Incubate 2012 – Napret (maandag & dinsdag)

Eerder dit jaar kondigde het Fonds Podiumkunsten aan de subsidiekraan dicht te draaien voor diverse festivals, waaronder Incubate. Dit betekent onder andere dat ondernemers en andere betrokkenen zelf de mouwen op moeten stropen om het culturele landschap boven water te houden. Dit is een van de hoofdgedachtes achter het thema 'You Are Incubate': wat kan jij doen? Incubate zet de spotlights op het individu en wil je met diverse projecten prikkelen tot participatie. In de Voorpret hadden we het bijvoorbeeld al over The Damo Suzuki Network, oftewel 'de grootste band ter wereld', waarbij iedereen zich aan kan melden voor een concert met de Can-legende. Incubate wil dit jaar de kloof tussen bezoeker, performer en organisatie dichten en tegelijkertijd het besef vergroten dat de een geen bestaansrecht heeft zonder de ander.


mij=Door: Jasper
Incubate 2012 start met de Open Source Expo in de Koepelhal, een indrukwekkende tentoonstelling waar meer dan 300 kunstenaars hun werk mogen tonen. Daarmee is het de grootste interactieve expositie in zijn soort. Sommige stukken wekken een suggestief beeld, terwijl anderen voelen als een statement – zoals een scootmobiel die compleet bedekt is met aluminium pillenstrips. Na de officiële openingsspeech gaan we naar buiten voor een bijzonder surround sound-project van visuele kunstenaar Willum Geerts. Het heeft iets weg van de Parking Lot Experiments van Flaming Lips-frontman Wayne Coyne, waar verschillende delen van een compositie vanaf verschillende locaties en geluidsbronnen een geheel vormen. Verschillende brommers (voorzien van een geluidsopname en megafoon, bevestigd op de helm van de bestuurder) rijden rondjes om het grasveld aan de linkerzijde van de Koepelhal. In het midden houdt een dame een microfoon omhoog. Het ziet er allemaal knullig uit – vandaar dat ondertekende in het gras zakt en zijn ogen sluit. Doordat de brommers continu in de verte verdwijnen en langs rijden, krijg je op den duur een aanzwellend, ambient muziekstuk, versterkt door de geluiden die in de buitenlucht al aanwezig zijn.
Het Nijmeegse duo Dead Neanderthals maakt het de luisteraar ook niet bepaald gemakkelijk: de avantgardejazz van John Zorn gespeeld met de intensiteit van grindcore. En nee, er zit toch echt géén gitarist in deze band. Wonderbaarlijk genoeg wordt deze meedogenloze muur van geluid omhooggehouden door slechts een saxofonist en een drummer. De ritmes worden op volle kracht als mitrailleursalvo's afgevuurd. Het is geen wonder dat de Dead Neanderthals optredens bondig zijn, want slagman René Aquarius speelt zichzelf helemaal kapot. Het constant flikkerende licht in het midden is een simpele doch doeltreffende visuele aanvulling. In feite zie je slechts snapshots van de silhouetten van de met zweet doordrenkte figuren, die vol overgave climax op climax lijken te stapelen. Het helse vuur uit Otto Kokkens baritonsax druist vastberaden tegen de ongetemde golf puur ritme in, waardoor deze dampende show vreemd genoeg een bijna hypnotiserend effect krijgt. Het lijkt wel alsof het duo een offerritueel begeleidt. Wat een geweld, subliem!
Angel Olsen was voorheen vooral bekend als vast bandlid en protégé van Will Oldham, maar in de Paradox speelt ze vanavond solo, met Oldhams vaste bassist Emmett Kelly op bas. De prachtige eenvoud van Olsens luisterliedjes is stiekem ontzettend geraffineerd: haar elastische zangstem is doorspekt met de rêverie van Edith Piaf, de melancholiek van Tim Buckley en het onvermurwbare hartzeer van Roy Orbison. Sommige nummers zoals “Safe In The Womb” en “Lonely Universe” neigen weer richting de oude country en americana, terwijl “The Waiting” en “Free” op authentieke wijze hun kracht ontlenen aan de doo wop van de jaren vijftig.
Ze mag dan de verschijning hebben van een nimf, de wonderschone stem van Olsen is absoluut geen fabeltje. Ze schiet van zachte fluisterzang naar ijzingwekkende uithalen die door de ziel snijden als een warm mes door de boter. Je voelt het publiek snakken naar adem – slechts de ruis van de versterkers is tussen de leegtes hoorbaar. Op het podium is Olsen een schuchtere verschijning: ze worstelt nog zichtbaar met haar repertoire en performance. Aarzelend rollen haar ogen zijwaarts richting Kelly – die naast bas ook met tweede stem een belangrijke muzikale steunpilaar vormt. De incidentele schoonheidsfoutjes hebben echter geen invloed op de totaalimpact van de liedjes. Het droefgeestige “Acrobat” , opener op het onlangs verschenen,Half Way Home, krijgt een van de fraaiste vertolkingen die we dit jaar mogen aanschouwen. De schitterende, meeslepende akkoordprogressies, de chanson-achtige flow in Angels zang, de bewust penibele tempowisselingen: alles aan deze song klopt. Ondanks de onwennigheden tussen de nummers door weet Angel Olsen vanavond compleet te ontwapenen, te ontroeren en te betoveren.
Singer-songwriter Saint Helena Dove weet in Cul de Sac ook op vakkundige en subtiele wijze de situatie naar haar hand te zetten. Als ze door haar set heen is, waagt ze zich aan een nieuw nummer dat ze amper twee dagen geleden heeft geschreven. Even kijkt ze in het spiekbriefje om haar geheugen op te frissen. “Dat is vragen om problemen!”, grapt ze tussen het stemmen door. Als een vogel die voor het eerst het nest verlaat laat Saint Helena Dove de spanning op een gegeven moment los en zet deze knap om in pure, emotionele ontlading. Recupererend van het joviale applaus stoot ze haar hoofd knullig aan de microfoon en moet ze bij het laatste liedje vaak 'zoeken' naar de juiste akkoorden. Haar stem leidt haar vervolgens uit het doolhof: “I hold my head up high”, zingt ze. Saint Helena Dove heeft vooral zieltjes gewonnen met haar charisma, want haar liedjes – hoewel ambachtelijk en indringend – hebben duidelijk wat meer tijd nodig om te rijpen. Maar om na die kippenvelshow van Angel Olsen te kunnen boeien moet je van goede huize komen.
Vervolgens bewijst het IJslandse Hjálmar dat reggae ook onder het vriespunt warmbloedig kan klinken. Hjálmar kleed de reggae-conventies op zijn zachts gezegd bijzondere wijze aan: weirde synthlagen, spontane jams tussendoor en psychedelische aanzwellingen. Bij een van de nummers hoor je zelfs wat deltablues-invloeden, terwijl een andere song gebaseerd is op een Chinees volksliedje. De band zingt uitsluitend in het IJslands, waardoor je je afvraagt wat voor thematiek er zoal achter de muziek huist. Verbazingwekkend genoeg gaat het allemaal heel goed samen. Zelfs de technische problemen mogen de pret niet drukken: Hjálmar is de perfecte afsluiter van de eerste Incubate-avond.
Op dinsdag mag synthpop-trio Mineral Beings als vervanger van Kleinindustrie het Hollandsche Nieuwe-podium openen. De band rondom zangeres Merinde was eerder te zien in het voorprogramma van Liars, waar het moeilijk kon overtuigen. Dat is misschien te wijten aan het feit dat drummer Aleksei nog niet helemaal ingewerkt was. Vandaag gaat het Mineral Beings een stuk beter af. Bij het eerste liedje doet een drumpad het weliswaar niet, maar live klinkt de band genuanceerder en aanstekelijker dan op plaat. De melodieën smelten meer samen met Merindes aparte stemgeluid (ergens tussen Kate Bush en Karin Dreijer Andersson in) en de drums blijven voor het grootste gedeelte de nummers dienen. Toch maakt Aleksei het zichzelf op specifieke momenten nog onnodig moeilijk. De presentatie voelt nog steeds alsof je een VHS-tape op repeat zet, maar met goede visuals is dit al een stuk minder vervelend. Die hadden Mineral Beings ook bij zich, alleen krijg je niet het gewenste effect als de beamer aan de zijkant van het podium staat. Gelukkig compenseert Mineral Beings ruim door de intensiteit en de volume van de muziek langzaam maar zeker op te voeren, waarbij knoppendraaier André zorgt voor de nodige continuïteit. Mineral Beings heeft live de afgelopen maanden een aardige groeispurt gemaakt.
Het onderbuikgevoel dat het tweetal Those Foreign Kids uit Haarlem wel eens de moeite waard zou kunnen zijn wordt vanavond bevestigd. Drummer Teun (met DD-MM-YYYY t-shirt) Heijmans en gitarist Marijn Westerlaken maken aanjagende gitaarnoise die stiekem bol staat van de spannende nuances en frisse ideetjes. TFK rammelt venijnig als een Thee Oh Sees, stampt als een Death From Above 1979 en beoogt gierig de anti-climax als een Liars. Diverse hoofden van mannequinpoppen vormen een absurd decor op het podium, dat gaandeweg verandert in een slagveld. Westerlaken en Heijmans voelen elkaar perfect aan: het gitaarspel is origineel en afwisselend en de drums opzwepend, behendig duikend in onverwachte tempowisselingen. Vocaal staan beiden heren evenredig hun mannetje; vooral de oerschreeuwen die Heijmans vanachter zijn drumkit slaakt doen de haren overeind staan. Het tweetal zet je continu op het verkeerde been zonder in te leveren op de losbandige bravoure op het podium. Tijdens het een na laatste nummer springt een hondsdolle Westerlaken als ongeleid projectiel in de meute. Het lijkt me sterk dat Those Foreign Kids met dit soort waanzinnige shows lang onder de radar zal blijven. Sinds Stairs To Nowhere heb ik niet zo'n combinatie van vernuft en branie gezien bij een Nederlandse band. Westerlaken is later op het festival nog te zien als onderdeel van The Damo Suzuki Network.
Op Incubate komt er dit jaar veel moois uit de Amerikaanse stad Portland, zoals AU-drummer Will Guthrie op woensdag en artpopkwartet Tu Fawning op zaterdag. Vanavond dus Blood Beach, een bohémiense garagerockband met satanische achtergrond. Het is onduidelijk of het hier gaat om serieuze duivelaanbidders of verveelde kids uit de buitenwijk op zoek waren naar een luchtige synopsis. Maar de muziek van Blood Beach valt goed in de smaak bij het publiek in Cul de Sac, mede dankzij de dame in het midden, die de vunzige, gitzwarte rammelrock een abstracte klankkleur geeft door middel van mandoline en theremin. Tegen het einde doet Blood Beach er nog een schepje bovenop, waar de steeds drukker wordende Cul – met bezoekers terugkomend van Kid Ink – tot beweging wordt gedwongen. Helaas moet er voor de toegift de laatste sprinter van kwart voor een gehaald worden. Niet getreurd, want donderdag is File Under weer op Incubate voor meer mooie muziekjes en – niet geheel onbelangrijk – voor een potje Heavy Metal Bowling!

4 gedachten over “Incubate 2012 – Napret (maandag & dinsdag)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *