Belle Adair – Tuscumbia

Single Lock

De social media schreeuwen paniekerig over de extreme kou die ons ineens overkomt. Er wordt zelfs al onheilspellend gesproken over de Siberische beer. Zoals altijd valt het allemaal reuze mee. Ja, op het moment dat ik dit schrijf vriest het buiten en er ligt zelfs sneeuw, maar wat wil je, het is winter. Je kunt ook binnen bij de warme kachel blijven. Wanneer je dan Tuscumbia, het tweede album van Belle Adair opzet, garandeer ik je dat het koufront in één klap verslagen is. Belle Adair, genoemd naar een gezonken schip uit de roman “The Winter Of Our Discontent” van John Steinbeck, komt uit Florence in Alabama. En dat is weer vlakbij het befaamde Muscle Shoals. Het is geen toeval dat de vier bandleden van Belle Adair jarenlang ervaring als sessiemuzikant opdeden in de al even befaamde studio’s aldaar en als begeleiders van onder anderen Donnie Fritts, John Paul White (The Civil Wars) en Dylan LeBlanc. Nu was het echter weer tijd voor hun eigen bandje en onder leiding van producer Tom Schick (Wilco, Real Estate) namen ze Tuscumbia op. En wat een verslavend album is dat zeg. Het doet door de jingle jangle gitaar hier en daar denken aan The Byrds en het stemgeluid van zanger Matt Green heeft in de verte wat weg van George Harrisson. Een flinke sixtiessaus dus, maar gemixt met prachtig meanderende melodieën. Of, anders gezegd, Belle Adair mixt de historie van Muscle Shoals met de melodieën van bands als The Shins van nu. Het geheel is kraakhelder geproduceerd en voelt als, afhankelijk van welk seizoen je er naar luistert, een warme deken, een lichte lentebries of een zwoele zomerwind.

File: Belle Adair – Tuscumbia
File Under: Verwarmend
File Facebook: [Belle Adair op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Belle Adair]

Nils Frahm – All Melody

Erased Tapes

Neo-klassiek pianist Nils Frahm, geboren in Hamburg in 1982 en woonachtig in Berlijn, is steeds populairder en succesvoller aan het worden bij jong en oud publiek, zo bleek uit de ram uitverkochte concerten laatst in Nijmegen, Amsterdam en Eindhoven. Frahm mag ondertussen ook wel een voorloper worden genoemd in de neoklassieke muziek, maar hij ontwikkelt zich de laatste jaren ook steeds meer in een elektronische richting. Op All Melody heeft hij die lijn nog extremer doorgetrokken, een mooie afspiegeling ook van de dynamiek van zijn concerten de laatste tijd: van mooi ingetogen naar expressief en groots. Frahm schuwt daarin het experiment niet en dat werkt meestal goed. Het dameskoortje echter zoals in het eerste “The Whole Universe Wants to Be Touched” voelt als een vreemde eend in de bijt, je zou het eerder verwachten bij bijvoorbeeld Agnes Obel. Op “Human Range” vind ik het zelfs storend, en op “A Place” werkt het ook niet echt, maar wellicht is dat een kwestie van smaak. Het MIDI aangestuurde houten orgel daarentegen klinkt op een aantal nummers als een grote panfluit op speed, en dat mengt goed met de elektronische ritmes die Frahm veelvuldig aanbrengt. Met name op elektronische stukken als “Sunson”, “All Melody” en “#2” vind ik hem excelleren. Die Steve Reich/Philip Glass-achtige herhalende synthesizer-klanken dartelen bijna. Frivool, maar ook spannend, en soms grotesk. Het is knap hoe Frahm hier ambient of soundscapes combineert met de bezwerende elektronica-klanken, tot aan vette dance aan toe. Naast dit soort briljante momenten is er ook nog de ingehouden en meer neo-klassieke pracht, al gaat “Forever Changeless” echt wat langs me heen. Een nummer als “My Friend the Forest” heeft meer emotie per strekkende toetsaanslag. Het album kent dus ook wat minder sterke momenten, maar over het geheel is het een prachtplaat, dat bovendien fantastisch helder en uitgebalanceerd is geproduceerd. Frahm onderstreept hiermee zijn groeiende succes.

