Mike Love – Unleash The Love

BMG

Het zal soms niet meevallen om Mike Love te zijn. Zoals hij zelf al verzuchtte zal hij voor Brian Wilson-fans altijd ‘the antichrist’ blijven. Als voorman van The Beach Boys weet hij al vijfenvijftig jaar het publiek te vermaken en hij zal de laatste zijn om te ontkennen dat hij die carrière voor het grootste deel aan neef Brian te danken heeft. Het gaat ver om de hele Beach Boys geschiedenis hier op te rakelen maar Mike’s visie is in zijn autobiografie rustig na te lezen. Voor het eerst sinds de vroege jaren tachtig brengt Love nu dan een soloplaat uit. Zijn eerste, het matige Looking Back With Love, flopte genadeloos en was artistiek gezien wel een heel slappe hap in vergelijking met werk van zijn neven Brian, Carl en Dennis Wilson. Is anno 2017 Unleash The Love dan een stuk beter? Je zou hopen van wel want Mike heeft er naar eigen zeggen heel wat jaartjes aan gewerkt tussen alle tournees door. Geholpen door onder andere de huidige Beach Boys waaronder Bruce Johnston (al sinds 1965 aan boord) en drummer John Cowsill, maar ook Mark McGrath (Sugar Ray) en acteur en part-time Beach Boy John Stamos (voor velen voor altijd Uncle Jesse, de rocker uit Full House). Helaas valt het tegen. Maar liefst de helft van de nummers zijn remakes van oude Beach Boys hits. Dat vind ik altijd een zwaktebod van jewelste ook al zijn er wel vaker oudere artiesten geweest die dit hebben gedaan en nimmer overtroffen ze de eerste versie natuurlijk. Van de nieuwe songs is bijvoorbeeld het prettig zomerse deuntje ‘Cool Head, Warm Heart’ wel aardig en ook het voor Beatle George Harrison geschreven ‘Pisces Brothers’ is charmant. Dat een en ander aan elkaar hangt van een overdosis autotune moet je de oude Mike misschien vergeven maar hoe dan ook, die nieuwe songs kabbelen voort zonder ook maar ergens te beklijven. De remakes van de oude hits zijn dan wellicht volledig overbodig, ze laten ook horen dat voor het schrijven van echte hits Mike zijn neef Brian of andere co-componisten van niveau echt wel nodig had. Op veel van die remakes doen ook Mike’s kinderen mee en dat is dan wel weer het enige lichtpuntje want dat klinkt zeer aardig. Zoon Christian Love (prachtige naam natuurlijk) benadert met zijn stem het niveau van zijn overleden oom Carl Wilson en dochter Ambha zingt een heel lief duet met vader Mike in ‘Kiss me Baby’ en schittert in de klassieker ‘Warmth of the Sun’. Ook het soulvolle ‘Wild Honey’ klinkt als een klok door de uitstekende zang van John Cowsill, Al met al uiteindelijk een album dat waarschijnlijk de Beach Boys geschiedenisboeken zal halen als een piepklein voetnootje. En dat is genoeg.


File: Mike Love – Unleash the Love
File Under: Mike Love Not War

Jane Weaver – Modern Kosmology

Als ik zangeressen als Jane Weaver hoor moet ik altijd aan File Under-collega André denken. Jane Weaver kun je indelen in de categorie elektropop. Popliedjes met flink veel synths, elektro en andere vreemde en minder vreemde geluiden. Het is een genre waar ik veel minder ‘in zit’ dan bijvoorbeeld André, die via de social media me kennis laat maken met veelal zangeressen in dit genre. Als ik naar Modern Kosmology luister, het alweer zevende album van de zangeres uit Liverpool, hoor ik echter ook veel wat mij als liefhebber van melodieuze liedjes kan bekoren. Voordat Weaver in 2002 solo ging zat ze in het Britpopbandje Kill Laura. En met solo bedoel ik ook echt solo, want Weaver schrijft, speelt en produceert alles zelf. Knap hoe ze vele invalshoeken verkent op dit album. Nummers als “H>A>K”, “Did You See Butterflies?” en “The Architect” doen denken aan de elektropop zoals Goldfrapp in haar begindagen maakte. In “Loops In The Secret Society” en “Ravenspoint” verwerkt ze new-wave achtige psychedelica in songs die teruggrijpen naar de jaren ’80. Wat Jane Weaver echt onderscheidt zijn haar goede, melodieuze songs zoals “Slow Motion”, “The Lightning Back” en “Valley” waarin te horen is dat Weaver ook zonder hulp van elektronika goed kan zingen. Modern Kosmology is een knap geconstrueerd en fascinerend album dat mij verrast heeft door niet alleen uit het elektropopvaatje te tappen maar allerlei stijlen en invloeden erbij te halen en ook nog goede en melodieuze liedjes te maken. Volgens mij heb ik Jane Weaver nog niet op André’s facebookpagina voorbij zien komen dus bij deze is dit ook mijn tip voor hem.

