Werner Kitzmüller - Evasion
Ik heb mijn singer-songwriters het liefst een beetje apart. Dat ze net wat verder zoeken dan gitaar, strijkorkestje en getormenteerde stem. Daarom ben ik ook - nog steeds - zo verkikkerd op de cd van DM Stith en de solo-cd van Mark Hollis. Hetzelfde geldt voor Evasion van Werner Kitzmüller. Nog nooit van gehoord? Dat kan heel goed kloppen. Tien jaar heeft deze Oostenrijker geschaafd aan zijn debuut-cd. En het resultaat is er naar! Evasion duurt dan misschien maar zesendertig minuten, ik zit ze keer op keer ademloos uit. De secure manier waarop hij de tien songs heeft samengesteld is bloedmooi. Evasion is zo’n album waar geen noot teveel op staat, geen belletje teveel schalt, geen een keer teveel op de kleerhanger wordt getikt, geen strijk teveel gedaan wordt op de cello, geen... ach nog zoveel meer, maar toch voel het geen seconde aan alsof het allemaal tot in de milliseconde doorberekend is en geforceerd is. Kitzmüller zingt afwisselend in het Engels en in het Duits, maar zelfs dat voelt aan als een natuurlijk iets. Qua klank neigt zijn stem het ene moment naar David Sylvian, maar (vast door de gitaar) een liedje als “One Step” doet me ook wel ietwat aan DM Stith denken. Erg mooi is ook als hij samen met Meaghan Burke (die ook cello speelt) “Stalker” vertolkt. Dat heeft de magie in zich van een goede Damien Rice / Lisa Hannigan-samenwerking. Maar dan een net iets apartere schakering. Nog aparter is het erop volgende volledig a-capella, korte “Grenade” dat vloeiend (aan de hand van streetsounds) overloopt in het sobere “Purple”. Een van de andere hoogtepunten van deze bloedmooie plaat.


File: Werner Kitzmüller - Evasion
File Under: Nu al een van de mooiste cd’s van 2012
File Audio: [Bandcamp]
School Is Cool - Entropology
Natuurlijk hadden we kunnen gaan kijken bij School Is Cool op de zojuist afgelopen editie van Eurosonic, maar het paste niet helemaal in ons strijdplan. Dat deze winnaars van de Humo Rock Ralley goed zouden zijn, dat wisten we namelijk bij voorbaat al wel en de bij voorbaats te trekken conclusies, die mijden we zoveel mogelijk op Eurosonic. Toch - eerlijk is eerlijk - liepen we met een omweggetje naar een andere zaal om in de Vera te kijken of we binnen konden geraken. Helaas, de zaal was afgeladen vol en de rij voor de deur duizelingwekkend lang. De roem was Johannes Genard en zijn bandleden duidelijk vooruit gesneld. Dat is ook niet zo raar, winnaars van de HRR zijn zonder uitzondering kroonjuwelen met een gouden toekomst geweest de afgelopen twintig jaar. En School Is Cool zal hierop geen uitzondering worden. Dat laten ze al duidelijk blijken op hun debuut-cd Entropology. Hun barokke pop, waarmee het op het podium al snel gemakkelijker punten scoren is dan op cd, komt hierop namelijk ook uitstekend uit de verf. Maar wie ijzersterke liedjes als “New Kids In Town” en “The world is gonna end tonight” op zijn repertoire heeft staan kan ook moeilijk falen als deze opgenomen worden. Ja, de songs schuren af en toe behoorlijk aan tegen wat Arcade Fire doet, maar is dat niet sowieso een van de invloedrijkste bands van dit moment, dus hoe erg kan dat zijn? Bovendien is de energie en frisheid die Entropology uitstraalt uitermate aanstekelijk en getuigt de aandacht die School is Cool overduidelijk heeft besteed aan de verfraaiing van hun songs - zonder het te overdrijven - al van grote volwassenheid. Op eenvormigheid kun je ze bovendien niet betrappen. Zo verrassen ze naar het eind toe met het snedige, elektronisch gelardeerde “Warpaint” om vervolgens mijmerend melancholisch af te sluiten met het titelnummer. Als luisteraar kun je daarna niet anders doen dan je pet ervoor afnemen. Dikke chapeau.

File: School Is Cool - Entropology
File Under: Belgische klasse
File Audio: [Bandcamp]
File Video: [The World Is Gonna End Tonight][In Want of Something][New Kids in Town]
When Saints Go Machine
The Asteroids Galaxy Tour
Jennie Abrahamson
House Of Cozy Cushions
Great Mountain Fire
James Vincent McMorrow
Lianne La Havas
Bitches With Wolves
Eurosonic 2012 Napret - Woensdag
Ik vond het vorig jaar best een goed plan dat er een extra dagje aan Eurosonic geplakt werd. Een dag waarop bandjes optreden die op de donderdag, vrijdag (en misschien zelfs wel zaterdag) nogmaals zullen spelen. Zo kun je als toeschouwer er mooi voor zorgen dat je een gedeelte van de knelpunten die er immers altijd zijn in het stampvolle schema van Eurosonic wegpoetst. Vorig jaar maakten nog niet veel mensen gebruik van deze optie. Dit jaar waren er meerdere mensen zo slim om al op woensdag een rondje te maken lang Grand Theatre, De Spieghel en Vera. Dus ook deze woensdag waren er al de gehate, maar voor Eurosonic kenmerkende rijen. Om er vast lekker in te komen voor de donderdag en de vrijdag zeg maar.
Bij de bandjesafhaalplek is het nog lekker rustig en omdat we de auto in de grootste eenlaagse parkeerplaats van Nederland geparkeerd hebben die recht onder het Boterdiep ligt staan we binnen een vloek en een zucht op de Grote Markt. Dat moet ook, want daar begint bij het sympathieke Belgische combo Intergalactic Lovers onze 2012-route van Eurosonic.
Lees verder..Luik - Owls
Het was me al vaker opgevallen dat ik best vaak reacties krijg op mijn last.fm-stats als die langs komen waaien op Twitter. Niet zo heel raar, want het wil nogal eens gebeuren dat er één dominante tussen zit (of een vreemde eend als Nick & Simon). Toen ik in december ergens al uitgebreid naar Luik had zitten luisteren was dat met een goede reden. Dat waren overigens vooral nachtelijke draaibeurten. Overdag was het die maand veel te druk om eigenlijk überhaupt maar aan muziek te denken. Daarom was Luiks Owls in al zijn desolaatheid en traagheid een weldadige bron van rust als de rest van het huis allang op een oor lag en ik op de bank liggend lezend de dagen op mijn gemakje naar een normaal tempo kon terugbrengen. Doordat het allemaal nog wat lomer is dan labelgenoot I Am Oak heeft Owls op mij een uitermate prettig kalmerend effect. De band van Lukas Dikker is behoorlijk schatplichtig aan slowcore helden uit een al niet meer zo nabij verleden, maar fier overeind blijvend strelen de negen tracks me als geruststellende vingers op de gevoelige plekken achter mijn oren. Een lichte prettige tinteling veroorzaken ze. Alsof ze je proberen te zeggen, heb geduld, het komt goed. Owls is dat al.


File: Luik - Owls
File Under: Superieure sluimerende slowcore
File Audio: [MySpace]
Electric Moon - The Doomsday Machine
Ook dit jaar zal ik Roadburn weer aan me voorbij moeten laten gaan. Da’s jammer, maar vooral ook mijn eigen schuld doordat ik niet snel genoeg was om kaartjes te halen. Ik snap wel dat er zo’n rush is op de tickets, want de line-up is er ook nu weer een om van te smikkelen. De Duitsers van Electric Moon staat niet in de line-up, maar dat had prima gekund. Wat ze laten horen op hun nieuwe cd The Doomsday Machine is namelijk op het lijf van Roadburn geschreven. In tachtig minuten tijd trekken vijf songs langs die je de haren flink doen laten wapperen. Vooral als de raketmotoren flink opengetrokken worden om een andere maan te gaan ontdekken. Een groot deel van de tijd wordt ook op steady koers gecruised om de psychedelische shit gestaag over je uit te storten. Dat lukt gemakkelijk in combinatie met turen naar de prachtige verpakking die Ulli Mahn gemaakt heeft bij de cd. Al zal deze bij de LP-versie vast nog beter tot zijn recht komen. Als ik het goed begrepen heb is het gros van de muziek live opgenomen en slechts hier en daar voorzien van een overdub. Het geeft de band alle ruimte om de tracks zich rustig te laten ontspinnen zonder dat er een ABACAB-je als resultaat moet ontstaan. Dat ze het best ook kort en bondig kunnen laten ze overigens horen in “Kleiner Knaller” dat niet eens de zes minuten aantikt. Maar met de spacende gitaar van Electric Moons meesterbrein Sula Bassana wordt het echter nog geen popliedje. Alsof ons dat wat kan schelen.

File: Electric Moon - The Doomsday Machine
File Under: Trips in space
File Audio: [MySpace]
Crystal Antlers - Two-Way Mirror
Bij het verschijnen van hun debuut-ep was ik aardig overhoop geblazen door de orkaan aan geluid die deze Californische band mijn speakers uit joeg. Die woeste mix van garage met psychedelica temden ze al iets voor hun cd Tentacles, een album dat nu terugkijkend, voor mijn gevoel net wat te snel opgenomen was na alle hoera’s over hun ep. Het is denk ik dan ook goed dat de band wat meer tijd genomen heeft voor hun tweede langspeler Two-Way Mirror. Dat betekent overigens niet dat het gaspedaal nu weer verder ingetrapt wordt. Integendeel zelfs. Zo is de maniakale zang bijna geheel ingedamd en is de muur aan geluid ook bijna geheel beteugeld. Dat klinkt wellicht niet veelbelovend, maar doordat er wat meer ruimte is om de details te laten horen komt de band wel degelijk nog uitstekend tot zijn recht. Dat komt ook doordat de muziek nog steeds energiek voelt. Dat shot adrenaline krijg je gelijk als “Jules’ Story” de plaat opent. Maar juist in een wat meer ingetogen liedje als “Summer Solstice” komt ondanks de groezelige basis de rijkheid in het geluid van het vernieuwde Crystal Antlers naar voren. Dosering is het sleutelwoord geworden waarbij de precisie in de drums en percussie van cruciaal belang is. Op het mooiste liedje van Two-Way Mirror moet je overigens een half uur wachten. Dat is het bijna zeven minuten durende “Dog Days”. Dat je ouderwets bij je strot grijpt met zijn bijna soulvolle geluid.


File: Crystal Antlers - Two-Way Mirror
File Under: Prima doorontwikkeling
File Audio: [MySpace][Grooveshark]
File Video: [Chrystal Antlers TV]
Jaarlijst 2011: Storm
1. Birds Of Passage - Without The World
2. Ulver - Wars Of The Roses
3. My Brightest Diamond - All Things Will Unwind
4. Steven Wilson - Grace For Drowning
5. Amplifier - The Octopus
6. Die! Die! Die! - Form
7. Kaat Hellings - Hit Of The Century
8. Leprous - Bilateral
9. World's End Girlfriend - Seven Idiots
10. Vessels - Helioscope