File: Nils Frahm – All Melody
File under: neo-klassiek-elektronica-pionier

File Social: [Facebook | Twitter]

Projekta – Infinity Drive

Chanoyu Records

Projekta - Infinity DriveDe jaren negentig waren niet de makkelijkste jaren in de toch al roerige carrière van The Stranglers. In augustus 1990 verliet zanger/gitarist Hugh Cornwell de band, middenin een periode dat de band niet meer de successen wist te behalen die in de vijftien jaar daarvoor gemeengoed waren geworden. Toch besloten de achtergebleven heren, onder aanvoering van bassist/zanger J.J. Burnel, door te gaan. Zij rekruteerden gitarist John Ellis als eerste. Hij had al als extra muzikant meegespeeld met The Stranglers en was ook al eens ingevallen voor Cornwell toen deze enige weken moest brommen wegens drugsbezit. Zijn ervaring in ondermeer The Vibrators en de bands van Peter Gabriel en Peter Hamill maakten hem een prima keuze voor de gitaarpartijen. Als zanger werd de tot dan toe onbekende Londenaar Paul Roberts ingelijfd. Zijn warme en krachtige stem wist indien nodig Cornwells geluid te benaderen maar had ook genoeg eigenheid om een ander stempel te drukken op de Stranglerssound. Zijn energieke podiumpresentatie gaf de veteranen een nieuw elan. Deze nieuwe bezetting wist, mede dankzij de hits uit het verleden, in het live-circuit veel goede optredens te doen over de halve aardkloot. De albums die de band in de jaren negentig produceerde waren zeker aardig maar wisten commercieel geen potten te breken. Dat lag niet aan de kwaliteit maar vooral aan het feit dat in een tijd vol grunge en Britpop er geen mens zat te wachten op het toch wat anachronistische geluid van The Stranglers. De oerleden, die mede dankzij de royalties van de oudere hits wat minder drang tot nieuwe prestaties kenden, lieten met name Roberts en Ellis de compositorische kar trekken op albums als About Time en Written in Red. De fans bleven al die jaren wel naar de shows komen maar die platen verkochten maar matig. Toen in 1998 de band met oud-The Cure producer Dave Allen aan een nieuw album ging werken kreeg J.J. Burnel het op zijn heupen, hij wilde de kar alleen trekken om op die manier de band weer in de spotlights te krijgen. Alle songs die waren aangedragen door de anderen werden door zijn veto aan de kant geschoven. Het eindresultaat werd het album Coup de Grace dat, Burnels bedoelingen ten spijt, zowel commercieel als kwalitatief niet echt een stap voorwaarts bleek. De recensies in de Britse muziekpers waren in elk geval vernietigend. De sfeer waarin het album werd opgenomen zal het resultaat ook niet positief hebben beïnvloed. Ellis en Roberts (hij zong maar vijf van de tien songs op dit album) werden amper betrokken in het opnameproces en distantieerden zich later van het eindresultaat. Anderhalf jaar later verliet Ellis The Stranglers. Paul Roberts bleef tot 2006 voor ook hij zijn eigen weg koos. Nu, twintig jaar nadat hun songs naar de prullenbak werden verwezen, brengen de heren Ellis en Roberts deze opnames eindelijk in de openbaarheid. Veel diehard Stranglers fans waren altijd nieuwsgierig gebleven naar deze opnames. Wat als dit materiaal wel op het Coup de Grace album was terecht gekomen? Was het dan een betere plaat geworden? Het antwoord is er nu met de cd Infinity Drive. En dat antwoord is duidelijk. Ja, deze songs zouden het album in elk geval moderner (voor de jaren negentig), frisser en energieker hebben gemaakt. De perfecte autoritsoundtrack van titeltrack “Infinity Drive” zet gelijk de sfeer. Stuwende ritmes en smaakvolle gitaarlicks begeleiden de sterke stem van Paul Roberts. En er is meer op niveau te genieten. Opnieuw is er een hoofdrol voor Roberts in het gedrag en “Definitely Drowning”. Het ongetwijfeld desperate gevoel dat is bezongen als ‘flapping like a fish on the hook’ klinkt zeer geloofwaardig door de werkelijk prachtige zang. Nummers als het up tempo en singlewaardige “Steps of Bedlam” en het lekker gemene “Hoox in You” zitten compositorisch goed in elkaar, worden gedreven gespeeld en kennen genoeg spanning om te blijven boeien. Ook het politiek engagement is niet vergeten, zoals te horen in het mooie “U.N. Holy Land”. Deze afgekeurde songs blijken twintig jaar na dato bij elkaar een heel prettig album op te leveren. Een frisse sound vol sterke melodieën en power.. En terwijl ik denk dat het Coup de Grace album met (deels) deze songs inderdaad beter was geweest, betwijfel ik wel of hiermee The Stranglers de gewenste commerciële boost hadden gekregen. Anno 1998 was de muziekwereld niet in de stemming voor dit soort rock met wave-invloeden en de pers in de UK en daarbuiten zou ook aan dit album weinig aandacht hebben gegeven. Voor de diehard fans rest een cd met ‘the album that never was’. Een mooi document dat door iedereen die moderne rock kan waarderen een kans zou moeten worden gegeven.


