Jay Brannan / O Emperor

Jay Brannan - Rob Me BlindIk had zo gehoopt dat Jay Brannan de Nederlander Jan Brentjens in vermomming was. Hoe zou hij anders zo bizar veel als Racoon kunnen klinken? De singer/songwriter komt toch echt uit Houston, en maakt onwaarschijnlijk suffe gitaarpop, van het soort waarmee de Zeeuwen na jaren ploeteren eindelijk hun megahit scoorden. Zoetgevooisde stem, eenvoudige akoestische gitaarbegeleiding, en wat rommelige strijkers in een poging de boel te smeren. Teksten lopen uiteen van 'you and me have a spark' tot 'it's not that you're not beautiful, you're just not beautiful to me'. Om met Woody Allen te spreken: 'I won't take it personal, I'll just kill myself, that's all.' Rob Me Blind staat vol liedjes die ze in het middagprogramma van Pinkpop serveren. Je kunt er zo lekker cocktails bij drinken namelijk. Om ervan te kunnen genieten moet je vermoedelijk minstens één keer zwanger zijn geweest. Brannan neemt zowaar een keer het f-woord in de mond (stoer!) en, nog erger, doet ook nog een paar tekstregels in het Spaans. Wild erotisch! Op de hoes staat de knappe zanger afgebeeld zoals zijn fanschare hem waarschijnlijk het liefst ziet. Weerloos vastgebonden. Had zijn muziek maar wat meer weg van zijn kortstondige filmcarrière. Brannan speelde mee in de arty porno-exercitie Shortbus. Daarin ging alles uit. Nu enkel de cd-speler.
O Emperor - Hither ThitherAls archetypische eilandbewoners hebben de Ieren een eigenzinnige muziekcultuur. Soms bejubelen ze artiesten lang voor de rest van Europa overstag gaat (David Gray!) en ook hun eigen bands (The Frames, Bell X1) zijn vaak al jaren populair voordat ze onze oren überhaupt maar bereiken. In die laatste categorie valt O Emperor, dat twee jaar terug de Ierse albumhitparade bestormde, en dat nu pas (en nota bene via een klein Duits label) hier verkrijgbaar is. Misschien ligt het aan de ongelukkige bandnaam, die in combinatie met het morbide hoesje eerder Transsylvanische trek wekt. Afgezien daarvan is de vertraging raadselachtig, want O Emperor heeft nu al de grandeur van een grote band. In klapstuk “Don Quixote” (tevens opener) combineert de groep achteloos de ingewikkelde ritmes van Radiohead met de sneer van Muse en het falset-pathos van Wild Beasts. Als een klein muzikaal grapje openen ze de track dan ook nog met spaghetti western-blazers. Rocken ze daar nog vrij stevig, snel daarna worden de riffs ingeruild voor verbluffend zelfverzekerd gespeelde kamerpop. En minstens zo goed gezongen als de Fleet Foxes. In een liedje als “Sedalia” is ons eigen Daryll-Ann niet ver weg; en daarmee natuurlijk al de Amerikanen van de 'great wide open'. Je hebt wat in huis als je een overduidelijke ode aan de Beach Boys met een vleugje Harry Nilsson tot een goed einde weet te bringen. En alhoewel het – met Elbow in gedachten – nog wel tien jaar kan duren voordat de band hier écht doorbreekt, genieten wij er nu alvast van. En fluiten mee. 'Don't mind me, I don't mind myself'.


mij=Munich & K & F/Beep! Beep!

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top