Hoquets

Hoquets zijn een ingeweken Amerikaan, Fransman en native Belg die bevriend raakten door hun muzikantenverleden én door elkaar tegen te komen bij concerten in Brussel. Ze bezingen ons zuidelijk buurland met een knipoog op hun eerste album Belgotronics.
Hoquets
Hoquets
Voordat het interview begint bricoleert McCloud Zicmuse (high hoquet, red.) nog even een voicerecorder standaard van een bierviltje. Het is dan ook maar een kleine stap om te vragen naar de zelfgefabriceerde instrumenten. ‘We hebben alle drie al eerder gewerkt met onder andere glas en keukengereedschap als instrument. François heeft zijn kunstprojecten waarbij hij automatische instrumenten gebruikt. Bij mij is het eigenlijk uit pure noodzaak begonnen omdat mijn gitaar gestolen werd en ik muziek wilde blijven maken. Dus ben ik van afgedankt metaal en hout muziekinstrumenten beginnen te fabriceren. Het idee voor het project ontstond eigenlijk met het one-string instrument (Iaen Inaen) dat ik thuis had liggen toen Maxime eens langskwam. Vanuit het niets popmuziek maken, dat zagen we wel zitten. Het experiment sprak ons erg aan.’ Maxime (Lê Hung, basshoquet, red.) vult aan: ‘Hij had er ook blokken hout liggen, waarmee ik ben beginnen te spelen terwijl ik over de “3 régions 3 communautés” zong. Ik had hem namelijk een uitleg meegebracht over hoe de federale Belgische staat in elkaar steekt.’ McCloud: ‘Van daaruit zijn we gaan jammen. Aangezien ik nog niet zo lang in het land woonde, was ik gefascineerd door België en ontstond het idee om te zingen over mijn nieuwe thuisland. Vanaf dat moment zijn we ook serieus begonnen met het bouwen van meer instrumenten om precies de klank te krijgen waar we naar op zoek waren. De percussie-instrumenten hebben we dan meteen maar de naam hoquets gegeven (afgeleid van het middeleeuwse hoquetus, maar ook het Franse woord voor de hik, uitgesproken als OK, red.).


mij=Interview: Nathalie
Als ik hen vraag of ze nog beïnvloed zijn door Afrikaanse artiesten, laat McCloud weten dat de muziek die ze maken een reflectie is van de vele muziekstijlen die hen aanspreken. ‘De reden dat we het album Belgotronics genoemd hebben is een referentie aan het feit dat de gebruikte instrumenten uit onze omgeving komen, zoals Konono No.1 en Kasaï Allstars die uit hun streek gebruikt hebben. Als het ware willen we hiermee zeggen dat de muziek gecreëerd in onze specifieke situatie iets unieks heeft gebracht, komend vanuit drie verschillende achtergronden maar allemaal in Brussel.’ De opnames voor het album waren de minst organische die Zicmuse ooit deed, zo laat hij weten. Maxime valt hem bij: ‘Het moest in drie weken geklaard zijn om ons dagelijkse job heen’. McCloud: ‘Het was gewoon onmogelijk om het als live op te nemen zodat het nog goed klonk dus we moesten alle nummers volledig ontleden en dan weer opnieuw in elkaar steken. Normaal gesproken werken we juist heel organisch. De gastbijdrages zijn overigens wel heel spontaan gebeurd. Maxime: ‘We hadden de songstructuur al dus ze hoefden maar in te springen.’ McCloud vertelt lachend dat ze Marc (Melià Sobrevias van Lonely Drifter Karen) er zo ingeluisd hebben. ‘Hij had een idee voor “Bruges”, en nadat we het een paar keer gespeeld hadden bedachten we dat het nummer wel een orgel kon gebruiken. Wij nodigden hem tussen neus en lippen door om eens te komen kijken naar onze opnames waar we héél toevallig een orgel hadden staan. Dus de vraag was snel gesteld. Het is ook het enige nummer dat een echt elektrisch instrument bevat trouwens.’
Hoquets
België
Zoals Maxime eerder al liet weten had hij McCloud het Belgische staatssysteem uitgelegd in één van de eerste jamsessies. Nu is het systeem zelf wel redelijk goed uit leggen maar de uitvoering ervan ietwat minder. ‘Eh, ja dat is iets moeilijker’ beaamt Maxime gniffelend. ‘Voor mij is België een mysterieus land’ voegt McCloud toe. ‘Het lijkt soms wel of de Belgen zelf niet zo geïnteresseerd zijn in hun eigen land. Ikzelf ben erg geïnteresseerd in alle plekken op de wereld waar ik kom, ik wil altijd nieuwe dingen ontdekken en dan heb ik het niet over de grote winkelketens die je overal vindt of bekende merken, maar naar die dingen die het land uniek maken. Dat wordt steeds moeilijker naarmate de decennia voorbijgaan, dat geef ik toe. Als je dan iets vindt dat er tussenuit springt, en dat kan grappig of verwarrend zijn, wat moeilijk te vinden is, dat maakt het voor mij interessant. Zo speelden we een paar jaar geleden op een mijnterril in Charleroi en hebben we ter plekke, terwijl we over die impressionante industriële woestenij onder ons keken, een nummer verzonnen dat precies hierover ging (“Cha-Cha-Charleroi”).’
‘België bestaat echt uit veel unieke ervaringen en plekken, de Belgen zouden daar trotser op mogen zijn. In andere landen zou het niet in me opkomen om bijvoorbeeld over lokale lekkernijen te zingen omdat ze die zelfpromotie daar zelf wel genoeg doen. De “Couque de Dinant” bijvoorbeeld wordt door de mensen in Dinant weggewuifd als iets dat ze aan hun baby’s geven als de tanden doorkomen, maar verder niets. Ik vind zo’n dingen die voor hen alledaags zijn maar er voor mij uitspringen interessant om over te zingen.’
Belgotronics kan beluisterd worden als een audio-reisgids die je door het hele land brengt, maar ik kan me voorstellen dat de mensen het soms wel een heel simplistisch beeld vinden. Bedoel, het land bestaat uit meer dan alleen folklore. McCloud: ‘Op zich hebben nog niet veel mensen zich beklaagd, al hebben we wel wat opmerkingen gekregen dat we op de donkerdere aspecten van de Belgische geschiedenis hadden mogen ingaan. Maar voor mij gaat het echt om een ontdekkingstocht door mijn nieuwe thuisland. Het is toch ook belangrijk om over dingen te zingen die ons gelukkig maken of interesseren. Negatieve dingen zijn altijd makkelijk om te gebruiken en ook meer universeel, ik focus me liever op het positieve dat vaak meer specifiek is. Bedoel liefde is iets universeels, maar hoe we dat beleven is voor iedereen heel persoonlijk. En hoe we bijvoorbeeld met pijn omgaan is ook weer persoonsgebonden.’
‘Terwijl hij niet meer uit zijn betoog komt vraag ik of de onderwerpen uit een gezamenlijke zoektocht voortkomen of niet. McCloud: ‘Er zijn wel wat dingen waar we samen achtergekomen zijn. Maar het was Maxime die me op Benny B (rapcollectief uit Brussel in de jaren 90, red.) attent gemaakt heeft. Ik schrijf de nummers dan wel, maar het gaat toch vooral om gedeelde ervaringen van ons allemaal. Als ik Maxime, de enige Belg in het gezelschap, vraag of hij nog nieuwe dingen over het land heeft geleerd komt hij meteen met de eigen postcode van de NAVO op de proppen. Een nummer dat toch wel enige kritiek lijkt te bevatten. ‘Ja, dat klopt. Men denkt dat al onze nummers luchtig zijn, ik bedoel, de NAVO zal heus wel goede dingen bereikt hebben voor mensen waardoor hun leven veranderd is, maar dingen die met wapens te doen hebben daar hou ik gewoon niet van’, aldus McCloud.
