Eurosonic 2010 – Donderdag napret

Groningen, bijna het eind van de wereld. Als je de trein uitstapt ga je instinctief op zoek naar het poollicht. Of naar het standje waar je je bandje op kunt halen voor Eurosonic / Noorderslag. Want dat is eigenlijk de enige keer in het jaar dat ik in Groningen kom. Eigenlijk zonde, maar dat is een ander verhaal. De voorbereiding voor ES/NS10 begint al in de trein, want hoe noordelijker je komt, hoe meer de gesprekken tussen de reizigers gaan over de bandjes die ze willen zien. Mijn hele treindeel wil naar The XX, dus ik vermoed dat menigeen van een koude kermis thuis zal komen. Over koude kermis gesproken: er ligt nog sneeuw in Groningen. En heel veel ook. En het is er koud, maar goed we zaten dan ook bijna op de Noordpool. Op de Noordpool zit ook het standje om je bandje op te halen. Echt strategisch geplaatst is het niet en veel festivalbezoekers zijn zichtbaar zoekende naar de locatie, die zelfs Groningers niet weten te vinden. Ik werd naar de Vismarkt geleid. Enfin – File Under is weer present met twee ploegen en de wederwaardigheden leest u hieronder. Overigens zal daar niets over The XX bijstaan, want die hebben we vanwege de lange rijen overgeslagen. Velen zullen teleurgesteld zijn.
Pitch Blond
Ploeg 1 is er al op tijd bij, want in Plato zijn enkele showcase-optredens gepland. Wij wandelen binnen op de klanken van het Haagse Pitch Blond. De vanzelfsprekend blonde zangeres Suzanne Ypma lijkt met haar keurige voorkomen eerder weggelopen uit een ambassade dan uit een rockgroep. Het optreden van Pitch Blond is leuk en charmant, niet in de minste mate door het oprechte enthousiasme van Suzanne: ‘Te gek dat jullie er nog zijn!’. Na Pitch Blond mogen de ingetogen Vlamingen van Isbells het minipodium van Plato betreden. Drie kale, serieuze mannen en een meiske op toetsen. Vanwege een tegenstribbelende mandoline begint het optreden later dan gepland, maar het geduldig wachtende publiek krijgt dan wel iets heel moois te horen. Vooral de samenzang van voorman Gaëtan Vandewoude en de toetseniste is schitterend. Mijn tenen kromden zich wel bij sommige teksten die langskwamen, vooral van het verder prachtige nummer As Long As It Takes: “what have we done, to the earth we belong, where do we go from here, who’s responsible, look at the mirror on the wall”. Rijmelarij pur sang.
Isbells


mij=Door: Blink & Gr.R. Foto's: Klaas & Tom
Ploeg 2 trapt af in Huis de Beurs, waar Royal Republic het publiek warm probeerde te rocken. Ondankbaar werk is dat, een festival openen, maar de Zweden – we zullen nog een hoop Zweden tegen komen de komende dagen – deden hun best. Royal Republic is het blanke, ietwat bedeesdere broertje van Danko Jones. Riffgestuurde rock, met teksten over vrouwenondergoed en zo. De heren staan iets meer in de metal dan Danko Jones en sluiten af met een nummer dat zo van een oude Anthrax-plaat kon komen. Niet superorigineel, maar uiterst genietbaar en geschikt om in de stemming te komen. Alleen trapte vervolgens I Was A King uit Noorwegen de rem weer in. We zien drie mannen en een vrouw, en die vrouw speelt nu eens niet heel obligaat de bas, maar een puike Fender Jazzmaster. Ze doet ook de achtergrondvocalen en dat was een vreemde ervaring, want zanger Frode Stromstad heeft een zeer vrouwelijke stem en dan ga je toch in eerste instantie op zoek naar haar. Denkt u bij I Was A King vooral aan de Teenage Fanclub, maar dan met een vrouwelijke zanger zeg maar. We blijven in de jaren tachtig als we Vindicat binnenlopen, alwaar de Franzosen Turzi spelen. Dreigende synthesizer, spaarzame gitaren en een onheilspellende sfeer. Het ademt EBM, maar dan met de teletijdmachine ingevlogen naar nu. Filmisch is het, maar dan wel van een Franse film noir. Niet iets dat je direct in een studentenhol verwacht. Maar desalniettemin niet slecht…
Royal Republic
Om geen noot van het optreden van de veel getipte Marina & the Diamonds te missen staan we al vroeg in Huize Maas. Vroeg genoeg om ook nog wat nummers mee te pakken van Jon Allen, al had ik me nog zo voorgenomen om zangers met baarden te mijden op deze Eurosonic. Allen staat lekker met z'n band te rocken zoals vele duizenden bands dat voor hem deden. Best leuk, maar zonder een sprankje originaliteit.
Jon Allen
Dit in tegenstelling tot Marina van Marina & the Diamonds. Half-Grieks is ze en eigenlijk heet ze Marina Diamondis. De songs van Marina zijn een vreemde combinatie van Kate Bush, Siouxsie en Lady Gaga. Ze lacht ontwapenend en uitdagend de zaal in en heeft er zichtbaar moeite mee dat er vanuit de zaal bijzonder weinig terugkomt: 'Even if you don't like me please clap your hands!' Als de volstrekt gezichtsloze band het podium heeft verlaten maakt ze nog wel even duidelijk hoe de verhoudingen liggen: 'Hello, I am Marina & the Diamonds!'. Er moet nog heel wat gebeuren voordat Marina de grote dromen die ze heeft zal kunnen waarmaken op het podium.
Marina & The Diamonds
Als ik een fractie van het charisma van Marina in een potje had kunnen stoppen en mee had kunnen nemen, dan had ik het waarschijnlijk aan de Duitse heren van Sometree gegeven. Zelden zo'n non-verschijning op een podium zien staan. Een verlegen giechelende zanger, een gitarist die volledig achter een speakersstack staat opgesteld en een chagrijnige dikke bebaarde bassist die de helft van het optreden midden op het podium met zijn rug naar het publiek staat. Het geluid in Shadrak werkt ook niet echt mee en de geluidsman lijkt pas halverwege de set te beseffen dat het misschien wel door hem komt dat het experimentele gerag en de overstuurde zang absoluut niet overkomen. De subtiliteit van het prima album gaat volstrekt verloren in de kleine ruimte.
Ieder land heeft zijn eigen Moke, ook Zwitserland. Althans, dat is mijn eerste gedachte als ik de Stevans bezig zie in de Stedelijke Muziekschool. De kleding, de maniertjes, het uitgebreid citeren van het Great Book of Britpop, alles klopt. Maar er is een verschil: Stevans zijn aanstekelijk enthousiast. Ze nemen het allemaal iets minder serieus als Moke, ze stralen uit dat ze lol hebben op het podium en willen dat ook het publiek een genoeglijke avond beleeft. Het is allemaal veel minder zwaar en daardoor beter te behappen. En ze laten horen dat ook de laatste lichting Engelse bands Zwitserland heeft bereikt, want de Kaiser Chiefs-achtige slotnummers doen de voetjes van de vloer gaan in de Stedelijke Muziekschool.
Stevans
Ik heb vaak meegemaakt dat een band te laat begint of te lang doorgaat, maar nog nooit dat een band te vroeg stopt. Helaas gebeurt dit bij The Chapman Family in Huize Maas wel. Een kwartier voor tijd nemen de heren met oorverdovende noise afscheid van het publiek en dus ook van ons, terwijl we net een minuut binnen zijn. Dan maar snel op pad naar Vera voor The Kilians, de band die wordt aangekondigd met de twijfelachtige titel 'The Greatest Band of Nordrhein-Westfalen!!!'. Bij het eerste nummer lijkt het dat de band zich beter de Arctic Kilians had kunnen noemen en er komt ook een flinke dosis Strokes voorbij. Toch geeft de band een overtuigend optreden weg dat vooral door de voorste rijen jonge meisjes en lange springers met veel enthousiasme wordt ontvangen. Opvallend zijn vooral de uitstekende bassist en het voor Duitse begrippen accentloze Engels van de piepjonge zanger.
Kilians
Het gezonde babyvet van de Killians-voorman vormt een groot contrast met de junkielook van de zangeres van het Finse Manna dat intussen in Vindicat is gaan spelen. We zien nog net de laatste twee nummers, waaronder een cover van “Only happy when it rains”. Bijzonder uitgedost stelletje, maar muzikaal gezien bijzonder weinig om het magere lijf. De drie jochies van We Can't Sleep at Night uit Slovenië beginnen hun set chaotisch door over tapeopnames heen te spelen en laten vervolgens een aandoenlijke onhandigheid zien, zowel in voorkomen als muziek. Ze praten met een accent dat aan Brüno doet denken en brengen experimentele rock met een zanger die wel iets heeft van een jonge Mark E Smith. Opnieuw is het geluid in Shadrak echt waardeloos. De snoeihard afgestelde bas trilt het publiek naar achteren en uiteindelijk zelfs de kroeg uit.
Manna
Trapje op dan maar en wachten op Cords. De band van de superspontane Overijsselse Simone Holsbeek is aan een comeback bezig en heeft er duidelijk weer zin in. De gitariste doet vooral denken aan een hele strenge lerares Frans, maar zorgt met de rest van de band voor een strak en stevig geluid. Het valt op dat Holsbeek geen enorm krachtige stem heeft en vooral bij uithalen soms moeite heeft boven de band uit te komen.
Cords
Ondertussen blijkt dat dat The Xx niet de enige hype van de avond is. Huis de Beurs had minstens twee keer gevuld kunnen worden met het publiek dat We Were Promised Jetpacks wil zien. Dus is de rij onafzienbaar en besluit ik om naar Huize Maas te gaan voor Imelda May. May bewijst dat ieder land een Gigantjes heeft, dus ook Ierland. Standaard rockabilly, inclusief vetkuiven, kekke jasjes en een staande bas. May heeft echter wel een puike stem en weet de boel goed op te zwepen, mede ondersteund door haar man die een puik potje gitaargeweld uit de hollow body haalt. Alleraardigst!
Van muzikaal geweld is geen sprake bij Shoshin. Volumetechnisch dan. Want Shoshin staan te spelen tegenover de FEBO, in de kou!, en doen dat op kleine versterkertjes. De drumster heeft zelfs een kinderdrumstelletje waar ze op ramt. Shoshin crossovert tussen de rock, hiphop en soul, maar dan alles met britpopinvloeden. Het stuitert heen en weer van de invloeden en is perfect als intermezzo tijdens de trip tussen twee zalen. En het is natuurlijk ook geinig dat een band even moet stoppen om de batterijen van de versterker te verwisselen. Als de kou ons dan bijna begint te bevatten stappen we het Grand Theatre binnen voor Adiam Dymott. Persoonlijk aanbevolen door de éminence gris van de popjournalistiek, Swie Tio, kan dat natuurlijk niet tegenvallen en dat doet het ook niet. Dymott, natuurlijk uit Zweden, al stroomt er vooral Eritrees bloed door haar aderen, bewijst dat de reünie van Skunk Anansie volstrekt overbodig is, want we hebben Adiam Dymott. Ondersteund door leden van Kent, The International Noise Conspiracy en The Soundtrack of Our Lives rockt ze de pannen van het dak en lijkt het podium haar natuurlijk habitat. Heerlijk!
In Huize Maas staat intussen voor een halflege zaal Love Amongst Ruin te spelen, de band van ex-Placebo-drummer Steve Hewitt. Het optreden bewijst maar dat niet elke drummer een Foo Fighter kan worden. Het geluid is goed, het optreden is snoeihard en Hewitt staat vooral vol ontzag naar zijn sologitarist te kijken terwijl hij zelf een beetje hulpeloos continu dezelfde snaren en akkoorden pakt. De nummers zijn repetitief, worden veel te lang uitgesponnen en eigenlijk komt Hewitt vooral over als een hele vervelende kerel, zeker als hij na het laatste nummer als een stoere rocker de microfoonstandaard tegen de grond werkt. Zucht.
