Son Lux

Onder het pseudoniem Son Lux maakt componist/muzikant/producer Ryan Lott fraaie futuristische kamerpop die bol staat van tegendraadse arrangementen en frisse ideeën. Deze smelt hij op de meest wonderbaarlijke wijze samen. Typisch het soort muziek waar fans van Sufjan Stevens (samen met Lott en Serengeti onderdeel van hiphopproject s / s / s), Owen Pallett en Animal Collective voor op de knieën gaan. Voor het derde album Lanterns trommelde Lott een hele tros gastmuzikanten op: Shara Worden (My Brightest Diamond), Lily & Madeleine, DM Stith (The Revival Hour), Peter Silberman (The Antlers), Chris Thile (Punch Brothers), Ieva Berberian (Gem Club), Darren King (Mutemath) en yMusic (Dirty Projectors, Bon Iver).
Son Lux
Naast het maken van albums schrijft Lott ijverig muziek voor films, dansvoorstellingen, videogames en reclamespotjes. Bijvoorbeeld voor de soundtracks van Looper en Don Jon, maar ook de trailer van het nieuwste Assassin’s Creed-spel. Een alleskunner pur sang dus, die – als het aan hem ligt – liever met audiofragmenten loopt te geeken in zijn studio dan op een podium staat. Hij vertelt File Under onder andere over de rol van technologie in zijn muziek en hoe het werken in opdracht steeds vaker op een lijn valt met zijn eigen artistieke tendens.


mij=Interview: Jasper
Ben je nog steeds actief bij je oude werkgever, Butter Music & Sound?
‘Nee, ik heb daar jaren gewerkt en ik houd nog steeds van iedereen daar. Zo nu en dan komen we samen om aan iets te werken. Het voelde zeker als familie, maar ik ben sinds twee jaar voor mezelf bezig. Af en toe schrijf ik nog muziek voor reclamespotjes, maar de laatste paar jaar voornamelijk direct in opdracht van een cliënt, wat voor mij financieel beter uitpakt. Er zijn echter heel veel fijne dingen die ik mis aan Butter. Een daarvan is dat ik beschikking had tot een studio in het centrum van Manhattan. Ik profiteerde van de stabiliteit van een vast salaris. Omdat het full-time werk was vergde het best veel van mijn tijd en energie. Er kwam veel stress bij kijken, vooral omdat ik daarnaast muziek maakte als Son Lux. Maar er was een zekere regelmaat tussen het werk wat ik overdag deed en hoe ik mijn avonden indeelde. Voornamelijk omdat ik dezelfde instrumenten tot mijn beschikking had. En dezelfde ruimte. Maar er kwam een punt waar ik het risico durfde te nemen om voor mezelf te beginnen. Gelukkig pakt het tot dusver goed uit,’
Wanneer realiseerde je dat precies, dat je voor jezelf kon beginnen?
‘Dat is best een grappig verhaal eigenlijk. Ik besefte het toen ik werd gevraagd om mijn eerste filmsoundtrack te doen [vermoedelijk deze, JW]. Die mogelijkheid zou ik nooit krijgen als ik daar niet aardig wat tijd voor vrij maakte. De reden dat het een grappig verhaal is, is omdat ik werd ontslagen van het project (lacht). Het was een hele domme Franse film. In het begin weliswaar een leuke klus, totdat er opeens veel geld in de productie werd gestopt. Tijdens de montage was ik bezig om de soundtrack te maken, toen een van de acteurs in de film opeens een sterrenstatus bereikte in Frankrijk. Hierdoor werd het originele plan voor de film gewijzigd: de film moest grappiger worden, meer in de stijl van een flauwe popcornflick. De producenten wilden er logischerwijs zoveel mogelijk geld uit persen. Ik moest dus helemaal opnieuw beginnen met muziek schrijven. Toen ik daar uiteindelijk klaar mee was, zorgde de regisseur voor nog meer opsier door met een hele strijkers-ensemble plus band aan te komen. Ik stond op het punt een vliegtuig naar Parijs te pakken om alles te mixen toen ik een telefoontje kreeg: “Stop maar, we gebruiken je soundtrack niet.” Ik reageerde vervolgens: “Ten eerste, wat bedoel je daarmee? De soundtrack is zo goed als af. Ten tweede, waarom gebruiken jullie mijn soundtrack niet, de regisseur heeft toch alles gemonteerd?” En toen radiostilte. Ze probeerden dus gewoon weg te lopen. Hierdoor liep ik zo’n 25 duizend euro mis. Vervolgens huurden ze Ludovic Bource in, die een Oscar won voor zijn soundtrack van The Artist. Maar uiteindelijk was er toch een fragment waar ze een track van mijn soundtrack toepasselijker vonden, dus ze kwamen dan toch weer terug om te vragen of ze het mochten gebruiken. Dat vond ik prima, zolang ze mij maar betalen. Ik trok gelukkig niet aan het kortste eind, maar ik moest er wel een advocaat voor inschakelen. Het werd op den duur nogal vermoeiend.’
