Walk The Line 2012: Zaterdag Napret

Zaterdagmiddag, Grote Markt. Het zonnetje is nog steeds waterig en het winkelend publiek slaat de Grote Markt inmiddels over, want de Grote Markt is bezit genomen door muziekliefhebbers. Als epicentrum van Walk The Line is het dan ook een puik dreh-und-angelpunkt. Bovendien is het terras aangenaam, als je uit de wind zit en kun je er goed eten. En dat is belangrijk, want er moet stevig bandjes gekeken worden.
In de Nutstuin was het ook gezellig...


mij=Door: Gr.R. Foto's: Dennis.
We beginnen de avond met Anna Aaron. De Zwitserse Anna valt op, want wil niet op haar uiterlijk beoordeeld worden. Ze is dan ook getooid met een soort van camouflageverf. Ze heeft het echter niet nodig, want muzikaal staat het als een huis. We denken onmiddellijk aan die andere Anna, Anna Calvi. Ik realiseer me ook meteen dat, gezien het beperkte aantal vrouw, dat ik de serieuzere rockhoek zit, je al snel met die referentie komt. Of met PJ Harvey. Anna Aaron kan echter prima zonder, mede door de toevoeging van elektronica en haar wat extravertere podiumpresentatie. En met haar gitariste is ook niks mis. De vrouwen zijn duidelijk de baas bij Anna Aaron.
Anna Aaron
Wat podiumpresentatie betreft zijn we ook bij Diagrams op de juiste plek, al is die van frontman Sam Genders niet te vergelijken met die van Anna Aaron. Sam Genders heeft dezelfde naïeve blijheid als Josh Ritter en dat straalt af op band en publiek. Zelden iemand zo oprecht blij horen keuvelen over zijn nieuwe elektrische gitaar. Niet dat de muziek van Diagrams zo naief is. Genders, voormalig frontman van Tunng, nam zijn debuutplaat in zijn eentje op en schoof van Tunng’s folktronica op naar de folk. Maar de plaat is dermate gelaagd dat hij zeven man nodig heeft om het spelen, inclusief blazers die dubbelen als violist. De puike samenzang, al dan niet geloopt en rinkelende gitaarpartijen vallen goed in Den Haag, maar het kan ook de blijheid van Genders wezen. En of die nieuwe gitaar nou paars is, daar willen we nog wel eens over bomen.
Diagrams
In Supermarkt, ik blijf het een puike naam voor een kroeg vinden, is ondertussen Great Mountain Fire begonnen. Collega Stonehead was razend enthousiast over deze combinatie van dEUS en Customs van het Brusselse Great Mountain Fire en ik kan wel horen waarom. Wederom rinkelende gitaren en het geheel heeft een heerlijke dansbare dansgroove en een popfeel. Maar ergens in het achterhoofd jeukt het gevoel dat ik het allemaal al eens eerder gehoord. Het is erg goed, maar niet origineel. Maar de jongens zijn nog niet zo lang bezig, dus dat kan nog maar zomaar goed komen.
Gang Colours
Hetzelfde euvel heeft Gang Colours in eerste instantie. We roepen namelijk meteen James Blake! als we binnenkomen. Will Ozanne is hot in de UK en dat gaat hier ook wel komen. Helemaal als we het vrouwelijk gezelschap dromerig naar Ozanne’s lange haar zien kijken. Nog over die James Blake referentie, Ozanne speelt veel beter piano en ziet er dus beter uit. En mede doordat hij met een voet in de UK Garage staat is het wat meer onderhoudend. Nee, dat gaat helemaal goed komen met Gang Colours. Daar heeft hij die Graig David cover, waar Gang Colours mee afsluit, helemaal niet voor nodig.
Ook bij Alt-J ∆, dat driehoekje verschijnt als je de combinatie Alt J ∆ gebruikt op mijn MacBook, kijken de dames dromerig. Alt-J is de James Morrison van de indiefolk, want alles aan Alt-J∆ is lief. De gitaarpartijtjes tinkelen, de toetsen kabbelen en zanger Joe Newman fluistert zachtjes in ons oor. Radiohead Zero Light, zonder suiker, cafeïne of wat dan ook. Het is even leuk, maar na verloop van tijd heb je toch weer een muzikale schop in je kont nodig. En daarvoor hebben we Woot! Woot speelt een thuiswedstrijd en het in ramvol in het Paardcafé. En het enthousiasme klotst over de plinten. Dan maakt het ook niet uit dat je een snaar minder hebt, omdat deze al snel breekt. Maar het is de hoge E en die heb je amper nodig in de powerchords van de psychedelische rock die Woot speelt. Men lijkt, qua referenties, te wisselen tussen Kyuss en Led Zeppelin, en dat is een mooie afwisseling. Na al het gitaargerinkel is dit net even wat we nodig hadden!
Even een korte tussenstop bij Com Truise, even kijken om de naam, maar de slowmotion funk beklijft niet echt. Al blijft de toevoeging van een echte drummer, voor de beats, een goede. De dansbeats gaan er meer van leven.
Trippple Nippples
Vervolgens krijgen we het WTF-momentje van de dag, als we binnen rennen bij Trippple Nippples. Het eerste dat we horen is een langgerekte ijselijke gil. Trippple Nippples neem ik mee, op verzoek van fotograaf Dennis, wiens muzikale smaak ik wel eens in twijfel trek. De man is ook fan van Sleighbells, en dat is ook het eerste dat me te binnen schiet bij Trippple Nippples. Het is een volslagen chaos op het podium, voor zover ik het kan zien, want het is ramvol in de Zwarte Ruiter. De Sleighbells referentie blijkt ook niet te kloppen, want Sleighbells is een kinderkoor vergeleken met Trippple Nippples. Het is een grote stomende achtbaan van kabaal, zonder rustpunt. Ik heb geen idee hoeveel, overigens zeer bizar uitgedoste, mensen er op het podium staan, maar het klinkt als een groot voortdenderend heimachine. Bij vlagen goed, vaak absurd, maar in ieder geval memorabel. Typisch een act die ik, ondanks alles, toch nog eens mee wil pakken op een festival. Al was het maar om te kijken, wat er in hemelsnaam allemaal gebeurt op dat podium. Gedenkwaardig!
Het mooie van Walk the Line is de veelzijdigheid in de programmering. Een echte metalband heb ik nog niet gespot, maar voor de rest kan het zo gek niet wezen, of het staat op Walk the Line. Full blown hiphop bijvoorbeeld, met Foreign Beggars. De beats voel je letterlijk in de maag en de rhymes worden in je gezicht gespuugd. Een fan zal ik niet snel worden, maar dit zit wel verdomd goed in elkaar en voor de afwisseling is het erg goed vol te houden. Datzelfde geldt voor Agent Side Grinder. Geen hiphop maar EBM, in de beste jaren tachtig tradities, want Agent Side Grinder maakt graag gebruik van vintage synths en klinkt bij vlagen als Depeche Mode in de begindagen. Zanger Kristoffer Grip kan in iedere oorlogsfilm meedoen als gay kampcommandant en ook de rest van de band heeft een karikaturale uitstraling, maar dat laat niet onverlet dat de muziek wel erg lekker is. De band krijgt de zaal niet geheel mee, maar her en der gaat toch een voetje van de vloer.
Fever Fever
“Maar Gr.R., waren er dan geen grote namen op Walk the Line?”, zult u zich afvragen, want wat is een festival zonder grote namen, immers. Nou, die waren er wel, met namen als Pixies en Shellac. Alleen dan verpersoonlijkt door de bevallige dames van Fever Fever. Rudimentaire rock, door twee gitaristes, op tempo gehouden door een eikenhouten drummer. Meer is er niet nodig. Zoals Pixies dus. Of Shellac. De dames hebben er zichtbaar zin en krijgen de zaal aan het kolken. We mogen allemaal mee naar het hotel en op verzoek steken we de middelvinger op voor een (facebook)foto. Artpunk noemen ze het zelf en daar is mee te leven. Een optreden overigens dat bijna niet doorging omdat de gitaren, “our babies” niet met dezelfde vlucht meekwamen. Alles kwam gelukkig goed! Met een goede veertig minuten zijn ze ook klaar en met die veertig minuten zorgen ze wel voor het hoogtepunt van de avond. Twee gitaren, een drummer en gewoon gaan.
Daarmee kwam aan de derde editie van Walk the Line een eind. Wederom geslaagd en Walk the Line is niet meer weg te denken in het Haagse en de graadmeter voor nieuwe muziek in den lande. We noteren’m vast weer voor volgend jaar in onze agenda.

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.