Damien Jurado

Twee jaar geleden schoof File Under voor het eerst aan bij singer-songwriter Damien Jurado. Tijdens zijn vorige persdag in Amsterdam leek de vers omgedoopte ‘Folk Boom Godfather of Seattle’ een herboren man, die na een lange carrière ploeteren erkenning heeft gekregen van fans, pers en medemuzikant alom. Met zijn tiende album Maraqopa had Jurado dan ook eindelijk de plaat op zak die hij altijd al wilde maken. In zijn persoonlijke leven worstelde hij echter nog met innerlijke demonen, waardoor hij – tegen alle verwachtingen in – de hedonistische droomwereld Maraqopa opnieuw als toevluchtsoord koos. Het resultaat is Brothers and Sisters of The Eternal Son, zijn derde album met kameraad Richard Swift achter de knoppen.
Damien Jurado


mij=Interview: Jasper
Jurado bevindt zich vandaag in een ietwat knorrige bui. Hij heeft geen bereik meer op zijn smartphone. Geagiteerd belt hij met de helpdesk in de hoop zijn netwerkverbinding, die nog staat ingesteld op de buitenlandse provider, te herstellen. Hij leent een pen van ondergetekende en krabbelt driftig instructies op de achterkant van een papiertje. Met diepe zucht hangt hij op: ‘Beláchelijk, dit!’
Het is de ochtend na het Utrechtse festival Le Guess Who?, waar Damien Jurado zijn grootste optreden in Nederland tot dusver gaf. Duizend bezoekers in Tivoli Oudegracht hingen drie kwartier lang aan zijn lippen. Hij kwam er zelfs mee weg een flauwe grap te maken: hij vraagt het publiek hoe het met ze gaat, om er vervolgens op te wijzen dat je nooit voor je medebezoeker kunt spreken. Tekenend voor een singer-songwriter die bruist van het zelfvertrouwen, een performer die zijn ambacht tot in de puntjes beheerst.
Net zo tekenend echter is de wispelturigheid die bij Jurado telkens weer op de loer ligt. Wie bijna twee decennia zwoegend aan de weg timmert neemt immers niets voor lief. Voor Jurado is het artiestenbestaan nooit een comfort zone geweest. Eerder een constante worsteling tussen fictie en realiteit, tussen het geloven en zondigen. Zijn eerste ambitie was niet eens muziek maken, maar schilderen. ‘Ik beschouw mezelf nog steeds een beter schilder dan muzikant. Tot 2010 (het jaar dat St. Bartlett uitkwam) had ik eigenlijk geen flauw benul wat ik precies aan het doen was, wat muziek maken betreft’, zegt hij nors.
‘Where’s that cat? I LOVE that cat!’
Jurado doorbreekt de onwennigheid door te zoeken naar de mollige grijze kat Muis, vaste bewoner van Café De Pont aan de Buiksloterweg. De vorige keer dat Jurado hier was lag het dier lang uitgerekt op zijn gitaar te dutten. Na een korte reünie met zijn behaarde compagnon schuift hij weer aan tafel, zijn gedachten duidelijk nog afdwalend. Damien Jurado zal altijd een onrustige ziel blijven, die peinst en piekert over de vluchtigheid van het bestaan.
Het ijs wordt uiteindelijk gebroken met een vraag over zijn kunstexpositie op Le Guess Who?. Jurado’s favoriet is een collage met de slogan: Hey Kids, Everything You Want Right Now, 10 cents!, ogenschijnlijk een sneer naar de Amerikaanse consumptiemaatschappij. ‘Oh, dit is absoluut iets typisch Amerikaans!’, duidt Jurado. ‘Het draait (daar) allemaal om luxe. In Amerika kun je vanuit je luie stoel een flatscreen-tv, een espresso en een grote bak popcorn bestellen…whatever! Op élk tijdstip! Terwijl je hier te maken hebt met zekere beperkingen.’ Bijvoorbeeld het mobiele netwerk zojuist? Damien lacht schaapachtig. ‘Weet je, ik wil mij er niet aan storen, maar tóch doe ik dat! Omdat ik Amerikaan ben, omdat ik er zelf deel van uitmaak.’