Henk & Melle - Roodnoot / Charles Frail - Morning, It Breathes
Zowel Henk Koorn als Melle de Boer heeft een meer dan nuttige bijdrage geleverd aan de Nederlandse popmuziek. Henk bracht met zijn Hallo Venray een aantal geweldige rockalbums uit, Melle heeft met Smutfishs debuut Lawnmower Mind een van beste Nederlandse rootsalbums ever op zijn naam staan. De twee sloegen de handen ineen onder de even droge als carnavaleske naam Henk & Melle en vermaakten zich een week op een boerderij aan de rand van Utrecht die luistert naar de naam Roodnoot. Deze paardenfokkerij die langzaam opgeslokt dreigt te worden door de uitdijende VINEX-wijk Leidsche Rijn wordt door de initiatiefnemers uitgeroepen tot culturele pleisterplaats en ondertussen door de gemeente Utrecht bestempeld als stadserf. Het zou dus zo maar kunnen dat Henk & Melle’s Roodnoot het startpunt wordt van een Roodnoot-reeks. Dat belooft dan veel goeds, want Koorn en De Boer laten in de twaalf liedjes die het resultaat zijn van hun sessies horen dat deze plek op de scheidslijn van drukte en rust een bron van inspiratie kan zijn. Dat is natuurlijk niet helemaal een verrassing gezien het feit dat de twee eigenlijk altijd al goede verhalenvertellers waren. De liedjes waarin Henk het voortouw neemt in de zang zijn gemakkelijker te verhapstukken dan die waarin de scherpe stem van Melle het hoogste lied heeft. Voor mijn gevoel zijn dit liedjes ook net wat eigenzinniger en onheilspellender (zowel qua muziek als teksten). Maar doordat ze dit slim afwisselen, zal niemand zich hier waarschijnlijk aan storen. Het resultaat is namelijk een uiterst vermakelijke plaat die wat mij betreft zo een vervolg kan krijgen door meer Roodnoot-sessies of meer Henk & Melle.
Zo’n tweede stem ter afwisseling zou bij Charles Frail (eigenlijk Karel Ensing) ook wel van pas komen. Althans, dat zullen sommigen denken. Zij die weglopen met het vibrato in de stem van mensen als Anthony Hegarty zullen de stem van deze Amsterdammer een genot vinden. Ik heb met beide stemmen behoorlijk wat moeite. Dat compenseert Frail overigens net als Hegarty met kinderlijke eenvoud door de schoonheid van zijn liedjes. Die zijn namelijk ontroerend mooi en fragiel op zijn debuutplaat Morning, It Breathes. Bizar is dat ik pas na enkele draaibeurten merkte dat “It Was The Leaves That Whisper Take Me Off This Tree” het liedje waarmee de cd opent maar liefst elf minuten duurt. Een ongewone lengte voor een singer/songwriter, maar de soepelheid waarmee Frail het breekbare liedje uit zijn mouw schudt doet blijkbaar de tijd voorbij glijden. Overigens is het lang niet allemaal klein en broos op Morning, It Breathes. Zo heeft het instrumentale titelnummer met zijn blaaspartijen wel wat weg van Efterklang. Al gaat het wel vloeiend over in het “If Morning Breeze Brereaved Of Breath” en “Would Ease My Pain, Would Sooth My Sense” de twee breekbaarste songs van dit lid van het Amsterdam Songwriter Guild van wie we snel meer gaan horen. Hij heeft namelijk met Mirror River en City Fire al twee opvolgers in de pen. Hopelijk worden die net zo mooi verpakt als de zorgvuldig met de hand in elkaar genaaide 500 exemplaren van deze debuut-cd.

File: Henk & Melle - Roodnoot
File Under: Geslaagde samenwerking
File: Charles Frail - Morning, It Breathes
File Under: Fijnbesnaard debuut
File Audio: [MySpace]
Gluid - Twee / Akhet - Akhet
Het is al weer vijf jaar geleden dat Bram van den Oever onder de fraaie artiestennaam Gluid debuteerde. Twee is zijn tweede echte plaat sindsdien, in de tussentijd heeft hij wel degelijk nog muziek uitgebracht. Vooral Binnensuis, een samenwerking met danseres Janneke Lenzen en schrijver Jehudi van Dijk was erg mooi. Maar nu dus Twee. Die laat een andere kant van Van den Oever horen dan we op zijn debuut hoorden. Dat album was in de basis ontsprongen aan het idee dat Van den Oever veldopnames die Timon Straatsma maakte met zijn MD-recorder uitwerkte tot muziek. Op Twee is er nog steeds wel een vleug aan field recordings, maar de nadruk ligt veel meer op muziek en dan vooral zorgvuldig op elkaar stapelen van soundscapes en beats. Dan ligt altijd het gevaar op de loer dat het resultaat een abstract geheel wordt, maar het prettige aan Twee is dat er altijd wel een basis is van melodie aan de hand waarvan je een verhaal verteld wordt. Zeker in een track als “Chasing David” werkt dit erg goed. Dat nummer voelt wel een beetje aan als een speelse, moderne samenvatting van Mike Oldfield’s “Amarok”, een echte luistertrip.
Een luistertrip is Akhet zeker ook. Maar wel eentje die wat zwaarder op de maag ligt. Akhet is het resultaat van een samenwerking tussen Marc Verhaeghen (The Klinik), Dirk Serries (Fear Falls Burning) en Paul Van Den Berg. Een ongeplande samenwerking zelfs. De vier uitgesponnen tracks (allen rond de vijftien minuten) zijn namelijk opgenomen tijdens een vriendschappelijk bezoekje van Series en Van den Berg aan Verhaeghen. ‘Normale’ mensen gaan dan beetje ouwehoeren en bier drinken, deze drie doken spontaan de studio in van Verhaeghen en jamden daar door totdat de zon weer opkwam. Waarschijnlijk was het in eerste instantie nooit bedoeld om uit te brengen, maar ik ben verheugd dat dit toch gebeurd is. Het resultaat van is namelijk best bijzonder. Al zal het me niet verbazen dat er flink wat volk is dat zich afvraagt of de resultaten van zo’n sessie nu wel moet verschijnen op cd. Nou, fuck them. Al kan ik me best voorstellen dat het bijtende gitaargeluid van Van den Berg bij menigeen door merg en been zal gaan. Ik vind het contrast met de zachte, maar intense drones van Serries en de elektronische spielerei van Verhaegen juist erg cool. Het resultaat klinkt als een trip op lichtsnelheid door de ruimte waarbij je flink wat ruimtegruis moet ontwijken. Wat dat betreft is Akhet een logisch gekozen naar. Dat schijnt in het Egyptisch zoveel te betekenen als horizon. Nou, die verbreed ik graag met dit soort muziek

