The Shins – Heartworms

Columbia/Sony

Eigenlijk heb ik nooit zo goed geweten wat ik met The Shins moest. Niet dat ik de muziek van de Amerikanen vervelende muziek vind. Maar waarom raakt het me de ene keer? Zijn het de liedjes? Is het de aparte productie? En waarom heb ik er soms even geen behoefte aan? Is het te gladjes? Is het door The Beatles en The Beach Boys al wel eens veel beter gedaan? Feit is dat The Shins met Heartworms nu hun vijfde album uitbrengen sinds 2001. Van de begin-Shins is alleen James Mercer nog over. Hij schreef alle nummers waarin hij terugkijkt op zijn leven en tekende ook voor de productie. Het aparte herkenbare geluid van The Shins hoor je nog maar sporadisch, de productie is minder herkenbaar geworden. Wat vooral opvalt is dat Mercer de nummers niet meer uit zijn mouw lijkt te schudden. Hij is zoekende naar de juiste muzikale weg en dat pakt qua resultaat wisselend uit. Om er maar een positieve draai aan te geven. Het ritme heeft een opvallendere rol gekregen in “Painting A Hole”, alsof ze een Talking Heads-je willen doen. Het levert een erg fijne track op. In “Cherry Hearts” krijgen de synths en drums een opvallende psychedelische rol, maar zonder het liedje uit het oog te verliezen. Toch duurt het nog even voordat ik erin kom. De vijfde track “Mildenhal” heeft weer iets van de oude poppie magie en wil me een dansje laten maken. Hierna worden er doelpunten achter elkaar gescoord met liedjes waar ik blij van word. Als ik het voor het zeggen had gehad, dan had ik voor een andere volgorde van de nummers gekozen. Het afsluitende “The Fear” nog even noemen wegens de gevoelige snaar die hij hier weet te raken.


File: The Shins – Heartworms
File Under: The Shins solo

File Social: [Twitter] [Facebook]

Timber Timbre – Sincerely, Future Pollution

City Slang

DonkerEr zijn bands die na zes platen nog ongeveer hetzelfde materiaal uitbrengen als op hun debuut. Er zijn ook bands die zich ontwikkelen. Soms betekent dit dat de luisteraar uit het begin afhaakt, omdat er wel héél nieuwe wegen ingeslagen worden. Het kan ook zijn dat de aanhang gestaag stijgt, ondanks de koerswisseling. Het Canadese Timber Timbre is van een meer traditionele folkband langzaam opgeschoven naar de donkere indie singersongwriterkant. Wat opvalt is dat het gebruikte instrumentarium steeds elektronischer is geworden, zoals het veelvuldig gebruik van keyboards en ritme-apparaten. Gelukkig weten ze het klein te houden en daarmee wordt het nieuwe geluid niet geforceerd door je strot geduwd. Nee, op Sincerely, Future Pollution gaat het er bescheiden en sloom aan toe. De elektronica heeft het album niet toegankelijker gemaakt. Het lijkt een knipoog naar de jaren tachtig toen de ritme-apparaten opkwamen, maar ik moet er wel aan wennen. Gelukkig is het lelijke jaren tachtig-drumgeluid achterwege gebleven. Opener “Velvet Gloves & Spit” had zomaar een track kunnen zijn van Leonard Cohen. “Grifting” doet juist weer aan David Bowies “Fame” denken. “Skin Tone” is dan weer van een Tindersticks-schoonheid inclusief een vals Flaming Lips-orgeltje, maar vooral zonder de opvallende barritonpraatzang van Taylor Kirk. Hij is toch wel een beetje het uithangbord van deze band op deze maatschappijkritische plaat. “Sewer Blues” doet dan wel weer aan Nick Cave denken. En zo zou ik de resterende vijf nummer ook kunnen duiden. Al met al is Sincerely, Future Pollution een donkere plaat met een geluid dat bekend voor lijkt te komen, maar toch net wat anders is dan je kende.

Timber Timbre staat 9 juli in Tivoli Utrecht, 14 juli in de Muziekgieterij in Maastricht en 1 september op Into The Great Wide Open.


