29 September 2016

Valkhof Festival 2015 – Napret – (woensdag t/m vrijdag)

Een verslag van de laatste drie dagen van het Valkhof Festival in Nijmegen tijdens de Vierdaagsefeesten. Inmiddels heeft Nederland een flinke zomerstorm te verwerken gekregen, het festival zwijnde dus met het goede weer in de afgelopen week. Alleen op de vrijdagavond viel er dan serieus wat regen en daarmee was het ook wat minder druk bezocht dan de avonden ervoor, maar het was daarom niet minder gezellig. Met anderhalf miljoen bezoekers aan de gehele Vierdaagsefeesten in Nijmegen werd het record van twee jaar terug gebroken. Volgens Teddy Vrijmoet, directeur van de Vierdaagsefeesten, kwam dat door het goede weer, maar ook door de goede profilering van de locaties en een sterke programmering. Hoeveel bezoekers er precies afkwamen op het festival in het Valkhofpark weet ik niet, maar ik vermoed dat ze een hele goede editie moeten hebben gedraaid. En uiteraard was de programmering ook daar sterk, zeker in mijn ogen, maar dat is gewoon elk jaar zo. Zo begon de woensdag, de vijfde dag van het festival inmiddels, al met een jonge talentvolle band uit eigen land, en dat was weer een goede reden om weer op tijd naar het park te fietsen.


mij=Door: tBeest
Woensdag
Vaste prik: eerst even koffie halen bij dat leuke koffiebarretje, om daarna de eerste band op het Boog-podium te verwelkomen. The Womb uit Den Haag zou je nog kunnen kennen als Pop Up Animal Kids, maar ze vonden de naam van hun oefenhok leuker. De band maakt fijne jaren zestig of zeventig psychedelische rock in de hoek van Tame Impala, nog wat opwindender misschien dan het Nederlandse PAUW en sowieso veel ruiger dan Jacco Gardner, om maar eens wat referenties uit eigen land te noemen. De soundcheck van de band glijdt vanzelf over naar een rustig introotje (presentator Wim Koens krijgt zo geen ruimte om de band aan te kondigen en kijkt wat beteuterd aan de zijkant) waarna de toetsenist naar de drums verhuist en daar een lekker funky psychend stuk instart. Het geluid staat hier altijd al fijn, maar dit klinkt ook weer heel goed, al is – zeker in het begin – de leadgitaar wel heel schel en overheersend. Ik zie ook geluidsmannetjes heen en weer rennen om de mix in orde te krijgen. Het klinkt gewoon lekker, met van die mooie galmende koortjes, licht tegendraadse drums, funky baspartijen en gouden melodieën. Zo midden in de set glijdt het wat naar meer rustige nummers en sommige van die slomere stukjes klinken me dan net iets te lijzig, maar over het geheel, inclusief dat mooie dEUS-achtige slotnummer, is heel fijn. De band oogt zelfverzekerd (sigaretjes in de mond en doorspelen maar) en toch losjes en laat hier dus een goed visitekaartje achter.
Een goed begin van de woensdagavond dus, maar er zijn ook wel wat tegenvallers hier op het festival. Zo zou je wel een hoop verwachten van de samenwerking van de Amerikaan Anton Newcombe en de jonge zangeres Tess Parks. Met name Newcombe is interessant als het brein achter The Brian Jonestown Massacre, dat ik vorig jaar nog wel had willen zien op Down The Rabbit Hole. In de combi met de zang van Tess Parks kon dat nog wel iets moois worden. Ik verwachte op basis van het album al kalme en relaxte psychpop, maar hier in Nijmegen klinkt het vooral saai, en het is vooral ook hoe verveeld de hele band kijkt, dat doet dat afbreuk aan het geheel. Weinig interactie met het publiek ook, Parks heeft er weinig zin in lijkt het en als ze wat heen en weer beweegt oogt dat plichtmatig. Ook een opmerking over het roken van wiet vind ik altijd een afknapper voor een band. Zo bijzonder vinden we dat hier niet, dus het voegt niks toe. Misschien dat ze allemaal al te veel aan de verdovende middelen hebben gezeten, maar het materiaal bestaat ook gewoon uit net te veel dezelfde akkoordjes. Newcombe pingelt een beetje en weet slechts bij momenten er wat meer prangende (psychende) tonen er uit te toveren, maar het oogt allemaal bijzonder statisch. De zang van Parks is in theorie mooi, met een licht kreunend of verlangend accent of een raspend randje, maar dit trekt de boel toch niet echt omhoog. Op den duur kom ik er nog wel een beetje in, maar dan toch. De band zelf is te verveeld en ik ben dat uiteindelijk ook iets te veel.
De frontman van het Britse Oscar heet Oscar Scheller en is een blije flup, die al vrolijk begint met een Nederlands ‘Alles goed? This festival is lekker’. Kijk, hier staat wél een sympathieke band, en dat is gelijk een verademing na de vorige. De lekkere blije indierock doet me aan Franz Ferdinand en The Smiths denken, ook qua zang trouwens van Scheller, die een mooie donkere en zachte stem heeft. Om fijn over je bandgeluid heen te smeren. Jammer dat de band er tien minuten voor tijd mee stopt, maar waarschijnlijk was het materiaal op. Check de EP Beautiful Words die net uit is. Leuke band.
Luis Vasquez uit San Fransisco heeft een uitstekende bassist en drummer meegenomen voor zijn project The Soft Moon, dat de jaren-tachtig (neo)post-punk en new wave hier op een bijzonder goede manier laten herbeleven. De band heeft iets eigens, waardoor het geen rechtstreekse kopie voelt van bands als Bauhaus, Suicide, Joy Division of DAF. Hij zorgt met shoegaze, electronica en industrial-invloeden voor een eigen geluid. Donker, sinister, maar wel zeer opzwepend in deze live-setting en dus ook heel goed dansbaar. De bas en drums klinken strak en hard genoeg door de speakers op de plek waar ik sta, maar de percussie van Vasquez, die overigens af en toe lekker blaffend zingt in de microfoon, is helaas te slecht te horen in de mix. Dat kan het nadeel zijn van een festival in de open lucht, met ongetwijfeld ook beperkingen op het volume. Op het Eindhoven Psych Lab stond de mix helemaal perfect en dat was het ook een lekker donker hol waarin de band goed tot zijn recht kon komen. Hier lukt dat uiteindelijk ook met de invallende duisternis en een prima lichtman, waardoor je over het geheel kunt spreken van indrukwekkende show. 3voor12 zette dit optreden zelfs bovenaan hun lijst van beste Valkhof Festival-optredens. Ja, The Soft Moon kan alleen nog maar groter worden.
Afsluiter La Femme een tijdje later op datzelfde podium laat het publiek ook dansen met een smakelijke combinatie van Franse synthpop en (lichte) psychpunk met een hoofdrol voor de synthesizers. De band, in 2010 opgericht door toetsenist Sacha Got en gitarist Marlon Magnée, is geïnspireerd door onder andere Velvet Underground en Kraftwerk, dus de drie synthesizers op een rij vooraan het podium zal vast een referentie zijn naar de Duitse band. Er wordt ook verwezen naar Franse yéyé pop uit de jaren zestig, maar vergeeft u mij even als ik dat genre niet zo best ken. En Californische surf trouwens, maar meer dan een enkel surfgitaarlikje ergens in een nummer kan ik niet veel surf ontdekken. Wel veel blije dansbare huppel-electropop. Maakt ook niet uit, als afsluiter voldoet het, al had ik de bandleden graag wat meer zien lachen. Nu was het, met de zangeres/toetseniste voorop, echt een kakkineus – kijk mij eens stijlvol sacherijnig kijken – geheel, hoewel de energie er wel degelijk goed in zat. Vooruit, toch een dikke voldoende.
Donderdag
De donderdag is op papier de beste avond, zeker als je van een goed potje rock houdt. Het begint al lekker met de zweterige orgelrock en post-punk / elektronica van zZz, het Amsterdamse duo dat na het goed ontvangen album Juggernaut van dit jaar rekenen op veel optredens in het land. Ik zag ze nog een aardig dampende show geven diep in de nacht op Eindhoven Psych Lab dit jaar, maar als opener van het festival hier heb je een wat lastiger klusje gok ik. Het Publiek is nog niet warm, maar heeft er gelukkig wel zin in. Zanger/drummer Björn Ottenheim doet lekker gezond gestoord (of noem het olijk, een mooi woord ook), en het vastdraaien van zijn microfoon(s) is daarom gelijk een hele leuke act. Zijn stijl is verder wat eentonig, maar het is wel elke keer opzwepend, en hij wordt bijzonder goed aangevuld door Daan Schinkel, die naast zijn Hammond-orgel (en bastonen) ook geregeld andere elektronica en synthesizergeluiden in de mix gooit. Hij is hier echt de jus over je portie boerenkool. Het duo krijgt het veld goed mee op dit vroege tijdstip.
Uit Amsterdam komt nog meer lekkers. Het vijftal van The Mysterons kennen elkaar van het conservatorium en heeft onder andere drie leden van Jungle By Night in de gelederen en gitarist Brian Pots van PAUW. Ook dit is een band die psychedelische jaren zestig en zeventig als voorbeeld heeft, met een fijn Hammond-orgel, galmende gitaren en funky bas en drums. Het heeft wel wat weg van The Womb ook die we eerder op hetzelfde podium zagen, al beweegt deze band soms ook wat meer richting de elektronische pop-kant, zeker in het middenstuk van het optreden, en dat dartelt mij net wat te veel. Toch zitten de composities doorgaans bijzonder goed in elkaar, dat hebben ze dan in elk geval goed geleerd op het conservatorium. Maar wat ik ook wel mooi vind aan deze band is dat ze de psychpop zo mooi afronden met de goede zang van zangeres Josephine van Schaik. Het doet mij wel denken aan Geike Arnaert (ooit een tijd in Hooverphonic) met kleine momentjes Kate Bush of zelfs Roosbeef (verklaar me vooral voor gek). Het lekkerste vind ik toch de meer proggy psych-kant van de band, als de funk de overhand neemt en de gitaren wat harder gaan schreeuwen, zo eindigt het concert wat knallender en dat is fijn. Helemaal geen verkeerd optreden dus, en dan kan je concluderen dat dit ook weer zo’n goede veelbelovende jonge band is uit eigen land.
Het Noord-Ierse And So I Watch You From Afar stond in 2010 ook op het festival, toen aan de Voerweg op een klein podium, waarbij de geluidsmix toen de eerste nummers behoorlijk beroerd stond. Nu is het wat beter, maar ik vind de gitaren wat te schel. Wat mij vooral opvalt is dat de eerste nummers eigenlijk nergens naar toe schieten. Ik was destijds echt wel fan van de band, maar met dit soort nummers pakken ze me niet. Té dichtgesmeerd, rommelig, met overbodige zang, te weinig punch, goed geplaatste riffs, en überhaupt veel te weinig spelspanning / dynamiek. De ritmes die meestuiteren in de bekende mathrock-stijl zijn aardig maar veel te vrijblijvend. Een reeks flauwe deuntjes vind ik het. Technische krachtpatserij zonder ziel. Dit wil ‘m maar niet gaan worden, denk ik nog, en als ik op dat moment was weggelopen hadden ze me nooit meer bij een concert van hun gezien vrees ik. Gek genoeg komt daarna de flow er wél in, krijgt het basgeluid meer punch, worden de nummers ruimtelijker, en komt er meer goed geplaatst vuurwerk. En natuurlijk geven ze zich weer helemaal natuurlijk, knetterenergiek. Dan zitten we ondertussen in het vierde nummer, dus ik zit gewoon snel potjes conclusies te trekken. Maakt niet uit. De tweede helft rechtvaardigt die oude liefde, zeker met oudje “Set Guitars To Kill”, dat hier subliem vet klinkt. Wel geeft het te kennen dat de band het van zo’n oudje moet hebben. Maar, toegegeven, de tweede helft klinkt gewoon goed. Of dik, dat klinkt stoerder. Oude liefde roest niet helemaal dus.
Ik krijg helaas niet alles mee van het Belgische STUFF. (met punt) dat tussen al het rockgeweld hier op het Boog-podium staat met hun funky, soulvolle jazz met de nodige elektronica en hiphop-invloeden. De (elektronische) sax is een belangrijk middel in het bandgeluid, dat verder nog aangevuld wordt door een dj op links die allerlei samples er doorheen gooit (“The Message” van Grandmaster Flash bijvoorbeeld). Fijne drummer en bassist ook. Hier zit een fijne vloeiende swing in. Eigenlijk jammer dat ik niet alles meekrijg van deze – wederom – jonge talenten, maar hier gaan we ook nog vast meer van horen.
Sólstafir is na Red Mars Sky en Monolord de derde band in samenwerking met FortaRock en mag het hoofdpodium vanavond in stijl afronden. De band uit IJsland weet altijd wel een mooie sfeer te creëren met hun magnifieke gelaagde en uitwaaierende post-rock/metal en getergde zang. Maar ook de kleding is weer prachtig: zoals altijd komen de heren in hun zwarte alternatieve cowboysnit op. Retestoer natuurlijk. En ze brengen ook weer hun mooiste metal-poses op het podium, daar kun je op wachten. Het is lekker druk bij het hoofdpodium, en dat is goed om te zien, zo druk was het laatste optreden in Doornroosje vorig jaar namelijk ook weer niet. Uiteraard komt er weer van alles langs van het prachtige Ótta van vorig jaar, maar ook “Svartir Sandar” van het gelijknamige album uit 2011, wederom ingeleid door de zanger met een verhaaltje over de prachtige natuur van IJsland. Met onder andere zwart zand dus, waar dat nummer over gaat. Bij “Rismál” vraagt zanger Aðalbjörn “Addi” Tryggvason om 10 seconden stilte, maar dat zal vast niet lukken. En dat is ook niet erg, zegt hij relativerend, waarna hij het nummer toch prachtig opent met alleen zijn zang. Je verstaat er geen klap van, het is gezongen in het IJslands, maar deze man moet gepijnigd zijn tot in het bot als je het zo hoort. Vanavond gaat er wel wat subtiliteit verloren door de wat harde, scherpe en schelle gitaren, maar de bas is dit keer wel goed te horen, al ligt het ook aan de plek waar je staat. “Fjara” (ook van Svartir Sandar) is geen favoriet van me; ik heb het wel eens een Eurovisie Songfestival-liedje genoemd vanwege het wat flauwe melodielijntje, maar gek genoeg past het vanavond wel eens ter afwisseling van de andere nummers. Mijn festivalmaat vond het vanavond nogal veel van hetzelfde, en inderdaad hergebruiken ze veel akkoordenwisselingen, maar ja, als het zo mooi intens en sfeerrijk wordt gebracht… Tja. De standaard afsluiter “Goddess of the Ages” (van het prima Köld-album uit 2009) is daar wellicht het beste voorbeeld van. Het is erg lang, maar ontwikkelt zich prachtig tot een episch slotstuk dat eigenlijk niet lang genoeg kan duren. De zanger haalt er zelfs even zijn schipperspet voor uit de kast, al weet ik nog steeds niet helemaal wat hij daar nu mee wil zeggen. De setlist is ondertussen wel redelijk voorspelbaar als ik me eerder optredens herinner van afgelopen tijd, maar als iets goed is kun je dat best vaker zien. In elk geval lijkt het er op dat ze hier in Nijmegen ook nieuwe fans hebben gewonnen, gezien het dikke applaus na afloop. En dan vergeten we dan maar even dat akkefietje van de band met de begin dit jaar uit de band gegooide ex-drummer (lees hier). Doet me nu ook even denken aan die waanzinnige (in een hoop opzichten) film Ex Drummer, maar dat terzijde. De donderdag krijg met Sólstafir in elk geval een uitstekend einde van dit avondje pure rock. Hopelijk blijft metal op dit festival in samenwerking met FortaRock een prominent plekje krijgen in de programmering.
Vrijdag
De laatste avond van het festival is grijzig met regelmatig wat motregen en dreigt telkens definitief in het water te vallen, maar toch zijn er nog genoeg mensen in het park te vinden. Het is gezellig druk, maar lang niet zo vol als de avonden ervoor. Dat zal aan het weer liggen, maar het programma van vanavond spreekt me eigenlijk ook het minste aan van alle dagen. Dat ligt ook aan de genres die worden gebracht. Het is maar waar je van houdt. Toch gaan we vanavond op zoek naar avontuur en gelukkig is er in de Sint-Nicolaaskapel ook van alles te doen.
De avond start met zo’n genre waar ik wat minder mee kan, alhoewel het publiek er wel zin in lijkt te hebben. De Ben Miller Band speelt een vrolijke uitbundige mengeling van rauwe country, bluegrass en blues. Het Amerikaanse trio werd twee jaar geleden ‘ontdekt’ door Billy Gibbons van ZZ Top, zo lezen we in de beschrijving. Mannen met baarden dus, waarbij de bassist het doet met een primitieve stok met twee bassnaren zo te zien, en waarbij de gitarist een handgemaakte cigar-box-gitaar gebruikt, naast een gewone gitaar en zo’n wasbord. En er komt ook ergens een hoorn langs van zo’n oude telefoon die wordt gebruikt als microfoon. Het is eigenlijk gewoon feestmuziek, noem het carnaval in een ander format. De guitige covers van “What’s Up” (4 Non Blondes) en “Black Betty” (Ram Jam) maken het een soort mash-up gimmick. Leuk als je ervan houdt, maar het publiek danst. Dus.
De Sint-Nicolaaskapel is vanavond bezet door Extrapool Nachtportaal, oftewel ‘de drempel tussen feestgedruis en de stilte van morgen’. Een bijzondere collectie internationale acts werpen elk hun eigen bundeltje licht op duistere muziek, aldus het programmaboekje. Als eerste zien we daar vanavond Strand, alias Bert Dockx, die we ook kennen van de Flying Horseman, en ook van psychjazz-trio Dans Dans, dat hier vorig jaar nog op het Boog-podium stond met een heel gaaf optreden. Hier in de kapel zit hij te spelen op akoestische gitaar. Het is prachtig, de verhalen die hij bijvoorbeeld bij Dans Dans soms lijkt te vertellen met zijn versterkte gitaar(gepingel) komen hier in mijn verbeelding tot leven, (meestal) aangevuld met zijn gezongen poëtische teksten. Het is alsof je wat meer in de keuken van Dockx kijkt. In zijn ziel. Wat zijn bedoeling is met zijn muziek. En het is prachtig puur gespeeld in de behoorlijk stille kapel, waarbij Dockx zijn gitaar zowel zachtjes laat fluisteren als soms ook uitbundig uitpakt. Zo is de inleiding van “Dood” al bijzonder, als hij vertelt hoe hij aan het idee van dat nummer komt. Zijn grootmoeder lag op sterven in het ziekenhuis en dat is uiteraard dramatisch voor de familie. Maar wellicht was die dag van haar sterven voor haar zelf helemaal niet zo dramatisch. Dat vond hij een bijzondere gedachte die hij verwerkte in dit nummer. Zo persoonlijk voelen ook de andere nummers, zoals “Haat” dat juist instrumentaal is en zachtjes begint en later prachtig intens wordt. Zo komt van alles voorbij van het album Strand van vorig jaar, dat best meer aandacht had mogen krijgen denk ik in de muziekpers denk ik. Zo is het afsluitende “Strand” ook een mooi voorbeeld van intense emotie, mooi uitgedragen door Dockx op gitaar, waarbij hij soms ingespannen op zijn gitaar klopt met zijn knokkels. Dan zijn de nummers van die plaat zo’n beetje op, maar dan volgt nog de cover “Sinnerman” van Nina Simone. ‘Gewoon omdat ik er zin in heb’. Het blijft een ‘man met een gitaar’-act, maar hij biedt veel meer dan de zoveelste singer-songwriter. Ja, dit is pas echte kunst vanuit het hart.
Een dik kwartier later is het de beurt aan de volgende act in de kapel; de wereldberoemde luitspeler Jozef van Wissem, geboren in Maastricht, maar woonachtig in Brooklyn. Extra feitje tussendoor, hij won in 2013 de Cannes Soundtrack Award voor zijn muziek bij de film Only Lovers Left Alive. Het duurt even voordat ik een beetje in de muziek kan komen, uiteindelijk klinkt de luit wat veel van hetzelfde. Laten we zeggen dat het aardige middeleeuws klinkende deuntjes zijn, maar niet veel meer dan dat. Met de soundscapes vanuit zijn MacBook valt het ook wel mee, die worden maar bij één nummer gebruikt en dan klinken er wat vervormde stemsamples, maar op een gegeven moment drukt hij dat geluid abrupt weg, alsof het niet past, en misschien is dat ook wel zo. Op den duur hoor je wel de meer sinistere kant van zijn luitspel, zeker als je het beeld er bij ziet van Jozef van Wissem zelf met z’n zwarte leren jas, sluike haar en eyeliner rond z’n ogen. Op den duur moet ik zelfs denken aan thrashmetal-gitaarsolo’s, die hypnotiserend naar boven komen drijven in mijn gedachte, en ergens hoor ik zelfs opeens “Enter Sandman” van Metallica in de klanken, terwijl dat in absolute zin helemaal niet zo is. Als hij op dat moment ook nog gaat rondlopen en de bekende ‘ik steek mijn gitaar in de lucht’-pose aanneemt moet ik toch erg lachen. In mezelf dan hè. Nou goed. Het was misschien niet helemaal mijn ding, maar toch wel weer een bijzondere ervaring op z’n minst.
Vervolgens zien we nog een stukje St. Tropez op afstand, eigenlijk bedoeld als hobbyproject van Go Back To The Zoo uit Amsterdam om meer te experimenteren met muziek. Als ik het zo hoor klinkt het als behoorlijk degelijke oerrock, soms speels en soms met een scherp en venijnig randje. Vooral ‘niets aan de hand’-rock dus, maar wel degelijk goed uitgevoerd. Met name de gejaagdheid in veel nummers zweept prettig op, al vind ik de zang nogal schreeuwerig. Als dit ‘maar’ een hobbyprojectje is van Go Back To The Zoo dan is dat erg goed gelukt. Meer standaard rock, ook goed uitgevoerd, met afsluiter The Deaf op het hoofdpodium, al eerder benoemd als rechttoe-rechtaan (of di-recte, haha, flauwe grap) rock ‘met ballen’. Zanger/gitarist Spike (van Zoest), die van Di-rect dus, is wel een erg goed showmannetje hier, die de boel vakkundig opzweept en hooguit te veel ouwehoert tussen de nummers door. Het credo ‘niet lullen maar spelen’ kent hij toch ook wel? Maar goed: dit is echt een leuke rock ‘n roll-band, die met hun Farfisa-orgel refereert naar de sixtiesrock, samen met een dosis garage en punk. Erg toegankelijk dus, en als afsluiter staan ze hun mannetje (en vrouwtje) hier en dat is knap. Toch verlaten we voor het einde de show. Het regent nu echt, dat is niet fijn, en eigenlijk is het ook wel weer mooi geweest allemaal.
En daarmee zit het er op. Zeven dagen festival. Dat is een heel eind, en daarom is ook deze wandelaar van de Valkhof Festival-avondzevendaagse weer blij het te hebben volbracht, al krijgen we daar geen kruisje voor. Ja, wel heel veel plezier natuurlijk, en gezelligheid samen met vrienden en bekenden. En lekker eten. En het heerlijke speciaalbier van The Fuzz uiteraard. En goede muziek dus. Voor mij waren hoogtepunten zo’n beetje Forever Pavot, Janne Schra, Donnerwetter, The Holydrug Couple, Mars Red Sky, Ezra Furman, SOAK, Hausse: Drvg Cvltvre X Dead Neanderthals, Unknown Mortal Orchestra, Monolord, Kovacs, The Womb, The Soft Moon, zZz, The Mysterons, Sólstafir en Strand, maar eigenlijk stelden weinig bands echt teleur. De beste avonden waren toch wel de maandag en de donderdag in mijn beleving. Zo’n rijtje hoogtepunten is natuurlijk ook gedreven door persoonlijke smaak, dus ik ben ook wel benieuwd naar jouw toppers van het festival. Gooi het vooral in de comments. Vind ik leuk!
Volgend jaar weer? Wie weet. Misschien ga ik wel eens een keertje meedoen met die wandeltocht en dat valt niet zo goed te combineren met een bezoek aan het festival. Als Nijmegenaar wil ik die tocht toch ooit eens een keer gaan doen. Het is volgend jaar ook nog eens de honderdste editie van de Vierdaagse, dus dat zou een mooie gelegenheid zijn. Maar goed, zelfs als ik dat wil moet ik nog wel door de loting heenkomen. En lukt dat plannetje niet, dan ben ik gewoon weer bij de dertigste (als ik goed heb geteld) editie van het Valkhof Festival. Dus wie weet: tot volgend jaar! U was in elk geval weer een fijn publiek!

Speak Your Mind

*