Jane Weaver – Modern Kosmology

Als ik zangeressen als Jane Weaver hoor moet ik altijd aan File Under-collega André denken. Jane Weaver kun je indelen in de categorie elektropop. Popliedjes met flink veel synths, elektro en andere vreemde en minder vreemde geluiden. Het is een genre waar ik veel minder ‘in zit’ dan bijvoorbeeld André, die via de social media me kennis laat maken met veelal zangeressen in dit genre. Als ik naar Modern Kosmology luister, het alweer zevende album van de zangeres uit Liverpool, hoor ik echter ook veel wat mij als liefhebber van melodieuze liedjes kan bekoren. Voordat Weaver in 2002 solo ging zat ze in het Britpopbandje Kill Laura. En met solo bedoel ik ook echt solo, want Weaver schrijft, speelt en produceert alles zelf. Knap hoe ze vele invalshoeken verkent op dit album. Nummers als “H>A>K”, “Did You See Butterflies?” en “The Architect” doen denken aan de elektropop zoals Goldfrapp in haar begindagen maakte. In “Loops In The Secret Society” en “Ravenspoint” verwerkt ze new-wave achtige psychedelica in songs die teruggrijpen naar de jaren ’80. Wat Jane Weaver echt onderscheidt zijn haar goede, melodieuze songs zoals “Slow Motion”, “The Lightning Back” en “Valley” waarin te horen is dat Weaver ook zonder hulp van elektronika goed kan zingen. Modern Kosmology is een knap geconstrueerd en fascinerend album dat mij verrast heeft door niet alleen uit het elektropopvaatje te tappen maar allerlei stijlen en invloeden erbij te halen en ook nog goede en melodieuze liedjes te maken. Volgens mij heb ik Jane Weaver nog niet op André’s facebookpagina voorbij zien komen dus bij deze is dit ook mijn tip voor hem.

File: Jane Weaver – Modern Kosmology
File Under: Onaards en toch toegankelijk
File Facebook: [Jane Weaver op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Jane Weaver]

Nicole Atkins – Goodnight Rhonda Lee

Single Lock

Wonderlijk toch hoe het kan gebeuren dat er bepaalde muzikanten zo onder de radar blijven en niet de aandacht krijgen die ze eigenlijk wel verdienen. Neem nu Nicole Atkins. Ik ken weinig zangeressen die zo bloedmooi, hartstochtelijk en smachtend kunnen zingen. ‘Happy people have no stories’ wordt wel eens gezegd en wellicht dat dit haar doorleefde zangstijl verklaart. Atkins was namelijk behoorlijk verslingerd aan de alcohol. In 2015 besloot ze dat het zo niet langer kon en kickte ze af in een ontwenningskliniek. Daar ontmoette ze een hiphopproducer die haar ogen opende. Hij vertelde haar dat ze heel goed is maar dat ze moest stoppen met de ‘indierock-bullshit’ die ze tot dan toe maakte en zich moest richten op wat ze IS, een soulzangeres. Dat had de man heel goed gezien. Op haar vierde album Goodnight Rhonda Lee, Rhonda Lee was eerst haar bowlingnaam en later haar alias wanneer ze dronken was, neemt Atkins afscheid van de indierock en de alcohol. En wat een schot in de roos is dat. Atkins klinkt als een eigentijdse mix van Bobbie Gentry, Dusty Springfield en Glenn Campbell. Een snufje country, een beetje jazz en blues maar vooral heel veel soul in de meest melancholieke zin van het woord. Het lijkt alsof de jaren zestig herleven in soulpopnummers als “Listen Up”, “Sleepwalking” en “Darkness Falls So Quiet”. Nog mooier is het als Atkins wat gas terugneemt zoals in “Colors” of wanneer ze bijna gaat croonen in het prachtige “A Night Of Serious Drinking”. Maar Nicole Atkins komt het best tot haar recht als ze zwoegt, smacht en smeekt zoals in het schitterende, samen met Chris Isaak geschreven, “A Little Crazy” en iets ingetogener in afsluiter “A Dream Without Pain”. Het heeft tien jaar, drie albums en een alcoholverslaving gekost voordat Nicole Atkins haar ware vorm vond. Goodnight Rhonda Lee sluit haar benevelde periode af en is het eerste album van Atkins waarop echt alles klopt.

