Into The Great Wide Open 2010 – Napret Zondag

Het is druk op de zondagochtend bij de bakkerij in de supermarkt van camping Stortemelk. Dit is de dag dat een gedeelte van de bezoekers van het Into The Great Wide Open festival het eiland zal verlaten. De laatste dag. Je merkt het aan de sfeer. Iedereen komt een beetje gelaten over. Of zou het gewoon de kater van gisteravond zijn? Ik loop naar de kassa met mijn twee vers bemachtigde ham/kaas-croissants en iets drinkbaars van wat er nog over was in die halflege schappen. Daar aangekomen vang ik ongevraagd nog wat details over de liefdesperikelen van een van de kassameisjes op. Ook goedemorgen. Laten we de dag maar eens rustig beginnen met de zachtaardige folk van onze Belgische vrienden van Isbells.
Isbells
Gezeten in het gras van het sportveld, luisterend naar de klanken van Isbells is het aangenaam wakker worden. Niets wereldschokkends maar daar heb ik ook geen behoefte aan op dit vroege uur. Net zo min als aan een krantenartikel met een diepgaande politieke analyse. Nee, dan lees ik liever het speciaal door kinderen op het festival in elkaar gedraaide, dagelijkse Kolder-krantje. Zelden zo’n vermakelijke festivalkrant gelezen. Met name de interviews zijn memorabel. Zo weet ik nu over Gijsbert Kamer dat hij “het liefst Bob Dylan interviewt en nooit nerveus is” en dat Ferry Roseboom “op school nooit is blijven zitten”.


mij=Door: André. Foto's: Tom & Jorg
We gaan nog even terug naar De Bolder om een stukje van Beth Jeans Houghton mee te pikken. Ze blijkt een vrolijke, excentrieke babbeltante. En dat hoor ik haar eerlijk gezegd liever doen dan zingen. Ze zet dan namelijk nogal een stemmetje op waar ik niet zo veel mee kan. Had ik misschien toch beter naar de kerk kunnen gaan. Het is immers zondag. Maar hét argument om daar te zijn, is de klanken van pianokunstenaar Hauschka. Prachtig, tenminste, zo wordt mij later verteld. Ga ik nu ineens spijt krijgen dat ik geen kerkganger ben?
Beth Jeans Houghton
Wat ik net zei over dat stemmetje opzetten bij mejuffrouw Houghton zou natuurlijk net zo goed op kunnen gaan voor Selah Sue, de `white girl who rhymes like a Jamaican'. Bij haar kan ik er echter wel wat mee. Zo nu en dan is te merken dat het ranke, blonde Belgische meiske nog steeds een beetje moet wennen aan de overstap van solo-optredens naar een volledige band. Haar band speelt gedegen en lijkt ook zijn vorm nog te moeten vinden. Er wordt iets te veel voorzichtig binnen de lijntjes gekleurd. Desalniettemin zet Selah Sue een prima show neer en ze is, indien er progressie wordt geboekt, een belofte voor de toekomst in festivalland.
Selah Sue
Tijd voor Modest Mouse. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik niet echt op de hoogte ben van het materiaal van deze bescheiden indie-legends. Voor mij zijn ze typisch een gevalletje voor de lijst `oh ja, die moest ik nog eens checken'. Moet ik mezelf nu diep gaan schamen? Ik krijg het vermoeden dat enige kennis van hun muziek momenteel een vereiste is, aangezien het optreden mij maar bar weinig doet. De volgepropte indierock jakkert op mij af en gaat vervolgens vrijwel volledig aan me voorbij. De inzet is er, dat zie ik. Maar desondanks wint de knorrende smeekbede van mijn hongerige maag het van de behoefte om nog langer naar Modest Mouse te blijven luisteren.
Modest Mouse
En dan sta je voor je het weet te kijken naar de afsluitende act. Het blijft net als vorig jaar een vreemde gewaarwording om dat in het volle licht van de dag, rond een uur of zes, dat al te moeten doen. De eer is aan Oi Va Voi. Mede dankzij de imposante donkere zangeres weet de band gelijk indruk te maken. Maar als vervolgens de meneer met de klarinet – of was het nu een hobo? – het nodig vindt om ook een zangpoging te doen is de magie voor mij verbroken. Ik dein voor de rest wat mee op de dansbare beats en luister naar de multiculti-stamppot die gaandeweg de show steeds meer gedateerd lijkt te gaan klinken. En natuurlijk is “Refugee” nog steeds een mooi nummer, maar Oi Va Voi krijgt het niet voor elkaar om de gedroomde afsluiter te zijn waar de organisatie ongetwijfeld op had gehoopt. Prima organisatie trouwens. Hulde. Want ondanks het feit dat er voor mij vorig jaar net iets meer namen stonden waar ik voor zou gaan, heb ik me deze editie van ITGWO weer enorm vermaakt. Ook na afloop van het officiële programma kregen we als bonus nog een serenade van de onvolprezen Blaas Of Glory en een extra avond dansen in De Bolder op de puike draaikunsten van St Paul en Quasimodo. “Volgend jaar weer”, zeggen we dan. Is er dan geen enkel puntje van kritiek? Ik kan er maar een verzinnen: volgend jaar graag t-shirts met het konijn in een volwassen maatje! Alstublieft?

6 Comments

  1. Hauschka, (achteraf) helaas gemist, maar met Beth Jeans Houghton in de Bolder was het ook best gezellig. Selah Sue vond ik verschrikkelijk. Over een opgezet stemmetje gesproken zeg. Ik kende alleen het nummer Raggamuffin en vond dat wel grappig, maar na 2 nummers gaat het al vervelen. Toen snel richting “naar buiten” gegaan voor Korai Öröm. Dat was ook wel een aparte gewaarwording. Niet echt vernieuwend of apart, maar kennelijk maakte het bij sommige festivalgangers iets los waardoor er bij het podium de meest vreemde dansen te zien waren.

  2. Dim

    Wat grappig: naar aanleiding van Storms reactie hierboven plaatste ik een foto van Hauschka die ik tijdens het, inderdaad superfijne concert, nam. Waarna André een bekende in het publiek spotte …

  3. Eddie Baby

    @Dim: waar staat die foto dan? Misschien herken ik mezelf wel ;). Hauschka was inderdaad het hoogtepunt van het festival wat mij betreft. En een erg sympathieke vent, bleek.
    edit: ah, foto gevonden, moest naar beneden scrollen. Sta er net niet op. Wel Storm helemaal vooraan de foto als ik het goed zie…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.