Damien Jurado
Na zestien albums zwoegen verkeert Jurado’s loopbaan nu plots in een stroomversnelling. Maraqopa kreeg in 2012 louter goede recensies…en daarmee groeide Jurado’s achterban ook aanzienlijk. Het touren met een achtergrondband is achteraf geen succes gebleken. Het verveelde hem, omdat hij rekening moest houden met vier andere bandleden. Dit gunde Jurado weinig speling om nauw interactie te zoeken met zijn publiek – juist datgene wat zijn recente solo-optredens typeerde. Naarmate Jurado’s populariteit groeit, hecht hij (merkwaardig genoeg) steeds meer waarde aan die correlatie tussen de performer en de luisteraar.
Afgelopen december sloot hij een Europese tour af met een intieme show in de Roode Bioscoop, een pittoresk theatertje aan het Haarlemmerplein. De cynische grappen die hij in Utrecht zo gretig rondstrooide maakten plaats voor existentiële mijmeringen, persoonlijke anekdotes en one-liners op voorraad (“we only tell people it always rains in Seattle to keep Californians from visiting”). Een verhaal betreft het “magische akkoord” dat hij ontdekte op de voorgevel van een huis in het zuiden van Seattle, de plek waar hij zijn eerste nummers schreef. Uiteindelijk baseerde hij het hele Maraqopa-album rondom het eerste akkoord van “Nothing Is The News”.
Tegen het einde van het optreden werd het duidelijk dat Jurado het bestaan als rondreizend muzikant steeds meer leert relativeren – voorheen hield hij er een diepe aversie tegen het touren op na. Dit blijkt uit een verhaal waarin hij instagram-foto’s van zijn vriendin thuis vergeleek met de plekken die hij tijdens zijn tournee vastlegde. ‘Hier in Europa vind je dingen die wij in Amerika slechts van boeken kennen.’, verzuchtte hij. Potsierlijk haalde hij een ordinair telefoongesprek met zijn vriendin aan toen hij een levensechte El Greco bewonderde in Parijs.
Jagen op spoken
In de jaren negentig trok Jurado in bij een vriendenkring, waaronder muzikanten Jeremy Enigk (Sunny Day Real Estate) en David Bazan (Pedro The Lion), woonachtig binnen het eerder genoemde bouwval in het zuiden van Seattle (dat tevens afgebeeld staat op zijn debuutalbum Waters Ave. S.). Jurado heeft goede herinneringen aan die tijd. ‘Ik was in het begin de enige bewoner die geen muziekinstrument kon bespelen. Maar het was daarom juist inspirerend. De huur was belachelijk goedkoop. Je betaalde wat? 25 dollar per maand?’
Jurado vertelt dat hij hier het schilderen noodgedwongen moest opgeven. ‘Op mijn zolderkamer werd het zodanig heet dat de verf niet kon uitdrogen. Ik moest mijn creatieve energie dus elders kwijt. Toen leerde ik gitaar spelen, gewoon als uitprobeersel.’ Hij begon al gauw een christelijke hardcoreband met David Bazan uit wederzijdse voorliefde voor Crass en Minor Threat. Op den duur ontstond er een creatieve vertakking tussen de twee, doch allebei binnen het singer-songwriter stramien: Bazan omarmt de worsteling met zijn geloof op autobiografische wijze met Pedro The Lion, terwijl Jurado toevlucht zoekt in het vertellen van fictieve verhalen om zijn persoonlijke denkbeelden tot uiting te brengen. Jeremy Enigk was zodanig onder de indruk van Jurado’s eerste demo’s dat hij gelijk aan de bel trok bij indielabel Sub Pop.
Damien Jurado
Damien verruilde zijn eerste grote voorliefde voor de muziek. Voelt hij nog steeds dat juist die switch zijn eigen interne worstelingen indirect aanwakkerde? Dat hij zijn hart en ziel er vanaf het begin misschien niet helemaal instopte? De geschillen tussen label en artiest speelden ongetwijfeld parten. Jurado meent zichzelf nauwelijks terug te kunnen vinden in de zeven albums die hij bij Sub Pop uitbracht. ‘Ik weet niet wat het is, maar ik voel geen connectie meer met de oudere nummers. Ik speel ze alleen omdat ik weet dat andere mensen ze graag horen. Het is moeilijk, omdat ik niet meer dezelfde persoon ben als toen. Niet dat ik me schaam voor die persoon…’
Zijn Sub Pop-periode kenmerkt zich vooral door neurotisch gestoei met verschillende insteken. Bij het introverte Ghost of David (vernoemd naar jawel, David Bazan), bedacht Jurado terloops de songteksten, een beetje zoals Jeff Mangum van Neutral Milk Hotel dat ook doet. Een jaar later deed hij een gooi naar meer bekendheid binnen het alternatieve circuit met de olijke powerpopplaat I Break Chairs. Jurado beschouwt dat album als tevergeefse poging in te cashen op het toenmalige succes van buurtgenoten Modest Mouse en Death Cab For Cutie.
Jurado bleef desondanks uiterst productief met wat de meer traditionele singer-songwriterplaten Where Shall You Take Me, On My Way To Absence, Gathered In Song, And Now I’m Your Shadow. Stuk voor stuk vakkundig uitgewerkt, maar toch miste er ‘iets’. Bij elke release week Jurado verder uit naar het stigma van de ‘gevoelige songssmid’ dat hij onderbewust hekelde. Je kunt slechts voor zolang vluchten naar denkbeeldige locaties en deze onderwerpen aan de ogen van romanfiguren.
Jurado: ‘Je hebt bepaalde eigenschappen die je alleen voor jezelf houdt. Als ik deze eigenschappen zou ontdekken, of je beste vrienden, dan zou men je waarschijnlijk gaan mijden als de pest. Aan de ene kant slaat het nergens op. Want ik heb ook dingen waarmee ik worstel… iederéén draagt geheimen met zich mee.’ In het nummer “Jericho Road” zingt Jurado de tekst we are secrets sold. ‘Er komt een dag dat iemand jouw ware zelf onthult.’
Die onthulling, het oog-in-oog komen met innerlijke demonen, kwam voor Jurado bij Caught In The Trees, nog altijd zijn meest persoonlijke album. De eerste keer dat hij zijn muziek direct projecteerde op zichzelf en zijn naaste omgeving. De pijnlijke scheiding met zijn eerste vrouw, zijn relatie met God en inspiratie als muzikant belandden allemaal in het trammelant. Het liedje “Go First” zingt hij niet in het perspectief van een archetype uit zijn nogal rijke fantasiewereld, maar (deels) vanuit zijn eigen vlees en bloed.

Troost

Troost kwam vervolgens in de vorm van St. Bartlett uit 2010, het eerste Damien Jurado-album via Secretly Canadian. In producer Richard Swift (The Shins) vond Jurado een sleutelfiguur om het creatieve proces mee te delen. Twee jaar later kreeg hij eindelijk voet aan de grond bij een breder publiek met Maraqopa, een kleurrijke kruisbestuiving van alle muziek die hem door de jaren heeft beïnvloed. Orkestrale sixties pop in het verlengde van The Beach Boys en The Lovin’ Spoonful (“This Time Next Year”, Reel To Reel”) wisselt af met de psychedelica van The Grateful Dead en Santana ten tijde van Abraxas (“Nothing Is The News”).
Het is vooral zijn fascinatie voor vreemdsoortige koormuziek die tegenwoordig de stempel drukt op zijn muziek. Tijdens het gesprek noemt hij nadrukkelijk de invloed van easy listening-pionier Ray Conniff. ‘Ik vind dat nog steeds de beste muziek ooit, die platen van The Ray Conniff Singers! Zij zingen in complete harmonie. Ik zat te spelen met het idee om zelf zoiets toe te passen binnen een folksetting.’ Toen stuitte Jurado op The New Christy Minstrels, een Amerikaanse folkbeweging uit de sixties, geleid door zanger/gitarist Randy Sparks. The New Christy Minstrels waren toentertijd enorm populair: ze verkochten miljoenen platen en hadden ooit prominenten als Kenny Rogers, Gene Clark en Karen Black in de gelederen.