File: Projekta – Infinity Drive
File Under: Eindelijk openbaar

VanWyck – An Average Woman

Maiden Name

‘And I, I was an average woman, I tried to do good, I tried to be kind, Kept my head above water, Most of the time, most of the time’. In het refrein van titelnummer en opener “Average Woman” wordt het thema van An Average Woman, het debuutalbum van VanWyck, in vier regels perfect samengevat. De gewone vrouw die doet wat ze kan, pleast en vooral niet op wil vallen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. De jeugd van VanWyck, het alter ego van Christine Oele, was echter allesbehalve doorsnee. Ze groeide op in Nieuw-Zeeland en woonde vervolgens op verschillende plaatsen maar nu weer in Nederland. Ze maakte al rootsmuziek in allerlei stijlen met het duo Nevada Drive en in 2014 verscheen haar eerste ep Tanned Legs. In Reyer Zwart vond ze de ideale producer om haar debuutalbumAn Average Woman beter dan het gemiddelde folk/singer-songwriteralbum te laten klinken. En dat is gelukt. VanWyck beschrijft in elf liedjes die gewone vrouw maar er zindert iets. Eigenlijk wil deze bezongen dame af en toe wel eens uit het keurslijf. Zoals in “Bring It On Right” waarin de vrouw haar vrijheid tegemoet rent of verlangt naar die ene (onbereikbare) liefde (“Listen To You Breathe”, “My Sweetheart”). Uiteindelijk komt ze in het laatste nummer “Whole Again” toch bedrogen uit want die grote, stoere en vrije en wilde man waar ze zo naar verlangt komt niet en ze is weer gewoon die ‘average woman’. VanWyck zingt met prachtig lage stem waarin het verlangen van deze gewone vrouw bijna voelbaar is. Deze kleurt prachtig samen met de heldere stem van Marjolein van der Klauw in “Bring It On Right” en “My Sweetheart”. Reyer Zwart kleurt het album door middel van strijkersarrangementen en spaarzame instrumentatie mooi melancholisch in. VanWyck heeft met An Average Woman een buitengewoon mooi album gemaakt dat allerminst gewoon is maar imponeert van begin tot eind.

File: VanWyck – An Average Woman
File Under: Bovengemiddeld
File Facebook: [VanWyck op Facebook]
File Twitter: [Tweets van VanWyck]

H.C. McEntire – Lionheart

Merge

‘I have found heaven in a woman’s touch’ zingt Heather McEntire in het openingsnummer “A Lamb, A Dove” op haar solodebuut Lionheart. Goed om te horen, zou mijn antwoord op deze ontboezeming zijn. Maar in North-Carolina, waar McEntire geboren en getogen is, ligt dit heel anders. Lesbisch zijn is daar nog steeds zoiets als vloeken in de kerk. McEntire heeft dat aan den lijve ondervonden want ze groeide ook nog eens op in een streng religieus gezin. Haar ouders waren en zijn nog steeds volgelingen van de omstreden evangelist Billy Graham. Geen wonder dat Heather McEntire zich hier allesbehalve thuisvoelde, wegging en haar eerste muziek géén country was, de muziek van haar thuisstaat, maar punk met de band Bellafea. Daarna maakte ze met haar band Mount Moriah drie albums waarop ze geloof en afkomst diep onder de loep nam en de muziek toch steeds meer de kant van de country(rock) opschoof. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Op haar eerste soloalbum, uitgebracht met haar initialen H.C. in plaats van voornaam Heather, verkent ze hoe ze haar eigen geloof en homoseksualiteit vorm kan geven in combinatie met haar achtergrond en toch weer de country uit haar jonge jaren. Al zou ik het eerder roots willen noemen dan country. Lionheart bevat negen sprankelende alt.countrysongs waarop McEntire hulp krijgt van ‘southerners’ als Tift Merritt, Angel Olsen, Amy Ray, William Tyler en Phil Cook. Punkrocker Kathleen Hannah van Bikini Kill produceerde de plaat. Het resultaat is een persoonlijk album met goede songs en vooral prima zang dat bij elke luisterbeurt groeit. Heather McEntires solodebuut is een autobiografisch relaas waarin ze thema’s onder de loep neemt die ze van zich af moést schrijven. Helaas nog steeds nodig in de ogenschijnlijk tolerante wereld van nu.

