8 December 2016

Eindhoven Psych Lab 2015 – Napret

Het Eindhoven Psych Lab is een echt niche-festival voor liefhebbers van psychedelische muziek, naar voorbeeld van het Austin Psych Fest en in samenwerking met het Liverpool International Festival Of Psychedelica. Na de goed ontvangen eerste editie van vorig jaar was de Effenaar wederom dé locatie voor liefhebbers van hypnotiserende gitaareffecten, al dan niet gegoten in poppy melodietjes, uitgevoerd met langgerekte jams, doorspekt met eindeloos herhalende fragmenten, of omgeven met felle percussie. Binnen het genre worden de verschillende uitvoeringen ook dit jaar weer gevonden waardoor het interessant blijft, al bekruipt je gaandeweg ook wel eens het gevoel dat je de uitvoering en sound van een band al wel eerder hebt gehoord op het festival. Maar je moet uiteraard wel wat voor het genre voelen. Het valt ons ook dit jaar weer op dat zo’n festival echte muziekliefhebbers trekt en daar is de sfeer ook naar. Je ontmoet oude bekenden en maakt kennis met andere festivalgangers waarmee je dezelfde passie voor een muziekgenre deelt. Een zelfde smaak schept een band. Het draait hier vooral ook om de muziek en minder om de beleving op zich. Die sfeer doet me net zoals vorig jaar aan het Roadburn-festival denken, dat op zich bredere genres programmeert en waar veel hardere bands staan. Hier in Eindhoven zie je dan ook beduidend minder lange haren, baarden en tattoo’s, maar het zijn ook hier vooral dertigers en veertigers met een goede muzieksmaak. Geen enorm exotisch publiek dus, maar wel wat hippies, doodgewone nerds, kerels met het lange haar in knotje, en een kortgeknipte grijzige vijftiger met keurig brilletje die wild staat te dansen in z’n hagelwitte t-shirt. Het doet er niet toe hoe je er uit ziet, en zo hoort dat ook.


mij=Door: tBeest.
Het is gemoedelijk rondom de Effenaar deze twee dagen. Dat ligt dus vooral aan de relaxte bezoekers, maar het festival is ook niet uitverkocht, al vind ik dat zelf wel prettig. De zalen zijn goed gevuld en voor mij hoeft het ook niet voller, er is altijd wel een plekje te vinden. De mooie aankleding zorgt ook voor de fijne totaalbeleving en is conceptueel hetzelfde als vorig jaar. De grote zaal is weer omgedoopt tot ‘Main Lab’ en de kleine zaal heet dit weekend de ‘Observatory’. De Main Lab is aangevuld op links door Skid Audio Plant, waarvandaan ook geluidscollages komen tussen de optredens door, omgedoopt tot ‘Audio Test 003.epl15’ en gecureerd door Luk Sponselee. Het is een rits elektronische apparatuur met duizenden knopjes, een wirwar aan kabeltjes, en een hoop andere ondefinieerbare technische frutsels, uitgestald op lange tafels met daarboven twee rijen blauwgekleurde opeengestapelde vliegende schotels. In de grote zaal hangen – naast het scherm achterop het podium – twee rijen projectenschermen aan het plafond, waardoor de bands voortdurend worden ondersteund met toffe psychedelische beelden. Links in de hoek bij het podium staat ook dit jaar weer bierbrouwer Van Moll, die dit jaar een Doerak (IPA) biertje in de aanbieding heeft en een speciale (lekkere) Dougal, een Belgische Ale met – jawel, je bent op een psychedelisch feest of niet – cantharel paddenstoelen. Ook de kleine zaal is weer mooi aangekleed, met o.a. projecties van flarden oude cult-video’s, uiteraard geknipt tot herhalende stukjes en gefilterd met visuele effecten. Verder is er nog de zeecontainer, omgedoopt tot Research Module, waarin ‘Waterballet’ van Kamiel Rongen te zien is, een visuele projectie. Op vijf minuten lopen van de Effenaar in Nul Zes is er ook nog een expo van in Glenn Peeters (RMFTM) and Pernilla Ellens. In het café van de Effenaar is een kleine platenbeurs en worden er bewust lullige muziekjes gedraaid als tegenwicht voor alle moeilijke live-muziek in de zalen. Grappig.
