Jaarlijst 2017: Ludo

1. Sam Baker – Land of Doubt
2. The War on Drugs – A Deeper Understanding
3. Spinvis – Trein Vuur Dageraad
4. Dizzee Rascal – Raskit
5. Jake Xerxes Fussell – What In The Natural World
6. Sufjan Stevens, Nico Muhly, Bryce Dessner, James McAlister – Planetarium
7. Angelo de Augustine – Swim Inside The Moon
8. Ibeyi – Ash
9. Vince Staples – Big Fish Theory
10. Mac DeMarco – This Old Dog

Jaarlijst 2016: Ludo

Ryley Walker - Golden Sings That Have Been Sung1. Ryley Walker – Golden Sings That Have Been Sung
2. Laura Mvula – The Dreaming Room
3. Anderson .Paak – Malibu
4. The Avalanches – Wildflower
5. Alex Cameron – Jumping The Shark
6. Rats on Rafts & De Kift – Rats On Rafts & De Kift
7. Núria Graham – Bird Eyes
8, Powell – Sport
9. Bitchin Bajas & Bonnie Prince Billy – Epic Jammers and Fortunate Little Ditties
10, Frankie Cosmos – Next Thing

Jaarlijst 2015: Ludo

Happyness - Weird Little Birthday1. Happyness – Weird Little Birthday
2. Surfer Blood – 1000 Palms
3. Bop English – Constant Bop
4. Jim O’Rourke – Simple Songs
5. Bill Fay – Who Is The Sender?
6. Bill Wells & Aidan Moffat – The Most Important Place In The World
7. Future – DS2
8. Badbadnotgood & Ghostface Killah – Sour Soul
9. The Tallest Man On Earth – Dark Bird Is Home
10. Kenny B – Kenny B

Woman's Hour – Conversations

Woman's Hour - Conversations‘And if I call you, I will call you by your name.’ Dat is eigenlijk niet zo’n best teken! Ik las ooit dat geliefden en familieleden elkaar zelden met hun echte naam aanspreken. Koosnaampjes volstaan om de aandacht te trekken. De Bernard Sumner-waardige tekstregel zegt vast iets over de afstandelijkheid die Woman’s Hour soms dreigt te bevangen. Zeker richting het einde van de plaat worden de uithalen van zangeres Fiona Jane Burgerss eerder vermoeiend dan indringend. Tegelijkertijd merk je dat het Britse viertal een goed op elkaar ingespeelde eenheid vormt. Dit zijn absoluut geen onbekenden van elkaar. (Broer Will Burgess vormt dan ook samen met zus Fiona de kern.) Hoewel de synthpop overheerst – en het gitaargehalte derhalve laag is – moest ik toch aan Lost In The Dream van The War On Drugs denken. Conversations klinkt even smooth, en even droomachtig hypnotiserend. De liedjes zingen zichzelf langzaam los van de grond en galmen richting het plafond. Zeker als de band in “Our Love Has No Rhythm” en “Her Ghost” nadrukkelijk echoënde baspartijen inzet, werken de grooves uiterst verslavend. Het openingsnummer “Unbroken Sequence” zet al meteen het hoofdthema van herhaling in, door op te bouwen vanuit een Reichiaanse synth-loop. “Love On A Real Train” noemde Tangerine Dream dat ooit. Van zo’n band wil je geen vreemde blijven.

Lees verder Woman's Hour – Conversations

Clipping. – Clppng

Clipping. - ClppngRuim tien jaar geleden kreeg ik post uit Los Angeles. In de envelop zaten cd’s met daarop alle audio-sporen van mijn debuut-album, gebruiksklaar om gemixt te worden. Mijn eigen pc was dermate verouderd dat het in hoge kwaliteit exporteren van de sporen onvermijdelijk vastliep. Gelukkig is de (muziek)wereld klein, en schoot Jonathan Snipes (aka electropopper Captain Ahab) me te hulp. Het klusje moet ‘m toch een paar uur hebben gekost. Een topgozer dus. Anno 2014 ploft het nieuwe door Sub Pop uitgebrachte album van Clipping (eigenlijk: clipping.) op de mat. En wie zien we in het boekje? Jonathan Snipes! Wow, dat is nog eens een aangename verrassing. Hij en William Hutson verzorgen bij Clipping de beats. Daveed Diggs rapt, daarbij geholpen door flink wat guest appearances. Op deze manier omschreven lijkt er misschien weinig bijzonders aan de hand, maar CLPPNG is in de verste verte geen normaal hiphop-album. Industrial, musique concrète, glitch en vocoders botsen hier op gangstaraps. Zo bevat single “Body & Blood” overstuurde gabber-bassdrums, loeiende schuurmachines en een Rammstein-achtige dubbelzinnige tekst. Diggs commandeert in het refrein: ‘twerk some, girl!’, maar de dame in kwestie houdt de touwtjes onverbiddelijk in handen. Handen gehuld in ‘elbow-length gloves’ welteverstaan. En ik wil niet bedenken wat ze daar allemaal mee wil gaan doen. (De videoclip kijkt u op eigen risico.) Een ander hoogtepunt is “Summertime”. De beats rinkelen als sleutelbossen, en sirenes zoemen om het zweterige refrein aan te kondigen. ‘Turn a six to a dime in the summertime!’ Ondanks alle haarscherp gedetailleerde drukke geluiden is het vreemdste aan Clipping de ruimtelijkheid. Tussen het lawaai door heerst vaak een mysterieuze stilte. Totdat er ineens een snerpende wekker afgaat, dan… Moge Snipes nooit wakker worden uit zijn rocksterren-droom.

Lees verder Clipping. – Clppng

Samantha Crain – Songs In The Night / You (Understood)

Samantha Crain - Songs In The NightZodra de wind weer wat harder door de bomen begint te waaien, komt herfstige folkrock als geroepen. Je moet wel oppassen dat de noten niet worden overschaduwd door de gepeperde Pietendiscussie, die in dezelfde periode eveneens traditiegetrouw opsteekt. Hoe vermoeiend het debat ook moge zijn, het is wel een van de weinige keren dat zoiets obscuurs als postkoloniale theorievorming het leven van Jan Modaal weet te bereiken. De gevoelige kantjes aan de westerse geschiedenis, het uitbuiten van andere culturen voor eigen gewin. De oplossing in dit specifieke vraagstuk ligt volgens mij nog altijd in het omvormen van Zwarte Piet tot een echte schoorsteenveger. Moge Dick Van Dyke uit Mary Poppins tot voorbeeld dienen! Piet in de hoedanigheid van een werkelijke arbeidsmarkt-participant past ook beter bij Sinterklaas als verkapte kapitalist. Consume and obey.
Samantha Crain - You (Understood)Wat heeft dit nu allemaal met deze reissue-uigaven van folkzangeres Samantha Crain te maken, denkt u. Welnu, ik kwam erachter dat een prominent deel van haar Wikipedia-pagina wordt gevuld met een controverse over… een indianentooi. Crain – zelf van Indiaanse origine – kreeg het aan de stok met een mede-zangeres, die in zo’n outfit was verschenen. In Amerika doen ze al jaren niets liever dan over zulke gevoeligheden kibbelen. Van een afstand bezien lijkt je druk maken om ‘cultural appropriation‘ misschien overdreven, maar ja, op ‘onze’ voorvaderen is nu eenmaal geen genocide gepleegd… Niettemin zou Crain juist (of beter!) aandacht moeten krijgen om heel andere redenen. Ze is immers ook muzikaal niet op haar mondje gevallen. Haar stem is krachtig en de veelal makkelijk meezingbare liedjes zijn toegankelijk. Het is een kwestie van tijd totdat Giel Beelen haar ‘ontdekt’. Ik besprak dit voorjaar al haar derde album Kid Face, een cd die me aan Turin Brakes deed denken. De twee voorgangers Songs In The Night en You (Understood) verschillen er in sound en niveau weinig van. You (Understood) heeft op details mijn voorkeur. Zo is “Blueprints” een fraai fragiel liedje, met wiebelend Beth Orton-achtig drumwerk. Het met banjo opgetuigde “Sante Fe” swingt als een drankfeestje van de Felice Brothers. Ik zou zeker gaan kijken als Samantha Crain in de buurt optreedt. Wel uitkijken met wat je aandoet…

Lees verder Samantha Crain – Songs In The Night / You (Understood)

