Tim Darcy – Saturday Night

Jagjaguwar/Konkurrent

Tim Darcy – Saturday NightTim Darcy is de frontman van Ought. De fans van deze postpunkers hoeven niet te schrikken, want Ought bestaat nog steeds. Darcy heeft echter meer noten op zijn zang, vandaar dat er nu een solo-album verschijnt. Ik heb wel even de tijd moeten nemen voor Saturday Night. Het is namelijk geen album waarover je na een draaibeurt je mening wel klaar hebt. De eerste song “Tall Glass Of Water” stuurt je de Lou Reed-richting op. En dan de Lou Reed uit de Velvettijd. I love it. Stiekem verlang ik naar een plaat vol van dit moois. Maar zo zit Darcy niet in elkaar. Het gaat in het aansluitende “Joan Pt 1, 2” al snel een andere kant op, Darcy lijkt wel in een kerk beland. Een beetje Joy Division, een beetje The Smiths, en dan weer door à la Lou Reed. De derde track past nog wel in Reed-lijn, maar in het vierde “Still Waking Up” lijkt Darcy plots mooi te willen gaan zingen. Maar hij is geen Frank Sinatra. Hierna gaat het ingetogen verder in een instrumentale track “First Final Days”. Om aansluitend al piepend en krakend sloom op te starten in de titeltrack. Zo kan ik wel doorgaan. Saturday Night is als een schetsboek waarbij de ruwe schetsen nog tekening moeten worden. De tekenaar vindt het echter prima zo. En oh ja, een fatsoenlijk hoesje om de plaat is ook al weer zoiets.

File: Tim Darcy – Saturday Night
File Under: Een onrustige stapavond
File Social: [Twitter] [Facebook]

Tall Tall Trees – Freedays

Joyful Noise

Een man met een ruige baard, lieve oogopslag en banjo. Dat is kort gezegd het profiel van Mike Savino, alias Tall Tall Trees. Daar hebben we de zoveelste loot aan de indiefolkstam, denk ik. Dat blijkt toch net iets genuanceerder te liggen, net als zijn op het eerste gehoor makkelijk wegluisterende liedjes. Savino ontwierp de banjotron, een banjo waarmee hij allerlei elektronische en ritmische effecten kan maken. Zodoende gebruikt hij de banjo(tron) als snaar- en percussie-instrument. Zijn liedjes zitten vol met elektronische effecten en spitsvondige wendingen. Ik zeg met nadruk liedjes omdat alle negen songs op dit album echt liedjes met goede melodieën zijn. Savino laat zijn fantasie de vrije loop wat verschillende stijlen oplevert. Zo doet “Being There” me aan de song en structuur van “Shock The Monkey” van Peter Gabriel denken. In “CLC” begint hij als een akoestische singer-songwriter maar halverwege ontaardt het nummer in een meerstemmige song en worden de effecten op de banjo losgelaten. “SeagullxEagle” klinkt dan weer als de uitbundigheid van Sufjan Stevens en “So Predictable” heeft een sixties-achtige gitaarriff. Zo valt er in elk liedje wel iets te ontdekken wat je in eerste instantie helemaal niet hoorde. Naar verluidt heeft Mike Savino zich geruime tijd in een huisje in het bos teruggetrokken om in alle rust aan Freedays te kunnen werken. Je hoort dat er veel tijd aandacht en liefde aan dit album besteed is. Tall Tall Trees onderscheidt zich van de massa door de experimentele liedjes die niet te moeilijk zijn omdat het echt toegankelijke (pop)liedjes zijn. Door de verscheidenheid aan arrangementen, stijlen en melodieën verveelt het album geen moment.

File: Tall Tall Trees – Freedays
File Under: Meer dan het lijkt
File Facebook: [Tall Tall Trees op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Tall Tall Trees]

Grey Lotus – Acacia (Live)

Miller Records

Tja, je moet wat als je plaat, om welke reden dan ook, wat langer op zich laat wachten, dan gedacht. De aandacht voor je bandje zal verslappen en je moet twee keer harder je best doen om die weer terug te krijgen. Vooral als je in een genre zit, waar aandacht schaars is. Zoals Grey Lotus, uit Haarlem. Voor één gat is de band niet te vangen, maar zoekt u het vooral in de hoek waar een Steven Wilson floreert. Met een vleugje Anathema. Omdat de nieuwe plaat, zoals gezegd, wat langer op zich laat wachten brengen ze voor Record Store Day een akoestische liveplaat uit, Acacia. En die geeft een mooie staalkaart van hun kunnen. In een spaarzame setting, met een spaarzame mix, valt vooral de kracht van de compositie op. En de fijne samenzang van Judith Wesselius en Joost Verhagen. De combinatie van de wat zwaardere dreigende stem van Verhagen en de ijlere dameszang van Wesselius geven een sfeer aan de muziek die je ook bij de al eerder genoemde Ananthema vindt. De plaat is zoals gezegd akoestisch en spaarzaam en dat is de enige minpuntje van de plaat. Live, met beelden erbij is het indrukwekkend, maar op plaat had wellicht een ietwat meer dynamiek fijn geweest. Desalniettemin is Acacia een fijne plaat, die vooral laat horen dat je goede nummers in elke uitvoering kunt spelen. Vooral als je met zijn beiden goed kunt zingen…

Live zijn ze de komende dagen te bewonderen:
– 21/4 – 20:30 Roode Bioscoop, Amsterdam
– 22/4 – 11:30 Platenslager, Haarlem
– 22/4 – 13:00 Sounds, Haarlem
– 22/4 – 14:30 Mono’s Muziekhandel, Heemskerk
– 22/4 – 20:00 Salon Ruigoord, Amsterdam
– 23/4 – 15:00 Het Huis Verloren, Hoorn

File: Grey Lotus – Acacia (Live)
File Under: Puik tussendoortje

Travoltas – Until We Hit The Shore

White Russian

Travoltas – Until We Hit The ShoreHet Tilburgse Travoltas is na acht jaar afwezigheid terug. En dat doet het zestal overtuigend. De eerste indruk in 1990 was immers gigantisch goed. Ergens moet het besef zijn gegroeid in de loop der jaren dat Travoltas met zijn Amerikaanse mix van Beach Boys, Ramones en een vleugje Cars heel wat genres en hypes voorging. Want, net zo makkelijk moeten de heren met jaloezie gekeken hebben naar de op- en ondergang van Fountains Of Wayne, Weezer en Presidents Of The USA. Oprichter Vincent Koreman is afgehaakt. Perry Leenhouts heeft het initiatief genomen om Travoltas te defibrilleren. Until We Hit The Shore sluit naadloos aan op Baja California van twintig jaar geleden. Er is alleen één groot verschil op te merken. De tand des tijds heeft op een positieve manier vat gekregen op de heren. Productioneel heeft Travoltas zoveel vlieguren gemaakt en zoveel ervaringen opgedaan in het breedste spectrum van de muziekindustrie en de evenementensector dat het nu uiterst precies weet wat goede, aanstekelijke songs zijn in een kristalhelder geluid. De balans is akelig secuur, de songstructuren zijn simpel maar doeltreffend en het instrumentarium is weloverwogen. En, het pleit voor Travoltas dat het teruggrijpt naar het beste van het beste uit het Amerika van weleer. Het is niet zomaar weg te zetten als een pretpunkbandje dat makkelijk wil scoren. Wie een beetje oren aan zijn kop heeft, die snapt dat Travoltas met deze cd gaat voor de perfecte uitvoering in samenzang en de afwisseling tussen wonderschone melodietjes en gruizige gitaarpartijen die nergens de irritatiegrens bereiken. Wat dat betreft lijkt het erop dat het zestal Venice, Beach Boys en Weezer heeft samengepakt en naar Europese maatstaven heeft gemodelleerd. Of Leenhouts is met de jaren meer veramerikaniseerd dan hij zelf wil toegeven. Until We Hit The Shore pakt in elk geval meer dan goed uit. Welkom terug!

File: Travoltas – Until We Hit The Shore
File Under: Tenhitwonder met een lang, historisch verhaal

Gösta Berlings Saga – Sersophane

Icosahedron Music

Gösta Berlings Saga – SersophaneVolgend jaar bestaat The Book of Talysien, Deep Purple’s tweede plaat vijftig jaar. Nu snappen heel wat muzikanten waaronder het Zweedse Opeth dat deze plaat een ‘blauwdruk’ is voor de progrock. Het onderscheidend vermogen zit ‘m in een muzikaal, klassiek geschoold verhaal. Wie snapt hoe je een volledige compositie aan de boven- en onderkant kunt uitbouwen rondom een ‘basso continuo’-lijn en je met een modern instrumentarium psychedelische, hardrock- en folkelementen kunt samenpakken, die snapt ruim drie eeuwen klassieke componeerdrift. Het Zweedse Gösta Berlings Saga heeft het bovenstaande steeds beter door. Zeker op deze vierde schijf. Het heeft alleen heel lang geduurd. Serophane is een optelsom van slide-gitaren in zweverige geluidslagen, elektronische krautrock-elementen en ouderwets pompeuze hardrock-exercities. Het levert spanningsbogen op die net zo makkelijk psychedelisch als middeleeuws of zelfs horroresque genoemd kunnen worden. Er was een tijd dat de documentaires van Bert Haanstra dezelfde soundtrack hadden als een Duitse crimi, een Italiaanse horror B-film of een New Yorkse hippie-arthouse-film. Met de kennis van nu zou alles onder het progrockgenre geschaard kunnen worden. Gösta Berlings Saga weet er wel raad mee. En dan nog wordt het gezelschap niet als goedkoop maar juist als spannend afgedaan.

File: Gösta Berlings Saga – Sersophane
File Under: Progrockpsychedelica to the max

I Heart Sharkes – Hideaway

Adp Records

PlonsJonge kinderen en naar muziek luisteren is niet zo’n ideale combinatie. Het helpt als het niet al te zwaar van aanzet is, zoals bij Hideaway van I Heart Sharkes. Zo’n vijf jaar geleden werd het debuut nog uitgebracht als kwartet, maar IHS is inmiddels een trio. Je zegt in een zin twee keer trio. Misschien kun je aan het eind zeggen “maar zijn inmiddels een drietal of met zijn drieën overgebleven. Aan het hoofd van deze band met thuisbasis Berlijn, maar met internationaal bloed, staat Pierre Bee. Dat dance het goed doet in de Duitse hoofdstad mag duidelijk zijn. I Heart Sharkes levert de poppy variant. Een variant waar je lekker vrolijk van wordt. Ik dans de nodige rondjes met onze dreumesdochter door de kamer. Ze vindt het geweldig, en de vader ook. Als je echter wat serieuzer naar de plaat luistert dan hoor je dat het niet bijster origineel is. Het is ook wel eens beter gedaan. Het is ook meer van hetzelfde, en Bee is niet de zanger van de eeuw. Toch word ik bij elke draaibeurt weer vrolijk van dit album. En dat is ook wat waard in het leven.

File: I Heart Sharkes – Hideaway
File Under: Smile and dance

File Social: [Twitter] [Facebook]

Dan Tuffy – Songs From Dan

Smoked Recordings

Als ik weer eens een show op tv voorbij zie komen waarin enorm veel geld gewonnen kan worden droom ik weleens weg en stel me voor wat ik zou doen als ik de winnaar zou zijn. Ik denk dat ik meteen zou stoppen met alles wat moet en alleen nog dingen zou doen die ik echt leuk vind. Maar er zijn ook mensen die dit gewoon doen zonder een enorme zak geld achter de hand. Ik vermoed dat Australiër Dan Tuffy zo iemand is. Begonnen als zanger en gitarist van de Tasmaanse band Wild Pumpkins At Midnight verkaste hij eerst naar Londen om daarna vanaf 1995 in Nederland terecht te komen. Daar startte hij folkrockband Big Low, zette zijn eigen label Smoked Recordings op en werd bassist en gitarist bij balkanrockband Parne Gadje. Van een solo-album was het in al die jaren nog niet gekomen en zo is daar bijna 35 jaar na zijn muzikale start Songs From Dan. De inmiddels 53-jarige Tuffy maakte deze schijf met mede-Aussies Matt Walker en Lucie Thorne toen deze twee singer-songwriters in Amsterdam waren voor promotie van hun eigen albums. De drie gingen zitten en spelen, en zo ontstonden de negen liedjes. Matt Walker riep een jaar later in Melbourne Australië’s beste muzikanten bij elkaar en voegde pedal-steel gitaar, madoline piano en bas aan de tracks toe. Weer een jaar later mixte producer Zlaya in Amsterdam de plaat af en kon het resultaat eindelijk uitgebracht worden. Er is dus veel zorg besteed aan Songs From Dan waarop Tuffy in negen liedjes verhalen vertelt over liefde, ontrouw, scheiding en ouderschap. Levensverhalen dus die Tuffy met zijn melancholische stem brengt in fijne alt.country songs waarop de instrumentatie ook nog eens dik in orde is. Dan Tuffy, inmiddels alweer twintig jaar een inwoner van Wageningen, heeft lang gewacht om zijn muziek onder persoonlijke titel uit te brengen. Maar dit solodebuut is er een om trots op te zijn en de kroon op het werk van zijn al ruim drie decennia omspannende muzikale leven.

File: Dan Tuffy – Songs From Dan
File Under: Levensliederen
File Facebook: [Dan Tuffy op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Dan Tuffy]

Virginia Wing – Forward Constant Motion

Fire

Virginia Wing – Forward Constant MotionErgens tussen XX, Tegan & Sara en de nadagen van Siouxie Sioux in is heel veel ontwikkelingsruimte voor wave, avantgarde, glitz en electro-geneuzel. Deze tweede plaat van Virginia Wing had organisatorisch heel wat voeten in de aarde. De drummer vertrok en dus bleef een duo over dat meer dan ooit de synthesizers en drumcomputers uit de kast trok om zich te richten op een verfijnder popgeluid met hemelse vocalen en zweverige interludes. De twee zeiden de psychedelische en postpunk-elementen vaarwel. Ze moesten schoon schip maken en ze moesten door. Op naar dit album waar ik uiteindelijk de kriebels van krijg. Versta me goed, ik houd van zweverige synthpop, zeker in combinatie met werkelijk prachtige zalvende vocalen. Maar, de songs en het getingeltangel zijn zo klein en gedetailleerd gehouden, dat mijn aandacht telkens weer na de eerste vijf songs is weggeëbd. In de opbouw heeft Virginia Wing niet gekozen voor piekmomenten in volume. Nee, liever plakt en knipt het duo de minimale soundscapes naar absolute stilte. Ik mis de bogen, ik mis een climax. Voor nu is Forward Constant Motion vooral een plaat geworden die met telkens een heel klein beetje gas het fileleed van de gemiddelde automobilist in Haarlem en omstreken weergeeft. Uiteindelijk kom je er wel, maar het duurt zo allejezuslang om tien kilometer verder te komen, dat wachten echt een opgave is. Een beetje spanningsboog zou nog de indruk kunnen wekken dat jouw lange wachten beloond wordt. Met deze tweede plaat kun je wachten totdat je een ons weegt. Er is geen finale, geen sluitstuk waar registers worden opengetrokken. Het kabbelt allemaal langzaam de vergetelheid in. Alice Merida Richards heeft ‘n gruwelijk goede stem maar nut deze niet ten volste uit. Een beetje vooruit is eigenlijk gewoon achteruitgang.

File: Virginia Wing – Forward Constant Motion
File Under: Synth-geneuzel naar het meest minimale

Factor – Lucky Numbers

Eigen Beheer

Jakkie bah-hoesjeDit in eigen beheer opgenomen album lag op de burelen van File Under wat te lang op een stapel. Het is echter zonde om hier geen aandacht aan te besteden. Goed, er is een behoorlijk lelijke hoes die niet echt uitnodigt, maar als je deze even vergeet en gewoon het album getiteld Lucky Numbers draait dan openbaart zich een aangename plaat. Factor heeft de blues en dan de wat nettere variant met hier en daar een draai naar andere muzieksoort zoals latin, jazz en boogie. De vijf muzikanten staan hun mannetje op het standaard riedeltje gitaar, drums, bas, maar ook op saxofoon en orgel. Bij de stem van Linda Jarvis, moet ik op de een of andere manier soms aan Caro Emerald denken. Mogelijk heeft dat ook te maken met de heldere productie, alsof je een toverbal in je mond hebt en er steeds een andere kleur verschijnt. Toch blijft het die lekkere toverbal. De meesten nummers zijn van de hand van gitarist John Dirven (oké twee samen met Jarvis) die naast geweldige gitaarwerk af en toe zingt. Gelukkig blijft dit beperkt. De nummers mogen er aangevuld met niet al te voor de hand liggende covers van Eric Clapton, Billy Holiday en Marianne Faithfull zijn. Fijne plaat.


File: Factor – Lucky Numbers
File Under: Geen geluk nodig

File Social: [Facebook]

Jens Lekman – Life Will See You Now

Secretly Canadian

Het moment om naar Life Will See You Now, het vierde album van de Zweedse singer-songwriter Jens Lekman, te luisteren had niet beter kunnen zijn. Begin van de lente met prachtig weer waarin alles in de natuur weer tot leven komt en ik zelf ook weer geniet van het licht en de zon. Daar past dit album prima bij. Het bevat tien lichtvoetige liedjes die allemaal een erg aanstekelijk ritme hebben waardoor je al snel meeneuriet en je hoofd en voeten zowat automatisch meebewegen op het ritme. Dat was ook de bedoeling van Lekman, een ritmische aanpak. Producer Ewan Pearson (M83, Goldfrapp, Chemical Brothers) hielp hem daarbij. Jens Lekman zingt kalm, bijna een beetje zoetgevooisd. Prima album voor de lente en zomer zou je dus zeggen. Ja en nee. Want bij deze zorgeloze en zonnige muziek zitten teksten die wel degelijk ergens over gaan en tonen dat Lekman een goed observator is, zowel van zichzelf als van zijn omgeving. “Evening Prayer” gaat over een vriend die zijn tumor in 3D print en waarbij Lekman zich afvraagt of hij wel goed op de ziekte van zijn vriend reageert omdat hij hun vriendschap niet goed kan inschatten. Kom er maar op. Of “Wedding In Finistère” over een bruiloft waar hij ooit speelde en waar hij een twijfelende bruid net op tijd van raad voorzag. Mooi is “How Can I Tell Him” over de moeite om kwetsbaar en liefdevol te zijn in een mannenvriendschap, en “Postcard #17” over zijn writer’s block. Deze teksten waarin Lekman situaties beschrijft die je zelf ook mee zou kunnen maken geven een meerwaarde aan de aanstekelijke muziek. Life Will See You Now is een zonnig album waarop echter soms een klein wolkje voor de zon verschijnt. Net zoals in het leven zelf.

File: Jens Lekman – Life Will See You Now
File Under: Bitterzoet

File Facebook: [Jens Lekman op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Jens Lekman]

Jens Lekman speelt donderdag 20 april in TivoliVredenburg in Utrecht