De organisatie denkt dus gelukkig verder dan alleen de geijkte vloeistof-dia’s. Het geheel heeft een scifi-achtige techsfeertje en dat gaat prima samen met dit soort psychedelische muziek.  Of noem het de modernere technologische vooruitgang van pysch in een lab-setting. Het contrast is soms groot om van buiten in de zon (in de tuin van de Effenaar) naar binnen te lopen in de soms wat mistige, maar vooral donkere zaal. De podia worden maar spaarzaam verlicht, overheersend met blauw en rood. Het lichtplan is dus karig, maar zo hoort dat misschien ook bij hallucinerende psych. Des te meer aandacht is er dus voor de aankleding in de zaal en daarbuiten. Leuk detail: het barpersoneel heeft deze twee dagen ook witte pakken/labcoats aan.
In de tuin kun je net zoals vorig jaar weer fijn ontbijten of dineren met een aardig keuzebuffet, en het is de ideale hangplek voor tussendoor. De bands zelf zie je ook daar eten en rondhangen, en sommige bands komen we bij meerdere optredens tegen. Het zal voor hen ook interessant zijn om zo makkelijk collega’s in het vak te zien optreden, met eenzelfde muziekvoorkeur.
Met vijftien optredens op de vrijdag en achttien bands op zaterdag kun je dus al gauw zo’n dertig optredens zien als je wilt, al overlappen de optredens geregeld een beetje. Op een gegeven moment krijg je dan wel soms het gevoel dat je de sound van een band al eerder hebt gehoord op het festival, daarmee zo levert zo’n niche-festival onvermijdelijk niet altijd onderscheidende originele bands, maar doorgaans zijn ze wel goed genoeg. We worden toch wel verwend vind ik uiteindelijk, hoewel er ook – zeker op de eerste dag eigenlijk – wat mindere hoogvliegers tussen zitten. Wellicht is het ook wel wat veel met een set bands van het Trouble in Mind-label de eerste dag. Zo is de focus de eerste dag vooral op psychpop, en ligt de tweede dag de focus wat meer op de uitgerekte psychedelische gitaarjams. Het is maar wat je aantrekt binnen het genre uiteraard, maar het gevoel overheerst ook wel dat het lastig blijkt om een hele dag op te hangen aan ‘slechts’ een specifiek label voor het hoofdpodium, ook al zit er best leuk spul tussen.
Vrijdag
Dat de eerste dag dan wat minder aanspreekt dan de tweede dag heeft ook met de andere bands te maken uiteraard, die ook niet altijd willen excelleren. Zo begint in een matig gevulde Observatory het Duitse Warm Graves met een enigszins verveeld optreden, dat mij doet denken aan low-tempo stadionrock. De droog beukende drums lijken zich wat te willen ontworstelen aan het wat passieve totaalbeeld en dat levert een gekke tegenstelling op. De coherentie ontbreekt daardoor, ondanks de relaxte synths die het geheel nog wel een aardig kraut-sfeertje geven. Dat de zang licht desolaat is en niet helemaal loepzuiver, doet ook afbreuk aan het geheel.
Dan is daarna in de grote zaal het Belgische Tubelight een stuk toegankelijker. Wellicht ook een tikkeltje cheesy soms, maar de uptempo muziek bevalt en knalt beter dan Warm Graves. Ze moeten het dan ook wel hebben van de klassiekere songstructuur, maar ook daarmee is het niet makkelijk om echt pakkende nummers te maken. Het lukt Tubelight aardig met hun indierock met Britse inslag. Als het tempo wat omlaag gaat klinkt het wel gelijk meer verveeld en dat is jammer. De band zag ik jaren geleden op het Nijmeegse Oddstream festival en vandaag vind ik het gelukkig wat minder pathetisch en richting stadionrock glijden, en daarmee laat de band vandaag een wat sympathiekere uitstraling zien. Misschien niet bijster origineel allemaal, zeker niet in deze setting, maar gelukkig wel met een fatsoenlijke zanger. Op dit festival is dat ook wel een uitzondering, meestal wordt het verstopt onder holle echo en andere effecten.
Het is sowieso dus de dag van de toegankelijke psych, en ook het eveneens uit België afkomstige Alpha Whale – vervanger van het afgezegde Ultimate Painting – speelt ongecompliceerde nummers zonder pretenties. Denk aan country-/blues-/surfpsych of een band als The Growlers. Het is licht dansbaar, de gitaren rinkelen vrolijk, en het bandgeluid vloeit lekker. Misschien wat veilig allemaal, maar daarmee krijgen ze wel de zaal mee, ook al vanwege de enthousiaste presentatie op het podium. ‘Sorry recensenten, dit was een foutje’, zegt een bandlid vrolijk na een verkeerd gestart intro. Leuke band.