Behalve dat de stad het hoofdkwartier is van de NAVO is Brussel ook de woonplaats van alle drie de bandleden. Wat betekent de plaats voor jullie persoonlijk? François (Schulz, tenorhoquet, red.) komt meteen met vrienden en geluk. ‘Het is eigenlijk moeilijk uit te leggen’. Maxime vult aan: ‘De plek waar we wonen natuurlijk. Het is een aparte stad, moeilijk ook te begrijpen voor buitenstaanders. Er zijn echt wel verschillende lagen waar je doorheen moet. Natuurlijk de verschillende talen die er gesproken worden, de vele mensen van over de hele wereld die er wonen. En het enige wat buitenlanders vaak over Brussel weten, de hoofdstad van Europa. Vergeet ik natuurlijk nog de frieten en Manneken Pis’ vervolgt hij lachend. McCloud: ‘Brussel is thuis. En dat woord kan vanalles betekenen, het is geen paradijs, het is niet alleen goud wat er blinkt. François en ik dragen nogal veel kleurrijke kleren en worden dus wel eens nageroepen op straat. Om maar te zeggen: het is echt niet de meest fantastische stad op de wereld, maar wel thuis. De plek waar we graag terug komen. Het is gewoon lastig om kort uit te leggen wat Brussel voor ons betekent. Zo zijn we ook op “Brussels Is The” gekomen. Het is een stad van extremen, het is tegelijkertijd chaotisch maar ook georganiseerd. Het is een mooie stad met zijn architectuur en gebruikte stenen, dat kan ook weer als chaos gezien worden maar toch is er een uniformiteit door heel Brussel te zien in de huizen. Kijk maar naar de gebouwen hier buiten (we zitten in een café in Sint-Gillis) of in Sint-Joost-ten-Node, Molenbeek en Ukkel. De huizen zijn min of meer hetzelfde, maar achter de voordeur is het allemaal verschillend, a uniform chaos with many different feelings.’
Op het album wordt ook even een stap over de grens gedaan richting Nederland in “Dans van Baarle”. ‘Ehm, ik ben een mapnerd’, lacht McCloud verontschuldigend, ‘en die twee plaatsjes op de grens vielen me een keer op bij het inzoomen. Ik vond dat zeer vreemd, die onregelmatige grenslijn daar. Het is trouwens de enige plaats waar we over zingen die we nog nooit bezocht hebben.’ Maxime valt hem bij: ‘We moeten echt eens daarheen.’
De band speelde een paar keer in Nederland, is hen nog iets opgevallen dat een lied waardig zou zijn? ‘Ik vind dat moeilijk’ aarzelt McCloud, terwijl Maxime op de achtergrond 'Febo!' roept. ‘Het is niet dat me niets opgevallen is, maar het is niet aan ons om daarover te zingen. Dit was ons project over België. Als er bands in andere landen opstaan zoals Nederland die op deze manier over hun land willen zingen, graag, maar dat laten we aan hen over. Persoonlijk zou ik dan graag met de groep van Liechtenstein, het Vaticaan -de kardinalen en paus samen, dat zou pas een band zijn!-, Andorra, San Marino en zelfs Luxemburg een concert doen.’ Maxime ziet ondertussen een nieuw Eurovisie-concept al zitten, het zogenaamde many eurovisions.