File: Nicole Atkins – Goodnight Rhonda Lee
File Under: Voltreffer
File Facebook: [Nicole Atkins op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Nicole Atkins]

Paradisia – Sound Of Freedom

Ik kan de woordspelingen al raden die het Londense trio Paradisia ten deel zullen vallen bij besprekingen van hun debuutalbum Sound Of Freedom. Drie stemmen en ook nog een harp, dat moet wel hemels of op zijn minst paradijselijk klinken. Ik vind dat nogal tegenvallen. De seventies folkpop die het drietal maakt is degelijk en verzorgd en de dames zingen prima. Maar bij paradijselijke klanken stel ik me voor dat ik op zijn minst van begin tot eind geboeid ben en zelfs meer dan dat. Ik kan halverwege al niet kan ophouden met gapen omdat de twaalf liedjes wel erg eenvormig klinken. Het tweede nummer (“Warpaint”) en daaropvolgend het derde nummer (“Idea Of You”) zijn nog wel leuke popliedjes maar daarna wordt het wel erg saai in hun walhalla. Daar kan Springsteens “Dancing In The Dark” zelfs niets aan veranderen. In de versie van The Boss is het een song waar je een goed humeur van krijgt, in de slow-motion versie van Paradisia gedegradeerd tot saai en monotoon. In het zelfde genre damestrio’s kun je mijns insziens beter een plaat opzetten van HAIM, zij hebben catchy songs, of van The Wild Reeds die wat spannender en grilliger zijn. Het paradijs van Paradisia is mij te flets.

File: Paradisia – Sound Of Freedom
File Under: Kleurloos
File Facebook: [Paradisia op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Paradisia]

Kim Janssen – Cousins

Snowstar Records

Het heeft even geduurd voordat Cousins, het derde album van singer-songwriter Kim Janssen, onder mijn aandacht kwam. Het kwam al eind maart uit maar is te bijzonder om te laten liggen. De grootse en tegelijkertijd intieme folkpop die hij brengt heeft een uniek geluid in Nederland. Het doet denken aan een kruising tussen de euforie en ingetogenheid van Sigur Rós en Sufjan Stevens. Niet geheel toevallig dat Maria Hansen die op menig album van Stevens meezong ook op Cousins zingt en Eirikúr Orri Olafsson, verantwoordelijk voor de blazerspartijen op Kveikur van Sigur Rós, de loftrompet speelt op Cousins. Janssen zingt prachtig en gevoelig. Hij nam drie jaar de tijd voor de opnames en bezingt de grote thema’s des levens zoals ouder worden, terugkijken, twijfel en verlangen. De ene keer uitbundig (“Dynasty”, “Gouldians”) maar ook prachtig ingetogen zoals in het pareltje “Bottle Rockets”. Cousins heeft alles in zich om ook buiten Nederland aan te slaan. Dat hebben de jongens van Kensington goed begrepen want Kim Janssen mag het publiek de laatste twee van hun vier uitverkochte concerten in de Ziggo Dome opwarmen. Of dat een geslaagde of mislukte keuze is zal moeten blijken. Wanneer het publiek het fatsoen heeft om echt te luisteren dan horen en zien ze mijns insziens een muzikaal veel rijker en interessanter optreden dan de hoofdact.

File: Kim Janssen – Cousins
File Under: Melancholische schoonheid
File Facebook: [Kim Janssen op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Kim Janssen]

Joan Shelley – Joan Shelley

No Quarter

Ondanks dat dit gelijknamige album van Joan Shelley uit Louisville, Kentucky inmiddels haar vierde wapenfeit is, is dit mijn eerste kennismaking met haar muziek. In het brede genre wat roots heet zijn er meer artiesten die country en/of bluegrass maken, ook wel americana genoemd. Vertegenwoordigers van de de verstilde en pure folk zijn er veel minder. Joan Shelley is een folkie, maar heeft op haar vierde album haar horizon iets verbreed. Haar liedjes zijn sober en worden eigenlijk slechts door twee gitaren begeleid maar gedragen door haar heldere en zuivere stem. Een stem met een onmiskenbaar folksnikje. De mooie gitaarpartijen zijn van haar vaste gitarist Nathan Salsberg, de tweede (electrische) gitaar is van Jeff Tweedy die ook achter de producersknoppen zat. Hij heeft er voor gezorgd dat Shelley’s folkgeluid wat verruimd is met wat meer elementen uit het rootsgenre zoals blues, country en hier en daar zelfs een vleugje jazz. Hij weet dat zo spaarzaam te balanceren en arrangeren dat er geen noot te veel klinkt en alles in dienst staat van Shelleys mooie stem. Tweedys zoon Spencer lijkt de drums wel te aaien, zo verfijnd klinken ze. James Elkingtons pianospel kleurt Shelleys stem nog mooier in. Joan Shelley was met haar vorige album Over And Even al gespot als een hoogvlieger in de hedendaagse Amerikaanse folk. Met Joan Shelley komt ze akelig dicht in de buurt van de zeldzame schoonheid van zangeressen als Alison Krauss en Gillian Welch.