File: H.C. McEntire – Lionheart
File Under: Warme muziek van de koude grond
File Facebook: [H.C. McEntire op Facebook]
File Twitter: [Tweets van H.C. McEntire]

Tim Knol – Cut The Wire

Excelsior

De afgelopen jaren zullen niet makkelijk geweest zijn voor Tim Knol. In 2010 debuteerde hij met zijn gelijknamige album waarop hij liet horen dat hij geboren is met melancholie in zijn stem en een natuurtalent heeft voor het schrijven van prachtige melodieuze liedjes. En zoals dat gaat met bliksemstarten komen vervolgens de onvermijdelijke druk en verwachtingen om de hoek kijken. Op derde album Soldier On uit 2015 was Knol zijn band kwijtgeraakt aan de nieuwe upcoming singer-songwriter Douwe Bob. Wellicht dat hij daardoor even genoeg had van de gevoelige liedjes en in 2015 met het bandje The Miseries een album met garagerock maakte. Overigens eveneens van hoog niveau. Solo was het even stil, even leek het er zelfs op dat hij de muziek in zou ruilen voor de fotografie. Inmiddels, acht jaar na de start, is Tim Knol 28 jaar. En gelukkig is er nu toch weer een plaat. Op het vierde album Cut The Wire brengt Knol dertien wonderschone liedjes voor het voetlicht. Ze klinken stuk voor stuk sprankelend, fris en ontspannen, en alsof hij ze zo uit zijn mouw schudt. Gitarist Anne Soldaat is altijd aan Knols zijde gebleven en is dat op dit album ook, zowel als gitarist als producer. Op “Going Places” en “Kickin’ ‘”hoor je weer eens waarom hij misschien wel de beste gitarist van Nederland is. De productie van Cut The Wire is klein en sober en dat is maar goed ook want dat doet recht aan de pure liedjes van Knol. Er valt veel te genieten, van westcoast-achtige pop in “Whispering Heart” en “Sweet Melodies” en het door pedal-steel meer rootsy “Cut The Wire” en “A Kid’s Heart”. De geest van de jaren ’60 pop zoals The Kinks die maakten waart rond in “Listen Love” en “Last Call”. Maar ik vind Tim Knol op zijn best als hij pure, verstilde melodieuze liedjes maakt zoals in, voor mij, het prijsnummer “Polaroids”. Het kleine “Blind Eye”, met prachtig akoestisch gitaarintro, is ook schitterend en “Song For Grandma”, het eerbetoon aan zijn overleden oma, is de mooiste herdenking die je als kleinzoon kunt maken. Tim Knol lijkt op Cut The Wire de plezier in de muziek teruggevonden te hebben door te doen wat hij het beste kan: mooie, melodieuze liedjes maken. Meer is er niet nodig.

File: Tim Knol – Cut The Wire
File Under: Sweet melodies
File Facebook: [Tim Knol op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Tim Knol]

