FabrIQ 2012 Napret

Het FabrIQ festival in Den Bosch staat voor ‘Intrusive Quality’: dit wijst niet alleen op gevestigde namen als Damien Jurado of Kim Janssen, maar ook artiesten die nog geen groot platform hebben gekregen om hun kunst te presenteren (maar dat wel verdienen). Dat betekent dat er soms artiesten komen die de maximale luisteraandacht vragen: de Ethiopiër Afework Negussie bijvoorbeeld, is een muzikant die normaliter ‘out of the box’ is voor de gemiddelde hippe showcasefestijnen. In een klimaat waar de grootste festivals de grote namen aan de haak slaan en menig ‘muziekliefhebber’ tegenwoordig alleen maar lijkt te pochen over de hoeveelheid aan festivals die hij dit jaar bezoekt, heeft fabrIQ alle elementen die een muziekfestival potentieel zo speciaal maken.
Trippp
Acts krijgen de vrijheid iets compromisloos neer te zetten, ongeacht de reacties. Dat staat garant voor bijzondere wisselwerking tussen publiek en artiest, die het gevoel van saamhorigheid tussen alle aanwezigen versterkt. Laten we wel eerlijk wezen: het feit dat de meeste acts afkomstig zijn van de Belmont Bookings-stal is een belangrijke factor. Het boekingskantoor van Bas Flesseman heeft in samenwerking met W2 Poppodium veel zeggenschap over hoe het festival wordt samengesteld. Zo is de Toonzaal nu de nieuwste locatie van het festival: een plek waar normaliter veel jazz en wereldmuziek wordt gepresenteerd: een setting die het publiek tot luisteren dwingt.


mij=Door Jasper en Ewie. Foto's: Diana
Zaterdag
Als eerste treedt het jonge Zweedse duo The Pole Siblings aan. Dit duo maakt prachtige, uitgeklede kampvuursongs, met Fia op leadzang en Johan die haar begeleidt op gitaar en banjo. Soms is het een beetje aan de eentonige kant, maar volgens Fia is dit slechts het vierde optreden onder de noemer Pole Siblings. Voor een project in de kinderschoenen zijn de onbeholpen schoonheidsfoutjes eerder een troef: het zorgt voor een gezellige onbevangen sfeer.
Pole Siblings
The Pole Siblings zijn tevens de achtergrondmuzikanten van Amanda Bergman, alias Idiot Wind. De Zweedse muze schrijft melancholische pianoballades versterkt door haar gouden keeltje. Bergman mijdt in haar songs sterk het kop en staart paradigma en laat vooral haar gemoedstoestand de kar trekken. Het is duidelijk dat het aimabele drietal samen een hechte band vormt: Fia en Johan voelen Amanda moeiteloos aan, ondanks het feit dat de nummers vaak geen duidelijke spanningsboog bevatten. Amanda intrigeert vooral met haar frivole uitstraling, die sterk in contrast staat met de sombere insteek van haar nummers. Amanda breekt de laatste mineurakkoorden vaak abrupt af door in een melige giechelbui te schieten. Maar zodra een akkoord inzet, stort ze zich samen met haar boezemvrienden in een muzikale trance. Tijdens de spontane, blijgeestige versie van Roy Orbisons “In Dreams” laten de muzikanten de pretenties eventjes lekker achterwege.
Idiot Wind
Als een artiest vanavond verwachtingen schept is het wel Kim Janssen, een van de sleutelfiguren binnen een van Nederlands beste muzikale exportproducten, The Black Atlantic. Zodra hij met zijn uitgebreide band opkomt, lijkt het al snel een ambitieus optreden te worden. Niets is minder waar: de schuchtere Janssen weet de liedjes van Ancient Crime knap introvert te houden. Janssens band krijgt voldoende vrijheid om op de voorgrond te treden: soms een intermezzo waar de strijkers de basismelodie vormen, dan weer Kims zus Phyllis op de vleugel. Ook Lukas Dikker van Luik doet een nummer mee. Het blijft allemaal relatief binnen de context van de ingetogen liedjes. Je hoort het publiek soms letterlijk naar adem snakken. De muziek is naar mijn smaak nét iets te braaf en binnen de lijntjes, wat ik de The Black Atlantic ook vaak aanrekende (tot de laatste EP Darkling, I Listen gelukkig mijn neus op de feiten drukte). Ook is de zang relatief onverstaanbaar. Het zijn slechts kleine smetjes op een anderzijds bezwerende performance.