Behalve dat de nummers op Belgotronics over het nieuwe thuisland gaan is dansen ook een erg belangrijk aspect in de songs, soms zelf letterlijk. ‘In het begin dachten we daar eigenlijk niet over na’, onthult McCloud. François (plotseling): ‘Ik hou ervan om te dansen’. McCloud: ‘We zijn alle drie dansliefhebbers. Na het spelen van een paar ritmes en het gebruikelijke schudden van onze billen realiseerden we ons al snel dat we iets dansbaars aan het maken waren. Aangezien we veel dingen vieren op dit album en dansen eigenlijk ook het vieren van het lichaam en geest is kwamen die twee vrij snel bij elkaar. (ondertussen proesten François en Maxime het uit) Waarom zou je de dans van Baarle niet doen? Ik zou echt wel eens willen weten of ze dat in de beide Baarles wel eens doen. Of de “Chaud Boulet”. Het idee daarvoor is ontstaan is na het eten van boulet sauce lapin in Maxime’s oude woonplaats Luik. Al kwam de chaud boulet later pas in een zeer dansbaar nummer terecht. We merken dat we op een of andere manier het publiek altijd wel meekrijgen als we bijvoorbeeld het “Chaud Boulet”-dansje doen. Oke, soms zijn er rebelse figuren die juist niet meedoen, maar hey: wij juichen rebelsheid alleen maar toe!’
Hoquets
Universeel
Belgotronics kwam uit op het erg internationaal gerichte label Crammed Discs. Een plaat die over de aparte dingen in België gaat, spreekt die een universeel publiek niet minder snel aan? ‘Ze waren daar in het begin wel even bang voor’, geeft Maxime toe. ‘Maar we zijn toen in Spanje en Frankrijk gaan spelen, en het werkte gewoon. Je hoeft de teksten niet altijd te begrijpen om de muziek zelf te appreciëren. Live klopte het. Zelfs hier in België zijn er genoeg mensen die weinig Engels verstaan, daar heeft iedere groep wel mee te maken. Het feit dat we op vreemde instrumenten muziek spelen die dansbaar is, dat spreekt gewoon voor ons.’ McCloud: ‘In Amerika heb je de FCC-regulations, dus toen ik hier kwam en ineens alle volledige Engelstalige teksten hoorde schrok ik soms behoorlijk; what, that’s what they are saying in this song?. Eigenlijk is dat ook de reden dat we onze instrumenten op de albumcover gezet hebben en geen Belgische vlag ofzo. De instrumenten zijn het meest interessante van het hele project, we gebruiken onbruikbare objecten om muziek te maken en dat is het belangrijkste.’
Afwijkend is ook de Hoquets Holler, de nieuwsbrief waarvan er inmiddels twee (#2 is bijgevoegd bij het album) verschenen zijn. Een pet project van McCloud zo blijkt. Maxime: ‘We wilden een eerbetoon aan de vroege DIY-fanzines maken. ‘Dat is mijn kindje, ik ben de zogenaamde hoofdredacteur daarvan’ laat McCloud weten. ‘Gewoon omdat ik het leuk vind om dit soort dingen voor het project te doen. Ik wilde de luisteraars ook iets meegeven van hoe en waarom we de songs schrijven, dingen die we meemaken waarvan we dan geen songs maken, zoals optreden in Tenerife. Als je het album als artikelen in een krant ziet, dan is de Holler ons dagboek. Er komen ook zeker meer edities, want er zijn ideeën en foto’s genoeg. En natuurlijk kunnen er ook nog steeds vragen aan ons gesteld worden via coucouque at hoquets punt net, die we dan in latere uitgaven zullen beantwoorden.’
De band kreeg recentelijk een Octave Award (zeg maar de Waalse tegenhanger van de Edisons, red.) voor beste pop/rock. Het beeldje zelf zijn de heren niet gaan ophalen. Maxime: ‘We zagen dat niet echt zitten, mede door de lokale geschiedenis op de plek waar het plaatsvond. Ik bedoel: we zijn blij dat mensen onze muziek leuk vinden maar we doen het niet voor awards.’ ‘Och ja, het beeldje (een vogel) zal uiteindelijk wel in onze werkplaats terecht komen. Misschien kunnen we het zelfs als instrument gebruiken en komt het toch nog op onze volgende plaat terecht,’ besluit McCloud lachend.

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top