Damien Jurado
Die voorliefde voor psychedelische folk hangt nauw samen met hoe hij zijn eigen relatie met God bejegent. Op zijn blog zijn verschillende foto’s van The Jesus Movement te vinden, een hippie-commune uit de jaren zestig en zeventig, opgericht door Larry Norman. The Jesus Movement bleef vooral actief aan de Amerikaanse westkust, de idealen van het christelijke geloof omarmend, maar niet zozeer de theologische canon.
Jurado: ‘Dát is wat mij betreft het grote probleem van godsdienst. Ik beschouw mezelf als een devoot christen, maar ik volg geen enkele specifieke godsdienst. Omdat ik geloof dat godsdienst niet meer is dan een opsomming van conservatieve regels. Ik wil religieuze mensen hiermee niet beledigen. Maar als je katholiek opgevoed bent en denkt punten te scoren bij God door braaf het Rozenkransgebed te zingen en elke zondag naar de kerk te gaan, heb je het mis.’
Hij onderbouwt zijn betoog verder: ”Want God houdt al van je zoals je nu bént! Het heeft dus geen zin jezelf zo onder druk te zetten. Je zult nooit compleet zonder zonde leven, zelfs wanneer je tijdens het aardse bestaan Christus als redder accepteert. Persoonlijk geeft die gedachte mij een ontzettend voldaan gevoel. Godsdienst doet wat dat betreft precies het tegenovergestelde, een stel regels opstellen waar je je onmogelijk aan kunt houden.’ Vervolgens relativeert hij weer: ‘Het volgen van een dogmatische leer brengt ook een zekere voldoening met zich mee, dat ontken ik niet. Religie kan ook gewoon goed VOELEN.’
Het valt niet te ontkennen dat Jurado’s Maraqopa-saga bijzonder veel bijbelse referenties telt. Plaatsgenoot en collega-muzikant Father John Misty verwoordde het misschien nog het beste:
‘Damien Jurado made up his own Jesus because a Damien Jurado album needs a beautiful Jesus. Some freaky space Jesus that I don’t recognize. The name is the same, a lot of the imagery is the same, but he’s reborn. Born again, I mean. Yeah, as if Jesus got born again. That’s what this album sounds like.’
Vergelijkbaar met The Jesus Movement heeft Jurado een soort surrogaat-doctrine geschept die hem helpt het bestaan waar hij zo vaak over peinst te kunnen relativeren. Dat relativeren begint vooral bij zichzelf. Zo bestelt hij tijdens het interview een spa rood in plaats van een biertje. Roken doet hij ook niet meer. Zijn vaste gitaar met foto van Richard Swift en de vele Seattle-buttons die hij op zijn jas droeg als aandenken zijn ook nergens meer te bekennen. Op de vraag of dit een gevolg is van het vele reizen tijdens zijn jeugd (die hij grotendeels spendeerde op een legerbasis in Duitsland, waar zijn vader gestationeerd was), knikt hij bedeesd.
Sinds zijn muzikale ‘bromance’ met Swift windt Jurado er geen doekjes meer om. Tijdens een openhartige Q&A in een schoolklas vertelt hij dat de songtekst van “Rachel & Cali” voor het grootste gedeelte compleet uit zijn duim gezogen is. Zogenaamde beroepsgeheimen ontkrachten als pure toeval maakt deel uit van zijn persoonlijke belijdenis. De bagage die hij door de jaren met zich meesleurde lost hij nu stapsgewijs. Jurado: ‘Het heeft vooral te maken met het accepteren van je eigen tekortkomingen. Zodra je je daar aan toegeeft biedt dat ultieme troost.’
Het eeuwige geluk
Het woord Maraqopa schoot bij Jurado te binnen na een lucide droom. Het betreft een fictief dorpje waar een kleine pastorale gemeenschap bivakkeert. Het album draait om een (wereld)beroemde rockster, van het archetype (sic) John Lennon en Kurt Cobain, die binnen deze gemeenschap wordt omarmt – niet wetende van zijn sterrenstatus. Hier ondergaat hij een bijzondere openbaring. Het openingsnummer “Nothing Is The News” vertegenwoordigt de ontdekking van al het vluchtige waar hij voorheen waarde aan hechtte: All you have heard were ghosts of the words in the song.
Jurado: ‘Terwijl ik Maraqopa schreef was ik nog steeds aan het verwerken wat het allemaal precies betekende. Die droom kwam op een perfect moment in mijn leven. Toentertijd worstelde ik met allerlei persoonlijke problemen. Ik was erg ongelukkig, maar daarnaast had ik een intens streven om een beter mens te worden. De laatste keer dat ik hier was om pers te doen…dat was een donkere periode, ja.’
Jurado’s nieuwe inzichten overvielen hem op een onverwacht moment. Misschien wel een unicum: dat de cover van een album daadwerkelijk een essentieel keerpunt in het leven van de betreffende artiest vastlegt. Op Damien Jurado’s elfde langspeler Brothers and Sisters of The Eternal Son is dit van toepassing. Op een uitgestrekt strand loopt Jurado richting een gigantische geodetische koepel aan de oppervlakte van de zee.
Jurado: ‘De geodetische koepel komt meerdere malen terug op het album. De bedenker, Richard Buckminster Fuller, was daarnaast ook filosoof. Zijn hele leer draaide om ruimte, als in ruimte om in te leven. Dit speelt ook een belangrijke rol in het verhaal: Maraqopa bestaat uit verschillende zilveren koepels.’ Ondanks dat de geodetische koepel een moderne uitvinding is, ademt deze foto een bijbelse esthetiek. Een gewaarwording van epische proporties, zo eentje die je in bijna elke Hollywood-blockbuster tegenkomt.
‘In oktober 2011 stond ik precies op de plek waar de foto genomen was’, vertelt Jurado. ‘De hoes is natuurlijk bewerkt, maar die foto van mij op het strand met mijn rug naar de camera, die is echt. Precies op dát moment onderging ik een wezenlijke verandering. Ik werd overvallen door pure euforie. Gelukkig was mijn vriendin aanwezig om de foto te maken. Het gebeurde spontaan, alsof de stem van God direct tot mij sprak en zei: “Geef je over en ga terug.” En zo geschiedde. Sindsdien ben ik niet meer dezelfde persoon. Wonderbaarlijk, eigenlijk!’
Damien Jurado
Jurado vertelt dat hij destijds al een volledig album had klaarliggen, dat hij in zijn geheel heeft geschrapt. Hij hakte die knoop door tijdens een gesprek met een vriend, vlak nadat zijn terugkeer van een Europese tournee in november 2012. ‘Ik zou een week later met Richard gaan opnemen toen een vriend met de suggestie kwam weer een psychedelische plaat te maken. Hij vroeg zich af of ik reikhalzend uitkeek het materiaal dat ik had geschreven uit te brengen. ‘Eigenlijk niet!’, antwoordde ik eerlijk. Toen zei hij: ‘Je moet écht terugkeren naar Maraqopa.’ Voordat ik het wist zat ik op mijn kamer te schrijven. Het eerste liedje dat ontstond was “Return to Maraqopa”.’
Tijdens het vorige interview met File Under meende Jurado nooit meer terug te keren naar Maraqopa. ‘Wat is het nut? Ik ben er al geweest. Als je naar Egypte bent geweest voor een hele maand, ben je minder enthousiast wanneer iemand je twee maanden later vraagt om weer te gaan.’ zei hij destijds. Toch is het verhaal niet af. Het hoofdpersonage beleeft een openbaring, maar wordt bij het laatste nummer “Mountains Still Asleep” geschept door een auto. Met fatale gevolgen. Wat overblijft is volgens Jurado een zwaarmoedige “levensles”, zonder enige hoop.
Brothers and Sisters of The Eternal Son pikt de draad direct op waar Maraqopa gebleven was: het noodlottige einde van Timothy (inderdaad, het hoofdpersonage heeft een naam gekregen). Jurado: ‘”Mountains Still Asleep” hangt in nauw verband samen met “Silver Timothy” en “Jericho Road”. Alledrie de nummers draaien om het auto-ongeluk, vertelt vanuit verschillende perspectieven; van eerste naar derde persoon.” Op “Silver Timothy” zingt hij I was met on the road/by a face I once knew. Het titelfiguur komt zichzelf vlak voordat het ongeluk plaatsvindt opnieuw tegen.
‘Hij wandelt terug naar Maraqopa, niet wetende dat hij zojuist gestorven is’, legt Jurado uit,’Zijn terugkeer wordt beschreven in “Jericho Road”, een plek die een soort belichaming is van angst en wanhoop.’ Een persoonlijke manifestatie van de hel? Damien geeft niet direct antwoord: ‘Tegelijkertijd ook vrij zijn van die angst en wanhoop. Een zin luidt: Tell the wolves the stop sign/I’ve already gone home. Daarmee bedoel ik dat hij na zijn dood niets meer te vrezen heeft. De wolven zullen je intimideren en achtervolgen, maar als je dood bent heb je toch niets meer te verliezen. Het heeft dus geen zin.’
Wie zijn nu precies die ‘Brothers and Sisters of The Eternal Son’? Een soort apostelen die Timothy verrijken met liefde, vrijheid en inzicht? ‘Het zijn simpel gezegd figuren die hij tijdens het verhaal tegenkomt. Hij wordt verliefd op Katherine. Malcolm en Donna zijn twee bewoners van Maraqopa. Het zijn overigens niet hun echte namen, maar namen die Timothy zelf aandient. Omdat hij zich in een soort euforische staat bevindt, voegt hij het woord Silver erbij’
Jurado schetst de idyllische wereld van Maraqopa en de verhaallijn van Timothy natuurgetrouwer uit. Hij waant zich door een soort sprookjesachtige utopie, deels The X-Files, deels Jesus Christ Superstar, deels Charles Dickens’ A Christmas Carol. Jurado: ‘Tijdens “Metallic Cloud” kijkt hij terug op zijn leven, die voor zijn ogen afspeelt als een film.’ Wie de tekst leest, ziet inderdaad meer raakvlakken met een filmscript dan een songtekst.
Jurado: ‘Zodra hij terugkeert in Maraqopa beseft hij dat de inwoners zijn dromen kunnen projecteren op de muren. Hij komt erachter dat hij als een soort baken fungeert, een vleesgeworden radiotoren tussen hemel en aarde. “Silver Katherine” gaat bijvoorbeeld over het wachten op de wederopstanding van Christus. Het hoofdpersonage ligt samen met Katherine op een bed middenin de woestijn kijkend naar UFO’s. De inwoners denken dat Jezus terug naar de aarde komt in een UFO. Timothy staat dus bij zijn wachtpost vergezelt door zijn geliefde. Een nummer op Maraqopa, getiteld “This Time Next Year”, gaat precies over datzelfde moment. Dit album is dus een vervolg op Maraqopa, maar speelt zich af tijdens dezelfde periode.’
Vanaf het punt dat Timothy Maraqopa bereikt gaat de muziek steeds meer de psychedelische kant op, culminerend in de stuwende jam “Silver Donna”. Uiteindelijk blijft het verhaal hangen in het suggestieve bij afsluiter, het speelse “Sun In Our Mind”. Het personage ontwaakt uit de droom, terugkerend naar het alledaagse bestaan. Twee jaar geleden stelde Jurado dat als St. Bartlett de conceptie vertegenwoordigt, Maraqopa de geboorte is.
Wat maakt dat Brothers and Sisters of the Eternal Son dan precies? Jurado: ‘Het eeuwige geluk!”
Damien Jurado’s elfde album Brothers and Sisters of The Eternal Son komt 21 januari uit bij Secret Canadian/Konkurrent. Op 18 februari geeft Jurado een intiem optreden in De Duif. Onlangs kondigde hij heen bonus-album aan getiteld Sisters, waar hij enkele nummers live vertolkt met een vrouwenkoor.

3 gedachten over “Damien Jurado”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *