Pukkelpop 2012: Napret dag 2 (vrijdag)

Al vroeg brandden we onze tentjes uit, daar aan de Hasseltse Beverzakstraat. Dan maar richting het dorp Kiewit om een traditionele smos te scoren. Dat gebakken ei met spek van de anderen zag er trouwens ook zeer appetijtelijk uit. Enfin, na een bak koffie was het snel richting het festivalterrein van Pukkelpop om van de verschoonde toiletten gebruik te maken. En de oplaadpunten voor de mobiellekes. Dat het ooit zover heeft moeten komen, bah. Wat schetst onze verbazing: de poorten nog dicht als wij daar arriveren! Oei, nog nooit zo vroeg geweest… als dat maar goed komt. En dat kwam het.


mij=Door: TheLeonKing.
Het festival begon nog wel met een valse start in de vorm van Freaky Age op het hoofdpodium, al was de Bad News-gitaarsoundcheck van te voren wel weer leuk (“my name is Vim Fuego, I let my guitar speak for me”).
Nee, de postrocksludge van O'Brother was veel aangenamer. Bij die aansteller van een Willis Earl Beal waren Rob en ik snel weer vertrokken. Een fantastische blues- en soulstem had die gast, ook een mooie taperecorder liep op de achtergrond mee, maar die handschoentjes, die stoel waarop ie ging staan, die schouders, die vlam, die… nee dat kon toch echt niet.
Blood Red Shoes speelden meer dan verdienstelijk op het hoofdpodium en verzorgden een zeer genietbaar optreden. Goed op elkaar ingespeeld en fijn om naar te kijken, dit duo met duidelijke Fugazi-affiniteit. Had ik al vaker mogen zien, dus ik was niet meer naar voren gelopen. Dat deed ik wel bij Oberhofer in de Marquee. Bijzonder bandje, zeker die zanger/gitarist Brad Oberhofer. Nogal onrustig ogend maar muzikaal zeer excellerend. Hun noisy indierock was zeer aangenaam, hier werd ik vrolijk van.
Op aanraden van Mr. G stond ik in de Shelter bij Skindred, wat eigenlijk een soort voortzetting is van zanger Benji Webbe's Dubwar. Dat was geen onverdienstelijke band in de hoogtijdagen van de nu-metal door hun ragga-invloeden. Maar Skindred kon mij toch niet bekoren, al pakte de band de rest van de menigte aardig in. Ze deden wat intermezzo's van bekende gitaarriffs – dat kwam nogal geforceerd over, puur effectbejag. Zonde.
Met albumopener 'Sweet Sour' opende het Britse Band Of Skulls (over een ontoepasselijke bandnaam gesproken) hun bijdrage aan Pukkelpop 2012 en dit bleek meteen de opmaak voor een ontzettend goed optreden. Fraaie samenzang: oh wat houd ik daar toch van, in het kader van “De pijn van het halfrijm” (Gummbah). Meestal als bands hun liedjes trager gaan spelen wordt het er niet beter op, met The Black Crowes als hoge uitzondering. Voeg daar de Band Of Skulls maar bij. Hun bluesrockballads werden er nog spannender door. Veel werd er van onvolprezen debuut Baby Darling Doll Face Honey gespeeld, maar de liedjes van Sweet Sour mochten er ook zijn. Fijne setlist, heel goed was dit, genieten geblazen!
Meer uit de categorie Heavy-shit: de Canadese hardcorepunk van Cancer Bats. De mannen begonnen niet bijzonder fraai aan hun set, het klonk nogal geforceerd en zelfs de cover van “Sabotage” kon niet overtuigen. Die voegde namelijk totaal niks toe aan het orgineel. Eigenlijk hadden Marco en ik ze al opgegeven, maar juist na die Beastie Boys-cover speelde de band trager materiaal dat wel goed voor ze uitpakte. Vonden wij in ieder geval. Dat was toch best goed.