Maar de eerste band die me vandaag echt verrast is Doug Tuttle, met de gitarist van de uit elkaar gevallen band MMOSS. Het trio maakt ook vrolijke psychpop, maar het komt veel minder flauw op me over in deze live-setting dan ik had verwacht. Misschien komt het ook wel door de wat doorpsychende en uitwaaierende gitaren naast de soms lieflijke pop. Of neem die bonkende fuzzende bas die er af en toe fijn doorheen komt. Of die kekke koortjes. Het heeft ook wel wat weg van een (Beatleske) Tame Impala en daarmee vind ik het de meevaller – of gewoon een hoogtepunt – van de dag.
Het Zwitserse krautrock-trio Klaus Johann Grobe pakken we maar even kort mee, ik vond het vorig jaar op Valkhof Festival ook niet zo geweldig. Maar goed, we zijn er nu toch. Op de een of andere manier komt het beter uit de verf hier, vermoedelijk door de betere geluidsmix en wat frissere podiumpresentatie. Nog steeds heeft het nog wel van die lullige themaatjes en die Duitse zang die me doet denken aan een foute jaren-zeventig softpornofilm (eh… vermoed ik), maar zo flauw als het was in mijn herinnering is het ook weer niet.
Toch mag er ook wel eens ongegeneerd uit de bocht worden gevlogen op zo’n festival. Na alle lieflijke en toegankelijke muziek is het de beurt aan de lokale band Radar Men From The Moon (RMFTM) om er samen met het Engelse The Cosmic Dead een epische jamsessie uit te pompen. Beide bands waren hoogtepunten vorig jaar op het festival en deze samenwerking is er dan ook een om naar uit te kijken. Het hele podium wordt in beslag genomen door alle bandleden van beide bands, en zo staan er ook twee drummers, gitaristen en bassisten. Eerder in de week hebben ze samen geoefend, en dat is denk ik wel verstandig. Overdaad kan schaden en je moet het wel een beetje synchroon doen. Maar het komt goed uit de verf. De psychspacemonsterjamnoiserockopera bestaat uit een aantal aaneengesloten gedeelten die – bijna vanzelfsprekend – leunen op de drumpartijen en funky basloopjes waaromheen de gitaristen en toetsenist van RMFTM omheen kunnen excelleren. Buiten stijgt de temperatuur naar tropische temperaturen en binnen klotst het zweet ook uit alle oksels. Bij zowel de band als het publiek. Al vanaf het introotje van “Have You Ever Been Mellow” van de Party Animals (kolossaal grappig natuurlijk op zo’n festival, al weet ik niet of dit bewust vooraf werd gedraaid aan het begin) kletst het er dik op. We zien de de bandleden vol gas geven met lang, epische en opzwepend gejam, om na afloop elkaar op te zoeken en intens te knuffelen. Het ziet er uit als een vriendschap voor het leven, of ze zijn wel verdomd blij dat het gelukt is vandaag. Ik denk beide.
Terug naar de psychpop van platenlabel Trouble in Mind in de Main Lab dan, waar het Amerikaanse Morgan Delt na het vorige geweld onherroepelijk lafjes klinkt. De jaren zestig of zeventig psychpop (referenties zoals Moodoïd, White Fence, The Moody Blues, The Byrds en Ariel Pink worden wel genoemd) klinkt toch net te zoetgevooisd, met nog wel die fijne dwingende drums, maar wat wiebelige zang. De ideeën zijn er duidelijk wel, de composities zitten aardig in elkaar, maar als geheel komt het maar lastig over. Te wisselvallig om geslaagd te noemen in elk geval, bij vlagen is het daarvoor te zeurderig en is de podiumpresentatie en het geluid te mat. En het is gewoon geen muziek voor in mijn comfort-zone, laten we eerlijk zijn.
Nee, geef mij dan maar het Noorse Electric Eye dat uptempo funky uit de hoek komt met hun fijn vloeiende psych, gevoed door strakke drums en beukende bas, gitaarspel met finesse, en heerlijk afgeroomd door de synthesizerklanken. De drummer en bassist herken ik trouwens niet direct van de vorige keer in Zwolle. Het kan ook zijn dat de drummer zijn haar totaal anders heeft, en dat de bassist wat kilootjes is aangekomen. In vergelijking met toen staat het geluid helaas niet zo spatzuiver, maar nog steeds vet genoeg om hier indruk te maken. Sowieso is het een potje opwindende spacy psych dat we wel konden gebruiken tussen al die psychpopbands. De (stuk of) vier nummers die we voorgeschoteld kregen hebben een fijne lange ontwikkeling in een verder uitgebalanceerde set, die ook verdacht veel lijkt op die van toen in Zwolle; met “6 am” in het begin na een rustig introotje, een wat kalmer tussenstuk, en het heerlijk ontsporende “Tangerine” als afsluiter. Topband.
Terug in de grote zaal wil het Franse The Limiñanas ook maar moeilijk overtuigen, ook al heeft het op papier wel de looks als sensuele psychpopband met de Frans (en Engels) zingende frontdame en een vrolijk hupsende drumster. De composities zijn aardig en licht dansbaar met wat scherper psychende gitaren tussendoor, maar de drums zijn wel erg eenvoudig, de band is wat rommelig, en de saaiheid van herhaling komt om de hoek kijken. Als herhaling je niet in vervoering kan brengen (die vraag kun je ook stellen bij Earth een dag later overigens), wordt het op een gegeven moment gewoon wat saaitjes. We zoeken meer, maar het blijft te vrijblijvend, net als veel bands vandaag eigenlijk.
Het Amerikaanse Pow! stond wel eens in het voorprogramma van Together Pangea in het Nijmeegse Merleyn, maar dat is meer een feitje voor in het dagboek. De band is eigenlijk ook een beetje rommelig en heeft ook eenvoudige drums, maar is wat dansbaarder, scherper, en feller door een meer garage-achtig geluid en rammelende lo-fi. Maar dat is ook niet gek, als je bedenkt dat ze ondersteund worden door Castle Face Records, de platenmaatschappij van Thee Oh Sees-frontman John Dwyer. De gitarist is ongemeen actief, crowdsurft nog even in het publiek (als ik dat goed heb onthouden), en rijgt aanstekelijke hooks behendig aan elkaar. De zang is nergens naar, maar vooruit. Het geluid leunt ook nog best op de synths van de dame in het midden en dat klinkt simpel maar doeltreffend. Een beetje fout allemaal, maar best leuk.
We missen het begin van Neerlands trots uit het Trouble in Mind-kamp Jacco Gardner, die je met zijn vorige plaat al op veel plekken kon bekijken, waaronder het Valkhof Festival en Lowlands. We zien een gewijzigde band achter hem, en mede daardoor voelt het optreden wat puntiger, scherper en strakker aan dan bij die oudere shows. Natuurlijk levert Gardner nog steeds lieflijke psychpop, maar meer dit bandgeluid klinkt het nog wat harmonischer en lijkt Gardner er wat zelfverzekerder te staan, en dat past hem ook goed. Zo zonder hoed. Dat rijmt. Flamboyant en gloedvol, zo zijn de gekozen melodieën ook wel. Gardner zorgt met de nieuwe plaat (ook al komt veel oud werk voorbij), een nieuwe band, en een verbeterde uitstraling voor vernieuwde belangstelling, en terecht.
Misschien missen we te veel van Hey Collossus, maar het stukje dat we meekrijgen bevalt goed, de heavy psych leunt wat meer op zwaarder aangeslagen riffs waardoor het meer ronkt dan veel andere bands vandaag. Met zoveel man sterk – inclusief zwetende frontman (zonder geweldige stem) doen ze hun eigen naam eer aan. Minder rommelig ook dan op de plaat.
Vorig jaar wist Wooden Shjips me nog wel te verrassen toen ze heel dansbaar uit de hoek kwamen door het vrolijke orgeltje en het fijne herhalende ritme. Gitarist (met de mooie kenmerkende baard) Ripley Johnson is dit jaar terug met Moon Duo, samen met partner Sanae Yamada. Live is het niet echt een duo, want op het podium worden ze aangevuld door een drummer, die verder de hele set ongeveer hetzelfde speelt in de herhaling. Goed, dat had je met Wooden Shjips ook nog wel, maar hier zijn de drums en de toetsen slechts ter ondersteuning en bedoeld als inleiding voor het gitaargefreak van Johnson, die het geheel echt in z’n eentje moeten dragen. En dat lukt toch lastig. De set blijft wat mat vind ik en dreint net te veel door. De zang zit achter een behangetje in de mix, en is verder te lafjes om echt iets toe te voegen. Nee, Johnson is lekker bezig op zijn gitaar en zijn effectenpedaaltjes, maar door de monotone onderlaag komt het allemaal niet zo van de grond als ik had gehoopt.