Was het moeilijk de draad na dat debacle op te pikken?
‘Rond die tijd kreeg ik al veel directe opdrachten die niet via Butter liepen. Ik schreef muziek voor een serie kortfilms van Coca Cola over hun humanitaire acties. Ik had gelukkig al aardig wat ervaring wat betreft het schrijven voor reclamespotjes.’
Op de Butter-site sta je nog steeds vermeld onder je artiestennaam Son Lux, niet als Ryan Lott.
‘Butter is een vereniging van artiesten, wat betekent dat cliënten die met hen werken ook direct in contact kunnen komen met mij voor een bepaalde opdracht.’
Praktisch is het absoluut. Maar om te delegeren onder de naam Son Lux voor zowel zakelijke als artistieke projecten, dat kan prima samen door een deur volgens jou? Vind je dat niet vreemd?
‘Nee ik vind het niet vreemd, maar ik snap wat je bedoelt. Het gaat er juist om dat mensen het verband zien, dat de muziek allemaal door dezelfde persoon schreven wordt. Het is inderdaad vooral voor praktische doeleinden. Ik heb hoge ambities wat betreft het maken van albums, soundtracks of muziek die ik schrijf voor producties. Maar voor reclamespotjes, dat dan weer niet. Maar als ik muziek voor reclame mag schrijven om projecten te financieren waar ik gepassioneerd over ben, prima.’
Ik kan me best voorstellen dat sommige artiesten het liever gescheiden houden, omdat ze verschillende waarde hechten tussen commercieel en artistiek succes.
‘Daar ga ik mee om door niets artistiek te doen voor een reclame als ik het gevoel krijg dat het een compromis oplevert. Dat is het verder geen punt. Ik heb verscheidene muziekstukken geschreven voor de trailer voor Assassin’s Creed 4: Black Flag, waar ik verschrikkelijk trots op ben. Naast de versie die uiteindelijk gekozen werd, ben ik persoonlijk gecharmeerd van een paar alternatieve versies die ik geschreven heb. Die release ik dan weer via mijn SoundCloud-pagina. Ik denk dat het vooral te maken heeft met voorzichtig afwegen wat voor soort opdrachten ik precies aanneem.’
Son Lux ontstond een jaar of zes geleden door middel van een verzameling geluiden die je plukte tussen vaste opdrachten door. Je was daarvoor helemaal niet bezig met het schrijven van muziek in de vorm van albums, klopt dat?
‘Klopt, de naam Son Lux bestond toen nog niet. Die naam gebruikte ik pas toen ik besefte dat ik een album (wat later At War with Walls and Mazes is geworden) aan het maken was. Maar in het begin was dat dus niet mijn intentie, behalve dat ik muziek voor mezelf schreef in plaats van voor andere mensen.’
Dacht je destijds dat er wellicht een markt was voor die muziek?
‘Ik had geen flauw benul. Destijds schreef ik muziek op mijn zolderkamer in Cleveland, Ohio. Ik kreeg op een gegeven moment geld van de staat Ohio en een jaar later van een organisatie in Cleveland. Niet veel, maar voor mij in die tijd was dat dus wel zo. Ik was relatief arm en maakte nog muziek uit stereo speakers van een oude computer. Door dat geld kon ik investeren in nieuwe apparatuur.’
Dat moet een enorme boost zijn geweest.
‘Ja, daardoor kon ik eindelijk mijn eerste album schrijven en produceren. Maar ik moest desondanks vaak gebruik maken van freeware. Alhoewel, ik ben dol op freeware en het feit dat er van die geeks zijn die het beschikbaar stellen.’
Ook bij het maken van muziek lijkt dat een uitdaging te zijn: bij het omarmen van technologie het zelf te willen manipuleren of het juist gebruiken als ordinair ezelsbruggetje.
‘Zoveel geavanceerde technologie aan je vingertoppen heeft als nadeel dat het onze meest luie tendensen stimuleert. Dat is iets waar ik me bewust tegen probeer te verzetten. Daarom probeer ik continu regeltjes voor mezelf te verzinnen, betreft wat ik wel en niet mag gebruiken. Ik ontwerp om die reden ook liever mijn eigen instrumenten, iets wat ik overigens ook deed voor Lanterns. Bijvoorbeeld ook synths, die creëer ik bijna altijd zelf. Ik bestudeer regelmatig presets om de programmering achter het geluid te achterhalen, aspecten die precies bepalen hoe het geluid reageert. En vervolgens dat weer als gereedschap gebruiken om mijn uitgangspunt te dienen.’
In science fiction-boeken en films uit de jaren zestig en zeventig werden de mogelijkheden binnen onze technologische ontwikkelingen vol verwondering bejegend, nu lijkt men juist bang dat technologie onze wil onderdrukt. Wat is precies jouw standpunt bij het beteugelen van technologie binnen een creatief proces?
‘Daar heb je een interessant punt. Zolang je het niet goed onder handen neemt is het makkelijk je te laten sturen door technologie. Heel makkelijk zelfs. Onze software en tools zullen alleen maar krachtiger worden. De dingen die je ermee kunt creëren zijn soms verbijsterend. In post-productie, wat ik bijvoorbeeld doe – muziek schrijven voor reclame of film – moet je snel kunnen werken én hoge kwaliteit leveren. Dat is geweldig, ook dáár zit een bepaalde finesse achter. Zo ga ik bij dat soort opdrachten ook te werk. Maar bij Son Lux neem ik het liefst uitgebreid de tijd. Veel van de songs opLanterns hebben meerdere versies die je niet of nauwelijks zou kunnen herkennen.’
Wat blijft voor jou consequent tijdens het maken van muziek, in welke vorm dan ook?
(denkpauze) ‘Wanneer ik een opdracht krijg brengt dat altijd een intrinsieke uitdaging met zich mee, met richtlijnen en beperkingen. Het is net een kleine puzzel die je moet zien op te lossen. Ik denk dat het bij mijn hersenen tot zover ingebrand is dat ik muziek vanuit een andere hoek bekijk. Als ik bijvoorbeeld een beat zoek, denk ik niet automatisch aan drums, maar zoek ik slechts componenten die ritmisch van aard zijn. Er zijn zoveel manier om die som op te lossen. Ik bekijk muziek maken vooral heel abstract.’
(Ryan legt vervolgens aan de hand van bestek uit hoe hij de drums voor “No Crimes” mixte)
‘Als je met mij in de studio zou zitten, zou je je afvragen waar ik in hemelsnaam mee bezig ben. Ik typ cijfers in en druk een beetje op knoppen. Soms duurt het een hele poos voordat ik überhaupt geluid produceer, omdat ik altijd experimenteer met een theoretisch concept waarvan ik niet zeker weet of dat in geluid uit te drukken valt. Soms zit ik voortdurend in stilte of speel ik een geluid een heel uur lang steeds opnieuw om de mogelijkheden te toetsen. Het is waarschijnlijk niet echt opwindend om naar te kijken, op veel punten lijkt het niet eens alsof ik muziek maak. Maar die zoektocht, daar geniet ik van. Sommige geluiden zul je nooit ontdekken als je die uren niet stopt in het experimenteren.’
Tijdens ons gesprek vooraf beschreef je waarom jouw zangstem anders klinkt als je hem naar een bepaalde toonhoogte pitcht ten opzichte van het live zingen in dezelfde toonhoogte. Is dat een voorbeeld?
‘Dat is een voorbeeld van hoe je met beperkte middelen toch heel veel nieuwe deuren kan openen. Dat is de les die ik leerde bij het maken van mijn eerste album At War with Walls and Mazes. Dat bepaalde beperkingen je creativiteit ontgrendelen.’