File: Jane Weaver – Modern Kosmology
File Under: Onaards en toch toegankelijk
File Facebook: [Jane Weaver op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Jane Weaver]

Nicole Atkins – Goodnight Rhonda Lee

Single Lock

Wonderlijk toch hoe het kan gebeuren dat er bepaalde muzikanten zo onder de radar blijven en niet de aandacht krijgen die ze eigenlijk wel verdienen. Neem nu Nicole Atkins. Ik ken weinig zangeressen die zo bloedmooi, hartstochtelijk en smachtend kunnen zingen. ‘Happy people have no stories’ wordt wel eens gezegd en wellicht dat dit haar doorleefde zangstijl verklaart. Atkins was namelijk behoorlijk verslingerd aan de alcohol. In 2015 besloot ze dat het zo niet langer kon en kickte ze af in een ontwenningskliniek. Daar ontmoette ze een hiphopproducer die haar ogen opende. Hij vertelde haar dat ze heel goed is maar dat ze moest stoppen met de ‘indierock-bullshit’ die ze tot dan toe maakte en zich moest richten op wat ze IS, een soulzangeres. Dat had de man heel goed gezien. Op haar vierde album Goodnight Rhonda Lee, Rhonda Lee was eerst haar bowlingnaam en later haar alias wanneer ze dronken was, neemt Atkins afscheid van de indierock en de alcohol. En wat een schot in de roos is dat. Atkins klinkt als een eigentijdse mix van Bobbie Gentry, Dusty Springfield en Glenn Campbell. Een snufje country, een beetje jazz en blues maar vooral heel veel soul in de meest melancholieke zin van het woord. Het lijkt alsof de jaren zestig herleven in soulpopnummers als “Listen Up”, “Sleepwalking” en “Darkness Falls So Quiet”. Nog mooier is het als Atkins wat gas terugneemt zoals in “Colors” of wanneer ze bijna gaat croonen in het prachtige “A Night Of Serious Drinking”. Maar Nicole Atkins komt het best tot haar recht als ze zwoegt, smacht en smeekt zoals in het schitterende, samen met Chris Isaak geschreven, “A Little Crazy” en iets ingetogener in afsluiter “A Dream Without Pain”. Het heeft tien jaar, drie albums en een alcoholverslaving gekost voordat Nicole Atkins haar ware vorm vond. Goodnight Rhonda Lee sluit haar benevelde periode af en is het eerste album van Atkins waarop echt alles klopt.

File: Nicole Atkins – Goodnight Rhonda Lee
File Under: Voltreffer
File Facebook: [Nicole Atkins op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Nicole Atkins]

Paradisia – Sound Of Freedom

Ik kan de woordspelingen al raden die het Londense trio Paradisia ten deel zullen vallen bij besprekingen van hun debuutalbum Sound Of Freedom. Drie stemmen en ook nog een harp, dat moet wel hemels of op zijn minst paradijselijk klinken. Ik vind dat nogal tegenvallen. De seventies folkpop die het drietal maakt is degelijk en verzorgd en de dames zingen prima. Maar bij paradijselijke klanken stel ik me voor dat ik op zijn minst van begin tot eind geboeid ben en zelfs meer dan dat. Ik kan halverwege al niet kan ophouden met gapen omdat de twaalf liedjes wel erg eenvormig klinken. Het tweede nummer (“Warpaint”) en daaropvolgend het derde nummer (“Idea Of You”) zijn nog wel leuke popliedjes maar daarna wordt het wel erg saai in hun walhalla. Daar kan Springsteens “Dancing In The Dark” zelfs niets aan veranderen. In de versie van The Boss is het een song waar je een goed humeur van krijgt, in de slow-motion versie van Paradisia gedegradeerd tot saai en monotoon. In het zelfde genre damestrio’s kun je mijns insziens beter een plaat opzetten van HAIM, zij hebben catchy songs, of van The Wild Reeds die wat spannender en grilliger zijn. Het paradijs van Paradisia is mij te flets.

File: Paradisia – Sound Of Freedom
File Under: Kleurloos
File Facebook: [Paradisia op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Paradisia]

Hüsker Dü – Savage Young Dü

Numero Records

Hüsker Dü - Savage Young DüTerwijl de Engelse punkscene begin jaren tachtig bijna implodeerde (uitzonderingen als Crass of het wat boertigere The Exploited daargelaten) floreerde de Amerikaanse scene juist door het genre bijna opnieuw uit te vinden. Geen hanenkammen en beschilderde leren jacks maar skateboards, geruite overhemden en steeds snellere en heftigere songs bepaalden het beeld. Van die hele generatie Amerikaanse punkbands waren vooral Black Flag (met Henry Rollins), Suicidal Tendencies (voor ze echt metal werden) en Bad Brains voorbeelden die ook nu nog tot het beste van dit genre worden gerekend. ‘Hors competition’ is echter het trio Hüsker Dü uit St. Paul, Minnesota. Bob Mould (gitaar), de onlangs overleden Grant Hart (drums) en Greg Norton (bas) wisten in de negen jaar dat ze actief waren een imposant oeuvre neer te zetten dat van enorme invloed was op o.a. de hele grungestroming in de jaren negentig. Wat maakte Hüsker Dü dan invloedrijker en specialer dan veel van hun tijdgenoten? Hard en snel spelen deden er zovelen maar het was Hüsker Dü die die toon zette met hun debuutplaat, het live opgenomen Land Speed Record. Een plaat die ondanks de matige geluidskwaliteit een grondleggend album was voor de Amerikaanse hardcorepunk. Het grote verschil was echter dat (zeker na dat debuut) dit trio liet horen veel meer in hun mars te hebben dan hun tijdgenoten. De keiharde muur van gitaargeluid die Mould creëerde bleek een rijk palet aan melodie en emotie te herbergen. Zonder aan kracht in te boeten wisten ze zich te ontwikkelen tot wat toen wel werd genoemd ‘de Beatles van de punk’. In de vroege jaren tachtig werden hun teksten een stuk persoonlijker en werd de sound iets toegankelijker. En waar in de eerste jaren nog wel eens een politiek geladen song werd geschreven, met het verbeten ‘Real World’ namen ze daar voorgoed afstand van. Hüsker Dü toerde zich een slag in de rondte en namen in sneltreinvaart klassieke albums als Zen Arcade, Metal Circus en Candy Apple Grey op. Nu, bijna dertig jaar nadat de band op hun hoogtepunt implodeerde, met name door de frictie tussen songschrijvers Mould en Hart, is er deze fraaie box met heel veel nooit eerder uitgebrachte songs (deels live opnames) uit de eerste jaren van Hüsker Dü. Hoewel de echte topjaren dus nog moesten komen, pak ‘m beet vanaf de release van Metal Circus met Grant Harts bloedstollende ‘Diane’, geven de verzamelde werken op Savage Young Dü een mooie kijk op de ontwikkeling van dit trio. De invloed van de Britse jaren zeventig punk en The Ramones is duidelijk op vroege tracks als ‘Outside’ en ‘Private Hell’, maar ook een wat relaxter tempo konden de heren aardig aan. Bijvoorbeeld in het haast P.I.L.-achtige, repetetieve ‘Statues’. Deze box kwam tot stand dankzij de cassette-collectie van de geluidsman van de band, Terry Katzman, die altijd alles opnam en gelukkig dit altijd heeft bewaard. Dat de geluidskwaliteit niet aan alle hifi standards voldoet mag duidelijk zijn, de historische waarde van het ontsluiten van veel van deze opnames is enorm. Na zesendertig jaar blijkt nu dat er van de songs op Land Speed Record dus al die tijd betere opnames op de plank hebben gelegen. Het dreigende ‘Data Control’ krijgt hier meer dynamiek en diepte mee en klassiekers als ‘All Tensed Up’ en ‘Guns at my School’ zijn haast panisch door de sturm & drang van het jonge trio. De studiotracks die we al kennen zijn door de nieuwe mastering behoorlijk verbeterd en de vroege opnames van songs die iets later op Metal Circus terecht kwamen laten horen dat door het constante toeren de heren Mould, Hart en Norton een geoliede punkrockmachine waren die zijn gelijke niet kende. Voor iedere liefhebber is het doorploegen van de negenenzestig songs tellende box en het bijgeleverde boek met gave foto’s een indrukwekkende must.


File: Hüsker Dü – Savage Young Dü
File Under: Jonge honden met gouden toekomst

Kim Janssen – Cousins

Snowstar Records

Het heeft even geduurd voordat Cousins, het derde album van singer-songwriter Kim Janssen, onder mijn aandacht kwam. Het kwam al eind maart uit maar is te bijzonder om te laten liggen. De grootse en tegelijkertijd intieme folkpop die hij brengt heeft een uniek geluid in Nederland. Het doet denken aan een kruising tussen de euforie en ingetogenheid van Sigur Rós en Sufjan Stevens. Niet geheel toevallig dat Maria Hansen die op menig album van Stevens meezong ook op Cousins zingt en Eirikúr Orri Olafsson, verantwoordelijk voor de blazerspartijen op Kveikur van Sigur Rós, de loftrompet speelt op Cousins. Janssen zingt prachtig en gevoelig. Hij nam drie jaar de tijd voor de opnames en bezingt de grote thema’s des levens zoals ouder worden, terugkijken, twijfel en verlangen. De ene keer uitbundig (“Dynasty”, “Gouldians”) maar ook prachtig ingetogen zoals in het pareltje “Bottle Rockets”. Cousins heeft alles in zich om ook buiten Nederland aan te slaan. Dat hebben de jongens van Kensington goed begrepen want Kim Janssen mag het publiek de laatste twee van hun vier uitverkochte concerten in de Ziggo Dome opwarmen. Of dat een geslaagde of mislukte keuze is zal moeten blijken. Wanneer het publiek het fatsoen heeft om echt te luisteren dan horen en zien ze mijns insziens een muzikaal veel rijker en interessanter optreden dan de hoofdact.

File: Kim Janssen – Cousins
File Under: Melancholische schoonheid
File Facebook: [Kim Janssen op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Kim Janssen]

Allred & Broderick – Find The Ways

Erased Tapes

Melancholie, het is er weer tijd voor. De blaadjes vallen, de regen valt en het is steeds langer donker. Handig, dat je dan nog even muziek achter de hand hebt die dat kracht bij kan gaan zetten. David Allred en Peter Broderick hebben elkaar gevonden en brengen nu hun eerste samenwerking uit. Het gaat hier om slechts (samen)zang, een viool en een bas. Qua instrumentatie is dat het, meer is er niet. Soms ontbreekt zelfs de zang. De stemming is breekbaar, er ligt een basis van folk, maar doet klassiek aan. De songs zijn erg Nick Drake-achtig en de samenzang heeft wat van The Hidden Cameras. Erased Tapes is zo’n label waar ze zich thuis mogen voelen. Het is aanvankelijk best een aangename plaat. Het hoeft er niet altijd van alle kanten af te schreeuwen. Toch is het songmateriaal – dat ze alleen of samen schreven – wat mij betreft wat aan de schrale kant. Na ongeveer de helft van de nummers slaat de saaiheid toe. De hele dag regen is ook net wat teveel van het goede.


File: Allred & Broderick – Find The Ways
File Under: Donker

File Social: [Peter Broderick @ Facebook]

Ian William Craig – Slow Vessels

Fatcat Records / Konkurrent

Semi-klassieke muziek is aan een opmars bezig. Een markt die steeds interessanter lijkt te worden. Ik noem Hauschka, of uit eigen land Joep Beving. Vanuit Canada is daar Ian William Craig. Hij brengt nu de EP Slow Vessels uit. De liefhebber zal al meteen merken dat deze zes songs ook op de voorganger Centres stonden. De uitvoering is alleen een hele andere. Craig heeft ervoor gekozen om zichzelf te begeleiden op gitaar en piano. Hierdoor blijft het experimentele wat meer op de achtergrond. Het is best lekker toeven in de Craig-herberg. Er had alleen wel wat geld qua studio tegenaan gegooid mogen worden. Ik vind het er behoorlijk hometaping opstaan. Normaliter heb ik dat niet, maar klassiek moet wat mij betreft goed klinken.


File: Ian William Craig – Slow Vessels
File Under: Lo-fi semi-klassiek

File Social: [Twitter]

Dead Bronco – Bedridden And Hellbound

Eigen Beheer

‘Parental Advisory Explicit Content’. Dat u het weet. Zonder dit te weten beloofden het doodshoofd, de slangen en de krokodillen op de hoes van Bedridden And Hellbound al niet veel goeds. Dead Bronco is een Spaans vijftal met de Amerikaanse zanger Matt Horan. Ze brengen een mix van rockabilly, country, rock en punk. En dat vol inzet. Negen songs zijn van eigen hand, eentje is een cover van Merle Haggard. Met teksten als ‘Get stoned like Jesus, smoking dry fetus’ (“Make My Eyes Bleed”) of ‘There ain’t no beer on Sunday that’s Atlanta law, can’t get no weed in the morning cause no ones on call, So I bought me a gun and I took off my shoes’ (“Bedridden & Hellbound”). Ik bedoel maar. Verder is het gewoon gaan met de banaan. De productie had mijn inziens wat rauwer gemogen. Ook het songmateriaal is wat aan de eenvormige kant en daarom is het maar goed dat de albumlengte van veertig minuten niet overschreden worden . Hun vorige vond ik toch net wat beter, maar verder zal ik niet teveel zeuren. Hell no.


File: Dead Bronco – Bedridden And Hellbound
File Under: Outlaws

File Social: [Twitter] [Facebook] [Instagram]

Chaz Bundick Meets The Mattson 2 – Star Stuff

Company Recordings

Het verbaasde me niet dat gitarist Jonathan Wilson ingelijfd is door Roger Waters. Wij moeten het nu échter zonder nieuw werk van Wilson doen. Ik moest hieraan denken toen ik – bruggetje – naar Star Stuff van Chaz Bundick Meets The Mattson 2 zat te luisteren. Chaz Bundick zou je kunnen kennen van Toro y Moi, maar hier slaat hij een heel andere weg in. Hij werkt samen met de tweelingbroers The Mattson 2 die het normaliter in de jazzhoek zoeken. Het is een prettige samenwerking waar een mens relaxed van kan worden. Ik althans wel. Star Stuff bevat stukken met uitgerekte gitaarrocknummers waarin jazz-, psychedelica- en fusioninvloeden te horen zijn. Het stoort me aanvankelijk niet dat de eerste twee tracks instrumentaal zijn. Het is zelfs aangenaam. Toch dwaal ik langzaam af met mijn gedachten tot er in de derde track gezongen wordt. Hierna moet ik eerlijk zeggen dat het langzaam wat meer van hetzelfde wordt. Het kruit is verschoten, zodat mijn aandacht alsnog wegzakt. Er wordt mijn inziens wat teveel gejamd, terwijl toch het liedje het belangrijkste is. Kijk, dat heb ik bij Jonathan Wilson nooit gehad. En dus is de conclusie dat het idee van de samenwerking een goede is, maar dat om de sterren echt te laten stralen er toch wat beter songmateriaal moet zijn.


File: Chaz Bundick Meets The Mattson 2 – Star Stuff
File Under: Wegdromen naar elders