File: Gluid - Twee
File: Akhet - Akhet
File Under: Luistertrips
Friska Viljor
Het imago van 'drinkemansband' lijkt Friska Viljor maar niet kwijt te kunnen raken in Nederland. Terwijl Daniel Johansson en Joakim Sveningsson hun vers gehaalde roti naar binnen werken en er een glaasje jus d'orange bij drinken, wijden ze uit over de verwachtingen die men van hen heeft als het om alcohol gaat. “Het zijn voornamelijk de journalisten die erover beginnen, dat is soms wel vermoeiend”. Ai. Gelukkig was ik op een ver zijspoor afgedwaald en hoef ik me volgens de twee charmante Zweden niet aangesproken te voelen.
Friska Viljor staat vanavond, op 29 oktober 2011, in Poppodium EKKO in Utrecht. Tijdens het diner in het EKKO-café interviewde ik Daniel en Joakim over hun plaat, hun toekomstplannen, inspiratiebronnen en Stockholm.
Lees verder..De Heideroosjes - Cease-Fire
De Heideroosjes geven na 22 jaar de pijp aan Maarten. Zoals gewoonlijk bij een afscheid is er niets dan lof. En luisterend naar hun laatste cd Cease-Fire wordt dat nogmaals bevestigd. Zolang Marco Roelofs maar in het Nederlands zingt vind ik De Heideroosjes een geweldige band. Vond ik altijd. Liedjes als “Tot Hier!” en “De Weg Van De Meeste Weerstand” laten ‘em van zijn beste kant horen. Dat laatste liedje vat wel ongeveer 20 jaar aan Heideroosjes samen en is een soort van tegenhanger van Tröckener Kecks “Met Hart en Ziel”. In het Nederlands allemaal prima dus. Alleen was het wel zo dat zodra Roelofs in het Engels ging zingen had ik nogal eens de neiging om af te haken. Dat is hij echter na tweeëntwintig jaar aan Heideroosjes ook flink op vooruitgegaan. Ondertussen kan hij in een liedje als “Utoya Dreams” (inderdaad over het onvoorstelbare drama op het Noorse eiland) ook in die taal zich prima redden zonder te verzanden in clichés. Een prettige constatering. Muzikaal gezien trappen ze op Cease-Fire - zeker in de meer up-tempo liedjes - wel flink wat open deuren in. Het is voorspelbaar, maar geraffineerd met een liedje als “Dansen Met De Dood” als kroonjuweel. Dat Cease-Fire de zwanenzang is van De Heideroosjes wil nog niet betekenen dat we van Roelofs af zijn. Daarom sluit Cease-Fire af met “Dan Zal Ik Mijn Bakkes Houden” waarin Roelofs een schier oneindige opsomming maakt met redenen waarom hij zijn waffel voorlopig nog niet zal houden. Gelukkig maar. Het zal me benieuwen wat de volgende stap zal zijn van deze eigenwijze Limburger.

File: De Heideroosjes - Cease-Fire
File Under: Uitgepunkt
File Video: [Weg van de Meeste Weerstand]
The Unthanks - Diversions Vol. 1 (The Songs Of Robert Wyatt and Antony & The Johnsons)
Ik kan me voorstellen dat er nogal wat mensen zijn die totaal niet tegen de stem van Antony Hegarty (u weet wel van Anthony & The Johnsons) kunnen. Om eerlijk te zijn: ik ben ook niet alle dagen van vroeg tot laat in de stemming om te luisteren naar zijn kenmerkende stemgeluid. Terwijl ik zijn liedjes an sich juist wel uitstekend kan waarderen. The Unthanks helpen mij een handje. Op Diversions Vol. 1 horen we de twee zusjes samen met hun begeleiders zes liedjes van de hand van Hegarty spelen die ze opnamen tijdens twee concerten in de Londense Union Chapel eind vorig jaar. En als bonus krijg je er nog negen uitvoeringen van liedjes van ex-Soft Machine Robert Wyatt. De twee dames lieten op hun reguliere studio-albums al horen dat het puike cover-tantes waren van onder andere liedjes van Tom Waits en King Crimson, en op Diversions Vol.1 slagen ze hier ook met vlag en wimpel in. Volgens pianist Adrian McNally begon het als een silly idea, maar ik zou het graag een puik idee willen noemen. Soms levert dat wel curieuze wendingen op. Zo zingen nu dus echt twee zusjes “You Are My Sister”, terwijl dat op I Am A Bird Now een samenzang was van Hegarty met Boy George. Het past echter uitstekend hier. De liedjes van Robert Wyatt ken ik wat minder goed dan die van Antony & The Johnsons, maar wat opsnorwerk leerde me al snel dat The Unthanks ook deze songs zeer liefdevol hebben behandeld. Ze staan misschien wat verder af van de originele versies (waarvan er tot mijn verbazing een geschreven bleek door Anja Garbarek) en zijn onbekender, maar ze worden wel op prachtige wijze gebracht. Met wat mij betreft als hoogtepunt “Sea Song”, dat een stuk intenser is dan de eerdere studioversie van het Rachel Unthank and The Winterset album The Bairns. De heren waren zelf overigens ook onder de indruk van wat de zusjes van hun liedjes maakten. Robert Wyatt zei: ‘Quite simply, Antony & The Johnsons and I have been blessed by angels.’ Ik kan me daar alleen maar bij aansluiten.

File: The Unthanks - Diversions Vol. 1 (The Songs Of Robert Wyatt and Antony & The Johnsons)
File Under: Liefdevolle covers
File Audio: [MySpace]
File Video: [Preview op YouTube]
SimpleSongs - The End Of Things You Wished Would Last Forever / Cape Coast Radio - Cape Coast Radio
Dat het sympathieke Belgische platenlabel Zeal garant staat voor kwaliteit, dat moge ondertussen bij iedereen wel duidelijk zijn. Wanneer een groot aantal leden van de daar getekende bands (Marble Sounds, Isbells, Sleepingdog, Tomàn) de handen in elkaar slaat om landgenoot Nick Berkvens te supporten bij zijn Cape Coast Radio project, dan heb je natuurlijk stiekem de hoop dat dit een superieur album op zal leveren. Dat is een beetje oneerlijk en in eerste instantie valt de cheesy muziek op deze debuut-cd me inderdaad ook wel een beetje tegen. Maar dat is mijn schuld, want ik had gewoon wat anders verwacht dan de luchtigheid die Berkvens en kompanen nu brengen. Die doet qua semi-luchtige feel ook wel wat denken aan The Nits en soms (“Coffee”) zelfs Art Of Noise, maar houdt vooral het midden tussen Phoenix en Vampire Weekend. De Afrikaanse ritmes zoals bij Vampire Weekend zijn in het geval van Berkvens echter een tweede natuur, hij woonde een deel van zijn jeugd op dit continent. Vooral het verwerken van met name de percussie-elementen voelt daardoor wellicht een stuk natuurlijker aan. Helemaal als dat wat subtieler gebeurt in ogenschijnlijk nonchalante deuntjes zoals “Daniel-San”. Stiekem zijn ze echter wel degelijk ijzersterk.
Ondanks dat zijn bandnaam wat anders zou kunnen suggereren gaat landgenoot Ken Veerman een stuk minder luchtig te werk met zijn SimpleSongs-project. Vorig jaar bracht hij, na een aardige EP in 2007, een verdienstelijke debuut-cd. Die krijgt nu een vervolg met de EP The End Of Things You Wished Would Last Forever. En daarmee verrast Veerman me wederom door nog een ferme stap vooruit te zetten. Vooral qua zang is hij niet meer te vergelijken met de eerste liedjes die ik van hem hoorde. Zijn stem is prettig en op maat gesneden voor de tristesse van zijn duistere popsongs. Vooral “Underground” en het daarop volgende “Contact/Impact” maken indruk op mij. De eerste met zijn spitsvondige combinatie van pianoklanken en donkere synthklanken die dreigend zijn als een donderbui die maar niet komt, in de tweede komt die bui nog steeds niet, maar wordt de spanning nog verder opgevoerd door subtiele, in de achtergrond weggezette jankende partijen die van een viool afkomstig lijken. Of is het toch een gitaar? Gelukkig kan Veerman ook met een iets luchtiger (en kleiner gebracht) liedje als “LoveSong” (hier klinkt ‘ie een beetje als TheThe’s Matt Johnson) en het vrijwel alleen door piano aangedreven “We’re Hiding It Well” prima uit de voeten. Al zijn ook in die songs sombere gedachten de basis voor vele moois.

File: SimpleSongs - The End Of Things You Wished Would Last Forever
File Under: Niets simples meer aan.
File Audio: [MySpace]
File: Cape Coast Radio - Cape Coast Radio
File Under: Prettige luchtigheid
File Audio: [MySpace]
Jakob Olausson - Morning And Sunrise
Albums die klinken alsof ze opgenomen zijn in een koude bedompte stal van een willekeurig boerenbedrijf op het platteland, je moet er van houden. Als je bij het idee alleen al rillingen krijgt, dan hoef je aan deze tweede cd van Jakob Olausson helemaal niet te beginnen. Wat hij laat horen op Morning and Sunrise voldoet namelijk precies aan het hiervoor geschetste beeld. Olaussan neemt zijn lo-fi op in zijn eigen boerderij ergens rond Malmö. Overdag is hij namelijk suikerbietenteler. Zijn spaarzame vrije tijd wordt volledig opgeslokt door muziek. Het liefst nog door het zelf schrijven en opnemen. Al valt het misschien wel heel lastig te combineren. Ik heb af en toe het idee dat in flink wat songs de vermoeidheid van het boerenbestaan doorklinkt. Maar misschien wil ik dat wel te graag voelen en komt het door het veelal lome tempo van zijn plattelandsblues dat ik het zo ervaar. In verhouding tot zijn debuut-cd Midnight Farm haalt Olausson veel vaker de elektrische gitaar van stal en ik weet niet of ik dat nu altijd een even slimme zet vind. Zijn songs zijn niet eenvoudiger te doorgronden als er een jengelende gitaar doorheen jankt als de wind die een slechte dag heeft. In mijn oren mag dat dan heerlijk klinken, menigeen zal het als bijna pijnlijk ervaren. Maar ik gok dat het nooit de bedoeling is geweest van Olausson om voor volle zalen te staan. Hij lijkt me typisch zo iemand die muziek alleen maar maakt voor zichzelf en het geen biet interesseert wat anderen er van vinden. En dat is zijn goed recht.

File: Jakob Olausson - Morning And Sunrise
File Under: En de boer hij ploegde voort.
File Audio: [MySpace][Riding On The Wind]
Sven Hammond Soul - The Apple Field
Ik houd van het geluid van Hammond-orgels. Helemaal als ze gebruikt worden om overheen te jakkeren, vind ik ze misschien zelfs nog wel gaver dan de gitaar. Daarom heb ik een zwak voor Green Hornet. Maar ook als je er braaf muziek op maakt, word ik er al snel blij van. Sven Hammond Soul valt dan ook bij mij prima in het pulletje. Op zijn derde cd The Apple Field laat bandleider Sven Figee zijn Hammond-orgel dan ook veelvuldig klinken. In het intro “Get It On” heb ik even de idee dat hij er zelfs voor gekozen heeft zijn orgels wat meer op minder orthodoxe manieren in te gaan zetten. Dit intro belooft dat namelijk op een bepaalde wijze wel met zijn vervreemdende klankenspel. Helaas voor mij (en gelukkig voor alle brave muziekluisteraars) gaat het nummer over in het een stuk bravere “Oh Woman” dat Ivan Peroti zingt. Niets mis mee, maar voor mijn gevoel is het netjes cruisen in de vijf met een snelheid van 110 km/uur op de middelste baan en op het juiste moment afremmen als een voorganger te dichtbij komt. Terwijl ik af en toe wat rare fratsen blief om het voor mij interessanter te maken. De basis is namelijk dik in orde op The Apple Field. Het is dan ook niet zo raar dat ik opveer bij de curieuze cover van Prodigy’s “Smack My Bitch Up”. Waarin het koperwerk lekker fel schalt en de orgels en gitaren je met gemak die rare snoeshaan van een Liam Howlett doen vergeten. Dat zijn de momenten dat ik op nog betere wijze geprikkeld wordt door Sven Figee en zijn mannen. Helemaal als vervolgens nadat de kruitdampen opgetrokken zijn in het afsluitende titelnummer de band ook nog laat horen op een mellow, bijna symfo-achtige, wijze me te kunnen overtuigen.