Kim Janssen
Het Rotterdamse Luik speelt in de foyer van het W2 Poppodium, waar het publiek het toch niet kan laten erdoorheen te ouwehoeren (hier “The Windows” live). Het was uiteindelijk te verwachten na drie stille luisterconcerten in de Toonzaal. Luik zelf weet heel goed dat de band het moet hebben van een luistersetting. Het viertal behoudt de rust zelve en voert de nummers van Owls daarom onverstoord uit. Zij die vooraan staan kunnen gelukkig de prachtige, uitgesponnen 'slowcore' tot zich nemen. “Slowcore”, tsja…wat betekent dat eigenlijk nog? Een van de grote grondleggers van dit 'subgenre', Alan Sparhawk van Low, heeft die term inmiddels al jaren verworpen.
Lukas Dikker geeft zelf toe niet eens bekend met de muziek van Low te zijn, dus van een concreet referentiekader kun je ook niet spreken. Terwijl menig schrijver Luik in een hokje probeert te stoppen, kan ik slechts veronderstellen dat Luik een zoektocht is van de muzikanten naar een bepaald uiterste: het uitdagen van de luisteraar om de subtiele pracht van de muziek te ontdekken. Het heeft iets conceptueels: die clash van speelstijl tussen 'drummer' Keimpe Koldijk (Eklin) en bassist Simeon Poot (een half uur eerder speelt hij nog met Kim Janssen): als een serpent kronkelen de baslijnen rondom de minimalistische, slepende drums. Dikker en Gerrit van der Scheer zorgen voor de ambiance en textuur. FabrIQ is ongetwijfeld een mooi platform voor eigenzinnige muziek als Luik: achteraf gezien was de Toonzaal een geschiktere plek geweest. Hier in de foyer had een gitaarbandje, zoals Cloud Nothings vorig jaar, beter kunnen staan.
LUIK
De situatie is daarom gunstig voor het multidisciplinaire project TRIPPP: de lokale bands Mindpark en The Surs zijn niet vies om de boel flink te laten ontsporen met gierende gitaren: de post-apocalyptische epos We Will Adapt en de noisy, Beefheart-getinte postpunk van Persona vormen de muzikale basis bij deze voorstelling. Signe Tollefsen, Rebecca Sier, kunstenaar en muzikant Woensdagman en avant-garde danscollectief United-C leveren hier belangrijke bijdrages. Tollefsen vertolkt middenin de zaal een buitengewoon originele versie van PJ Harveys “Down By The Water”: met een loopingstation creëert ze een hypnotiserend zangkoor die opbouwt tot een huiveringwekkende climax. Terwijl alle ogen op haar gevestigd zijn, bemoeien de bandleden van Mindpark zich er plots mee: de aanwezigen kijken opeens verschrikt naar achteren. Sommige blikken zijn zichtbaar verward, bij anderen staat een brede glimlach op het gelaat, overrompeld en verwonderd door het verrassingselement.
Trippp
Zo biedt deze voorstelling veel meer van dit soort perikelen: de danseressen van United-C bevinden zich soms tussen het publiek, of naakt in een glazen kast op het podium. Langzaam druppelt de zaal leger: voor sommige mensen is deze show wellicht net iets te langdradig en geregisseerd. Dat is wellicht een keerzijde aan het uitgangspunt van fabrIQ: sommige optredens zijn zodanig compromisloos dat de reacties vanuit het publiek sterk verdeeld zijn: of het is waanzinnig of het laat mensen grotendeels koud. Maar als er iets is wat we van artiesten als Lou Reed en Pink Floyd hebben geleerd: een sterke reactie provoceren is uiteindelijk van groter belang dat een volle zaal trekken, waarvan slechts een fractie de aandacht richt op de performers. Hulde aan deze muzikanten, die op dit platform geconcentreerd doch gevoelsmatig het concept uitvoeren en daarbij niet de makkelijkste weg durven te kiezen. Op de eerste dag van fabrIQ is het nogmaals evident dat dit een festival is voor de echte fijnproevers. Wie crowdpleasers wil zien moet naar Pinkpop of Lowlands gaan.
Zondag
Terwijl ik de zaterdag, onverwacht maar niet vervelend, aan mijn vervangende held Jasper moest laten, was de zondagmiddag voor mij de start van het FabrIQ-weekend. Braaf drie uur zaten we klaar om Gepetto & The Wales af te zien trappen. Terwijl buiten het zonnetje de lente aankondigde, kwamen de bolletjes binnen ook uit. De vijf Belgen zijn een nieuwe Belgische belofte zonder nog een album op zak. Drie gitaren was er niet een teveel en het prachtige geluid dat er in de Grote Zaal van de Verkadefabriek kan klinken, klonk. Op het moment dat het wat in dreigde te zakken was er break met de cover “Road To Nowhere” van Carole King, even later het hitje “Juno” en opvallend was ook de Foo Fighters-cover “Best Of You”. Leuker dan het origineel, maar ik ben geen Foo Fighters-fan. Dit was folkpop-light, maar zeer geslaagd.