Die bal kopt Teeth of the Sea dan wel in als afsluiter in de kleine zaal. Het is inmiddels laat, maar de laatste energie wordt er uit gemept met een ongekend opzwepende set van deze Engelsen, die vorig jaar op het laatste moment te kampen hadden gehad met autopech en daardoor het festival niet haalden. In de herkansing dus met het waanzinnige “Reaper” gelijk in het begin. De bassist wisselt zijn bas af met een heerlijke trompetklanken, dat  verrassend mooi in het geluid past. De dikkere elektronische klanken komen van een techneut op links terwijl op rechts de gitarist ook intensief bezig is, terwijl in het midden de boel netjes aan elkaar gesmeerd wordt middels de staande drums. Elektronica en gitaren vormen een knappe hechte band hier, en dat levert een enerverende set stuiterende techno-psych op, terwijl ook ook ruimte is voor meer subtiele sferen. Wat een bazenband, en daarmee een geweldige slot van de eerste dag.
Zaterdag
De eerste act op het hoofdpodium werd aangeduid met ‘Audio Test 002.epl15’ en dat leek me in eerste instantie meer iets van een experimenteel ambient voorafje. Bonnacons of Doom is echter wel degelijk een band zo blijkt hier, maar ook aangeduid als ‘project’ door de organisatie. Een resultaat van de samenwerking met het festival in Liverpool. Het is gelijk een wat heftig begin van de dag, als je nog bezig bent met de slaap uit de ogen te wrijven, want gisteren was het natuurlijk laat geworden en het hoofd wil nog maar niet helemaal wakker worden. Het is de jammende psych van het type ‘we pakken een ritme, gooien daar een baslijntje tegenaan, en gaan dan daaromheen lopen te jammen’. Zwaardere noise als donderwolken, al wil de gitarist ook wel herhalende rinkelende gitaarklanken spelen in plaats van dik psychende effecten te gebruiken. Het is wel groovy of funky maar net wat overstuurd. Het woord vloeien komt weer in me op, en dat doet dit niet helemaal. Het pakt je niet volledig in en sleept je niet echt mee, terwijl dat in deze vorm wel de bedoeling is. De band loopt ook plots en nors af zonder boe noch bah, en dat vind ik altijd wat onsympathiek overkomen. Misschien baalden ze zelf ook van de uitvoering of de mager gevulde zaal.
Iets heel anders met Pretty Lightning, dat meer richting swamp blues gaat in mijn beleving. Het duo produceert een verrassend vol geluid met een flink dreunende basdrum en een volle gitaarsound. Zo af en toe worden de meer psychende effecten erin gegooid door de gitarist, maar de basis blijft heavy blues met een fijn modderig geluid. Jammer van die paar rustigere nummers, die de energie uit de set halen, net zoals die paar langere rustmomenten tussen de nummers. Het is nog vroeg, maar we worden al hongerig naar meer.
Inmiddels is duidelijk geworden dat Nederlands nieuwste telg en hoop in het psychpopgenre PAUW heeft moeten afzeggen vanwege een zieke in de gelederen. Maar goed, de band breekt toch al wel door en staan op elke straathoek in het land dit jaar. Het was uiteraard wel de uitgelezen kans om zich te presenteren voor de genreliefhebbers hier op het festival. Volgend jaar de herkansing wellicht, net zoals Teeth of the Sea dit jaar alsnog mocht aantreden. Echt heel treurig word ik er ook niet van, want ik had de band toch al twee keer gezien, en bovendien mag mijn favoriet Electric Eye gewoon opnieuw komen optreden op de plek van PAUW op het hoofdpodium. Naar verluidt ging het Electric Eye-optreden die avond in Hengelo ook niet door omdat er te weinig kaarten waren verkocht. Nu mag de band een dagje blijven in Eindhoven (we zien ze veel gedurende de dag bij andere optredens) en mogen ze voor een goed gevulde zaal staan. De set is vergelijkbaar met gisteren, al speelde de Noorse band toen niet het ietwat zeurende “Electric Eye”, ook al vormthet wel weer een aardig rustpunt tussen de andere nummers. Na lange ambient synthklanken ben ik toch weer blij nog een keer “6 am” te mogen horen, ook al staat de bas hier ineens veels te hard en drukt dat met name de gitaar en toetsen weg in de mix. Toch draait de mix bij gedurende het optreden zodat het wederom afsluitende en tien minuten durende “Tangerine” nu nog vetter ontspoort in een fantastisch slot.
Wat direct opvalt bij het Italiaanse trio In Zaire is dat de drummer helemaal los gaat in het begin. Samen met het getrommel op de staande drums zweept dat de boel wel op, al lijkt die tomeloze energie later in de set wat op te zijn. Vandaag wat minder ‘liedjes-bands’ met een duidelijke kop en staart, en dus kunnen we aardig genieten van het meer uitgesponnen freakwerk op de gitaar. De sporadische zang is niet geweldig, beetje klagend, en je kunt zeggen dat het trio ook nog wat strakker op elkaar ingespeeld kan raken, maar het is een band met potentie.
De volgende band in de Main Lab doet denken aan Bo Ningen: Japanners met lang zwart haar die een degelijk portie herrie kunnen maken. Kikagaku Moyo tapt wel uit een iets ander vaatje. Zo wordt veelvuldig de sitar gebruikt, die we als eerste horen in het (lange) intro, waarna langzaam een voor een de andere Japanners op het podium verschijnen. In het eerste nummer wordt gebouwd aan een zeer vol en rijk klinkende compositie en dat klinkt live gewoon magistraal, ook al omdat ze enorm goed op elkaar zijn ingespeeld. Het zwelt aan tot majesteuze proporties zonder te overdrijven, en de band zoekt daarmee wel vaker het randje op. Steeds als je denkt dat je het ongeveer wel weet, gooien ze er iets verrassends in. Dat geeft het optreden de nodige variatie, al moet je er soms even geduld voor hebben. Zo staat de sitar best helder in de mix, maar net als je denkt dat het wat vervelend wordt, komt er een nummer zonder dat ding. Na een bijtend psychedelisch stuk met opzwepende drums wordt makkelijk overgeschakeld naar een meer poppy liedje, om even daarna een licht cheesy jaren zeventig disco-achtig nummer te starten. Wat een vrolijke psychfunk! Ik heb er weer een favoriete Japanse band bij.
Op zich was ik wel benieuwd naar The Cult Of Dom Keller met hun reutelende space/psych, gemist op Roadburn 2014 en dus nu in de herkansing bij ondergetekende. Toch valt het me niet mee en ze houden de zaal ook niet vol. Het is de wat klassiekere psychrock met synths, waarbij de gitaareffecten soms lekker vuil en scherp jankend uit de hoek komen, maar het mist wat energie. Als het tempo omhoog gaat wil het nog wel, maar een handvol aardige songs redden het optreden niet helemaal. De wat laffe zang, onvermijdelijk weer verstopt in een hoop echo, helpt dan ook niet echt mee. Nee, dit is geen hoogvlieger vandaag, hier had ik meer van verwacht en gehoopt.
Desert Mountain Tribe is dan ineens de wat meer toegankelijke pyschrock met een poppy inslag en fatsoenlijke zanger, dat dan wat meer kan aanspreken. Denk Black Angels. Of Pearl Jam, maar misschien ben ik de enige die dat er op een gegeven moment in hoort. Het voelt wat makkelijk wat de Engelse band doet hier, zeker na de vorige band, maar wat geeft het. De zanger heeft alvast de looks, en de aanstekelijke nummers voor de grotere festivalweides zijn er ook wel. Het is allemaal wel wat meer van hetzelfde psychbritcountryrock of zoiets, waardoor het in de loop van het optreden wat eenvormig gaat aanvoelen, maar echt storen doet dat ook weer niet.
De gitarist van Mdou Moctar herken ik direct als ik kom aanlopen, al komt dat ook door het witte gewaad en dreadlocks. Ik kom er ter plekke achter dat ik de desertblues van de Nigerianen blijkbaar al eerder had gezien vorig jaar op het Valkhof Festival. De Touareg-muziek in de lijn van bands als Tamikrest en Tinariwen moet je wel liggen. Ik ben er simpelweg niet zo’n fan van, dus heel lang blijven we niet staan kijken, al wagen anderen zich op de dansvloer wel degelijk aan een zwoel woestijndansje.
Het Britse Toy klinkt in eerste instantie feller dan op de plaat, meer psych dan pop, met meer fuzz, electronica en noise dan ik me kon herinneren. Dat kan ook liggen aan de geluidsmix en de live-beleving, maar de nummers zijn aardig goed uitgedacht. De mooie volle baslijntjes ondersteunen het bandgeluid goed, net als de synths die een warme gloed aan de nummers afgeven, resulterend in een mooi vol stereobeeld. Toch is niet alles even sterk, daarvoor missen een aantal songs kracht en is de uitvoering niet altijd even behendig. Zo helpt een enigszins valse gitaar op een gegeven moment ook niet, of de wat kwakkelende zang, maar de eerste aanzet is er wel.
Dat je bij The Lucid Dream met een Engelse band te maken hebt zie je direct. Met name het bobkapsel van de gitarist valt gelijk op, met zijn zonnebril nog op zijn kruin, en een volledig dichtgeknoopt bloesje. Enthousiaste kerel. Het is ook het moment dat ik me echt sta te bedenken dat dit wel op veel andere dingen lijkt. Natuurlijk is dat onvermijdelijk als je een festival in hetzelfde genre hebt, en heel erg is dat ook weer niet. Het is meer klassieke psychrock zullen we maar zeggen, soms met het gitaarspel van Electric Eye, het opzwepende van Teeth of the Sea, het herhalende van Moon Duo, soms dansbaar en hier en daar zit er een lichte punkbite in. U zegt het maar. Hooguit hangt het soms nog te veel in een herhalend akkoord, en dat is uitermate lastig om spannend te houden. Ook als er bij een loom nummer net wat te veel gefreakt wordt (ondanks een aardig basloopje) zakt de energie wat weg, samen met het tempo. The Lucid Dream overtuigt dan vooral met de meer opzwepende nummers en kan toch wel op de lijst met bands om in de gaten te houden.
Met het Amerikaanse Earth heeft het Eindhoven een band in huis gehaald waarvan gezegd wordt dat het pionier is van de drone-metal (of doom). De band van gitarist Dylan Carlson werd opgericht in 1989 en maakte in het begin van die minimalistische muziek, maar er zijn later ook invloeden te vinden van country, jazz en folk. Ze gaven een historisch intense show op Roadburn 2011, zo lezen we in het boekje, en dat belooft wat. Zoals wel vaker ken ik ook weer niet alle klassiekers, dus het is wel eens interessant om de band aan het werk te zien. Nou, met name Carlson dan, vandaag aangevuld met drumster Adrienne Davies en bassist Bill Herzog. Carlson is de relaxte meester van de band, zo veel is wel duidelijk. Zijn aanzetjes op gitaar zijn best aardig en telkens steekt hij dan zijn gitaar triomfantelijk in de lucht. De lompe drums en lome bas kennen we van het doom-genre en het repeterende aspect in principe ook. Maar wat mij toch wel tegenvalt is het minimalistische in de set. Het saaie van de herhaling verliest het hier voor mij van het hallucinerende of indrukwekkende. De stukjes die worden herhaald zijn me te simpel, ze trekken je niet mee. Ik kan dat ook hebben met doom. Dan sta ik soms zo te kijken van: ‘joh, leuk dat je een vette toon honderd keer kan aanslaan op je laag gestemde gitaar, maar maak het eens echt spannend.’ Het moet je meesleuren, zoals Bongripper dat wél deed op Roadburn dit jaar. Earth is vandaag gewoon vervelend saai, zonder echte interessante ontwikkeling of verschuivingen. Zonder het indrukwekkende geluid. Zonder magie. Ik zal het wel niet snappen, maar ook een groot deel van het publiek verdwijnt stilletjes uit de grote zaal. Misschien is het net een stapje te ver voor dit festival om Earth te boeken en past het beter bij Roadburn, aan de andere kant is het te prijzen dat het Psych Lab z’n grenzen verkent. Roadburn zelf is in de loop der jaren ook meer genres gaan omarmen dan alleen maar stoner en doom. Hier wil Earth niet aarden.
Enige tijd later staan we lang te wachten op The Soft Moon, het eenmansproject van Luis Vasquez uit San Francisco. Als ze eenmaal beginnen met “Black” blijkt ook wel dat de drummer en bassist verder prima zijn, maar de puike neo-post-punk (denk Bauhaus, Suicide, Joy Division) komt verder uiteraard uit de koker van Vasquez, die ondanks de lange soundcheck relaxed blijft en gedurende het optreden zelfverzekerd en gedreven overkomt. De geluidschecks resulteren in elk geval in een uitstekende geluidsmix. De band klinkt hier fel en bijtend, en de synths snijden scherp. De meer industriële elementen van de laatste plaat passen goed, al voelt de set als geheel niet zo donker en bevreemdend, eerder dansbaar en euforisch. Het is zeker niet zo hapklaar geserveerd als toch een hoop andere bands op het festival, maar blijkbaar wel voedzaam genoeg voor een enthousiast publiek. Klassieke psych kun je het ook niet noemen, maar als we toch de grenzen van het genre opzoeken dan (be)valt dit een stuk beter.
Toch mis een paar nummers op het einde omdat ik ook Black Bombain hoog op mijn lijstje had staan. Eenmaal terug in de Observatory is de band al bezig met hun epische psychjams. Uiteraard is het langgerekt, met een funky ritmesectie en de uiterst smaakvolle (licht vervormde) saxofoonklanken als extra ingrediënt. Typisch iets wat je ook op Roadburn tegenkomt (denk aan Pyramidal, Domo en Papir de laatste twee jaar) en hopelijk zien we deze Portugezen dan ook nog een keer ergens terug.
Als afsluiter van het festival in de grote zaal is K-X-P een mooie verschijning. Uiteraard weer in halfdonker zie je het trio met monnikskappen op (of grote hoodies), en er zijn maar liefst twee drummers. Niet gek dat de set dus uiterst opzwepend is, al komt de finesse dan van de derde Fin, naar ik aanneem de ‘K’ uit de bandnaam, Timo Kaukolampi. De ‘X’ staat dan voor de drummer. Volgens hun facebook-pagina is een optreden met beide drummers zeldzaam, dus waarschijnlijk zijn we hier getuige van een uniek optreden met – naar ik aanneem – zowel Anssi Nykänen and Tomi Leppänen op drums. Die laatste zou altijd spelen en ook lid zijn van Circle, dat vorig jaar op Roadburn stond. Beide drummers drummen in elk geval strak in elkaars ritme, en dat is knap. Waar overigens Tuomo Puranen op bas dan is gebleven weet ik niet precies (de ‘P’). Op dit tijdstip staat de zaal in elk geval te dansen op de dikke beats van de drummers en de electronica uit diverse doosjes. Dat de technopsych of neoprog (of psych house zoals YouTube grappig genoeg voorstelde) dan soms ook een tikje te lang doorgaat in het zelfde stramien is ze dan maar vergeven, als het zo vet wordt gebracht – daar gaan we weer – mag het best wat langer duren in die herhaling.
Het Nederlandse duo zZz is bezig aan een behoorlijke indrukwekkende revival met veel aandacht (zoals voor het laatste album Juggernaut) en veel optredens in het land. Natuurlijk is de beukende orgelrock van zZz nog goed voor een dampende show hier in het holst van de nacht in de kleine zaal, maar we horen ook de variatie die de band inmiddels heeft aangebracht, met ook aandacht voor disco, kraut, postpunk/wave en andere elektronica/synths dan alleen het orgel. Björn Ottenheim en Daan Schinkel geven hun laatste zweetdruppels af aan het festival, terwijl er nog een (spaarzame) crowdsurfer door de lucht zweeft. Dat het duo dan ook wat langer doorgaat dan in het boekje staat aangegeven, daar heeft niemand een probleem mee.
En daarmee is de tweede dag een succes, nog meer dan de eerste dag door een wat meer aansprekende programmering, maar over de hele linie mag het festival weer tevreden zijn met goede bands in het genre en – naar ik aanneem – een aardige kaartverkoop. Het festival staat inmiddels op mijn vaste lijst festivals die ik graag bezoek. Deze editie kon het gevoel bevestigen dat het een relaxt festival is met goede muziek voor en door liefhebbers van het genre, met een smaakvolle aankleding en goede voorzieningen. Ik ben benieuwd hoe goed het lukt om elk jaar weer aansprekende bands te kunnen boeken, zonder dat je jezelf bijvoorbeeld herhaalt. Een festival als Roadburn bewijst ook keer op keer dat het kan. Dat je ook juist de beste nieuwe bands in het genre kunt boeken voor zo’n festival. Het is dus de kunst voor de organisatie om dat soort nieuwe bands te blijven vinden en dat te combineren met wat oudere bekenden om in elk geval wat publiek te trekken. Ik hoop dat het de organisatie lukt, en wens ze een voorspoedige toekomst. Dan ben ik er volgende keer ook gewoon weer bij.

Speak Your Mind

*