1 October 2016

Lowlands 2015: vrijdag napret

De eerste vraag natuurlijk is: merk je er wat van, dat er een kwart minder kaarten verkocht zijn? [Er waren 48206 bezoekers, met een capaciteit van 55000, red.] Ehh, amper, eigenlijk. Je kunt iets makkelijker naar voren, bij een podium, maar dat was het wel. De Alpha is namelijk twee palen korter geworden en ook de Juliet (met nog steeds 1200 stoelen) heeft een minder hoge tribune. Andere veranderingen? De schuttingen bij de “brug”, de overgang van de beide terreindelen, zijn weg en Lowlands oogt ineens een stuk groter. Heineken op de tap. Je kunt denken wat je wilt van Radler en Desperados, maar het is wel verkrijgbaar. En de Brand Bijzondere Bieren Bar is een puike aanvulling, al is de keuze van bieren niet zo bijzonder. Maar allemaal leuk en aardig, we kwamen voor de muziek en hoe is het daar mee gesteld?
Lowlands de Bowlands


mij=door Gr.R. en Stonehead. Foto’s: Jorg
Een wijs iemand zei al eens dat alle akkoordenschema’s al eens gebruikt zijn en 80% daarvan al door Lennon en McCartney, maar dat kunnen we ook doortrekken naar alle popkunstjes. En eigenlijk kunnen veel bandjes ook maar één kunstje. Al zijn ze daar niet allemaal even goed in. The Antlers bijvoorbeeld. The Antlers spelen een wat dromerige indiepop, die traag opgebouwd wordt. Klein beginnen, episch eindigen. En dat verpakt in brokjes van een minuut of vijf. Dat klinkt geweldig, als je de tent binnenkomt, maar aan het eind van het optreden begint het toch te knagen. Dan gaat ieder nummer op elkaar lijken. Dat Antlers vroeg in de middag staat en dat iedereen nog bij moet praten helpt ook niet mee. The Staves hebben daar ook last van. Die kennen meerdere trucjes en in allemaal zijn ze heel goed. Puike samenzang, met een lichte countryfeel. Fijne kleine liedjes van de drie zusses Staveley-Taylor. File Under zag ze al eens op een van de kleinste podia van Vlieland en vroeg zich toen af, of dat naar de grotere podia kon. De dames zijn met vlag en wimpel geslaagd. De verder anonieme drummer en bassist geven wat extra diepte in de muziek. Van Staves naar Slaves lijkt een kleine stap, maar de muziek van Slaves staat haaks op die van Staves. Slaves doet het aloude en inmiddels wat versleten tweemansband-met-drummer-en-gitarist-trucje. En ja, je krijgt exact wat je je er nu bij voorstelt. Slaves is wat meer punky dan van hun voorgangers, wat er voor zorgt dat er al voorzichtig wat gepogo’t wordt, maar echt ontbranden wil het nooit.
The Staves
Dit in tegenstelling tot Fuzz. Zelden was een bandnaam zo adequaat gekozen. Want we kijken naar Fuzz en we krijgen fuzz. Wagonladingen fuzz. Dat gecombineerd met fijne liedjes, met een licht psychedelische inslag. Al kan dat komen dat de band veel gebruik maakt van fuzz. Nee, dat Fuzz is een heel fijn fuzz-bandje. Alle fuzz daarover is terecht. Met Ty Segall op drums. Ook de fuzz over de puike jurk van de bassist is volledig op zijn plek. Dit in tegenstelling tot All Time Low. Zelden was een bandnaam zo adequaat gekozen. Het festivalkrantje durft ze nog te verkopen als poppunkers, maar iedere vorm van punk is er zorgvuldig uitgeproduceerd. Wat overblijft is een wat zielloze bedoening van een boyband met gitaren. En natuurlijk gaat het erin als zoete koek. Uw verslaggever ziet veel en besloot ooit al, dat als de zaal plat gaat, er ergens iets goeds moet zijn, maar bij All Time Low heb ik het niet gevonden.
FUZZ
Nee, dit was niks. Dit in tegenstelling tot Bleachers. Bleachers is een soloproject van Fun-gitarist Jack Antonoff en doet exact wat All Time Low doet. Alleen veel en veel beter. Mooie puntige popliedjes, op hoog tempo uitgevoerd, door een band die er zichtbaar zin in heeft. Het straalt plezier uit en dan is het ineens niet erg dat er cliché op cliché gestapeld wordt. Deze band heeft niet de pretentie om de wereld te verbeteren, maar gewoon om een fijne tijd te hebben. En wij krijgen er een brede grijns van. Over pretenties gesproken, daar heeft DMA’s helemaal niks tekort van. Moet ook wel, want deze Australiërs staan in de schoenen van de broertjes Gallagher en hun mede-Britpopgenoten. Jong en snotty zijn ze, maar ze maken het waar. Zolang Noel en Liam nog niet on speaking terms zijn, vermaken wij ons wel met DMA’s.
DMAs-0647-klein.jpg
Wordt er niet gedanst dan, op Lowlands? Slechts voorzichtigjes, want de beats van Howling zijn erg fijn en goed en diep, maar noopt vooral tot luisteren en minder tot bewegen. Maar laten we vooropstellen, het was toch al peentjes zweten in de X-Ray, dan is het fijn dat we ons kunnen beperken tot een lichtjes wiegen. Voordat Lowlands begon, maakte ik mij lichtjes zorgen over Lowlands, dat heeft u hier eerder kunnen lezen, maar na dag 1, kan ik zeggen, dat het op de korte termijn allemaal meevalt, want de vrijdag was een fijne dag. Over de lange termijn, weet ik het nog steeds niet. Maar daarover later meer. er moeten eerst weer bandjes gekeken worden.
(Gr.R.)
Eindelijk weer op Lowlands!
File Under had meer verslaggevers rondlopen. Ik (op deze weblog bekend als Stonehead) draaide op donderdagnacht op een uitverkocht Nijmeegs studentenfeest en kwam dus pas vrijdagmiddag rond een uur of 15 met een vriendin en vriend het Lowlands-terrein op. De silent disco van donderdagnacht was dus al gemist, maar goed, we zijn er tenminste! Ik was van 2001 tot 2013 elk jaar trouw als bezoeker op dit festival, een enkele keer zelfs backstage om interviews te doen, en sinds een paar jaar speel ik ook retweetkanon met de Twitter-account @lowlands. (De gedachte daarachter is dat Lowlands eigenlijk ‘jullie’ festival is. Het is veel leuker op een account met die naam om artiesten, celebrities en bezoekers zelf aan het woord te laten dan om exclusief zelf de snob uit te hangen. Al retweeten we wel met smaak, natuurlijk.) Tevoren had de Twitter-account Llowcamp gemeld dat alle campings op de nieuw geopende camping 6 na vol zaten, maar volgens de LED-borden van de organisatie bij de ingang was er nog best plek op camping 1 t/m 4. We besloten de gok te wagen. Licht sentimenteel liep ik langs de GLLamping op camping 4 met zijn tipi’s en legertenten, en inderdaad konden we achterin camping 4 gewoon terecht, nota bene op een plek waar ‘s morgens schaduw van de bomen valt. Niet verkeerd. Over de camping zal ik verder alleen nog melden dat het idee van prijzen winnen met codes op stickers op vuilniszakken leuk bedacht is, maar teveel werk. Dat programmaboekjes tegenwoordig een half muntje kosten als je ze niet bij de ingang meesnaait, bevordert de duurzaamheid dan weer wel.
Er kan veel veranderen in twee jaar. Alle dancetenten zitten op het terrein tegenwoordig bij elkaar, wat ‘s nachts scheelt met lopen. Alle echt lekkere maaltijden zitten daarentegen aan de andere kant, tussen de Alpha en de Grolsch Heineken. We kwamen binnen bij Mark Ronson, die een MC had meegenomen maar verder eerlijk gezegd precies hetzelfde deed wat ik zelf op die studentenfeesten doe. Hij draaide veel bekende, supertoegankelijke hiphop en pop en nauwelijks iets representatiefs voor zijn albums. Het werkt als een tierelier, absoluut, maar ik vond dit totaal niet memorabel. FeestDJRuud kan dit ook. Je zult er maar een lange recensie over moeten schrijven.
Via Hayden James in de X-Ray (lekkere Flume-achtige house hoor) lopen we door naar Limp Bizkit, die “Smells Like Teen Spirit” staat te coveren als we aankomen. De Alpha ontploft zowat, maar net van Mark Ronson vandaan en na een dj-nacht vol rock- en metalcore-classics nog in de oren kan ik de originaliteit er niet van snappen. Hier staat een dooie band met een dood genre geld binnen te harken, puur voor de nostalgische waarde en als compensatie voor het feit dat er momenteel bar weinig rockbands zijn die zowel hard zijn als catchy of vernieuwend. Was er maar weer eens een band à la Delain, Rammstein of Nightwish die een even grote hit weet te scoren als Major Lazer. Van Limp Bizkit hoeven we het in elk geval niet meer te verwachten.
Shamir is live inderdaad de electrofunk-hitsensatie die hij op plaat ook is. Dit swingt, en hij heeft een goede band bij zich. “Head In The Clouds” is live nóg beter dan de versie op het album waarvan een vriendin het trompetgeluidje onterecht al ‘superirritant’ genoemd heeft. Dit is een hit hoor! Eerlijk gezegd weet ik verder niet meer zoveel van zijn optreden, maar ik heb behoorlijk staan dansen en ik vond dit het beste optreden van de dag. Aan het eind springt hij het publiek in en neemt hij midden in de India zeker 10 minuten de tijd om met zijn rozeminded publiek op de foto te gaan.
Terwijl ik het terrein verken kom ik La Roux tegen in de Bravo. De tent is voor de helft leeg door de concurrentie van Paolo Nutini, Hudson Mohawke, Ben Khan en Underworld, maar daardoor loop je makkelijk naar voren en is er veel dansruimte, die ook opvallend ruim gebruikt wordt. La Roux is goed bij stem, is veel overtuigender dan de vorige keer dat ik haar zag op Lowlands 2009 en kan het publiek makkelijk theatraal bespelen. De twee afsluitende nummers “Sexuality” en “Bulletproof” zijn knallers.
Hudson Mohawke, ja, wat moeten we daar nu weer mee? Hij speelt geweldig en het is een verplicht optreden voor iedereen die een beetje bij wil blijven in moderne beatkunde, maar veel herkenbaars zit er niet tussen, terwijl hij à la Chic, Opgezwolle of Diplo een hele show zou kunnen neerzetten met alleen maar nummers waaraan hij heeft meegewerkt. Zijn TNGHT-werk is nodig om het vuurtje op gang te krijgen. Feit is ook dat je van hiphop moet houden om Mohawke te waarderen: mijn vriendin haakt hier hard af om naar Underworld te gaan, zelfs met de belofte van Caribou in het vooruitzicht. Over Underworld merkt ze later wel op dat ook dat een behoorlijk druk nostalgiefeestje is.
Het nachtprogramma gaan we in met DJ St.Paul, die zijn feest ‘Checkpoint Indie’ host in de Charlie. Hij draait bekende en onbekende nieuwe dingen en mixt smaakvol. Four tet lijkt tegelijk in de Bravo saaie techno te maken, maar gooit er halverwege een schitterend lang nummer van Eric Prydz tussendoor, “Opus” in de clubmix-versie, dat pas net uit blijkt te zijn. Met alle lichteffecten van de zoals altijd magnifieke Bravo hierbij is dit een hoogtepunt.
Tegelijkertijd zijn Mefjus en Spor begonnen in de India. Met name Spor maakt een fragiele indruk. Zijn hits missen laag en het komt niet echt van de grond allemaal, en dat begrijp ik niet. Spor is een van mijn favoriete drum’n’bass-artiesten (en Feed Me een van mijn EDM-helden) en de spanningsopbouw is totaal afwezig. Misschien komt het omdat hij een echt behoorlijk hinderlijk aanwezige MC bij zich heeft die zich had gespecialiseerd in het antwoord op de vraag op welk festival we ons bevinden.
Tussendoor ga ik dus maar even bij Mumdance langs, die behoorlijk hip aan het draaien is. Ook iets om nog eens op Youtube te checken. Maar heel vol is de X-Ray eigenlijk niet.
Een uur later, het is inmiddels ver na drieën, laat afsluiter Wilkinson met zijn MC Adapt horen hoe het wél moet: hij mixt allerlei classics zoals “Dead Limit” van de Upbeats, “Rock It” van Sub Focus en de Andy C-versie van Jack Ü’s “Take Ü There” door elkaar tot een groot drum’n’bass-feest. Terwijl ik buiten de tent met een handvol mensen blijf staan bij een festivalbezoeker met een pil op die door zijn hoeven gezakt is en door de EHBO wordt geholpen, knalt Wilkinson zijn eigen ballad “Hopelessly Coping” erin. Raker kan eigenlijk niet. De inmiddels half leeggelopen India gaat er ontzettend hard op. Je ziet Adapt en Wilkinson elkaar ook tevreden aankijken: zo, die tent zit in de zak.
Dan besluit ik dat het wel laat genoeg is. Tijd om de tent op te zoeken. Morgen weer een nieuwe dag Lowlands!
(vervolg: Zaterdag)
Het verslag van tBeest vind je op zijn weblog.

Speak Your Mind

*