Tim Darcy – Saturday Night

Jagjaguwar/Konkurrent

Tim Darcy – Saturday NightTim Darcy is de frontman van Ought. De fans van deze postpunkers hoeven niet te schrikken, want Ought bestaat nog steeds. Darcy heeft echter meer noten op zijn zang, vandaar dat er nu een solo-album verschijnt. Ik heb wel even de tijd moeten nemen voor Saturday Night. Het is namelijk geen album waarover je na een draaibeurt je mening wel klaar hebt. De eerste song “Tall Glass Of Water” stuurt je de Lou Reed-richting op. En dan de Lou Reed uit de Velvettijd. I love it. Stiekem verlang ik naar een plaat vol van dit moois. Maar zo zit Darcy niet in elkaar. Het gaat in het aansluitende “Joan Pt 1, 2” al snel een andere kant op, Darcy lijkt wel in een kerk beland. Een beetje Joy Division, een beetje The Smiths, en dan weer door à la Lou Reed. De derde track past nog wel in Reed-lijn, maar in het vierde “Still Waking Up” lijkt Darcy plots mooi te willen gaan zingen. Maar hij is geen Frank Sinatra. Hierna gaat het ingetogen verder in een instrumentale track “First Final Days”. Om aansluitend al piepend en krakend sloom op te starten in de titeltrack. Zo kan ik wel doorgaan. Saturday Night is als een schetsboek waarbij de ruwe schetsen nog tekening moeten worden. De tekenaar vindt het echter prima zo. En oh ja, een fatsoenlijk hoesje om de plaat is ook al weer zoiets.

File: Tim Darcy – Saturday Night
File Under: Een onrustige stapavond
File Social: [Twitter] [Facebook]

I Heart Sharkes – Hideaway

Adp Records

PlonsJonge kinderen en naar muziek luisteren is niet zo’n ideale combinatie. Het helpt als het niet al te zwaar van aanzet is, zoals bij Hideaway van I Heart Sharkes. Zo’n vijf jaar geleden werd het debuut nog uitgebracht als kwartet, maar IHS is inmiddels een trio. Je zegt in een zin twee keer trio. Misschien kun je aan het eind zeggen “maar zijn inmiddels een drietal of met zijn drieën overgebleven. Aan het hoofd van deze band met thuisbasis Berlijn, maar met internationaal bloed, staat Pierre Bee. Dat dance het goed doet in de Duitse hoofdstad mag duidelijk zijn. I Heart Sharkes levert de poppy variant. Een variant waar je lekker vrolijk van wordt. Ik dans de nodige rondjes met onze dreumesdochter door de kamer. Ze vindt het geweldig, en de vader ook. Als je echter wat serieuzer naar de plaat luistert dan hoor je dat het niet bijster origineel is. Het is ook wel eens beter gedaan. Het is ook meer van hetzelfde, en Bee is niet de zanger van de eeuw. Toch word ik bij elke draaibeurt weer vrolijk van dit album. En dat is ook wat waard in het leven.

File: I Heart Sharkes – Hideaway
File Under: Smile and dance

File Social: [Twitter] [Facebook]

Factor – Lucky Numbers

Eigen Beheer

Jakkie bah-hoesjeDit in eigen beheer opgenomen album lag op de burelen van File Under wat te lang op een stapel. Het is echter zonde om hier geen aandacht aan te besteden. Goed, er is een behoorlijk lelijke hoes die niet echt uitnodigt, maar als je deze even vergeet en gewoon het album getiteld Lucky Numbers draait dan openbaart zich een aangename plaat. Factor heeft de blues en dan de wat nettere variant met hier en daar een draai naar andere muzieksoort zoals latin, jazz en boogie. De vijf muzikanten staan hun mannetje op het standaard riedeltje gitaar, drums, bas, maar ook op saxofoon en orgel. Bij de stem van Linda Jarvis, moet ik op de een of andere manier soms aan Caro Emerald denken. Mogelijk heeft dat ook te maken met de heldere productie, alsof je een toverbal in je mond hebt en er steeds een andere kleur verschijnt. Toch blijft het die lekkere toverbal. De meesten nummers zijn van de hand van gitarist John Dirven (oké twee samen met Jarvis) die naast geweldige gitaarwerk af en toe zingt. Gelukkig blijft dit beperkt. De nummers mogen er aangevuld met niet al te voor de hand liggende covers van Eric Clapton, Billy Holiday en Marianne Faithfull zijn. Fijne plaat.


File: Factor – Lucky Numbers
File Under: Geen geluk nodig

File Social: [Facebook]

Eric Gales – Middle Of The Road

Mascot/Provogue

Niet midden op de weg gaan zittenErgens lees ik dat dit misschien wel zijn doorbraakplaat zal zijn. Ik weet het niet hoor, maar een titel als Middle Of The Road is wat dat betreft dan niet zo goed gekozen. Blues, want in dat genre beweegt Eric Gales zich, moet alles behalve het veilige midden zijn. Gales kan aardig gitaar spelen, kan redelijk zingen en weet wel hoe je een nummer schrijft. Hij houdt als het ware het midden tussen Freddie King, Stevie Ray Vaughan en Jeff Healey. Er duiken bij mij echter irritaties op: de gitaar mag niet echt los, zijn stem is over de hele linie wat teveel van het zelfde, en de songs zijn muzikaal en tekstueel wat teveel bluescliché. Bovendien vind ik de productie niet mooi: het is allemaal te netjes. Ongetwijfeld zijn het allemaal topmusici, inclusief gastrollen voor bijvoorbeeld Gary Clark Jr. op “Boogie Man”. En als ik dan toch bezig ben, dat gefunk vind ik niet wat. Ik dacht eerst een cover van Prince te horen op “Repetition”. Nee, Eric Gales is niet mijn blues gitaarman. Toch lees ik veel positieve recensies. Mijn bluesogen en -oren zullen wel in de war zijn. Het begon al verkeerd bij de titel.


File: – Middle Of The Road
File Under: Teveel het midden

File Social: [Twitter] [Facebook]

Wiebe – Delta

Marista

DriehoekenWiebe is Wiebe Kaspers. ∆elta oftewel Delta is de titel van het album dat hij samen met Daan Slagter (drums) en Florian den Hollander (bassist / Moog) opnam. Wiebe zingt, en speelt piano. Wiebe beheerst dit instrument als afgestuurd conservatoriumstudent tot in de puntjes, en dat laat hij dan horen ook. Hij komt uit Friesland, en dat laat hij tekstueel in zijn liedjes horen. Dit wordt afgewisseld met Engelstalige nummers. Waarom? Geen idee, ik vind meertalige albums vaak niet zo’n goed idee. Er is een gastrol voor Syb van der Ploeg in “Sjoch It Ijocht”, altijd al willen weten waar hij gebleven was, hij is er nog. Niet dat Van der Ploeg veel toevoegt. Eigenlijk zijn het vooral de liedjes van Kaspers die het moeten doen. De liedjes zijn wat bombastisch van aard, een beetje Billy Joël=achtig. Bovenal wordt er naar de emotie gezocht. Nou is bombast niet helemaal mijn persoonlijke kop thee en vind ik zijn stem niet heel bijzonder, maar wat vervelender is dat het geheel toch wel wat teveel van hetzelfde is. Tekstueel kan ik niet alles volgen, hetgeen op zich geen probleem is, maar gezien de mix van de zang wat weggezet in de muziek ligt hier kennelijk de prioriteit niet. De liedjes zouden het moeten doen. Het hoogtepunt is toch wel de vooraf al verschenen single “Help, help, help”. Maar als geheel vind ik het wat saai, en als er dan een wat andere richting gekozen wordt in het zesde nummer “Follow The Baseline” dan veer ik op, maar zak ik weer neer als het nummer al snel weer in tempo inzakt en als er dan weer tempo wordt gezocht dan vind ik dit ronduit een vervelend nummer. Nee, ik kom niet in de sfeer van het album. Aan de muzikanten ligt het op zich niet, maar goede muzikanten maken niet per definitie een goed album.

Delta is nog te zien:
8 april Heech – It Heechhus / 9 april Pingjum – Podium Pingjum /15 april Warns – e Spylder Koop / 27 mei Jorwert – Kerk

File: Wiebe – Delta
File Under: Fries- en Engelstalige albums

File Social: [Facebook]

Dawes – We’re All Gonna Die

Waarheid als een koeEen paar jaar geleden zag ik de vier heren van Dawes spelen op Haldern Pop. Eerst met eigen werk en toen als begeleidingsband van Conor Oberst. Het was mijn eerste en meteen geslaagde kennismaking met de Amerikanen. Zoals dat dan gaat was ik ze al weer een beetje aan het vergeten tot hun nieuwe cd bij mij op de deurmat lag: We’re All Gonna Die. Nou, dat belooft wat. Maar het album is helemaal niet zo zwart als je zou verwachten gezien de titel. De americana/folk heeft hier een popjasje gekregen. E.e.a. is aan elkaar gesmeed door producer/ex-bandlid (hij speelt ook mee) Blake Mills, ook bekend van Alabama Shakes en John Legend. De plaat straalt warmte uit, zoals het werk van Crosby, Stills, Nash & Young, The Band en The Eagles. De productie klinkt echter anno 2017. Ik moest wel even wennen aan de plaat. Er zijn betere zangers dan Taylor Goldsmith, maar als je de muziek op je in laat werken dan valt het kwartje langzaam. De schoonheid zit in de details. En eerlijk is eerlijk, dat zijn vaak de platen die ik nadien nog het vaakst opzet. Nog even noemen dat er een heel rijtje aan gastmuzikanten meedoet, zoals Jim James, Will Oldham, Jim Keltner en Britany Howard. Maar ze spelen een bijrol.

mij=HUB

File: Dawes – We’re All Gonna Die
File Under: Onder de Californische zon

File Social: [Twitter] [Facebook]

Terrafyght – Beneath

mij=RVP Records

Grom

De bandnaam, de donkere hoes, de wolfmens: als schijn niet bedriegt dan gaat dit een stevige plaat worden. En inderdaad: we gaan naar hardrockland. Nou blijft Terrafyght wat mij betreft aan de goede kant van het ruigdom. Naast stevige gitaar- en dito drumpartijen is er nog wel iets van een melodie te herkennen. De zang blijft bovendien uit het schreeuwgebied – oké, wel “My Vendetta” even overslaan. Terrafyght komt uit Limburg, en Beneath is hun debuut met alleen maar eigen materiaal. Opvallend in de productie is de bescheiden plek voor de zang, het is dan ook niet waar ze het van moeten hebben. Het zijn toch vooral de gitaar en drums die het moeten doen. Revolutionair is het allemaal niet, maar wie van bands als Whitesnake houdt zou eens moeten luisteren. Ik heb nergens het gevoel naar iets Nederlands te luisteren. Persoonlijk vind ik het allemaal net wat teveel van hetzelfde en is bijna vijftig minuten aan de lange kant, maar laat dit je niet afschrikken. Maar Beneath is geen plaat waar je je als band voor hoeft te schamen.

Live te aanschouwen:
18 mei 2017 Maasgouw Mania Rockfestival, Maasbracht
21 oktober 2017 HDC Weert, Swartbroek

File: Terrafyght – Beneath
File Under: Hardrockliedjes

File Social: [Facebook]

Ty Segall – Ty Segall

Drag City

geen tijd voor een goede foto Elk jaar is er wel een release van garagerocker Ty Segall. Het levert nu zijn negende album op sinds 2008. En dan hebben we het alleen maar over de albums onder eigen naam, want Segall is megaproductief. Grappig is dat zijn nieuwste album dezelfde titel heeft als zijn eerste album. Ik denk dat hij niet iemand is die omkijkt, maar vooral weer met een nieuwe plaat bezig is. Deze Ty Segall is opgenomen met Steve Albini, een producer die er van houdt platen zo live mogelijk op te nemen. Dat maakt dat deze schijf als een grote jam klinkt. Segall heeft echter goede muzikanten aan boord met bassist Mikal Cronin (zijn plaat komt later dit jaar uit), gitarist Emmett Kelly (Cairo Gang), drummer Charles Moothart en pianist/organist Ben Boye. Van ontsporen is dan ook geen sprake. Integendeel, vakkundig worden nummers naar het einde geleid en waar Segall op andere platen nog wel eens doordraaft blijft het hier binnen de perken, al zal deze schijf nooit op een radiozender overdag gedraaid worden. Segall is een garagerocker die hier met een scheut psychedelica de rock uit de begin jaren zeventig omarmt. Meer dan eens moet ik qua sound aan David Bowie’s The Man Who Sold The World denken. Opener “Break A Guitar” is een compacte weergave van wat Segall in petto heeft. Dat gaat in “Freedom” net zo verder. Maar hierna volgt “Warm Hands (Freedom Returns)”,een nummer van meer dan tien minuten, dat qua lengte gedurfd is op de derde stek, maar ik kan het wel waarderen. “Talkin’” zou zo van The Beatles White Album af hebben kunnen komen. Hiermee is kant A afgelopen. Op de andere kant gaat het meteen weer los in “The Only One”. Zei er iemand Black Sabbath? Hierna stuitert het verder in “Thank You Mr. K.” waar we even rust krijgen bij het nodige glasgerinkel. In “Orange Colour Queen” gaat het tempo even omlaag. Had ik The White Album al genoemd? We zijn er dan nog niet, want er is ook nog het prachtige ingetogen “Papers” dat een glamsausje heeft. En tenslotte is er nog het heerlijke “Take Care (To Comb Your Hair)” dat alles combineert wat dit album te bieden heeft. En dan zijn er nog elf seconden met drums en gitaar dat op de cd-speler in de auto als automatisch doorgaat in de opener “Break A Guitar”.

Ty Segall kun je live zien op 17 augustus 2017 op Pukkelpop & 18 augustus 2017 op Lowlands.

File: Ty Segall – Ty Segall
File Under: En weer doorrrrrrr….

File Social: [Twitter] [Facebook]

Damien Jurado & Richard Swift – Other People’s Songs: Volume One

Secretly Canadian

Black and whiteWat is de overeenkomst tussen Kraftwerk, John Denver, Chubby Checker en Yes? Inderdaad ze worden allemaal gecoverd op Other People’s Songs: Volume One. Daarnaast staan er nog vijf nummers van anderen op. Eigenlijk is het een raar moment voor dit mini-album van nog geen dertig minuten. Damien Jurado heeft zijn drieluik nog niet voltooid en Richard Swifts laatste solo-album stamt uit 2009. In 2010 produceerde Swift Saint Barlett van Jurado. En uit dat jaar stammen deze opnames. Ze waren toen al als download beschikbaar. Kennelijk vond Secretely Canadian het nu toch tijd voor een ‘echte’ release. En ondergetekende vindt dat helemaal niet vervelend, want ik had dit even gemist. In het algemeen heb ik het niet zo op covers, maar deze plaat is best geinig. Het zijn bijna allemaal nummers die in de vergetelheid zijn geraakt en zelfs op Spotify zijn er slechts vijf originelen te beluisteren. De plaats is bovendien prettig geproduceerd en het klinkt alsof Jurado en Swift altijd bij elkaar hebben gehoord. Maar u weet inmiddels (of al eerder) wel beter.

Damien Jurado (zonder Richard Swift) verzorgt eerdaags in Nederland optredens:
22 maart Geertekerk te Utrecht
24 maart Luthersekerk te Groningen
25 maart Nieuwek Kerk te Haarlem

File: Damien Jurado & Richard Swift – Other People’s Songs: Volume One
File Under: Geinig tussendoortje

File Social: [Jurado @ Facebook]

The Other People, The Originals:

Tiny Legs Tim – Melodium Rag

Sing My Title

Zo zien we de benen toch nietDe mensheid bluest al meer dan honderd jaar. Van het zuiden van de Verenigde Staten heeft het zich verspreid over de wereld. Misschien niet meer zo gedreven vanuit ellende, maar de blues wordt nog zeer op waarde geschat. Zo zijn er prima bluesmuzikanten te vinden in ons land, maar bijvoorbeeld ook bij onze zuiderburen. Ik besprak hier al eerder werk van enkele van hen, zoals Tiny Legs Tim en Steven Torch. En laten deze nou samen de muzikanten zijn op Melodium Rag van Tiny Legs Tim. Tim de Graeve, zijn eigenlijke naam, bespeelt de gitaar een Martin 0-17 uit 1943, en Steven Torch gaat op zijn mondharmonica tekeer. Het klinkt heerlijk basic en je hoort geweldige muzikanten aan het werk. Tiny Legs Tim kan smakelijk fingerpicken en Torch zorg voor het ruige scheurwerk op zijn mondharp. De delta blues wordt hier met respect behandeld. Melodium Rag is dan ook genieten geblazen. Elf nummers zijn van eigen hand en eentje is een cover van Son Volt (“Death Letter”). Als je blues niet meer van deze tijd vindt dan zou je toch eens moeten luisteren. Je weet meteen dat zonder blues de rockmuziek er heel anders uitgezien had.

De heren zijn eerdaags te bewonderen:

16 maart Betuwsblues Geldermalsen
17 maart Hedon Zwolle
18 maart Metropool Hengelo (Ov)
19 maart Molen De Ster Utrecht
File: Tiny Legs Tim – Melodium Rag
File Under: Ghentse Delta Blues
File Social: [<a href=”https://twitter.com/tinylegstim“>Twitter</a>] [<a href=”https://www.facebook.com/tinylegstim/“>Facebook</a>]