First Aid Kit – Ruins

Columbia

Toen de Zweedse gezusters Söderberg van First Aid Kit alweer vier jaar geleden hun derde album Stay Gold op het grote label Columbia uitbrachten was ik even bang dat ze voorgoed een knieval hadden gedaan voor het grote publiek. De sound was gelikter en hun voorkomen ook. Het deed hen geen kwaad, single “My Silver Lining” werd een grote hit en de dames toerden door Amerika en vele andere plekken op de wereld. Keerzijde was dat de zussen elkaar op den duur even goed zat waren en de langdurige relatie van Klara op de klippen liep. Kennelijk heeft dat voor een soort reset gezorgd want op het vierde album Ruins is de popsound wat meer naar de achtergrond verdwenen en focussen ze zich meer op rootsmuziek. Producer Mike Mogis, die de vorige twee albums produceerde, is ingeruild voor Portlands finest Tucker Martine (The Decemberists, Neko Case, My Morning Jacket, Laura Veirs) en ze worden muzikaal bijgestaan door veteranen Peter Buck (REM), Glenn Kotche (Wilco) en McKenzie Smith (Midlake). Gezamenlijk kleuren zij de songs prachtig in. Ruins is de weerslag van zware jaren, een verbroken relatie en misschien wel het verlies van de onschuld. Bij vluchtige beluistering kunnen de tien liedjes wat oppervlakkig overkomen. Maar schijn bedriegt, beluister dit album niet als achtergrondmuziek maar vaak en grondig, desnoods met koptelefoon. Ruins bevat de beste, meest melancholische en hartverscheurendste songs die de zusjes maakten. Zo’n liedje als “Fireworks” dat héél meezingbaar is maar o zo onweerstaanbaar. Of het venijnige “It’s A Shame”, de mooie countrysong “Postcard” of het schitterend met strijkers gearrangeerde “My Sweet Love”. De relatiebreuk van Klara wordt prachtig bezongen in titelsong “Ruins” en in het juweel “To Live A Life”. De grootste troef van First Aid Kit is nog steeds hun bloedmooie (samen)zang die weer een stukje doorleefder klinkt. Om een album met de titel Ruins te maken heeft het leven wat meer over de zussen heen moeten gaan met alle ups en downs die daar bij horen. Het levert hun mooiste album op dat ik nu al koester.

File: First Aid Kit – Ruins
File Under: Pleister voor gebroken harten
File Facebook: [First Aid Kit op Facebook]
File Twitter: [Tweets van First Aid Kit]

Mimile – Stornoway

Eigen beheer

In de jaren zestig bewees Sly & The Family Stone al dat de klarinet een “funky” instrument is; laat staan een basklarinet. Nu klinkt Hubert-Jan Hubeeks basklarinet allerminst funky in ‘I Still Do’. Het fraai ingetogen derde nummer op Stornoway, het nieuwste album van Mimile. Maar het album trapt juist wél funky af met opener ‘Perfectly Wrong’. En daarmee verrast voormalig The Scene-bassiste Emile Blom van Assendelft. Ze lijkt sowieso gegroeid in haar rol als leading lady van Mimile op deze tweede langspeler. Het muzikale avontuur op deze plaat heeft ongetwijfeld ook te maken met de fraaie locatie waar Emilie inspiratie opdeed voor de nieuwe nummers. Dat was op het Schotse eiland Lewis (in Schots-Gaelisch: Eleòdhas) in de Buiten-Hebriden. Een locatie waaraan het album (en de titeltrack) haar naam ontleent. Stornoway (in Schots-Gaelisch: Steòrnabhagh) is immers de hoofdstad van de Schotse Buiten-Hebriden. De fraaie foto’s aan de binnenzijde van het tekstboekje bij de CD maken de avonturier in mij in ieder geval wakker en zorgen voor de nodige reiskriebels. Naast de verrassende opener ‘Perfectly Wrong’ en het fraaie ‘I Still Do’, zijn ‘You Win’, waarop Emilie en haar mannen bevangen lijken door de geest van David Byrne en titeltrack ‘Stornoway’ de hoogtepunten. Vooral op die laatste track — met een duidelijke Pink Floyd-feel — is niet beknibbeld op extra strijkers (de van het Pavadita Tango String Quartet afkomstige Sophie de Rijk en Eva van der Poll, nemen daarvoor de honneurs op viool waar in dit nummer). Na een eerste draaibeurt overdonderd de veelheid aan stijlen nog een beetje, maar om met Jan Douwe Kroeske te spreken: “Stornoway is een groeiplaatje.”

File: Mimile – Stornoway
File Under: Groeiplaatje
File Social: [Facebook] [Twitter] [Instagram]

Tyler Childers – Purgatory

Thirty Tigers

Een country-album met de titel Purgatory, dat belooft vast heavy shit te worden. Purgatory betekent immers vagevuur. Gelukkig blijkt het allemaal niet zo dreigend te zijn als het lijkt. Childers is een 26-jarig talent uit Kentucky. In 2011 debuteerde hij als negentienjarige met Bottles And Bibles. Voor opvolger Purgatory kroop Sturgill Simpson in de huid van producer. Zijn invloed is hoorbaar in de tien mooie countryliedjes op dit album. Maar het is vooral de getalenteerde Childers zelf die hier de dienst uitmaakt. Zijn songs zijn verhalend en goed en zijn stem is lekker rauw en knauwend. Het doet me denken aan Steve Earle in zijn jonge en beste jaren. Purgatory laat, kort gezegd, stap voor stap de ontwikkeling horen van de rebel Childers die niet vies is van alcohol en een snuif (“I Swear (To God)”) die doorzet na grote tegenslagen (“Born Again”) en langzaamaan volwassen wordt (“Whitehouse Road”). Hij ontmoet zijn grote liefde (“Honky Tonk Flame”), komt in rustiger vaarwater, gaat zelfs mediteren (“Universal Sound”) en wordt uiteindelijk een gelukkig getrouwd man (“Lady May”). In het titelnummer “Purgatory” wordt het centrale thema nog eens goed uitgelegd. De hel leek de enige uitweg voor ‘sinner’ Childers maar door zijn katholieke vriendin leerde hij dat er nog een uitweg is middels het vagevuur waar fouten niet definitief zijn. Een soort tussenfase. Tyler Childers vergelijkt dit proces met de fase waarover dit album gaat, de periode in de tijd dat hij zijn ouderlijk huis verliet en op eigen benen ging staan. Het vallen en opstaan waarmee dat vinden van je eigen leven en plek gaat is zijn eigen ‘purgatory’, ofwel ‘hell with hope’ zoals hij dat zelf omschrijft. Vorig jaar rond deze tijd was Honest Life van Courtney Marie Andrews het eerste muzikale hoogtepunt van dat jaar, dit jaar valt die eer te beurt aan Purgatory, een album dat ik keer op keer opzette en steeds mooier vond worden. Andrews’ album belandde uiteindelijk op 1 in mijn jaarlijst van 2017, ben benieuwd hoe ver Tyler Childers dit jaar uiteindelijk gaat komen. Ik voorspel ver, heel ver.

File: Tyler Childers – Purgatory
File Under: Hell yes!
File Facebook: [Tyler Childers op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Tyler Childers]

Gill Landry – Love Rides A Dark Horse

ATO

Zo aan het begin van een nieuw jaar ontkom je er niet aan dat er albums uit het afgelopen jaar onder je aandacht komen die je op het moment van uitkomen geheel over het hoofd hebt gezien. Love Rides A Dark Horse van Gill Landry is er zo een. Landry maakte zo’n tien jaar deel uit van Old Crow Medicine Show maar bracht in 2007 al zijn eerste solo-album uit. Na het verschijnen van zijn derde soloplaat in 2015 stapte hij uit de band om zich volledig op zijn solowerk te richten. Love Rides A Dark Horse is zijn vierde wapenfeit en is hele andere koek dan de recht-toe-recht-aan country van Old Crow Medicine Show. Met zijn mooie donkere stem bezingt Gill Landry de liefde, hoe het niet altijd verloopt zoals hij verwachtte maar dat het toch altijd alles overwint. Daarover zingt hij in negen melancholische songs die door de subtiele begeleiding van pedal steel, viool en toetsen misschien nog wel het best beschreven kunnen worden als desolate alt.country. Dat weemoedige gevoel wordt versterkt door het subtiele gebruik van een trompet in “The One Who Won The War” en “Scripted Love”. De prachtige achtergrondvocalen van Klara Söderberg (First Aid Kit), Karen Elson en de Zweedse zangeres Odessa zweven subtiel over de songs heen wat het geheel nog melancholischer maakt. In “Berlin” is Söderbergs kristalheldere stemgeluid wat herkenbaarder en dat mengt prachtig met Landrys diepe stem. Op Love Rides A Dark Horse klinkt geen noot te veel maar is het geheel perfect uitgebalanceerd. Een album dat je niet zou moeten laten liggen.

File: Gill Landry – Love Rides A Dark Horse
File Under: All you need is love
File Facebook: [Gill Landry op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Gill Landry]