File: Timber Timbre – Sincerely, Future Pollution
File Under: Donkere tijden vragen om aandacht

File Social: [Twitter] [Facebook] [Instagram]

NS Dansorkest – Moord In Het Nudistenkamp

Eigen Beheer

‘Levend zijn we verkeerd verbonden,’ is er te horen in het afsluitende “Verkeerd Verbonden”. Hiermee is het hoofdthema op deze tweede schijf van het Amsterdamse NS Dansorkest samengevat. Er gaat van alles mis in het leven, vooral in de liefde. Je hebt de onbereikbare liefde, de vertrokken liefde, de moeilijke liefde, maar het mooie is dat het hier weer geweldige liedjes oplevert. De meest vreemde eend in de bijt qua tekst is misschien wel de titelsong over de moord op mevrouw Van Swieten die de liefde met de hele camping bedreef behalve met haar eigen vent. Het is echter vooral een prachtig lopende tekst op een sterke melodie die op het einde door een improvisatie mij aan het lachen maakt. Ik zou willen dat ik hem geschreven had. Het meest bijzondere van deze plaat is echter de energie die ervan af spat. Hoeveel Nederlandstalige bands hebben we gehad die liedjes maakten die écht de moeite waard zijn? Ik noem een Peter Koelewijn, de Div, Tröckener Kecks en De Raggende Mannen. Je hoort hun werk door deze plaat heen en toch is Moord In Het Nudistenkamp los hiervan iets bijzonders geworden. Sterk is ook dat NS Dansorkest vier zangers heeft. Geen van alle zullen ze een eerste ronde in The Voice overleven, maar de soms wat droog overkomende (praat)stemmen passen bijzonder goed bij de teksten. Bovendien wordt er een breed instrumentarium opengetrokken door de negen bandleden, maar wordt het nergens wat teveel aan muzikanten. Waar ik alleen niet over uit kan is dat deze plaat, uitgebracht in eigen beheer, waarschijnlijk door zeer weinigen gehoord zal worden. Er is een link (op mijn verzoek), maar die is niet bereikbaar via de homepage. En de cd kun je daar blind bestellen, maar wat je dan krijgt aan muziek: het zal een verrassing zijn. Maar laat ik hier eens een pleidooi houden voor blind bestellen. Voor nog geen 7,50 heb je hem, als ik de website goed bestudeerd heb, in huis. Deze plaat moet gehoord worden. Het moet gek gaan als deze niet in mijn jaarlijst terecht gaat komen. Dus niet nu andere dingen gaan doen, maar hopla bestellen.


File: NS Dansorkest – Moord In Het Nudistenkamp
File Under: Bestellen deze Nederlandstalige rockplaat

The Green Pajamas – To The End Of The Sea

Green Monkey Records

De afgelopen File Under-jaren lagen er al redelijk wat The Green Pajamas’-cd’s op mijn bespreektafel. De band uit Seattle rond Jeff Kelly werkte vanaf 1984 aan hun indrukwekkende catalogus van meer dan dertig albums, zonder overigens ooit door een groot label opgepakt te zijn. Het laatste decennia leken ze zich vooral nog druk te maken om elke release die ze ooit uitbrachten op cd te krijgen. Op hun eigen label, dat wel, en een label waar ook nog wel ruimte is voor enkele niet groene pyjama-releases. En deze releases kwamen geregeld hier binnen. Maar eind 2016 was er To The End Of The Sea, zowaar een nieuw album. Het album ademt heel erg jaren zestig psychedelica, een beetje aan de late kant zou je kunnen zeggen. Als je “Ten Millions Light Years Away” hoort moet ik bijvoorbeeld wel er aan de Stones’ “2000 Light Years From Home” denken. Maar verder hoor je er The Beatles er ook nog wel doorheen, luister eens naar het begin van “When Juliet Smiles”, een lekker liedje trouwens. Tussen de liedjes en de psychedelica druppelt er ook nog wel wat folk door. Dat maakt dat To The End Of The Sea misschien niet altijd even origineel is, maar als totaal best goed te pruimen is. Beroemd zullen ze nooit worden, ook hier niet mee, maar muzikanten die het muziekhart op de goede plaats hebben zitten moeten we koesteren.

File: The Green Pajamas – To The End Of The Sea
File Under: Nieuw en oud

File Social: [Facebook]

Aurelio – Darandi

StoneTree Records / Real World

De subtitel geeft het al min of meer aan: Celebrating 30 years at the heart of Garifuna Music. We gaan feest vieren met een verzamelaar. Garifuna komt uit Centraal Amerika, met landen als Nicaragua en Honduras. Aurelio Martínez, afkomstig uit dit laatste land, is een van de bekendste vertolkers van deze stroming met West-Afrikaanse en Indiaanse invloeden. Op het label Real World mocht hij een soort van verzamelaar uitbrengen: nieuwe opnames van oude nummers. Darandi kreeg het mee als titel, dat zoiets betekent als introductie. Aurelio heeft een stem die een extra dimensie geeft aan het ritmische gebeuren. Want ritmisch dat is het. Bovendien voorzien van lekker gitaarwerk. Peter Gabriëls Real World is een label dat aandacht weet te geven aan wereldmuziek. En in dit geval aan de Garifuna, want geef toe dat je er nog nooit van had gehoord.

File: Aurelio – Darandi
File Under: Werelds

File Social: [Facebook]

Ronnie Baker Brooks – Times Have Changed

Mascot / Provogue

Al bijna vijftig jaar heeft de in 1967 in Chicago geboren Ronnie Baker Brooks de blues. Dat kan ook bijna niet anders als je vader Lonnie Brooks, een beroemde bluesartiest, is. Toch gaat de muziek van Ronnie Baker Brooks verder, want hij lijkt vooral de jaren zestig soul omarmd te hebben. U weet wel met grootheden als Otis Redding en Curtis Mayfield. Roots genoeg dus. Het was al meer dan tien jaar geleden dat Brooks voor het laatst een album uitgebracht heeft, maar hij heeft er serieus werk van gemaakt. Het regent featuring die, en featuring die. Ik noem een Steve Cropper (in Joe Tex’ “Show Me” (ook gespeeld door Redding)), een Al Kapone (rappend op het titelnummer), een Angie Stone (op Curtis Mayfields “Give Me Your Love (Love Song)”) of een Lonnie Brooks (gitaarwerk op het instrumentale “Twine Time”). Het gevaar van veel gasten is dat de rode lijn op een album nog wel eens zoek is, maar dat is hier allerminst het geval. Ook valt het niet eens op dat er een mix is van covers (zes keer) en eigen nummers (vijf keer). Het enige probleem is dat het me allemaal wat teveel voortkabbelt. Het had wel wat meer mogen spetteren. Maar goed, ook daar is een markt voor. Ik denk dat er genoeg publiek te vinden zou moeten zijn die dit wel wat vindt. Het zit namelijk prima in elkaar en eerlijk is eerlijk “Times Have Changed” is een prachtig titelsong.

File: Ronnie Baker Brooks – Times Have Changed
File Under: Met de paplepel

File Social: [Twitter] [Facebook]

Steve Hill – Solo Recordings Volume 3

No Label Records / Outside

Waar er een Volume 3 is, daar was er ook een Volume 1 (2012) en 2 (2014). Solo Recordings Volume 3 heeft echter niets met een ‘best of’ te maken, maar is het derde soloalbum van Steve Hill. De Canadese gitarist schijnt al zo’n twintig jaar aan de bluesweg te timmeren met zijn gitaar. Als je goed naar de hoes kijkt dan zie je ook een drumstel. Die bespeelt onze stoere vriend er gewoon bij inclusief baspedalen voor een scheut extra bandgevoel. En er is een mondharmonica. Tenslotte zingt hij ook niet onverdienstelijk. Nou zijn er wel meer muzikanten die zo solo musiceren, maar ik had zonder extra informatie niet gehoord dat hij alles zelf bespeelde. De meeste liedjes schreef Hill zelf, maar er is ook een cover van een nummer van Muddy Waters (“Still A Fool & Rollin Stone”) en twee bewerkingen van traditionals. Hill maakt stoere-mannen-bluesrock à la ZZ Top, maar durft ook het gas wat los te laten (“Slowly Slipping Away”). In zijn thuisland leverde zijn kunnen hem in 2015 een JUNO Award op. Lijkt me dat we hier buiten de Canadese grenzen ook nog wel meer van gaan horen.

File: Steve Hill – Solo Recordings Volume 3
File Under: One man bluesband

File Social: [Twitter] [Facebook]

Walter Broes & The Mercenaries – Movin’ Up

RootzRumble

Walter Broes & The Mercenaries – Movin’ UpSorry, sorry, sorry. Sorry aan het Belgische trio Walter Broes & The Mercenaries. Sorry aan u luisteraar. En sorry aan mezelf, want door Movin’ Up pas in mei 2017 uit een stapeltje weg te plukken doe ik velen tekort. Walter Broes was de voorman van The Seatsniffers. Deze hielden er in 2012 mee op, en in oktober 2016 verscheen er eindelijk dit debuut. Movin’ Up ademt de sfeer van de fifties toen rock ‘n’ roll zijn oorsprong vond. Daarnaast is er een lekkere zompige rootssound overheen gelegd. Ik hou hier van. Daarnaast zijn de songs vet en pakkend. Negen stuks van eigen makelaardij en twee covers, van ene Ronny Self (“I Got My Own Kick Going”) en eentje die bekend had kunnen zijn van ene Elvis Presley (“Black Star”). Deze laatste bracht het nummer echter nooit uit. Walter Broes geeft het echter een mooie plek. Gastrollen zijn er bijvoorbeeld voor Ruben Block van Triggerfinger en Chantal Acda, maar alles staat in dienst van het liedje. Eigenlijk zou ik deze met terugwerkende kracht in mijn jaarlijst willen zetten. Sorry, sorry, sorry.

File: Walter Broes & The Mercenaries – Movin’ Up
File Under: Te mooi om geen kennis van te nemen

File Social: [Facebook]

Torgeir Waldemar – No Offending Borders

Ja. Jansen Plateproduksjon / PIAS

Torgeir Waldemar, onthoud die naam! Dewie? Torgeir Waldemar! En waarom? Omdat de 43-jarige Noor een indrukwekkende plaat heeft uitgebracht. No Offending Borders is zijn tweede album en wat mij betreft verplichte kost voor liefhebbers van Neil Young, Will Oldham, Gram Parsons en Bob Dylan. In basis is Waldemar er altijd gewapend met zijn gitaar. Luister eens naar de opener en Link Wray-cover “Falling Rain”, een van oorsprong anti-Korea-oorlogssong. Hierna gaat het rauw met bandbegeleiding in “Summer in Toulouse”, een nummer dat Neil Young in zijn betere tijden (“Down By The River”) had kunnen schrijven en spelen . De stem van Waldemar raakt me, het gitaargeluid is gedreven als dat van David Eugene Edwards. En eerlijk is eerlijk, er zijn er tegenwoordig nog maar weinigen die dit lukt. Folk, alt.country, rock, singer-song-writer, wat er ook aangeraakt wordt, het wordt goud. Waldemar is nou zo’n artiest waarbij nummers me niet lang genoeg kunnen duren. En laat deze man nou in mei naar Nederland komen. Als je kennis hebt genomen van deze plaat dan lijkt je aanwezigheid verplichte kost.

Komende week is Waldemar in ons land te bewonderen. Vrijdag 19 mei in Luxor Live! te Arnhem, zaterdag 20 mei in Cinetol te Amsterdam en zondag 21 mei in de Spieghel in Groningen.

File: Torgeir Waldemar – No Offending Borders
File Under: Verplichte kost

File Social: [Twitter] [Facebook]

Jeff Healey – Holding On: A Heal My Soul Companion

Provogue

RespectAlweer een nieuwe Jeff Healey? Jawel. Er was kennelijk nog materiaal over dat om wat voor reden dan ook niet op het vorige album Heal My Soul terecht is gekomen. Het had er nog best bij gekund. Maar goed, de vijf tracks zijn hier dus alsnog te bewonderen. De tweede “Every Other Guy” is een typisch poppy bluesnummer. Het is de Healey zoals we die kennen uit het begin van zijn carrière. Het mooist vind ik echter het instrumentale “CNIBlues”. Het laat zijn kracht als gitarist horen. Na vijf tracks is besloten er een live optreden uit Oslo 1999 achteraan te gooien. Negen tracks waaronder eigen nummers en covers. Bluescovers van Robert Johnson (“Dust My Broom”) en B.B. King (“How Blue Can You Get”), maar ook covers uit de popmuziek zoals Stealers Wheel (“Stuck In The Middle With You”) en The Beatles (“Yer Blues”). Een prima optreden, maar behoorlijk aan de korte kant. Ik kan met niet voorstellen dat dit het hele optreden is. Toch is het een fijn en energiek optreden. En ja, we missen Jeff Healey. De dag van zijn dood 2 maart 2008 was een zwarte dag in de geschiedenis van de bluesgitaristen. Nu maar wachten op de tracks van het concert die mogelijk nog op de planken liggen.

File: Jeff Healey – Holding On: A Heal My Soul Companion
File Under: Beetje vreemd van samenstelling maar wel lekker

File Social: [Facebook]