Love Amongst Ruin
Nee, dan is het in Shadrak een stuk beter, bij Heike Has the Giggles. Eindelijk is het geluid er goed afgesteld en de snelle indierock van de piepkleine Emanuela Drei en haar twee begeleiders staat als een huis. Zowel het gitaarspel als de constante stroom teksten van Drei maken indruk, zeker bij een gehaaste cover van Beyonce's “Crazy in Love”.
De grote zaal van de Spieghel heeft een groot probleem. De ingang is erg smal en iedereen blijft achterin staan. Daardoor lijkt de zaal al snel erg vol en is er vooral geen doorkomen aan. Daarom moet je je dus door het publiek naar voren worstelen, bijvoorbeeld als je Seabear wilt zien. Als ik vertel dat Seabear uit IJsland komt, hebt u meteen een beeld van de muziek. En dat klopt. Sigur Ros is nooit ver weg. Feeërieke indiefolk maken de heren en dames, inclusief viool en cello. Het is niet slecht, maar het komt ook nergens echt van de grond en halverwege slaat de verveling dan ook toe. Wel blijven we ons verbazen over de IJslandse brillenmode, want de beide dames in de band dragen brillen waarmee je in Nederland echt niet meer over straat wilt.
Als je naar een hip festival als Eurosonic/Noorderslag gaat, weet je één ding: de kans dat je er degelijke progrock zult horen is vrijwel vrij klein. Maar niet nul, want dat blijkt als we Vera binnenlopen. Daar staat Gosta Berlings Saga, natuurlijk uit Zweden, te spelen en mijn mond klapt open van verbazing. Puike instrumentbeheersing, wisselende tempo's en ritmes, dominant toetsenwerk en vier lelijke mannen. Veel progger kun je het niet krijgen. En het is goed! De heren hebben geen last van een van de belangrijkste onvolkomenheden van de progwereld, de slechte zanger, want er wordt gewoon niet gezongen. Instrumentale prog, nog zeldzamer. Het doet hier en daar denken aan het werk van mede-Zweden Isildur's Bane, met wat King Crimson-invloeden. Uw scribent verlaat, na afloop, Vera met een vette grijns op zijn gezicht. En die grijns blijft nog even hangen bij het optreden van Kreisky. Kreisky stond eigenlijk niet op mijn schema, maar doordat een kleine verwarring liep ik, op weg naar Seabear, per ongeluk de verkeerde zaal in, alwaar Kreisky aan het soundchecken was. De ES/NS medewerker ter plekke wist me te vertellen dat het hard zou worden, zeer hard, en dat leek me wel lekker na Gosta Berlings Saga. Uiteindelijk viel het wel mee met de hardheid, al was er niets mis met het volume. Kreisky, uit Oostenrijk!, heeft zijn wortels stevig in de britpop, waar hebben we dat eerder gehoord, alleen laten ze er een stevig randje aan zitten. Zanger Franz Adrian Wenzl – onthoud die naam – is een jonge versie van Brett Anderson en Suede is duidelijk een grote invloed. Idlewild ook. Maar Wenzl schrijft gewoon in zijn moedertaal en dat geeft het allemaal net een wat exotischer tintje. Een kruising tussen Suede en Sportfreunde Stiller, zeg maar. De sonische feedbacksessie aan het eind is het klapstuk van de eerste avond Eurosonic. Het was een avond met meerdere gezichten. Niet iedere File Under-scribent had even geslaagde keuzes gemaakt, dus de evaluatie op de terugweg was divers. Ploeg 1 hoopt dus op een betere avond en ploeg 2 is tevreden. Met weemoed dan, want de kans dat we onverwacht een tweede progband tegenkomen is nog kleiner dan de kans op eentje…

2 Comments

  1. Bartje

    Amsterdam-Groningen 1 uur 45 minuten door de polder.
    Niezo overdrieven, anders maar wegblievn. Het is voor ons ‘sowieso al een beetje te druk an ‘t word’n in het noord’n.
    Moar:
    jullie bunt altied welkom, heur!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.