File: Joan Shelley – Joan Shelley
File Under: Verfijnd
File Facebook: [Joan Shelley op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Joan Shelley]

John Smith – Headlong

Barp

Arme John Smith. De Britse singer-songwriter deelt zijn naam met vele anderen en maakt het soort toegankelijke singer-songwriter folkpop wat door heel veel muzikale collega’s tot een veel te grote vergaarbak is gemaakt. Zelfs zijn prima en lekker klinkende soulvolle hese stem helpt hem ook niet om het verschil te maken want die doet in de verte weer denken aan die van Ray LaMontagne. Het enige wat John Smith onderscheidt van de meute is zijn goede gitaarspel. Zijn fingerpicking-stijl is schatplichtig aan die van John Renbourn van de legendarische folkband Pentangle. Aan hem droeg Smith zijn alweer vijfde album Headlong op. In de eerste vijf liedjes klinkt John Smith zoals de zangers Passenger en Gavin James wiens gladgestreken folkpop je de hele dag door op de radio hoort. Maar daarna worden de nummers beter, de arrangementen een tikje spannender en wordt iets meer van de gebaande paden afgeweken. Even dreigt John Mayer de gitaarsolo in “Threshold” van Smith over te nemen maar dat is slechts een moment. “Possession” is mooi gearrangeerd, “Into The World” is een fijn, klein liedje en “Desire” een mooie soulballad waarin goed te horen is dat John Smith écht een goede zanger is. Wanneer John Smith zichzelf toestaat om iets minder gepolijst te klinken en wat meer rauwheid in zijn stem en muziek toestaat zou hij best eens een album kunnen maken dat opvalt en niet één van de velen in zijn genre is. Nu hij dit alleen op de tweede helft van het album heeft gedaan maakt dat Headlong helaas half geslaagd.

File: John Smith – Headlong
File Under: Op halve kracht
File Facebook: [John Smith op Facebook]
File Twitter: [Tweets van John Smith]

Mac DeMarco – This Old Dog

Captured Tracks

Ruim twee jaar geleden wist ik bij het schrijven van het stukje over de ep Another One van Mac DeMarco niet zo zeker of ik nu in de maling werd genomen of niet. DeMarco’s wanhopige liedjes over het zoeken naar de liefde klonken soms zó lullig dat ik het bijna niet serieus kon nemen. Uiteindelijk bleek deze Mac DeMarco gewoon een een ingenieuze songwriter te zijn wiens songs niet na één keer luisteren hun geheimen prijsgeven. Ik was dus gewaarschuwd alvorens ik DeMarco’s vierde album This Old Dog opzette. De Canadees verhuisde voor dit album naar Los Angeles. Familie is het centrale thema. Korte familiegeschiedenis: DeMarco’s vader was alcoholist en verliet het gezin toen Mac nog erg jong was. Contact was er daarna nauwelijks. In “My Old Man” constateert DeMarco dat hij echter steeds meer op zijn ouweheer gaat lijken en het korte maar doeltreffende “Sister” is een ode aan zijn halfzus. Hoe DeMarco zijn vader ziet verwoordt hij in het mooie “Moonlight On The River” en de conclusie valt niet al te rooskleurig uit voor DeMarco senior, wat benadrukt wordt in het outtro waarin de gitaarsolo ontspoort. Uiteindelijk vraagt DeMarco zich in “Watching Him Fade Away” af of hij zijn vader, die recentelijk de diagnose kanker heeft gekregen, langzaam laat wegglippen of dat hij hem weer toelaat in zijn leven en écht afscheid gaat nemen. Serieuze thema’s dus en voor iedereen wel herkenbaar. Het knappe van Mac DeMarco is dat hij van This Old Dog geen loodzware plaat heeft gemaakt maar dat het een album met dertien zwoele laid-back liedjes is. Drumcomputers en synths waaien als een oceaanbriesje over zijn liedjes. Perfect voor een rustige zondagmorgen, stille nacht of lome zomeravond. Ogenschijnlijk niets aan de hand. Maar met meer inhoud dan je in eerste instantie denkt. Alweer.

File: Mac DeMarco – This Old Dog
File Under: Stille wateren hebben diepe gronden
File Facebook: [Mac DeMarco op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Mac DeMarco]

Christopher Paul Stelling – Itinerant Arias

ANTI-

Eigenlijk moet ik mij schamen. Voor de derde keer bespreek ik een album van singer-songwriter Christopher Paul Stelling en ondanks mijn stellige voornemen heb ik hem nog steeds niet live gezien. Ik heb er gelegenheid genoeg voor gekregen want Stelling is zo ongeveer continu door de hele wereld op tour en slaat Nederland daar nooit bij over. Op zijn vierde album Itinerant Arias is hij niet meer alleen maar wordt hij bijgestaan door een band. Het geeft zijn bloedstollende liedjes een wat voller geluid zoals in “The Cost Of Doing Business” of het venijnige “Stranger Blues”. In “Red Door” komen er zelfs blazers aan te pas. Het is een goede aanvulling want leidend is nog steeds Christopher Paul Stelling zelf die met zijn prachtig raspende stem en fabuleuze gitaarspel zingt en speelt alsof zijn leven er vanaf hangt. Zoals gezegd is dat heerlijk in de uptempo songs maar als hij wat gas terug neemt is zijn stem nog steeds schitterend zoals in “Oh, River” of het mooie “Sleep Baby Sleep” waarin de vioolpartij leidend is en meandert naar een prachtige climax. Itinerant Arias is een heerlijk album van een uitzonderlijk gedreven en goede singer-songwriter. Afgelopen week was Christopher Paul Stelling weer in Nederland en wéér is het mij niet gelukt om te gaan kijken. Hij moét dus door blijven gaan met wat hij doet en vooral hier blijven komen want Stelling is volgens mij een zanger die live nog veel meer indruk maakt dan op cd. Hopelijk kan ik deze aanname in mijn volgende stukje echt bevestigen.

File: Christopher Paul Stelling – Itinerant Arias
File Under: Gepassioneerd
File Facebook: [Christopher Paul Stelling op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Christopher Paul Stelling]

JP Den Tex – Wolf!

Cavalier

Het is een enorm cliché maar toch wel waar: ik leef niet om te werken maar ik werk om te leven. Ik houd graag genoeg tijd over om andere dingen te doen waar ik veel voldoening uit haal zoals bijvoorbeeld het luisteren naar en schrijven over muziek. Ik stel me zo voor dat singer-songwriter JP den Tex dat ook heel goed begrepen heeft. Vanaf het begin van de jaren zeventig is hij al bezig als muzikant en volgt zijn eigen weg. Zo was hij met de Bergense groep Tortilla in de jaren zeventig een van de eersten in Nederland die zich aan de countryrock waagde, wat tegenwoordig roots of americana heet. Den Tex zat vervolgens in allerlei bands, waarvan Vitesse de bekendste was, maar uiteindelijk is hij solo als singer-songwriter atief en in die hoedanigheid maakt hij geregeld mooie albums. Eigenlijk moet ik hem storyteller noemen, want verhalen vertellen is wat hij doet, in 2013 ook in de vorm van het autobiografische boek Morgen Wordt Het Beter. Op zijn recentste album Wolf! vertelt hij het verhaal van de steenrijke platenproducer Gustav Wolfowitz (Wolf) die van de een op andere dag zijn fortuin verliest. Hierdoor denkt hij over zijn oude leven in weelde en het nieuwe zonder al die welvaart en beseft hij dat het altijd de muziek is geweest die hem motiveerde en dat geld niet gelukkig maakt. In dertien liedjes vertelt Den Tex hoe Wolf weer bij zijn kern terugkomt. Hij wordt bijgestaan door gitariste Yvonne Ebbers en violist Diederik van Wassenaer. Wolf! is een fijn, akoestisch album met mooie liedjes die je doen beseffen dat er zoveel meer is dan materiële rijkdom. Wat goed dat er singer-songwriters zijn als JP den Tex die je zo af en toe eens even met je neus op deze feiten drukt.

File: JP Den Tex – Wolf!
File Under: Levenslessen
File Facebook: [JP Den Tex op Facebook]
File Twitter: [Tweets van JP Den Tex]