Een manco in het programma is de Kleine Zaal die al snel te klein is. Geen Pole Siblings dan, maar de weg oversteken naar W2, waar in de muffe kelder Niels Duffhuës in een hoekje zit te spelen. Hij brengt een prachtige soundtrack met zijn bluesy gitaar en orgel met behulp van een loopapparaat. De desolate filmbeelden zijn niet minder prachtig. De show is te zien onder de naam Niels Duffhuës / Stone Bowles. Ga eens kijken.
Hierna terug naar de grote zaal waar Peggy Sue voor wat rock gaat zorgen. Vaak worden de Britten vergeleken met PJ Harvey, maar hier krijgen we er gewoon twee. Het geluid staat echter beroerd afgestemd en daar worden mijn trommelvliezen niet blij van: au! Gelukkig zijn er ook ingetogen stukken die laten horen dat het concept en nummers prima zijn. Gemiste kans dus.
Na even rustig wat gegeten te hebben sluiten we weer aan bij Cass McCombs. Net voor hij begint te spelen klinkt JJ Cale door de ruimte en dat is een prima link. McCombs' stem dompelt ook onder in de bandsound, maar ik heb de indruk dat hij niet in vorm is. De drums staan te hard en de band lijkt in zichzelf gekeerd. 'Shut up', is het enige wat uit zijn mond richting zaal komt. Sorry, dat wij er zijn.
In W2 gaan we eens kijken hoe het ons onbekende Crappy Dogs het er af brengt. De band rond Eric Vandenberge moet het ook niet van de presentatie hebben, maar muzikaal zit het wel snor. De erfenis van Captain Beefheart en Howlin´ Wolf wordt prima opgepakt met als basis de gitaar, contrabas, saxofoon en drums. En dat uit ons land!
Na dit Nederlandse viertal gaan we naar de Amerikaan Damien Jurado. De clichés zijn verdeeld over de bandleden aanwezig: baarden, blote voeten, witte sokken en houthakkersblousen. Jurado heeft net zijn meest toegankelijke plaat gemaakt en dat is te merken. Waar bij andere optredens op FabrIQ het festivalpubliek weg druppelt omdat er meer te doen is, wordt het hier alleen maar drukker. Alsof je naar een sessie zit te kijken waar je geen inbreuk op kunt maken. Er is weinig contact met het publiek, maar het zou alleen maar afleiden van de prachtige muziek waarvan geen noot er zomaar lijkt te zijn. Misschien net wat teveel naar Neil Young geluisterd, maar ach, muzikanten die ervoor knokken gun ik het succes.
Na de geslaagde middag wordt het tijd voor het avondprogramma in W2. We komen binnen bij Francis (hier “By This Dirty Old View” live). Deze Zweedse band met een frontvrouw die wel communiceert met haar publiek brengt frisse folkpop. Hier en daar is het dramatisch aangezet, hier en daar is het dansbaar, maar het is vooral vermakelijk. Ik moet wel wat aan Florence and the Machine denken, alleen met een zangeres die wel kan zingen.
Na even gewacht te hebben is het de beurt aan Chad VanGaalen (hier “Bones of Man” live). Hij maakt indruk door samen met zijn gitaarmaat een behoorlijke portie herrie te maken. Voeten zijn er om mee te drummen, een mond om bijvoorbeeld een mondharmonica mee te beroeren en gitaar spelen gaat ook best even met een hand: er is ook nog een keyboard. Toch kijken we niet naar de afdeling gezelligheid. Het is wat rommelig en of het nou VanGaalen is of net een singer-songwriter teveel: het wordt wat rumoerig in de zaal.
Nu gaat dan de klapper komen. Was het vorig jaar het briljante Suuns, nu mag het Amerikaanse Xiu Xiu het doen. Ik verwacht er veel van. Eigenwijze elektro zou het toch moeten kunnen doen. Het weinige publiek is echter getuige van een prima band die even vergeet dat er misschien wel een feestje gebouwd kan worden. De korte nummers klinken prima, maar ze zetten niet door en de stemming komt er niet in. Geen overdonderend einde dus van een festival dat het op de zondag vooral van de middag moest hebben.

3 gedachten over “FabrIQ 2012 Napret”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *