Some Kind Of Animal – Some Kind Of Animal

Get Hip Recordings

Fijn label dat Get Hip Recordings. Nu weer met het uit Pittsburgh, Pennsylvania afkomstige Some Kind Of Animal, een samenwerking tussen Anthony Jardine (vocalen, gitaar en keyboard) en Tim Mulhern (vocalen en gitaar). Een drummer (Dave Rocco) erbij en hopla je kunt een plaat opnemen. Al schijnt het wel drie tot vier jaar geduurd te hebben voor ze de juiste toon te pakken hadden, maar dat hoor je niet terug. De liedjes die je kunt plaatsen in de folk-indie-hoek met een sixties-twist klinken alsof ze er altijd geweest zijn. Het tempo ligt laag (mag ik deze wals van u). Some Kind Of Animal is geen diersoort van het ruige werk, maar meer als de koolmeesjes die aan een vetbol lopen te pikken. Maar ik vind het wel een lekkere plaat vooral door de fijne mix aan stromingen en doordat ik vrolijk word van deze plaat. Soms moet ik aan Arctic Monkeys denken, dan weer aan Jefferson Airplane en dan weer aan Band Of Horses. Het kan erger. Ook nog even het mooie hoes-artwork van drummer Dave Rocco noemen, dat de plaat een stoerder aanzien geeft dan de muziek.


File: Some Kind Of Animal – Some Kind Of Animal
File Under: Aaibaar

File Social: [Twitter] [Facebook]

Cameron Avery – Ripe Dreams, Pipe Dreams

Anti Records

Cameron Avery is een Australische multi-instrumentalist die zijn ding deed/doet in Pond en Tame Impala. Hij is daarnaast nog voorman van The Growls, maar ik denk niet dat deze band nog bestaat. Daar heeft Cameron Avery ook helemaal geen tijd voor, want hij is nu solo aan het toeren. Muzikaal staat het ver af van de bands die ik net noemde. Avery lijkt een knipoog te maken naar de fifties/sixties toen er nog crooners waren onder begeleiding van een heus orkest. Als ik het met een band van nu moest vergelijken dan zou dit met The Shadow Puppets zijn, en laat hij daar nou net recent het voorprogramma van geweest zijn. Ripe Dreams, Pipe Dreams is zijn debuut en bevat donkere melancholische nummers. Het grootste deel van het album speelde hij zelf in. Als je door de kitsch heen prikt dan hoor je prachtige nummers als “Dance With Me” en “Wasted on Fidelity”. Ik ben benieuwd of Avery solo verder gaat of toch weer opduikt in een band. Voorlopig is het nog het eerste. Op 28 oktober speelt hij in Paradiso op London Calling.


File: Cameron Avery – Ripe Dreams, Pipe Dreams
File Under: Crooners

File Social: [Twitter] [Facebook] [Instagram]

Endless Boogie – Vibe Killer

No Quarter / Konkurrent

Al vanaf 1997 is dit New Yorkse kwartet aan het musiceren, hun eerste album was er in 2008 en mijn kennismaking met Endless Boogie was er pas dit jaar middels hun vijfde album Vibe Killer. Shit happens. Endless Boogie was een album van John Lee Hooker, maar Endless Boogie gaat een stapje verder dan deze icoon. De blues zit verweven in drone-achtige psychedelische composities die een brok energie uitstralen. Ik moet door de stem van Paul Major wel wat aan Captain Beefheart denken, door het gitaargebruik aan The Stooges en door de bluesy rocksound aan ZZ Top. Kijk, dat zijn geen verkeerde referenties. Vibe Killer is dan ook een lekkere plaat. Je moet wel van uitgesponnen versies van nummers houden, want Endless Boogie heeft tijd nodig om hun verhaal te vertellen. In dit geval heb ik er graag mijn tijd voor genomen. Ik hoop overigens dat je ze al kende, want ze waren in ons land voor een optreden en zijn nu weer gevlogen.


