Welcome to the Village – Napret

Ahhh, wat is er toch beter dan met een biertje in de hand, naar een bandje kijken, ergens op een weiland, in de uithoeken van het land. Want zeg nu eerlijk, hoe vaak komt u bij Leeuwarden in het algemeen en op natuur- en recreatiegebied De Groene Ster in het bijzonder? Ik was er nog nooit geweest, maar, zonder al te veel van de conclusie van dit stuk weg te geven: ik kon er volgend jaar zomaar nog eens komen. Want de organisatie van Welcome To The Village (WttV) heeft een festival neergezet waarvan de kniesoor in mij beweert, dat er nog wel wat kan verbeteren, maar waarbij de optimist en muziekliefhebber in mij toch de overhand krijgt. Wat een leuk festival!


Het valt nog niet mee, zo’n festival organiseren. Behalve dat de juiste bandjes op de juiste plek moeten staan, net zoals de toiletten, moet je ook het een en ander weten van logistiek, hoe bewegen de mensen over het terrein en zal er een Pelleboer in de staf moeten zitten. Vooral nu het weer steeds onvoorspelbaarder wordt. Om bij de essentie te beginnen, de juiste bandjes op de juiste plek. Het grootste deel van Welcome to the Village speelt zich af op een drietal podia. Het hoofdpodium, Bontebok, de tent Grootegast en de vrachtwagen Ravenswoud. De geruchten lopen uiteen over de bezoekersaantallen, al lijkt er een redelijke consensus te zijn over drieduizend man. Voor dat aantal verwacht je geen Alpha’s, grote tenten en dergelijke. En dat geeft het festival meteen een goede gemoedelijke sfeer. Wil je een bandje van dichtbij zien? Je staat zo vooraan en zonder rare vormen van versterkingen kun je van achteruit alles goed zien en volgen. Al staat in de Grootegast-tent het volume soms wat hard. Welcome to the Village heeft een line-up samengesteld die bijzonder breed geformeerd is, maar geen echte headliners omvat. Een line-up van oudgedienden en jongelingen die nog alles te bewijzen hebben. Wat dan meteen opvalt is dat vooral van Engelse kant van jongelingen, men blijkbaar niet altijd even geïnteresseerd is in het spelen op een festival. Vooral Fair Ohs lijken niet van zins om hun alleszins dansbare Britpop enthousiast te brengen. Ook We Were Promised Jetpacks, die muzikaal gezien een sterke show speelden, vonden het niet nodig een danspasje teveel te doen. Dit in tegenstelling tot Tall Ships. Bij Tall Ships ging zo’n beetje alles stuk op het podium wat maar stuk kon gaan, maar de band loste alles zelf op en besloot ter plekke een punkrockset te gaan spelen. Roadies kunnen er nog niet af. Als alles even werkt speelt deze band sterk en komt het publiek in beweging. En dat lukt ook Coasts helemaal. Coasts mag in de herhaling, vanwege het noodweer van de zaterdagochtend en pakt die kans, op Ravenswouden, met beide handen aan. Ze pasten er net op, maar dat weerhield de band er niet van om met het publiek mee te dansen.
truckfighters
Vooral de hardere bands weten op WttV wat hard werken is. Zo is het totaal onduidelijk waarom de bassist van Karma to Burn er niet is, maar ook met z’n tweeën gaat het goed los in de Grootegast, de stonerplek van het festival. De Zweden van Truckfighters bewijzen dat men in Zweden alle genres wel kent. Tot in hun duimpje, want Truckfighters kent het oeuvre van Kyuss van binnen en buiten. Maar door het hoge niveau waarop gemusiceerd wordt, blijven we goedkeurend met ons hoofd schudden. En dat geldt helemaal bij And So I Watch You From Afar. Deze Noord Ieren hebben een extra laag in de muziek aangebracht, er worden tegenwoordig vocalen toegepast en daarmee houden ze aandacht beter vast. Alleen het trucje om een nummer of wat in het publiek te gaan spelen, dat hebben we nu wel gezien. Opvallend was wel, dat And So I Watch You From Afar het goed doet bij de andere artiesten, waarvan er een aantal om me heen mee te genieten stonden. Loslopende artiesten op een festival, dat laat sowieso al zien dat de organisatie goed en gemoedelijk is. …And You Will Know Us By The Trail of Dead deed op de eerste dag al meteen wat het moest doen: het hele publiek voor zich winnen met hun intense show. Deze band kent maar één stand, all-in.
and_so_i_watch_you_from_afar

Maar dan een wezenlijke vraag, die steeds meer festivals zich zullen en zullen moeten stellen. Wat doe je als er een pak noodweer aankomt, waarvan je niet weet wat de gevolgen ervan kunnen zijn? De organisatie van WttV blijft een periode in dubio. Als namelijk het terrein op dag twee (verlaat) opengaat is slechts een klein deel van het terrein voor het publiek toegankelijk. De duidelijk aanwezige bewaking kan het niet duidelijk maken en blinkt sowieso niet uit in duidelijke communicatie. De lieftallige dame van de organisatie kan vervolgens met haar mededeling “noodweer op komst” op veel meer begrip rekenen. Gewillig laten we ons naar de tent sturen, die volgens de organisatie berekend is op veel meer dan het noodweer dat eraan komt. Dat op last van de politie vervolgens het terrein alsnog ontruimd moet worden, daar kan de organisatie weinig aan doen. De beslissing om iedereen naar de camping te sturen, waar niet eens iedereen een plek heeft, is onbegrijpelijk vanwege de kleine tentjes, die veel stormgevoeliger zijn en het feit dat de camping op een dikke twintig minuten lopen van het terrein ligt. Gelukkig viel het uiteindelijk mee met het noodweer. En eerlijk gezegd, als om drie uur ’s middags het terrein weer open gaat en om vier uur het programma weer keurig volgens planning uitgevoerd wordt, zijn we eigenlijk al het gedoe alweer vergeten.
ode_to_the_serenes
Het voor mij absolute hoogtepunt van het programma is de Ode to The Serenes, uitgevoerd door William Seen’s Transport Music, samen met illustere gasten als Jelle Paulusma, Anne Soldaat, Jacco de Greeuw en Maurice Westerik. Zij spelen het onvolprezen debuut Barefoot and Pregnant, eigenlijk ook de enige fatsoenlijke release van de band The Serenes, die kort daarna in interne strubbelingen ten onder ging. Barefoot and Pregnant wordt opnieuw uitgebracht, vandaar de ode. De voorgenoemde gastmuzikanten, allen fan, kwijten zich voorbeeldig van hun taak en vooral Anne Soldaat laat horen wat een fenomenaal gitarist hij eigenlijk is. Als hij losgaat op “Trip Down Memory Street”, dan staat de wereld even stil. Helaas valt de set met eigen werk van William Seen’s Transport Music, letterlijk, in het water. Meer Nederlands muzikaal geweld? Town Of Saints is de vorige dag teruggekeerd uit Hongarije, maar dat weerlet hen niet om op de vroege zondagochtend een goede set af te leven. Sterker nog ze spelen twee keer die dag. Maar de eerste set, met meer aandacht voor de elektrische gitaar, beklijft het meest. BlackBoxRed laat zich niet door de ontruiming uit het veld slaan en speelt een set in twee delen. Het concept ‘powerduo’ is inmiddels alom bekend, maar de versie met een beest van een drummer en achteloos goede gitariste bevalt het best. Tessa Rose Jackson lijkt zich niet al te veel om het publiek te bekommeren en Lucky Fonz III stemt zelfs zijn gitaar niet meer. Ik heb echt geen enkel idee waarom die jongen uitgenodigd blijft worden voor festivals. Navarone zet een gladde rockset neer maar heeft geen moeite om het publiek mee te krijgen. Het Belgische Oscar and the Wolf weet gelukkig net wanneer het saai denkt te worden. Mede door het vele gebruik van het echoapparaat en de zich niet onderscheidende zanger gebeurt dat nogal snel. Maar dan wordt er een beatje bijgezet, wordt het wat dansbaarder en gelijk ook beter te genieten.
blackboxred
Op de zondag wordt er regelmatig met koper gespeeld. Bij Broken Brass Ensemble heb ik het idee dat ze veel beter toch hun recht komen als ze rondlopen over het terrein, zoals het een echt dweilorkest betaamt. Al is de set dermate professioneel dat de term dweilorkest ook weer nog niet voldoende recht doet aan de band. Maison Du Malheur past al beter op het podium, maar kan nog net niet tippen aan Broken Brass Ensemble. Beans and Fatback stelt vervolgens beide bands weer in de schaduw en zetten een puik potje roots neer.
broken_brass_ensemble
Steeds belangrijker op het festival: de aankleding. Veel is gemaakt van gerecycled hout en pallets en is goed verzorgd. De podia liggen ruim genoeg uit elkaar om geen overspraak te hebben, maar dat heeft als nadeel: hoe verder je komt, hoe rustiger het wordt. Ook over het eten is nagedacht. Originele keuzes, heel veel lokaal geproduceerd eten en allemaal redelijk bewust. Maar even snel wat eten is er niet bij. Overal staan rijen en menigmaal wordt het om mij heen verzucht: ‘nu snel even een patatje, was ook fijn’. Ondanks de superbe Fryske Burger. Het geeft wel de tijd om een hele show van Koffie te zien. De jazzy afrobeats zijn niet altijfd even origineel, maar probeer er maar eens bij stil te blijven zitten.
Al met al kunnen we concluderen, dat de eerste editie van Welcome to the Village geslaagd is. Weliswaar zagen we her en der een ongelukkige keuze, maar die bezoeker die speciaal uit Maastricht via de Zwarte Cross naar WttV kwam, die riep al: volgend jaar blijf ik slapen! Wie zijn wij om dan volgend jaar weg te blijven!

4 gedachten over “Welcome to the Village – Napret”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *