Le Guess Who 2011: Zondag napret

De zondag besteed ik in dB’s, waar de laatste festivaldag in het teken staat van punk, rock, bier, garage en noise.
Om te beginnen met de noise: het Britse Part Chimp opent de middag en doet dat zo verschroeiend hard dat het bloed uit de oren spat. Drie kwartier gierende noiserock van de bovenste plank waarbij de geluidsman een hele eenvoudige klus heeft: alle knoppen op tien. Dat daardoor de drums en de zang vrijwel wegvallen in het gitaargeweld doet niets af aan het feit dat Part Chimp een prima, afwisselende set speelt met uitstekende, stuwende songs als “Trad” van hun laatste album Thriller. Waarbij ook de verwarmingsbuizen aan het plafond het moeten ontgelden.


mij=Door: Ramon.
Terwijl de oren nog protesterend nasuizen blijken The Cyborgs al begonnen te zijn in het rookhok. Is het een act of een band? Beide. De twee Italianen spelen in zwarte pakken met lasmaskers op. Cyborg 1 speelt bas en drums tegelijk terwijl Cyborg 0 een heel aardig mopje gitaar speelt. The Cyborgs maken onvervalste garagerock en dat doen ze bepaald niet slecht. Tussen de rookpluimen in het stinkhok knikken de hoofdjes, stampen de voeten en klinkt de Hertog Jan. Zeer vermakelijk allemaal.
Eagulls is een shoegazend punkrockbandje met piepjonge gastjes die waarschijnlijk de tijd van hun leven hebben. Spelen in het buitenland, bier drinken en herrie maken: het mag allemaal. Dat er daarbij ook publiek zou kunnen komen kijken stond niet in het plan, maar who cares. De jongens kijken meer naar elkaar dan naar de zaal, hebben een uitstraling van nul en muzikaal is het veel lawaai maar weinig soeps.
Het contrast van Eagulls met de laatste band van de bill, het Deense Iceage, is enorm. Broekies zijn zij eveneens, onopvallende schooljongetjes. Ice Age heeft een heel behoorlijk debuutalbum New Brigade afgeleverd, dat overdonderend is in zijn rauwe puurheid. Dat is wereldwijd goed opgepikt en levert ze een gehypte status op. Vanaf de eerste minuut is duidelijk waarom dit zo is. Deze band is wars van wat voor houding dan ook. Ze gaan los en het is vooral voorman Elias Ronnenfelt die veel indruk maakt met zijn optreden. Deze knul maakt een opmerkelijke transformatie door. Hij briest en spuwt vuur, kijkt minachtend de zaal in en valt om onduidelijke redenen een bezoeker aan die er gelukkig heel stoïcijns op reageert (de bezoeker heeft een mobieltje in de hand, begrijp ik later). Deze band vuurt zoveel samengebalde energie op de zaal af dat het voorste deel binnen de kortste keren het kookpunt bereikt. Een elleboog belandt in mijn gezicht en kort daarna liggen we allemaal gestrekt. Amper twintig minuten later knalt Ronnenfelt de microfoon op de grond en beent hij de zaal uit. Afgelopen. Opgewonden blijven we nog even staan. We kijken elkaar aan en het enige wat we kunnen zeggen is 'wauw'. Zo heftig hebben we het bij Le Guess Who nog niet meegemaakt. Nee, de punk is nog niet dood.

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.