Sinkane / Glass Animals

Sinkane - Mean LoveHeeft Sinkane teveel gezopen op tournee? Of had hij net voor dat hij de studio inging een weekje griep? De wereldse all around-eclecticus zingt aanmerkelijk slechter dan op voorganger Mars. Misschien valt het me gewoon nu pas op, omdat Sinkane er dit keer voor heeft gekozen zijn stem vooraan de mix te plaatsen. Op zichzelf een begrijpelijke reflex, de liedjes krijgen er meer hitpotentie van, en dan wordt de showbink uithangen ook ineens een stuk makkelijker. Maar ja, dan moet je wel met die soul-kikkerij weg kunnen komen. Tot overmaat van ramp zingt Sinkane bijzonder veel falset. Nog net een graadje moeilijker, dus hoe dat afloopt valt te raden. Soms scheert hij zelfs langs Lambchop-achtige parodie. Hij moet echt héél hard in de ballen knijpen om al piepend de noten te halen. Is er dan geen enkel goed nieuw idee ter compensatie? Zeker. Baslijnen! Een plaat lang stelen ze de show, met “Galley Boys” als bizar hoogtepunt. Dub plus een twangende pedal steel? Waarom niet. Dat soort dingen kunnen allemaal bij Sinkane. Juist in die vervreemdende potpourri ligt zijn klasse. Zo zorgt Sinkane toch nog voor een vrolijk slot. Ik blijf benieuwd welke combinaties hij de volgende keer uit gaat proberen. Iets met swingende koortjes misschien?
Glass Animals - ZabaOok de zanger van Glass Animals kijkt niet op een falset-partij meer of minder. Deze Britten maken namelijk hipsterige indie in de stijl van Alt-J. Je kon er een beetje op wachten. Nu vind ik de muziek van Alt-J verdraaid lastig te doorgronden. Zijn het flinterdunne keizer zonder-kleren-liedjes die de luisteraar foppen met moeilijkdoenerige ongrijpbaarheid, of stuiten we achter al die waterige laagjes toch nog op een diepere bodem? Zaba roept eenzelfde dilemma op. Ik erger me al als ik de Wikipedia-albumpagina lees. (Toegegeven, dat zal aan mij liggen.) Aan veelzijdig geluiden in elk geval absoluut geen gebrek. Er zijn toffe triphop-ritmes, stoere synths, en fluwelen zangpartijen vol van vage teksten die – heel toepasselijk – in het boekje in zwart op donkerblauw zijn afgedrukt. Onleesbaar dus. Wat Glass Animals nu al op Alt-J voor heeft is hun vermogen tot grooven. Ze zijn op hun beste momenten wél sexy. Dat delen ze dan weer met een stel andere Engelse falset-helden, de Wild Beasts. Die vergelijking geeft hoop op een mooie carrière, maar voorlopig is het nog zoeken naar een eigen evenwicht in een stortvloed van ideetjes. Glass Houses is nu het leukst als ze nadrukkelijk leentjebuur spelen. Het Dr. Dre-achtige ritme van “Hazey” had prima op Björk’s Volta gepast. Het daaropvolgende “Toes” is het beste Alt-J-doorslagje. Mysterieus, maar wel wat aanstellerig.

Lees verder Sinkane / Glass Animals

Silmus / To Rococo Rot

Silmus - ShelterMisschien wel de tofste niche-hype van dit jaar was de ‘ontdekking’ van Lewis en zijn L’Amour. Het label Lights In The Attic bracht deze volslagen vergeten eigen beheer-lp uit 1983 opnieuw uit. Van de man zelf ontbrak ieder spoor. Wie hij was, waar hij was gebleven, het bleef lange tijd een raadsel. Het album zelf vergrootte het mysterie alleen maar. Een fluisterzachte stem, zoekende akkoorden op de gitaar, en een muzikale synthpop-wereld zo klein en breekbaar dat íets over de man willen weten al bijna heiligschennis leek. Hoe dit verhaal afliep, moet u elders maar lezen, maar Silmus verzorgt alvast de soundtrack bij de film over de zoektocht. Als die film dan ook nog “Leaving Darkness” heet kan dat liedje mooi de titeltrack zijn. Ik hoor Lewis er wel bibberig bij huilen. Geert Boersma laat met hulp van onder meer Minco Eggersman de bitterzoete melodieën even liefdevol dwarrelen. Vooral als de gitaren subtiele accenten leggen levert dit geslaagde ambient-schetsen op. Opener “Deeply Beloved” is meteen het mooist van allemaal. Halverwege Shelter krijgen de pianopartijen wel wat klefs, en er wordt het wiegen weeïg. Een zweem van effectbejag kan ik best hebben, maar er rest dan niets meer dan zweem. Daar staat tegenover dat de akkoorden van “Sadness Covers Me” zelfs Paul Buchanan zouden smaken.
To Rococo Rot - InstrumentEen ander vormxperiment op het snijvlak van elektronische en akoestische klanken is een stuk uitdagender voor de luisteraar. De Duitsers van To Rococo Rot zijn dan ook veteranen op dit gebied. Het trio rond de melodieuze bassist Stefan Schneider is al zo’n twintig jaar actief, met de plaat The Amateur View als hoogtepunt van hun discografie. Het achtste, nogal abstract getitelde album Instrument is een zoektocht zonder dat er op iets concreets wordt gestuit. De band hint naar krautrock, maar blijft tegelijkertijd kort van stof. Slechts één stuk overschrijdt de vijf minuten. Popmuziek wil Instrument echter ook niet zijn. Zelfs de vocalen van Arto Lindsay doen daar geen moeite voor. De Amerikaanse no wave-legende speelt net als de groep verstoppertje. Zijn woorden zijn vaak onverstaanbaar en zijn melodieën lijken op het moment van zingen bedacht. Het is het geluid an sich dat de groep hier fascinerend houdt. To Rococo Rot mag dan niet in grootste vorm verkeren, ze proberen het wél. Soms onbedoeld lachwekkend, als in “Gitter” ineens een synth klinkt die galmt als het ondergrondse level uit Super Mario Bros 1. Maar meteen erna neemt ook To Rococo Rot de warp zone: afsluiter “The Longest Escalator In The World” vindt eindelijk wat magie. Of wilde ik die er zelf gewoon graag vinden?

Lees verder Silmus / To Rococo Rot

Bishop Allen / Oscar And The Wolf

Bishop Allen - Lights outLaatst zag ik op YouTube het beruchte optreden dat de Travoltas ooit bij Barend & Van Dorp gaven. De Dongense punkers hadden speciaal voor de gelegenheid twee vrouwelijke gasten meegenomen. En die deden méér dan dansen alleen. De verbijsterde presentatoren wisten niet wat ze zagen. De onschuld van 1999. Je gelooft het haast niet meer. De dansende dames op de hoes van Lights Out hebben hun kleren nog aan, maar wie weet verandert dat zodra die lichten uitgaan. De New Yorkse indierockers Bishop Allen starten in “Start Again” elk geval even kek, nineties en zonnig als de Travoltas. ‘Summer and the sun is setting later than late, I try to stop you, but you say it isn’t worth the wait’. Een punkbandje is Bishop Allen overigens niet. Helaas niet, moet ik zeggen, want al na een paar liedjes begint de indiepop-band wat peper in de reet te missen. De doffige sound helpt daarbij niet. Als je dan een toegankelijk ‘dance with somebody‘-feestje wil bouwen, moet je wel okselfris uit de speakers knallen. Zo bladdert de eerst nog zo gezellige retro-sfeer snel af. Rond “Skeleton Key” is Bishop Allen een soort Cornershop zonder tabla’s geworden. Instant meezingbaar, maar uitgeblust en zonder overtuiging gebracht. Dat kan een stuk geiler, jongens.
Oscar And The Wolf - EntityOscar and the Wolf heeft die boodschap wél begrepen. In ieder interview roepen ze het zelf al: dit keer met meer seks! En daar is geen woord van gelogen. Ik vermoed dat de baard-restanten en de afzichtelijk afgesleten bandnaam nog een overblijfsel zijn van een vorige folk-incarnatie, maar anno nu zijn deze Vlamingen smooth als een glijbaan in Tropicana. ‘Got my boys in the water, got my girls bending over. Tight.’ Wie de fluwelen flemers-collectie na Frank Ocean, How To Dress Well en Drake wil uitbreiden met een streekproduct, zit hier goed. De bloemetjes lokken de bijtjes, en met al die autotune is het honingzoete resultaat precies zo plakkerig als het hoort. De groep heeft de indie overigens nog niet helemaal afgeschud. En soms is juist die vreemde symbiose wel zo fijn. Een liedje als “Where Are You?” begint bijvoorbeeld met een koortje dat ook van Mew had kunnen zijn, en ook de gitaarpartij is verraderlijk prog. Elders op het album worden er met hulp van topproducer Leo Abrahams ook nog wat grooves van de Wild Beasts en The XX geleend. Maar het al eerder geciteerde “Princess” bewijst het definitief. Entity barst van de hits, en is cooler dan de band soms zélf lijkt te durven geloven. Voor dat laatste beetje ‘swag’ zullen alle uitverkochte zalen wel zorgen. De meisjes gaan dansen. En hoe.

Lees verder Bishop Allen / Oscar And The Wolf