File: Sven Hammond Soul - The Apple Field
File Under: Push! Push!
File Audio: [MySpace]
Screw Houston, Start Screaming! - When Trumpets Fade
Het viel me gelijk op toen ik de cd van Screw Houston, Start Screaming! uit het fraaie digipack haalde: de band wordt maar liefst door zes verschillende labels op de locale markt aan de man gebracht. Da's best verwonderlijk en zie je niet vaak. Maar dat het met een hardcore band, zoals bij Screw Houston, Start Screaming! het geval is, gebeurt verbaast me minder. Dat is toch wel een ons-kent-ons-scene met in elk land wel een label dat de boel opjut. Het schept bij mij echter ook behoorlijke verwachtingen van wat ik zo te horen krijgen op When Trumpets Fade. Stiekem hoopte ik dat ik een band te horen kreeg met een frisse eigen smoel. Dat is Screw Houston, Start Screaming! helaas niet gelukt op deze debuut-cd. Maar dat is misschien wel meer mijn fout dan de hunne. An sich is er namelijk weinig mis met de negen tracks die langs komen in 24 minuten. De passie spat je speakers uit, daar heeft Walter Poppelaars goed voor gezorgd. Het zijn bovendien tracks die je na een of twee keer luisteren zo mee staat te blèren tot je schor bent en dat is ook zeker een pre. Erg prettig vind ik ook het gitaarwerk dat af en toe bijna classic rock is. En dat is best een compliment in een riff-je-rot-genre, want het geeft de band een goede basis aan melodieën om op los te gaan.

File: Screw Houston, Start Screaming! - When Trumpets Fade
File Under: Scream for me Long Beach ehhh Houston
File Audio: [MySpace]
Evangelista - In Animal Tongue
Carla Buzolich was de eerste niet-Canadese artiest die getekend werd door het Constellation-label van Godspeed!-frontman Efrim Menuck. Qua raarheid en eigenzinnigheid is de van oorsprong uit New York afkomstige zangeres daar prima op d’r plek. De eerste cd Evangelista verscheen nog onder haar eigen naam, voor de volgende adopteerde ze die albumnaam als projectnaam. Het lijkt er wel op alsof ze per album al maar eigengereider aan het worden is. Haar nieuwste cd In Animal Tongue laat horen dat ze haar geluid verder uitkleedt, waardoor de negen songs nog meer dan voorheen een spookachtig karakter krijgen. Luister maar eens naar "Enter The Prince", waar Buzolich over een vreemde bluesy gitaarpartij oreert alsof ze boven een heksenketel een gevaarlijk goedje staat te brouwen terwijl op de achtergrond, elders in het gebouw, koperpartijen als geesten ronddolen door de andere kamers. Het bezorgt mij in ieder geval een prettig ongemakkelijk gevoel. Dat het nog enger kan blijkt wel uit navolgende (en afsluitende nummer) "Hatching" waarin de instrumenten als een onstuimige groep hongerige hyena’s ongecontroleerd aan je oren beginnen te knagen totdat ze aan het einde bezwerend worden toegesproken door Buzolich die ze het zwijgen op legt. Het maakt In Animal Tongue geen cd die makkelijk te verteren zal zijn voor iedereen, maar wie het avontuur niet schuwt en wel liefhebber is van muziek die aanschuurt tegen het moeilijk doen om het moeilijk doen heeft aan In Animal Tongue een smakelijke hap.


File: Evangelista - In Animal Tongue
File Under: Carla Buzovich doet niet aan hapklare brokken
File Audio: [Artificial Lamb]
Sand Snowman - The World's Not Worth It
Toen ik Sand Snowman live aan het werk zag tijdens de TF100 avond in Paradox viel me dat een beetje tegen. De fijne muziek die Gavan Kearney op zijn cd’s liet horen, kwam niet tot zijn recht met alleen maar gitaar en zang. Het bijzondere gevoel waarbij de details en mysterieuze lagen in zijn muziek die zich op Two Way Mirror langzaam prijs gaven ontbrak. Misschien dat dat in een bandsetting wel gelukt was, maar het zou zo maar kunnen zijn dat Sand Snowman typisch zo’n project is van een studiokluizenaar. Op zijn nieuwe cd The World’s Not Worth It verdrijft Kearney die wat mindere herinnering aan het liveoptreden namelijk binnen een vloek en een zucht uit mijn grijze massa. Gelijk bij “Samhain Rain - Arise” is er weer dat prettige gevoel dat er iets spannends gaat gebeuren de komende drie kwartier. De mix van psychedelische folk met snufjes progressieve rock en soundscapes zoals die op Two Way Mirror al waren te horen, worden heeft Kearney nog verder verfijnd. Daardoor drijf je in “Ice and Rainbows” zo een Tolkien-achtige adventure wereld in. Een wereld die zich geleidelijk in je hoofd moet vormen en waarbij de strijd tussen de piano (ijs?) en akoestische gitaar (regenbogen?) als basis dient voor een boeiend steekspel met steeds weer andere secondanten voor de hoofdrolspelers. Zo is elke song op The World’s Not Worth It een apart hoofdstuk met af en toe verrassende wendingen en semi-verrassende gasten. Zo zingt Steven Wilson mee in het fraaie “A Life Rehearsal”. Dat is overigens niet het hoogtepunt van de plaat. Dat vind ik het beklemmende mysterieuze “A Rebel’s Rulebuck” dat The World's Not Worth It afsluit. Het doet me verlangen naar méér verhalen uit de pen van Kearney.

File: Sand Snowman - The World's Not Worth It
File Under: Gekluisterd luisteren
File Audio: [MySpace][Ice And Rainbows]
Ólöf Arnalds - Ólöf Sings
Ik houd wel van artiesten die terwijl ze werken aan een nieuw album hun fans trakteren op een tussendoortje in de vorm van een EP. Dan is me het om het even of dat een idee geeft aan de richting waarop het nieuwe werk gaat of dat het bijvoorbeeld covers zijn zoals in het geval van deze EP van Ólöf Arnalds, Ólöf Sings. Als ze maar mijn honger als fan vullen. En fan ben ik zeker van Ólöf sinds ik haar ooit verwarde met familielid Olafur Arnalds en ze niet kwam naar Into The Great Wide Open in 2009. Dat maakte ze overigens helemaal goed met haar optreden op Eurosonic aan het begin van dit jaar. Muisstil was het in de bovenzaal van het Grand Theatre aan de Grote Markt. Ook de songs op deze EP zijn om in alle rust te luisteren. Ze covert in vijf songs vijf mannen en doet dat op wonderbaarlijk schone en ogenschijnlijk gemakkelijke wijze. Want je branden aan songs van Arthur Russell, Bruce Springsteen, Neil Diamond, Bob Dylan en Caetano Veloso ligt eerder voor de hand dan dat je met vlag en wimpel slaagt voor je proefwerk. Voor Arnalds lijkt het allemaal geen probleem. Al zal haar kenmerkende, scherpe stem misschien niet iedereen per se welgevallen. Ze behandelt de songs wel liefdevol en geeft er een eigen draai aan en stript ze tot kale luisterliedjes die het wachten op een opvolger van Innundir skinni vergemakkelijken.


File: Ólöf Arnalds - Ólöf sings
File Under: Ólöf covert op fraaie wijze
File Audio: [MySpace]
A Winged Victory For The Sullen - A Winged Victory For The Sullen
Stars Of The Lid mag dan al een tijdje niets van zich hebben laten horen, de leden van deze grootmeesters zijn gelukkig individueel nog wel in de weer. Zo dook Adam Wiltzie eerder dit jaar op bij de derde cd van Chantal Acdas Sleepingdog en vormt hij nu samen met melancholiekoning Dustin O’Halloran A Winged Victory For The Sullen. Dat vormt hun gezamenlijke troostborst. Voor het stuklopen van hun beider relaties en het verwerken van de rouw om de zelfmoord van Mark Linkous met wie beiden goed bevriend waren. Dat maakt ook gelijk duidelijk hoe de zeven tracks klinken die in de drie kwartier die het album duurt langskomen: de weemoed straalt er aan alle kanten af. Met een songtitel als “A Symphonie Pathetique” zou je kunnen verwachten dat de twee zelfs over het randje zouden gaan. Niets is minder waar. Wat wel waar is dat de beste momenten op deze debuutplaat zijn waarin er plek is voor zowel het pianospel van O’Halloran als voor de serene klanken waar Adam Wiltzie me het brein achter lijkt. Wanneer er balans is tussen die twee, dan is A Winged Victory For The Sullen fenomenaal. Nu suggereer ik bijna dat de andere momenten wat gewoontjes zijn, maar dat is niet zo. Dat komt denk ik doordat de Ogenschijnlijk zijn eenvoudig. Maar pianospelen op een verfijnd minimalistische manier zoals O’Halloran doet is geen sinecure, laat staan dat combineren met orkestrale arrangementen die sober en doeltreffend zijn. Neem alleen al de openingsminuut van “We Played Some Open Chords And Rejoiced, For The Earth Had Circled The Sun Yet Another Year” waarin de twee me met een paar noten in de goede gemoedstoestand brengen. Om me vervolgens drie kwartier lang te leiden langs prachtig schoon. Een reis om eindeloos het te beleven.

File: A Winged Victory For The Sullen - A Winged Victory For The Sullen
File Under: Sobere schoonheid
File Audio: Steep Hills Of Vidocin Tears[MySpace]
Siskiyou - Keep Away The Dead
Van die rare dingen die je je ontdekt als je je fantasie zijn gang laat gaan, maar toch nog wat fact checking doet of in ieder geval je duimzuigerij zou kunnen: Neil Young heeft achter zijn huis een grote hal gebouwd die in gebruik is om alleen maar in te spelen met modeltreinen. Huh? Inderdaad, huh. Hoe ik er kwam? Ik zocht even op of het mogelijk zou zijn dat Neil Young’s kinderen al kinderen konden hebben en nu samen in een Canadees bandje zouden kunnen opdekken. Het zou kunnen, in theorie, maar niet van de zonen van Young, die beide behoorlijk gehandicapt zijn. Het stemde me treurig en dan is deze tweede cd van Siskiyou eigenlijk een prima plaat om te draaien. Keep Away The Dead verdrijft de doden namelijk niet door vrolijke deuntjes te componeren, maar door een duistere mix van folk en country over je uit te gieten in de het kleine half uurtje dat het album doet. Waaronder "Revolution Blues", een cover Neil Young die dus mijn fantasie triggerde. Was Siskiyou bij het debuut nog een duo, bij deze tweede schuiven er twee nieuwe leden aan bij de band van Colin Huebert (ooit drummer bij Great Lake Swimmers) en Erik Arnesen (nog steeds een Great Lake Swimmer).De sfeer blijft nog even donker als op het debuut. Met dus veelvuldig die herinnering aan Neil Young oproepend. Al kun je - logischerwijs - Bonnie "Prince" Billy of een Woven Hand ook best van stal halen. De schmertz voert dus duidelijk de boventoon in de tien liedjes. Zelfs als ze blazers er bij betrekken, zoals in "Twigs en Stones", zorgen deze, ondanks dat het tempo op dat moment wat omhoog en de song uiteindelijk bijna laten ontsporen, gaat in mineur. Maar wel pure pracht. Net zoals het lap steel werk in "Dear Old Friend", dat de song een nog sterker weemoedig karakter geeft dan de song kaal al in zich heeft.


File: Siskiyou - Keep Away The Dead
File Under: Prachtige weemoed opwekkers.
File Audio: [Dead Right Now]
File Video: [Never Ever Ever Ever Again]
Dntel - Life Is Full Of Possibilities
Wat moet het een raar gevoel zijn voor een artiest als je met een zijproject uiteindelijk veel meer bekendheid krijgt dan met je hoofdproduct. Gelukkig kreeg Jimmy Tamborello voor zijn Dntel-album Life Is Full Of Possibilities al flink wat lof toegezwaaid voordat’ie samen met Benjamin Gibbard van Death Cab For Cutie het geweldige Postal Service-album Give Up opleverde. Het is ook wel terecht dat die debuut-cd tien jaar na release nog eens extra in het zonnetje gezet wordt door middel van een fijne heruitgave waar als prettige snuisterijen nog een cd met remixen aan toegevoegd is. De tand des tijds heeft deze cd namelijk prima doorstaan. De tien liedjes zijn een staalkaart van hoe glitchy muziek toch kan ontroeren en warm en bijna poëtisch kan klinken. Hoogtepunt blijft inderdaad wel “(This Is) The Dream Of Evan and Chan”, de samenwerking met Benjamin Gibbard en op het stickertje op deze jubileumeditie aangekondigd als 'the genesis of the Postal Service'. Ik moet ook zeggen dat de oorspronkelijke versie van de plaat óók beter is dan de vier remixen van onder meer Lali Puna en Barbara Morgenstern. Dat liedje is gewoon 200% raak, terwijl de rest ook richting de 100% gaat. Want daarin zijn de andere helpende handjes in de vorm van bijvoorbeeld Mia Doi Todd en Slints' Brian McMahan ook allerminst misselijk. En in zijn uppie staat Tamborello ook perfecte geluidsschetsen neer.


File: Dntel - Life Is Full Of Possibilities
File Under: Puike platen in feestelijke heruitgave.
File Audio: [MySpace]
File Video: [(This Is) the Dream of Evan and Chan]
Bush - The Sea Of Memories
Ik vraag het me af. Als ik multimiljonair was geworden in de muziek en een luizenleventje zou leiden met mijn vrouw, kids en me zelfs tig nannys kon veroorloven, zou ik dan nog weer de moeite een album te maken om vervolgens weer op tournee te gaan? Helemaal in het huidige muziekklimaat waarin ze zelfs dreigen te stoppen met het uitbrengen van cd’s zou ik me wel drie keer bedenken. Beetje jammen in mijn privéstudio met mijn bandmaten, dat zou ik nog wel doen, maar die hele hazzle weer ondergaan? Echt niet. Mooie jongen Gavin Rossdale dacht daar blijkbaar heel anders over en komt na jaren van stilte (en pijnlijk mislukken van nieuw opgestarte projecten als Institute) toch weer op de proppen met een nieuwe Bush-plaat. En weet je wat? The Sea Of Memories valt niet eens tegen. Althans, als je deze vergelijkt met de albums die Bush tot en met 2001 uitbracht. Velen vonden dat al helemaal niets, ik had wel een zwak voor ze en alle cd’s inclusief de remix-cd staan hier in de kast. De manier waarop Rossdale en zijn nieuwe band op The Sea Of Memories klinken verschilt weinig van voorheen. Dat komt vooral ook doordat de sleet nog lang niet op de stem van Rossdale lijkt te zitten Gelijk in openingsnummer “The Mirror Of The Signs” is het een feest van herkenning. Bijna alsof het gewoon weer 1996 is. Ook songs als de single “The Sound Of Winter”, “She’s A Stallion” en “Red Light” zijn van die typisch Bush-songs, waarbij “She’s A Stallion” er echt uitspringt. Wat minder vind ik de ballads, terwijl Bush daar in de vorige incarnatie toch ook wel wat behoorlijke exemplaren van afgeleverd heeft.


File: Bush - The Sea Of Memories
File Under: De onverwachts soepele comeback van Bush
File Video: [The Sound Of Winter]
Blueneck - Repetitions
Het was al zo bij de vorige plaat van Blueneck. Ik maakte mijn jaarlijstje op en daarna kwam ik pas toe aan hun cd The Fallen Host. Foute volgorde. Dit jaar gebeurt me weer hetzelfde. Ik had Repetitions al wel meerdere malen gedraaid, maar nog niet de rust gehad om de plaat echt goed te laten zakken. En vanmiddag moest ik al mijn jaarlijstje versturen. Die hebben ze dus weer niet gehaald. Mijn schuld. Niet die van Blueneck. De cd kwam namelijk al een paar maanden geleden uit. Repetitions is ook geen plaat die je moet beoordelen na één of twee keer luisteren. Daar is het een veel te eigenzinnig album voor. Neem alleen al de zang van Duncan Attwood. Die is spaarzaam, maar is lijzig op een manier zoals IQ ook wel eens wat mensen tegen de haren in heeft willen strijken. Groot verschil is wel dat het zo’n met mate ingezet stemgeluid beter past bij de post-rock zoals Blueneck die je voorschotelt dan de symfo die IQ maakt. Én Attwood is zelfs qua stem veel beter. Het fijne aan de post-rock van Blueneck is dat ‘ie broos is. Het hard-zacht-stramien waar menig post-rock band zich tot in den treure van bedient gaan ze uit de weg. Wat dat betreft zou een tournee met de bibliotheekrockers van iLiKETRAiNS best een puike combinatie kunnen zijn. Die maken ook van die heerlijke sombermans postrock. Ze maken ook een beetje dezelfde ontwikkeling door. Op deze derde cd ligt namelijk ook meer de nadruk op het inzetten van strijkers en piano om niet alleen broze stem van Attwood te ondersteunen, maar ook om heerlijk verder mee te dwepen. Probeer maar eens “Sleeping Through A Storm”. Zonder de postrock clichés en met de strijkers blijft Blueneck prima overheid en wint het juist aan spanning.


File: Blueneck - Repetitions
File Under: Indrukwekkend(er)
File Audio: [Soundcloud]



