File: Endless Boogie – Vibe Killer
File Under: Dirty, bluesy en psycho

File Social: [Twitter] [Facebook]

Sonny Landreth – Recorded Live In Lafayette

Mascot / Provogue

Sonny Landreth is een begenadigd slide-gitarist, eentje die iedereen wel in zijn begeleidingsband wil hebben. Dat gebeurt dan ook geregeld (Clapton, Hiatt, etc.), maar Landreth brengt ook eigen werk uit. Bijvoorbeeld op de eerste live-plaat in twaalf jaar: Recorded Live In Lafayette. Het is zijn thuisstad in Lousianna, het zuiden van Amerika. Het album bestaat uit twee gedeelten: het eerste is semi-akoestisch, het andere elektrisch. Het is beschikbaar als dubbele cd of lp en met anderhalf uur speelduur een behoorlijke kluif. In de basis staan drie muzikanten met daarnaast nog twee gastmuzikanten die wel degelijk wat toevoegen, zoals de inzet van een accordeon. Maar het gaat uiteraard vooral om Landreth zelf die met zijn begeleiders een mooie set neerzet. Je moet wel wat hebben met gitaargepingel. Dat laatste is in het tweede gedeelte minder. Hier gaat het er wat ruiger aan toe, maar je hoort hier minder Landreths kunnen. Toch is Recorded Live In Lafayette een prima registratie van een man die inmiddels al 66 is, en hiermee een goed overzicht van zijn kunnen geeft.


File: Sonny Landreth – Recorded Live In Lafayette
File Under: Come on baby, go south

File Social: [Facebook]

Ayreon – The Source

Mascot

Ayreon – The SourceWie per se zijn tweehonderd woorden moet halen bij een recensie, die heeft het geluk bij een recensie van een Ayreon-plaat dat het verplichte kost is om te melden wie Arjen Lucassen nu weer heeft weten te strikken voor een van zijn rockopera’s. Daar gaan we: James LaBrie van Dream Theater, Tommy Rogers van Between The Buried And Me, Simone Simons van Epica, Mike Mills van Toehinder, natuurlijk Floor Jansen van After Forever/Nightwish, Hansi Kürsch van Blind Guardian, Michael Eriksen van Circus Maximus, Tobias Sammet van Edguy/Avantasia, Nils K. Rue van Pagan’s Mind, Zaher Zorgati van Myrath, Tommy Karevik van Kamelot en Sir Russell Allen van Symphony X. En dan hebben we Arjens huisband bestaande uit onder andere Ed Warby van Gorefest, Marcel Coenen van Sun Caged, Mark Kelly van Marillion, Guthrie Govan van Asia, Paul Gilbert van Mr. Big en Racer X of zelfs Maaike Peterse van Kovacs nog niet eens vermeld. Zo’n cascade van namen zegt iets over het geloof en rotsvaste vertrouwen in een lange gast als Arjen Lucassen en zijn onkreukelbare visie per project waarbij de man met een absoluut en precies gehoor insteekt op hoe Prokofiev vroeger het liefst componeerde. Ieder zijn rol in de vertolking van de fijnste vertelling, hoe klein ook. “The Source” keert terug naar het universum van 01011001 als voorvertelling op zijn latere werk. Opener “The Day That The World Breaks Down” is een stevige progressive rocksong, een epos dat normal gesproken heel makkelijk voor een bombastisch finale-sluitstuk had kunnen doorgaan. Het zegt wat over de denk- en werkwijze van Lucassen dat het einde der tijden ook de aftrap van iets nieuws is. Wat het is, dat is de ontdekkingstocht van Ayreon waarvoor je telkens weer uitgenodigd wordt om zelf te leren ontdekken en na te denken. Lucassen heeft met zijn zoveelste Ayreon-plaat een entiteit van klassiek, progressive rock, folk, Keltische traditionals, hardrock en metal geschapen waar je in meegezogen wordt. Of je nu wilt of niet. Ayreon is de officieuze opvolger van H.G. Wells’ War Of The Worlds. Lucassen is zowel de nieuwe Orson Welles als Jeff Wayne. Op zijn eigen ondoorgrondelijke manier maar met een onuitputtelijke voorliefde voor de hardere muziek.

File: Ayreon – The Source
File Under: De wereld vergaat als Arjen Lucassen niet meer bestaat

Curse Of Lono – Severed

Submarine Cat

Curse Of Lono heeft als standplaats Londen, maar achter deze band zit de Duitser Felix Bertolchsheimer. Dat hij een tijd in de Verenigde Staten heeft gebivakkeerd hoor je op Severed, hun eerste volledige album. In de liedjes klinken americana-, blues- en folkinvloeden door. Curse Of Lono is niet van het shockeren, maar wel van het maken van nummers die van voor naar achteren iets moois over zich heen hebben. Er wordt daarnaast gezocht naar iets speciaals: samenzang (Bon Iver-alert), een slide gitaar, een orgeltje. Het geheel is verpakt in een zwarte hoes. Die kleur past wel bij de donkere sfeer die ook in de teksten weer te vinden is. Ik moet alleen zeggen dat ik wel een beetje in slaap word gesust, de nummers zijn wat aan de slome kant en kleuren net wat teveel binnen de lijntjes. Prijsnummer is wat mij betreft “London Rain” waar Robbie Robertson een samenwerking met Ray Manazarek lijkt te zijn begonnen. Zo had ik er wel wat meer gewild. Er wordt overigens wel gerockt, zoals in “Send For The Whisky” maar dat verliest door de samenzang wat van zijn stoerheid. Al met al is het best een aardige plaat, maar het mag wat mij betreft wat sprankelender.


File: Curse Of Lono – Severed
File Under: Down

File Social: [Twitter] [Facebook] [Instagram]

Blind Butcher – Alawalawa

Voodoo Rhythm Records

Rauwe rock ‘n’ roll is het genre waar Reverend Beatman aka Voodoo Rhythm Records een neus voor heeft. Een slechte plaat ben ik nog nooit tegengekomen. Dat gezegd hebbende besloot ik de cd Alawalawa van Blind Butcher te draaien. Wat me al opviel is dat de hoes niet zo bij mijn verwachtingen paste: twee mannen vreemd gehuld qua kledij in een zilverachtige hoes. Mijn gevoel dat er iets niet klopte werd bij het draaien van het album meteen bevestigd, want opener “Staubzaugerbaby” is een geweldig post punk-nummer waar je de krautrockinvloeden doorheen hoort. Het zou ook niet hebben misstaan in de tijd van de Neue Deutsche Welle, al wordt er wel in het Engels gezongen. Blind Butcher is een Zwitsers duo en Alawalawa is hun tweede album, het eerste op Voodoo Rhythm Records. Het is een plaat waarop weer blijkt dat het eerder genoemde neusje weer goed werk heeft verricht, al heeft het neusje wat buiten de bekende pannen geroken. Alawalawa is een sterke swingende plaat dat niet in een hokje te vangen is. Neem bijvoorbeeld “Body” dat wel een discotrack lijkt, maar toch wel een lekkere track is. Bovenal zijn Zwitsers die Engels zingen grappig. Het rauwe randje is er overigens ook, waarbij de afsluiter “Apolcalyptica Blues” prima bij de rauwe rock ‘n’ roll past die Voodoo Rhythm normaliter uitbrengt.


File: Blind Butcher – Alawalawa
File Under: Geinig

File Social: [Facebook]

Hajk- Hajk

Ja Jansen Plateproduksjon / Pias

niet zo nieuwsgierigAls je op Hajk op het internet gaat zoeken dan kom je tegen dat een hajk in straattaal een sukkel is met doorlopende wenkbrauwen. Heeft u beeld? Ik niet echt, vooral ook niet omdat ik al een tijdje naar een cd van het Noorse Hajk zit te luisteren. De afgelopen jaren heb ik hier Noorse releases mogen bespreken en meestal was ik enthousiast. De rotzooi die er ongetwijfeld is, wordt kennelijk gefilterd. Zo kwam dit jaar Torgeir Waldemar voorbij met een prachtplaat. Hajk zit op hetzelfde label, dat moest dus wel goed komen. Dat had ik althans gedacht. Hajk maakt indie met een poprandje. Geen muziek door sukkels, maar door hen die nadenken hoe je een plaat in elkaar zet. Dit is hun debuut die het goed doet in eigen land. Zo is opener “Magazine” een slow popnummer waar weinig verkeerds over te zeggen valt, maar vooral opvalt doordat er niets verkeerds aan is. Lees: braaf is. Ook de stem van zanger Preben Saelid Andersen is wat gewoontjes. Gelukkig is daar nog Sigrid Aase die in “Nothing Left To Say” het overneemt en zanger Andersen de tweede stem wordt. Het bevalt me beter, maar het nummer is toch ook wel weer braaf. Dan gaan we naar “Powerdust”. Met zo’n titel moet het wel goed komen, hoop je. Het nummer is wat meer uptempo en dat bevalt me goed. De drummer Johan Nord loopt vreselijk hard zijn best te doen. Je ziet hem als het ware geconcentreerd met hoofdtelefoon op drummen. Prima allemaal, maar waarom dit zo ver naar voren in het geluid mixen? Het nummer wordt hierdoor geforceerd. Misschien is het wel om de zanger wat naar de achtergrond te drukken bedenk ik me. Nee, dat is te flauw. Het komt niet meer goed tussen ons. Al vind ik “Medicine”, dat wel wat van Fleet Foxes heeft en waar de zangeres weer aan het woord is, dan nog wel aardig. Hajk kent goede ingrediënten, maar als totaal worden er teveel verkeerde keuzes gemaakt en is het resultaat niet mijn kop thee.


File: Hajk- Hajk
File Under: Geef poot

File Social: [Facebook]

Cody ChesnuTT – My Love Divine Degree

One Little Indian Records

Cody ChessnuTT is qua releases niet de meest productieve. Hij is nu 48 jaar en toe aan zijn derde album. Zijn vorige stamt uit 2012, maar nu is er My Love Divine Degree. Je hoort eraan af dat dit niet over een nacht ijs tot stand is gekomen. Soul, funk, r&b en zelfs reggae, dat is de wereld van ChessnuTT. Het album is één grote track die aan elkaar geknoopt is alsof hij Curtis Mayfield, Marvin Gaye, Michael Jackson, Terence Trent D’Arby en Prince in een persoon is. Het is knap gedaan. Ik kan me zo voorstellen dat mensen met deze plaat weglopen. Ik kan echter maar geen maatjes met deze plaat worden. De nummers blijven bij mij niet hangen, ik verlang naar albums van eerder genoemde artiesten en vind het als totaal eigenlijk wat aan de saaie kant. Al vind ik de track “Image Of Love” dan wel weer aardig, omdat het swingt en het spannend is welke kant het op gaat. Nog even noemen dat ik het een oerlelijk hoesje vind. Ik ben zelf lelijk, u hebt gelijk. Dit is duidelijk niet mijn ding.


File: Cody ChesnuTT – My Love Divine Degree
File Under: Oordeel vooral zelf

File Social: [Twitter] [Facebook]

Kasabian – For Crying Out (Deluxe)

Sony Music/Columbia

snik sniikTijdens het doorlezen van de stukjes van onze Gr.R. over Lowlands stuitte ik op de term britpop. Ze zijn er kennelijk nog die nieuwe bandjes, maar ik had ze even gemist. Ik was aan het knutselen aan een stukje over de nieuwe Kasabian. Ik wilde zeggen dat het niet goed gaat met de Britpop, maar dat had de old skool Britpop moeten zijn. Ik kan me dit jaar nog geen album voor de geest halen dat enigszins de moeite waard was. En dan krijg je het nieuwe Kasabian-album For Crying Out toegeschoven. Ik was wat huiverig. Eigenlijk vond ik ze altijd van de B-categorie: wel aardig, maar net niet. Maar het album valt alleszins mee. Sterker nog, ze hebben me meteen met bij de lurven met “I’ll Ray (The King)” en “You’re In Love With A Psycho”: catchy, dansbaar en duidelijk Brits. Het is behoorlijk van dik-hout-zaagt-men-planken, maar ik vind het prima. Een mens moet wat als er geen nieuwe Arctic Monkeys verschijnt. “Good Fight” doet even later aan Suede denken. Ook weer zo’n britpopband waar allang niets meer van vernomen is. Jammer is wel dat ze een keyboard inzetten voor trompetgeschal in “Comeback Kid”. Dat je dit live doet kan ik wel begrijpen, maar huur even wat echte muzikanten in op je album. Verder trouwens ook niet zo’n bijzonder nummer. En daar staan er nog wel meer van op. Gelukkig is er dan “Are You Looking For Action” een vet disconummer voorzien van een lekker vals Flaming Lips-orgeltje. Het geeft het album wat opstandigs. Alleen de lengte van meer dan acht minuten had wat bescheidener gekund. Het aansluitende “All Through The Night” is dan weer heel ingetogen Beatlesque, fijne track. Hierna zakt het wat in met het saaie “Sixteen Blocks”, het wat irritante “Bless This Acid House” en nep psychedelica in “Put Your Life On It”. Dit maakt dat For Crying Out interessante delen bevat en er een sterke ep van te trekken was. Maar ja, het is nu eenmaal een album. Gelukkig voor Kasabian geldt dat in het land der blinden eenoog nog steeds koning is. Tenslotte nog even noemen dat de Deluxe-editie nog een concert bevat uit 2016 dat ze in Leicester gaven met als titel “Underdogs”. Kun je oefenen voor het concert dat ze op 9 november in Afas Amsterdam gaan geven. Er zijn nog kaarten.


File: Kasabian – For Crying Out (Deluxe)
File Under: Blinden, eenoog en koning

File Social: [Twitter] [Facebook] [Instagram]