Door het uitvallen van Baroness wegens een ongeluk met de tourbus op weg naar Pukkelpop stond posthardcore band Letlive op dat tijdstip in de Shelter. Met african-americans en latino's in de band kan die ook alleen maar uit L.A. komen. Met name de zwarte gitarist stond erbij alsof ie nog maar net gitaar is gaan spelen, zo enorm geconcentreerd om maar geen foutje te maken. Ondertussen nam het zangbeest Jason Aalon Butler bezit van het hele podium en de moshpit. Ook klom hij nog eens gevaarlijk hoog in een pilaar en de salto op het eind ging maar net goed. Waaghals, al kwamen zijn vocale capriolen totaal niet in de buurt bij die op album Fake History. Goed album trouwens! Live kwam dit niet helemaal uit de verf, zonde.
Van een afstand hebben we nog een stuk van Lykke Li gehoord en ja: “oh we beg you, can we follow?” Verdimme, zit dat deuntje weer in m'n hoofd, heb ik weer.
In de kleine Club stond de kleine Zweud Kristian Matsson die zich The Tallest Man On Earth durft te noemen. Dat was niet verkeerd, maar de Dylaneske liedjes waren live vooral dertien-in-een-dozijn. Maar mijn god wat kan dat ventje fijn tokkellen! De kampvuurliedjes werden met veel gejuich onthaald, maar wat wil je ook: in België is de padvinderij veel groter dan bij ons. Sterker nog: daar vinden ze dat uiterst cool. Euh…..
Met hun concert een tijdje terug in de HMH in the pocket waren mijn verwachtingen van The Stone Roses op een festival als dit niet bijster hoog. Maar wat schetst mijn verbazing: het was zelfs beter dan in de Bijlmer Bierbak! Het ging de band muzikaal allemaal makkelijker af, lekker soepel gitaarwerk van John Squire en drummer Reni had er duidelijk schik in. Af en toe duurde het wat te lang, leek het wel of met name bassist Gary Mounfield (stoned?) en Reni beide het laatse woord wilde hebben. Alsof dat volle veld met publiek er niet was. Ook niet van deze wereld: zanger Ian Brown. Nou ja, zanger…. hij zat er minder ver naast dan laatst in de HMH. Hij strooide hier en daar met wat tamboerijnen en zette zo nu en dan een simpel danspasje. Ondertussen was het wel volle bak genieten van “I Wanna Be Adored”, “Waterfall”, “She Bangs The Drums” en “Love Spreads”. Persoonlijk vond ik dat “Fools Gold” weer vakkundig de nek werd omgedraaid, maar afsluiter “I Am The Ressurection” maakte dat dubbel en dwars goed. Dat was werkelijk fantastisch! En toen Brown ook nog met een paar actionfigures ging lopen geinen in de camera was het feest helemaal compleet. Te gek optreden was dit.
De oude soulman Charles Bradley & his Extraordinaires deed een verdienstelijk optreden in de Club. De beste man was goed bij stem en liet duidelijk horen waarom hij jarenlang in een James Brown-coverband zong.
Afsluiter voor ons was The Afghan Whigs. En dit was beter dan ik had durven hopen. Zanger en ceremoniemeester Greg Dulli was bijzonder goed bij stem en zijn band in vorm. Ze hadden voldoende gitaristen aan boord, bijzonder goed geluid ook. “Gentlemen”, “What Jail Is Like” en “Debonair” waren heeeeerlijk. Jammer dat Mark Lanegan geen wederdienst kwam bewijzen middels een duet. Of misschien toch maar beter zo. Het was namelijk goed zo.

4 Comments

  1. stn

    oei. Maxïmo Park (goed!) en Willy Moon (vreemd maar wel lekker) vergeten te melden in het verslag. Bij deze dan.
    Maximo Park heeft ook een nieuwe plaat trouwens, National Health (heb ‘m hier in NL nog niet gezien).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.