My Best Fiend / Micachu And The Shapes

My Best Fiend - In Ghostlike FadingEr zijn van die dingen die maar niet wennen. Na enige draaibeurten van In Ghostlike Fading bestudeerde ik het caleidoscopische wolkendek op de albumhoes, om het label te achterhalen. Je hebt er haast een loep voor nodig, maar het blijkt toch echt Warp. Het grote Warp, bekend van, nou ja, moet ik dat eigenlijk nog vertellen? Bovendien heeft My Best Fiend dus echt niets met moeilijke elektronica van doen. De band maakt uitgesponnen gitaarrock, van het soort waarvoor men het woordje 'stemmig' heeft uitgevonden. Lichtjes saai zelfs, zo op het eerste oor. Denk aan Dolorean (check “Cool Doves”) maar dan zonder de tekstuele hoogtepuntjes, of de twang. Het scherpe randje – dat je bij Warp verwacht – is er echter wel degelijk. Niet alleen zijn er tussen het slepen en slijpen door wat rockerupties, vooral de vocalen zijn eigenlijk best bijzonder. Frederick Coldwell zingt en zucht als een Franse actrice die zo nodig een plaat meent te moeten maken. In de hoogte zwabberend langs álle tonen, en in de fellere passages met goed geacteerde emotie. Soms op het ongemakkelijke af, maar heeft tegelijkertijd iets lijzigs en verslavends. Zeker als er ook wat shoegaze-sterrenstof door de tracks komt dwarrelen (zoals gebeurt in de titeltrack) haalt de groep het niveau van het recente werk van Spiritualized. Dat betekent wel dat de mooiste hier aanwezige melodieën al vele malen eerder waren geschreven.
Micachu And The Shapes'Are you sure you're ok?' 'Couldn't be better.' 'If you're not you should say.' 'Couldn't be better!' De muziek van Micachu en haar Shapes kent alleen maar scherpe randjes. In deze volledig gedeformeerde waanzin moet je zelf naar de schoonheid zoeken. En dat is geen ondankbare taak, voor wie het aloude sporters-adagium 'pijn is fijn' omarmt. Micachu opent Never met een blitzkrieg van jewelste. Het eerste handjevol ultrakorte nummers heeft de punk-spirit van de vroege Thermals. Het mooie is, er lijkt niet eens een gitaar voor nodig. Ik zeg 'lijkt', en krijg prompt de deksel op de neus; volgens Wikipedia is er toch een 'modified guitar' aan te pas gekomen. In elk geval is juist het ongewone instrumentarium een goede reden de plaat een kans te geven. Zet al die zekerheden maar bij het grof vuil, voor deze grove vuiligheid. Als de agressie afneemt, of wellicht gewoon went, heeft Never wat weg van Solex' onvolprezen debuut, dat ze samenstelde met obscure samples uit haar platenzaakje. Eigenlijk doet Micachu hetzelfde, alleen dan met potten en pannen. Gedurende de tweede helft van het album kruipt er zowaar wat retro-melodie in de zanglijnen. Beluister je favoriete sixties-groepje eens door een ontplofte transistorradio in “Nothing”. En dan voelt alles ineens toch weer heel nieuw. Micachu doet me meer dan alle garage-baarden die ik de afgelopen jaren via FatCat hoorde, en verslaat – al is het op punten – mede-outsider Willis Earl Beal. Stiekem hoogtepunt is het Cody ChesnuTT-achtige miniatuurtje “Top Floor”. Een speelgoedkeyboardje met een kermisorgel-preset volstaat voor een flardje expressionistische grotestadspoëzie. 'When I am on the top floor/Wondering why/I often look into the sky/Oh I want to jump into the white sky/But I never try.'


mij=Warp/V2 & Rough Trade/Konkurrent

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.