Welke beperkingen heb je jezelf opgelegd tijdens het schrijven van Lanterns?
(denkpauze) ‘Dat is een goede vraag. Lanterns ontwikkelde zich binnen een periode van meerdere jaren, dus er zit niet echt een duidelijk adagium achter. Wat het des te wonderbaarlijker maakt dat het zich heeft ontpopt tot een samenhangend album. Er speelden veel factoren mee tijdens die periode. Heel veel artiesten hebben een bijdrage geleverd. Ik heb daarnaast in verschillende studio’s gewerkt, vaak tussen andere projecten door. Het duurde dermate lang dat tijd sowieso geen beperking meer was.’ (lacht)
Is dat bij verstek positief?
‘Dat verschilt nogal. Mijn tweede album We Are Rising is in 28 dagen geschreven (om in specifieken te treden: een rubriek van NPR waar artiesten de opdracht krijgen een full-length te schrijven, opnemen en mixen in februari, de kortste maand van het jaar). Ik heb toen veel over mezelf geleerd: naast het feit dat ik er niet meerdere jaren over hoef te doen om een plaat te produceren, ontdekte ik dat ik mijn eerste intuïtie kon vertrouwen. Maar in alle eerlijkheid was We Are Rising alleen mogelijk omdat ik al heel veel custom instrumenten op voorraad had. Vandaar dat ik We Are Rising relatief snel kon uitbrengen.’
Dus Lanterns belichaamde voor jou een leeg canvas?
‘Ik wilde eerst verder gaan met het album waar ik aan werkte voordat We Are Rising aan bod kwam. Maar ik kon mezelf er niet toe dwingen om daar op terug te blikken. Dus keek ik liever vooruit. Ik had nog veel materiaal over dat ik nog wilde gebruiken: fragmenten van sessies, stemmen en kleine audioknipsels. Dat materiaal smolt ik om tot puur geluid en maakte daarmee een nieuwe doorstart.’
Waar zou jij Lanterns zelf plaatsen ten opzichte van de andere twee albums?
‘Het is qua gevoel en omvang een meer diverse plaat. Lanterns is het meest kwetsbaar maar tegelijkertijd ook het meest uitbundig. De muziek klinkt op bepaalde punten zowel donker als optimistisch. Bij het tweede en derde nummer is dat contrast duidelijk aanwezig: “Ransom” is het sinistere tweelingzusje van “Lost It To Trying”. Maar ze zitten op dezelfde golflengte, ademen eenzelfde soort energie. Maar “Ransom”, is heel abstract, donker en bombastisch, terwijl “Lost It To Trying” heel cartoonesk klinkt, vol levendige pieken.’
Soms is een dergelijk contrast aanwezig binnen een nummer. Bij “Enough Of Our Machines” zijn die tegenstellingen louter aanwezig. Een fraaie pianomelodie wordt prompt ‘aangevallen’ door een kille synth. Ik dacht eerst dat het een overgang was naar een nieuwe track. Toch klopt het plaatje uiteindelijk perfect.
‘Ik ben blij dat je dat zo ervaart, als twee elementen die samenkomen die in feite niets met elkaar gemeen hebben. Dit heeft betrekking tot het verrassingselement, maar in het algemeen, dit belichaamt precies wat ik het meest koester bij het maken van muziek. Het is iets wat ik geleerd heb van hiphop, die juxtapositie van materiaal bij sampling. Ik vind het mooi dat twee totaal verschillende elementen tóch bindend kunnen zijn. Die connectie kan de meest aangenaam verrassende resultaten opleveren. Als muziek op welke manier dan ook weet te verrassen, ben ik vaak verkocht.’
Lanterns van Son Lux is vanaf 29 oktober verkrijgbaar via Joyful Noise Recordings/Konkurrent.

5 gedachten over “Son Lux”

  1. Ik vind dit echt één van de beste albums van 2013! Een goed interview, gaaf om te lezen hoe hij aan de slag gaat (bijv. bij het vinden van de juiste beat)
    Dank! ^^^
    Sferische (ha!) clip bij “Lanterns”:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *