou ik ook wel eens in een zaal willen zien. Het vele gelul in het publiek op het Valkhof is er elk jaar helaas, maar het stoort me dit jaar gelukkig wat minder, behalve bij het Belgische Nordmann, misschien juist omdat dit de band is waar ik het meeste naar uitkeek. Ik sta behoorlijk vooraan en nóg wordt er om me heen soms idioot hard geschreeuwd, jammer genoeg valt het (te) veel op bij de mooie rustige momenten. Waarom doe je dat vooraan een podium, maar goed. Ik kan het uiteindelijk nog behoorlijk goed van me afzetten, zeker omdat de band het niveau van de plaat makkelijk haalt en de band ook nog wel eens het volume omhoog krikt in de prachtige dynamische nummers. The Boiling Ground van vorig jaar had ik al veel eerder in huis gehaald zodat ik veel van dat soort ingesleten nummers onderga alsof er een warme deken over me heen wordt gelegd. De instrumentale muziek combineert diverse genres als kraut-, jazz-, prog-,  en garage-rock en de blikvanger is de saxofoon, al dan niet met effecten. De band doet dit allemaal zeer smaakvol en kundig. Behendig worden de nummers opgebouwd en ze houden de spanning er gedurende het hele optreden in. Beste optreden van de week in mijn ogen en oren. Als afsluiter zoeken we nog even de kapel op waar Paul de Jong een (solo)-optreden doet, bekend als mede-oprichter van het collagepop-duo The Books, maar tegenwoordig brengt hij solo-albums uit zoals You Fucken Sucker, waarvan hij ongetwijfeld het een en ander speelt. Volgens het boekje hebben we te maken met emotionele cello-acrobatiek en dat klopt aardig. De cello wordt hier aangevuld met projecties van beelden die De Jong zelf aan elkaar heeft geplakt. Van experimenteel naar prachtig eigenlijk. De kapel zit aardig vol en terecht.

Nordmann

Ook op de laatste dag begint het wat eerder, maar we arriveren weer wat laat en missen daardoor Clean Pete. De twee dames liepen daadwerkelijk de Vierdaagse en zelfs meer dan nodig was. Geloof me, vier dagen achter elkaar 50 km per dag lopen is een enorme prestatie. En daarna nog even op het Valkhof optreden. Knap. Maar goed, wij komen pas aanlopen tijdens het optreden van ‘Nijmeegs indietrots’ (zoals het werd aangekondigd) Waltzburg, in een vorig leven nog bekend als Wolves Dressed in Sheep. Nieuw materiaal werd in Kytopia gemaakt en zou doen denken aan Two Door Cinema Club en Vampire Weekend. Het ligt in elk geval makkelijk in het gehoor dit soort meezing-en-huppel-poprock en ik noemde het al ergens plagend de lollipop versie van Kensington, maar daar doe ik ze misschien wat mee te kort. Het Valkhof vind ze leuk, zoveel is duidelijk. Iets meer affectie heb ik toch voor Monophonics, op papier een wat standaard soul-band uit San Francisco met referenties naar Motown en Daptone, maar de band stopt er nog wel eens een psychedelisch laagje in en ik vind het opvallend leuk. Referenties worden gemaakt naar bands als Sly & the Family Stone, The Temptations, Jefferson Airplane, Sharon Jones & The Dapkings en Charles Bradley. Het swingt als een tiet in elk geval, de band die eerder Ben L’Oncle Soul begeleidde en later Kelly Finnigan aantrok op zang en toetsen. Zo’n zalige trompetsolo heb ik in geen jaren meer gehoord ook (applaus!). Zit ik hier nu mee te klappen? Ook leuk: de soulvolle uitvoering “Bang Bang” (My Baby Shot Me Down), origineel van Cher uit 1965 en geschreven door Sonny Bono, maar al veel vaker gecoverd door bijvoorbeeld Nancy Sinatra (1966) en zelfs recent nog door Dua Lipa (2017). Zanger Kelly Finnigan lijkt ergens op een jonge versie van Joe Cocker, met bijna net zo veel hartstocht zingt hij achter de kenmerkende Hammond. Keep the soul alive! Het is op zo’n vrijdagavond wel vaker zo dat er toegankelijke bands staan, misschien om wat meer mainstream publiek vast te houden, maar dat is speculeren. SONS leek me in eerste instantie ook een rechttoe rechtaan rammelende garage-/psychrock-band, maar deze Belgen doen het dan wel in een heerlijk smakelijke versnelling en met een hoge energie zo live op het Boog-podium. Het doet denken aan (Thee) Oh Sees of de uptempo nummers van King Gizzard & The Lizard Wizard, of het eveneens Belgische Equal Idiots. En de The Black Keys, want een fijne cover van “Lonely Boy” komt langs, hard meegezongen in het publiek. Er ontstaat een vrolijk kolkende pit vooraan, alsof het Valkhof nog even een keer los wil gaan op de grande finale van de Vierdaagsefeesten. Band om in de gaten te houden in elk geval. Het Amerikaanse The Mystery Lights (van het Daptone-label) kan daar nog lastig overheen zou je zeggen en speelt het net iets minder wild, noem het sixties psych/garage-rock met soul en blues, alhoewel frontman Mike Brandon prettig gestoord doet, er veel energie in gooit, en mooie hoge springen maakt op het podium. Een aardige afsluiter hier op het Arc-podium, althans voor ons dan, want we vinden het mooi geweest en laten de rest even voor wat het is (geweest).

The Mystery Lights

Hoogtepunten genoeg weer op het Valkhof Festival met weer een heerlijke mix aan stijlen/genres en een goed pakket aan veelbelovende en/of interessante bands die de megagrote podia (gelukkig) nog niet hebben gehaald. Het is altijd fijn om dat soort acts in een gezellige en knusse omgeving te zien in plaats van op massale feesten en partijtjes. Je zou bijna vergeten dat de Vierdaagsefeesten dat eigenlijk wel zijn, megagroot in eigen stad en land, maar gelukkig zijn het Valkhof en het stadseiland een verademing in de stad. Een oase van fijne muziek en een goede sfeer. Zoals altijd mijn hoogtepunten, bands die ik graag nog eens terug zou zien, in volgorde van opkomst: Algiers, Seedy Jeezus, Chelsea Wolfe, BODEGA, meercat, Repetitor, Schnellertollermeier, Nordmann en Sons. Ook heel goed te doen: MOOON, Lewsberg, Shortparis, CANNIBALE, Korfbal, Durand Jones & The Indications, Paul de Jong, Monophonics en The Mystery Lights. En uiteraard waren de oude rotten uit het vak JOHAN en Claw Boys Claw op het Festival op ‘t Eiland ook weer tof om te zien. Maar dat is maar een persoonlijk mening. Een week lang genieten. Want dat was het. Tot zover. Tot volgend jaar.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.