Angel Olsen

Angel Olsen is er zo eentje. Een artiest die, slechts bewapend met akoestische gitaar en veerkrachtige snikstem, een luidkeels kakelende menigte tot een vacuüm van stilte kan dwingen. Dat deed ze bijvoorbeeld op Incubate in 2012, waar ook ondergetekende de zakdoekjes tevoorschijn moest toveren. “Muziek die de luisteraar op emotioneel vlak zodanig aan de grond nagelt, dat je naderhand pas beseft hoeveel genres daadwerkelijk overlapt worden: country, folk, doo wop en sixties rock zitten allemaal achteloos in Angels repertoire vervlochten. Haar ijzingwekkende timbre – qua stijl ergens tussen Tim Buckley en Roy Orbison in – speelt Dokter Bibber met de ziel”, schreef ik destijds.
Angel Olsen
De uit St. Louis, Missouri afkomstige zangeres (en voormalig protégé van Will Oldham) is bovenal lekker eigenwijs. Op haar tweede full-length, die de passende titel Burn Your Fire For No Witness draagt, ontkracht ze maar al te graag het stigma “breekbare folkzangeres”. De eerste single, de puntige garagerocker “Forgiven/Forgotten”, voelt als een statement: zo, Angel Olsen plugt haar gitaar dit keer stevig in de versterkers. Als File Under bij de charismatische Amerikaanse aanschuift, vertelt ze dat het niet zo resoluut anders is. ‘Voor mijn gevoel schreef ik altijd al dit soort nummers. Omdat ik heel lang zonder band speelde, ging men ervan uit dat ik een hele andere stijl hanteerde. Mijn bandleden (drummer Josh Jaeger en bassist Stewart Bronaugh) bieden me de vrijheid mijn stem spontaner en met meer dosering te benutten.’
Ze rolt haar grote oogbollen zijwaarts en glimlacht spottend. ‘Het is soms lastig om het uit te balanceren, zowel de energie van de liveband als de kalmte van een solo-performance. Je krijgt hierdoor ook verschillende reacties. Het kan daarom best wat verwarring scheppen bij het publiek. Maar daar geniet ik juist van, om de boel een beetje te ontregelen.’
High five, Angel.


mij=Interview: Jasper
Burn Your Fire For No Witness is je eerste plaat op het Jagjaguwar-label. Lukt het je die do-it-yourself mentaliteit te behouden?
‘Af en toe wel, ja! Ondanks het feit dat ik nu een boekingskantoor en een promotieteam om me heen heb die betrokken zijn bij het gehele proces, doe ik nog altijd graag huiskamerconcerten. Het verschil is dat daar geen promotie meer voor nodig is, ik doe het tegenwoordig puur uit spontaniteit. Ik vind het belangrijk die unieke ervaringen op te blijven zoeken met het optreden. Tegelijkertijd vind ik het leuk om diverse landen te bezoeken, om me dat financieel gezien te kunnen veroorloven. Maar ik blijf wat dat betreft altijd op mijn hoede: dat doe ik vaak door mijn muziek in afwijkende omgevingen te vertolken.’
Jouw loopbaan begon in Chicago, waar je met bevriende muzikanten veel DIY-shows oprichtte. Sinds oktober ben je verhuisd naar Asheville, North Carolina. Wat was de aanleiding precies?
‘Het is allemaal best snel gegaan! De aanleiding was simpelweg dat ik veel vrienden aan had in Asheville, de omgeving werkte heel inspirerend. Het ligt midden in de vallei: er zijn bergen, watervallen, parken. Veel wandelaars ook. Slechts een kwartiertje rijden en je bevindt je midden in het natuurgebied, echt heel gaaf! Mijn oude label Bathetic Records opende sinds kort een zaaltje in Asheville genaamd The Mothlight At Mr. Fred’s, waar heel veel verschillende artiesten optreden. Nog voordat ze open gingen stonden er aardig wat bekende bands geprogrammeerd, daarnaast ook veel ambient en noise. Ze staan voor allerlei dingen open, voor hen is het ook een soort van nieuw begin. Ik ben blij dat ik daar nu deel van uitmaak.’
Door een nieuwe thuisbasis te kiezen, wilde je je persoonlijke connectie met jouw muziek in zekere zin herstellen?
‘Ja, absoluut, want het vluchtige bestaan zit hem tegenwoordig meer in het reizen, dus ik had behoefte aan een zekere balans. Een plek waar ik kan thuis kan komen zonder stil te staan bij Angel Olsen de schrijfster of Angel Olsen de zangeres. Ergens waar ik kan mezelf kan zijn: mij door de natuur kan wanen, waar ik met vrienden rondom een kampvuur kan zitten, slap kan ouwehoeren over muziek die we mooi vinden…of films die we onlangs keken! Ik wilde me in een omgeving bevinden waar ik niet de druk voel om een bepaald personage naar buiten te projecteren. Me gewoon onder mensen bevinden die normaal met elkaar omgaan en daar voldoening uit halen in het dagelijks leven.’
Werkte dat op een gegeven moment beknellend voor je, dat mensen je begonnen te herkennen?
‘Ja, in Chicago natuurlijk wel. Ik weet niet of dat komt doordat mijn muziek daar goed werd gepromoot of…(denkpauze). Het voelde vreemd, bepaalde mensen keken me daar op een gegeven moment raar aan, begrijp je wat ik bedoel? Het is een grote stad, maar ik bevond mij in een scene die klein genoeg was dat ik een kroeg binnenliep en mijn eigen muziek hoorde. Het voelde alsof een foto van mezelf op een muur continu terugstaarde.’
Je wilde wat meer anonimiteit.
‘Best grappig, eigenlijk. Ik wilde anoniemer worden en nu vragen mensen steeds waar ik woon! En dan vertel ik het gewoon ook nog! Dus misschien blijf ik wel een nomadisch bestaan leiden. Maar Asheville is prachtig, ik geniet voorlopig van de kalmte van die omgeving.’
Hoe ga je om met die tijd tussen de albums door? Je hebt tussen Half Way Home en Burn Your Fire For No Witness nog een 7-inch uitgebracht, Sleepwalker.
‘Ik houd mijn eigen boekhouding bij en verkoop mijn platen online. Ik reis veel heen en weer. Het is best bijzonder als iemand tegenwoordig kan leven van de muziek. Om een of andere reden houd ik het hoofd boven water. Ik vraag me af of ik dat volhoud zodra ik weer een boel vrije tijd krijg. Maar ik weet dat ik altijd kan vertrouwen op releases die ik eerder heb uitgebracht. Zolang je bezig blijft met platen opnemen, blijf je jezelf toegankelijk maken voor anderen. Ik krijg nog steeds geld voor platen die ik voorheen heb gemaakt. Het is dus best interessant om vooruit te kijken naar de toekomst. Ik heb geen idee of ik mezelf definitief kan onderhouden of dat ik mijn interesse richt op iets anders. Nu probeer ik ervan te genieten en hoop ik mijn tijd verstandig in te delen.’
Wakkert dat potentieel juist de creatieve vonk aan, die onzekerheid over je eigen toekomst?
‘Ja, iedereen wil dat weten, hé, hoe het afloopt. Het is heel makkelijk voor de luisteraar om een album van 45 minuten op te zetten en vervolgens te roepen, “wow dat was cool!”. Zonder erbij stil te staan dat zo’n album misschien wel drie of vier jaar arbeid vergt. Mijn eigen album kostte ongeveer een jaar om te maken, maar misschien duurt het nog tien jaar voordat de volgende af is. Of een jaar. Maar een plaat is pas af als jij zélf achter het resultaat staat. 45 minuten lijkt in verhouding nogal vatbaar.’ 
‘Het is makkelijk om iets te ondergaan zonder er te veel over na te denken of een soortgelijke inspanning te willen leveren, omdat je tijdens het luisteren de boel misschien onbewust al aan het inkaderen bent. In vergelijking tot de artiest maakt de luisteraar een minder grote inspanning. (lacht) Zelfs als je het album beluistert en probeert te begrijpen, het blijft een kleinere inspanning. Dus, om je vraag te beantwoorden: ik heb geen idee en ik kan je niet vertellen wanneer het af is. En of er überhaupt iets komt. Ik hoop het echter niet te forceren zodra er weer iets komt.’
Best dapper dat je je daar zo rechtschapen over uitlaat. Dat is het hem ook: het blijft kwestie van eerlijkheid ten opzichte van jezelf.
‘Het is best lastig aan te meten of dat daadwerkelijk zo is, tot je bepaalde situaties aan den lijve ondervindt. Zolang je leeft blijft dat altijd een risico. Je kent jezelf misschien niet zo goed als je zou willen.’
Die mantra, “burn your fire, for no witness”, ademt die gedachte ook een beetje, jezelf zuiveren van iets wat je voorheen als waarheid bejegende.
‘Zonder over te komen als een snob en alle magie weg te geven: heel veel thema’s op deze plaat zijn te herleiden naar de confrontatie met jezelf. Dat er terugkerende thema’s zijn waar je op verschillende punten in je leven mee te maken krijgt – maar dan telkens alsof je ze voor de eerste keer meemaakt. Ik weet niet goed hoe ik het moet uitleggen…’
Halfway Home klinkt als een introspectieve plaat, terwijl Burn Your Fire, For No Witness op sommige momenten juist theatraler uit de verf komt. Op emotioneel vlak bespeur ik zeker uitbreiding, alsof je nu meer zingt vanuit het perspectief van verschillende karakters, die allemaal een deel van jou vertegenwoordigen. 
‘Dank je wel. Ik weet het niet…als ik nummers schrijf is dat meestal niet gebaseerd op een specifiek idee. Het is een melodie die blijft hangen, waarvan ik later pas besef: “misschien luisterde ik naar een Roger Miller-plaat, of iets van The Cure, David Bowie, Mildred Bailey.” Het gaat heel onbewust, de manier waarop die invloeden in mijn muziek doorsijpelen. Ik accepteer tegenwoordig dat alles op een gegeven moment eens is gedaan, ik doe vooral mijn best daar mijn eigen ervaringen binnen vast te leggen.’
De piano op “High & Wild” doet mij meteen denken aan “All Tomorrow’s Parties” van The Velvet Underground.
‘Oh, absoluut. Lou Reed en The Velvet Underground zijn een grote inspiratiebron geweest voor mij.’
De tekst is opvallend duister “some demon thing has squashed your soul and I don’t recognize you”. 
‘In vele opzichten “High & Wild is een beetje een anticlimax, omdat ik in het nummer wens dat de eindbestemming bereikt is, dat dit het laatste nummer is. Maar dat is dus niet zo. Vervolgens komen er op het album meerdere confrontaties, dingen waarover gezwegen wordt. Die thematiek was niet iets dat ik plande, dat besliste ik pas op het laatste moment.’
Bij het verstilde “Enemy” lijkt het in ieder geval niet alsof je een specifiek persoon toezingt die je als aartsvijand beschouwt.
‘Klopt. Soms zijn je vijanden tegelijkertijd ook je beste vrienden en dat kan jaren duren voordat je je zoiets beseft. Het nummer gaat inderdaad niet over een specifiek persoon of gebeurtenis, maar verscheidene. Het is een soort afweging van wat een bepaald persoon zou tolereren van een ander. Als je die grens eenmaal bereikt, kom je tegelijkertijd oog in oog met je persoonlijke aard. Dus in vele opzichten is de vijand…’
Jezelf.
‘Ja, dus…’ (lacht) ‘Ik denk dat iedereen in zekere zin naïef is… en zelfbewust zonder daar lang bij stil te hoeven staan. Dat betekent niet dat je een onwetend individu bent. Maar misschien eerder dat je moeite hebt jezelf op een bepaalde manier te uiten, dat je het daarom slechts op anderen projecteert. Of dat je voor iemand anders iets vertegenwoordigt en een soort symbool wordt. Ik vind het vooral belangrijk dat je zowel de positieve als negatieve kanten van het leven durft te omarmen. De meest verschrikkelijke dag van je leven vormt je hoe dan ook, je ondergaat een persoonlijke wending die je zelf aan kunt sturen…(pauze). Ik probeer overigens geen zelfhulp-boek te schrijven!’ (lacht)
Ik begrijp waar je op doelt. “Hi-Five” is een mooi voorbeeld: twee eenzame figuren zitten aan de bar, vinden als lotgenoten onderling troost.
(lacht) ‘Cool dat het nummer dat beeld bij jou oproept!’
Werkte jij in Chicago niet achter een bar? Ik wed dat je elke week wel interessante karakters tegenkwam.
‘Ik werkte niet in een bar, maar een café. We troffen daar inderdaad uiteenlopende figuren, op den duur bedachten we een bijnaam voor iedere vaste klant. Bijvoorbeeld de man die altijd latté bestelde bij zijn espresso. Of dat de vorm van transactie bijvoorbeeld afhing van de smaak van thee die gekozen werd. Best geniepig soms, de namen die we bedachten!’ (lacht) ‘Er was altijd een gast die zonder eerst te vragen de bananen pakte. We noemden hem “Banana Hands”. Zo van: “Banana Hands was er vandaag: hij blééf maar praten tegen me, terwijl er een rij mensen achter hem stond te wachten.’
(schieten beiden in de lach)
‘Als je in verschillende cafés en andere openbare plekken werkt, vraag je je altijd af waar de mensen precies over praten. Ik heb aardig wat stelletjes uit elkaar zien gaan, mensen die in emotionele opwelling verkeren. Dan sta je daar: “wil je nog een sandwich of iets anders?” Dat is best wel awkward. Maar ik ben absoluut iemand die zichzelf in de waan van de dag in situaties begeeft die terloops kunnen omslaan. Rond negen uur ’s avonds voel je dat de sfeer verandert, dan komen vaak de vaste bezoekers en leer je stiekem best veel over hun eigen leven en hun omgang met mensen. Daar komen best vaak ideetjes uit voort.’
Dat neigt als snel naar voyeurisme. Schaamde je je daar soms voor?
‘Ik heb al een tijdje niet in een café gewerkt, maar ik kan mij een moment herinneren dat ik een koppel aantrof die overduidelijk op hun eerste date waren. De man praatte heel overpeinzend door over wat hij wel en niet leuk vond. Hij had het over zijn vorige relatie.’
Dat is bij een eerste date een beetje ‘not done’, niet?
‘Het is zó cheesy, als je iemand voor het eerst ontmoet en je jezelf probeert te profileren door – onbewust of niet – de situatie aan te kaarten. Ik vond het gênant, niet alleen voor hem, maar ook voor mezelf. Want ik denk dat ik in ooit een soortgelijke situatie meemaakte, waar ik mijn verleden openbaarde en vervolgens beweerde een duidelijk toekomstbeeld voor mezelf te hebben. En dat de ander vervolgens denkt: “Yeah, right!”. Maar uiteindelijk vang je slechts een deel van het gesprek op, dus het is vast een slecht voorbeeld van wie de persoon daadwerkelijk is. Het zorgt er wel voor dat ik verhaaltjes verzamel.
Overkomt je dat vaak, dat een idee zich abrupt manifesteert terwijl je met iets totaal anders bezig bent?
‘Tijdens werkdiensten in het café ging ik weleens naar de wc om ideetjes te schrijven op de achterkant van een papieren bon, tussen het serveren van broodjes door. Het overkwam me niet vaak. Niet dat ik zo’n verschrikkelijke serveerster was, maar als je een eureka-moment hebt moet je wel de tijd nemen het uit te werken. Als je op rare tijden in een kroeg werkt, dan krijg je andere prikkels binnen dan als je thuis op de bank gaat zitten om liedjes te schrijven. Tijdens zo’n chaotische happening wil je niet dat bepaalde ideetjes verloren gaan. Het woord “Unfucktheworld” zag ik bijvoorbeeld vorig jaar op een wasbak gekrabbeld. Ik vond het nogal hilarische uitspraak: die veronderstelling dat de wereld een akelige plek is, om vervolgens heel agressief zeggen dat je maar beter iets positiefs kunt doen. Of dat in ieder geval moet proberen!’ (lacht)
Burn Your Fire For No Witness komt 18 februari uit bij Jagjaguwar/Konkurrent. Angel Olsen is in het weekend van 4 en 5 april te bewonderen op Motel Mozaïque en op 6 april geeft ze een show in Paradiso.

4 gedachten over “Angel Olsen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *