Jon Hopkins

‘In mijn tienerjaren heb ik veel gerookt. Dat gaf me de inspiratie om mijn muziek een bepaalde richting op te laten gaan, dat je ernaar luistert en het gevoel krijgt iets gebruikt te hebben. Ik probeer dat nog altijd, muziek maken die je geestesgesteldheid beïnvloedt, want daar is muziek absoluut toe in staat.’
Jon Hopkins
Jon Hopkins zit in de kleedkamer van het Bimhuis met op tafel blikjes bier en fris, wat nootjes en andere versnaperingen. Vanavond doet hij in het kader van het Amsterdam Dance Event een optreden met violist Davide Rossi. De twee kennen elkaar van hun werk voor het album Viva La Vida Or Death And All His Friends van het Britse Coldplay. Een andere overeenkomst is dat beiden er wat muziek betreft al vroeg bij waren.


mij=Interview: Peter B.
'Op mijn vijfde begon ik met pianospelen,' zegt de wel als wonderkind omschreven Hopkins. 'Al heel jong deed ik concerten en schreef ik muziek. Op mijn achtste had ik zo'n tien stukken gecomponeerd.'
Zijn aanleg en passie voor muziek deden hem belanden op de jeugdafdeling van het prestigieuze Royal College of Music in zijn woonplaats Londen. Daar volgde Hopkins iedere zaterdag pianolessen. Maar in zijn vrije tijd was hij, onder invloed van zijn schoolvrienden, meer bezig met metal en grunge. Ook raakte hij geïnteresseerd in elektronica.
'Mogelijk', antwoordt hij op de vraag of die belangstelling een reactie was op de lessen in klassiek piano. 'Wat me destijds in elk geval het meest opwond waren synthesizers. Die kon ik me natuurlijk niet veroorloven, totdat ik rond mijn veertiende genoeg bij elkaar had geschraapt om er eentje tweedehands te kopen.'
Zo begon Hopkins te experimenteren met samplen en sequencen, terwijl zijn studie klassiek piano doorliep. 'Wat dat betreft heb ik behoorlijk hard gewerkt. Langzamerhand ging ik het ook leuk vinden. In die tijd dacht ik dat mijn carrière vooral die van een klassiek pianist zou worden. Maar de technologie ontwikkelde zich. Zo kon je thuis goede muziek maken zonder veel geld uit te geven: mijn eerste album heb ik op een pc van vijfhonderd pond gemaakt. Ik begon me te realiseren dat pianospelen niet was wat ik echt wilde.'
'Wat me uiteindelijk heeft afgebracht van het geven van klassieke concerten', gaat hij verder, 'was het winnen van een competitie op het Royal College. De prijs was spelen met een orkest. Ik deed Ravels pianoconcert, een van mijn favoriete muziekstukken aller tijden. Het spelen voor zo'n duizend klassieke muziekliefhebbers was echter zo'n angstaanjagende ervaring dat ik na afloop besloot om dat nooit meer te doen.'
Jon Hopkins
Eind jaren negentig, na zijn school te hebben afgerond, belandde Hopkins als toetsenist in de band van zangeres/liedjesschrijfster Imogen Heap. 'Dat was de baan die ik wilde. Op die leeftijd had ik niet de ambitie om solo-artiest te zijn. Maar ik werd gebeld door Just Music, een klein Engels label. Daar had men de tip gekregen om contact met mij op te nemen voor een samenwerking met een van hun artiesten. Dus vroegen ze om een demo. Omdat ik helemaal niets had, heb ik iets nieuws geschreven. Ik genoot er zo van dat het uitdraaide op een album.'
Een van de ambient-achtige tracks van dat album, Opalescent geheten, kwam terecht in de successerie Sex And The City, wat Hopkins niet alleen financieel enige rust gaf, maar bij hem ook de ambitie opwekte om meer activiteiten in die richting te ontplooien. Hij zegt overigens niet bewust 'filmische' muziek te componeren: 'Bij het schrijven van mijn solomuziek heb ik geen enkel ander doel in gedachten dan het schrijven zelf. Maar de muziek gaat goed samen met film, want het is instrumentaal en roept een bepaalde stemming op.' Inmiddels heeft hij samen met landgenoot Brian Eno zijn eerste klus gedaan voor een Hollywood-productie: de score van Peter Jacksons The Lovely Bones.
Aan Eno, met wie hij sinds 2003 samenwerkt, heeft Hopkins toch al het een en ander te danken. Zijn betrokkenheid bij het Coldplay-album Viva La Vida Or Death And All His Friends bijvoorbeeld. 'Toen hij besloot in te gaan op het aanbod van Coldplay om hun nieuwe album te produceren, stuurde hij me een sms'je met een uitnodiging om een keer met de band te jammen. Dus ik kwam langs met mijn keyboard. We bleken het goed met elkaar te kunnen vinden en dat evolueerde tot een rol als co-producer.' Bovendien was Coldplay-voorman Chris Martin dusdanig gecharmeerd van Hopkins' hypnotiserende electronica-epos “Light Through The Veins” dat hij samples ervan gebruikte voor “Life In Technicolor” en “The Escapist”, het begin- en slotakkoord van eerdergenoemd succesalbum. 'Ik wist niet dat het uiteindelijk het nummer werd waarbij de bandleden het podium opkwamen en weer afgingen. Toen ik hen dat in Wembley Stadium zag doen was ik enorm trots.'
'Een geweldige ervaring', gaat hij nog even verder over zijn samenwerking met het Londense viertal. 'In hun stijl zijn ze echt de beste songschrijvers. Enorme muzikale talenten. Bovendien is het een prachtig album. Ik ben trots dat ik daarbij betrokken was.' De zes maanden die Hopkins met de band door Amerika, Japan en het Verenigd Koninkrijk tourde waren vol ervaringen die zijn leven hebben veranderd, zegt hij. 'Daarnaast nam een veel groter publiek dan gebruikelijk kennis van mijn werk. Maar dat verandert niets aan het feit dat het vooral iets is voor de underground is. Dat zal het ook blijven, omdat dat nu eenmaal de aard van de muziek is.'
Bij de voorprogramma's die Hopkins voor Coldplay verzorgde en bij het optreden dat hij op Lowlands gaf speelden visuals een belangrijke rol. Daar maakt hij niet altijd gebruik van, blijkt in het Bimhuis. 'Het hangt er echt vanaf. Dit leek me meer een kijk-luister-zitconcert.' Hij zegt er wel voor te waken dat een dergelijk optreden een saaie vertoning wordt, zoals dikwijls het geval bij elektronische concerten. 'Ik zit deels achter de vleugel. Verder heb ik een laptop, keyboards, een mengpaneel, dingen waar ik op kan slaan… Het is geen statische show. Dat probeer ik te vermijden. Wanneer mensen kunnen zien hoe het geluid gemaakt wordt, is dat van invloed hoe ze dat in zich opnemen. Ik zorg er dus voor dat wat ik met mijn handen doe goed wordt uitgelicht en dat je het kunt zien.'
'Nee, ik heb niet echt iets met jazz,' zegt Hopkins als de speelplek van vandaag, doorgaans een podium voor jazz en geïmproviseerde muziek, ter sprake komt. 'Ik speelde het vaak op school en vond dat ook leuk, maar ik heb er verder nooit veel naar geluisterd. Maar je vindt er natuurlijk vaak wel de beste muzikanten.'
Ja, ook in zijn eigen muziek speelt improvisatie een flinke rol, antwoordt hij desgevraagd. 'Het is alleen geen jazzimprovisatie. Hoe je dat dan wel definieert weet ik niet. Misschien is elke vorm van improvisatie wel jazz.' Hij vertelt over de concerten in het Sydney Opera House afgelopen zomer tijdens het Luminous Festival waarvan Brian Eno de artistieke leiding had. 'Daar hebben Brian, Karl Hyde van Underworld, The Necks en ik drie shows gedaan. Honderd procent geïmproviseerd. Een geweldige ervaring.'
Dat brengt het gesprek nogmaals op Eno die hij via via heeft leren kennen. Inmiddels lijkt de uitvinder van de hedendaagse ambient hem als een zoon te hebben geadopteerd. Hoewel. 'Ik weet niet of er tussen ons nu echt sprake is van een vader-zoon relatie,' zegt Hopkins, die ook het antwoord schuldig blijft op de vraag of Eno hem als erfopvolger ziet. 'We genieten ervan om samen muziek te maken. Dat doen we dus veel. En verder zijn we vrienden. Vaderlijke gevoelens spelen daarbij geen rol. Ja, er is een gat wat betreft leeftijd, hij is dertig jaar ouder dan ik, maar hij heeft absoluut nog contact met wat er vandaag de dag gebeurt. Zo is Battles op dit moment zijn favoriete band.'
Jon Hopkins
Eno, weet Hopkins, is bovendien een groot liefhebber van Warp, een label dat gezien de oriëntatie op vernieuwende elektronica voor hemzelf een logische keuze zou zijn geweest. Dat blijkt toch iets anders te liggen, want inmiddels is Hopkins' derde album Insides verschenen op een sublabel van Domino Records. 'Met zwaar experimentele muziek heb ik niet zoveel. De dingen die ik maak zijn over het algemeen ook traditioneler dan wat Warp uitbrengt. Verder ben ik een groot fan van Kieran Hebden en Four Tet. Ik heb met hem getourd en zo zijn we bevriend geraakt. Zijn materiaal en dat van Mouse On Mars en andere elektronische acts maakten Domino voor mij een aantrekkelijk label.'
Door Hopkins' drukke bezigheden van de afgelopen jaren is Insides met horten en stoten tot stand gekomen. De plaat bevat ook muziek die hij in opdracht componeerde voor de moderne dansvoorstelling Entity van Wayne McGregor Random Dance, in Amsterdam opgevoerd in Het Muziektheater. 'In principe had ik totale vrijheid om te schrijven wat ik wilde. Ik probeerde gewoon dingen waarvan ik dacht dat die interessant waren. Een deel ervan bestond voornamelijk uit techno en een ander bevatte meer dubstep. Ik wilde zien hoe men dat interpreteerde.' Met opwindend resultaat, vertelt hij. Waar de voorstelling nu precies over ging kan Hopkins echter niet zeggen. 'Het was niet abstract, maar wel erg gecompliceerd, met een groot pamflet. Dat heb ik niet gelezen. Ik hield me bezig met de esthetische kant, dus kijken naar hoe de dansers bewogen zonder te weten waarom ze zo bewogen.'
'Ik kan niet twee, drie uur per dag in mijn studio piano gaan zitten spelen', zegt hij nog even terugkijkend op zijn jaren op het Royal College of Music en de voortijdig gesneefde carrière als concertpianist. 'Ik moet namelijk verder met mijn werk. En als ik het al zou doen, zou dat alleen maar voor mijn eigen plezier zijn. Nee, dat zou ik niet als tijdverspilling zien. Maar voor mezelf kan ik het gewoon niet verkopen. Ik heb nog zoveel dingen te doen. Eigenlijk ben ik pas dit jaar begonnen de piano op te nemen in mijn elektronische set. Zo keer ik toch een beetje terug naar die wereld.'

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top