Roadburn 2018 – Napret

Roadburn 2018Het is de donderdag van Roadburn 2018. Tilburg voelt vertrouwd. Relaxed. Onze fijne B&B ligt er weer heerlijk bij op ca. 25 minuutjes (rustig) lopen. Spullen droppen en gelijk genieten. En wat is het fantastisch weer; de vroege zomer is net op tijd begonnen en pas op zondag spotten we een spatje regen. Het is vier dagen rondlopen in de korte broek. En dat was zeker niet mogelijk de afgelopen twee jaar. Café Bakker in het straatje om de hoek bij 013 is weer de vaste plek voor de eerste speciaalbiertjes van de dag en die smaken extra lekker op temperatuur. 013 en omgeving is voor vier dagen weer het mekka van de (vooral) mannen-met-zwarte-kleren-en-lange-baarden-en-tattoos. Hoe harder en bozer de muziek, hoe aardiger de bezoekers zijn denk ik wel eens, al scheelt het dat veel festivalgangers de weg naar de coffeeshops ook wel weten te vinden misschien. Wat dat betreft is de sfeer fijn mellow. En de muziek lomp. Doom/stoner/black/psych- of avant-garde metal bijvoorbeeld. Maar ook wel postrock, dark-folk, duistere ambient, prog-jazz of zelfs elektronische muziek. Waar de hippe festivals voor jongeren steeds meer naar hiphop/dance/electronica/pop verschuiven, vinden we hier nog de heilige verering van mighty gitaar(riff). En lange nummers. Hele lange nummers. We zien dit jaar een set van 70 minuten en een set van 85 minuten. Met slechts een nummer. We krijgen ultralange gitaarjams voorgeschoteld, zonder dat het gaat vervelen. Er is verbroedering tussen publiek en bands. Tussen vrienden en oude bekenden. Er zijn nieuwe ontmoetingen. En er is een uiterst internationaal publiek. Zo’n 70% van alle bezoekers komt van buiten onze landsgrenzen (uit 60 verschillende landen zoals Australie, China, Chili, Singapore) en dat valt vooral op als je voor het podium staat. Zo lang ben ik nu ook weer niet, maar tussen al die kleine zuiderlingen heb ik een extra voordeel, al voel je je dan ook wel eens bezwaard als je wat verder vooraan wil staan. En dat wil je soms wel, want op Roadburn staat het neusje van de zalm op dit gebied. Je vindt er bijna geen slechte bands. Iets van 90% van de meer dan 100 bands kende ik in eerste instantie helemaal niet, maar je weet dat het vaak goed is. Het is meer zoeken op je gewenste genre en dan helpt goed inluisteren natuurlijk ook wel. Ik kom er nu voor het vijfde jaar en ook dit keer moet ik na afloop bekennen dat het toch wel mooiste festival van het jaar is. Het voelt weer als thuiskomen. Ook al heb ik geen lange baard.

Roadburn dus. Van origine een webzine over stonerrock en gerelateerde muziek, tegenwoordig vooral bekend van het Roadburn-festival dat sinds 1995 wordt gehouden, al vond de eerste editie in Tilburg plaats in 1999. Kwamen er in 2005 nog meer dan 1000 mensen op de tiende editie van het festival, in 2010 was dat aantal gegroeid tot 1600. In 2014 zouden er dan 3000 bezoekers zijn geweest en dit jaar (de 23e editie) meer dan 4000 aldus de organisatie: Walter ‘Roadburn’ Hoeijmakers (Editor in Chief, Artistic director / Promoter), Becky & het hele Roadburn team. 013 is in die jaren natuurlijk ook verbouwd; de capaciteit van de grote zaal ging van 2000 naar 3000 en de kleine zaal (Green Room of Jupiler Zaal) ging van 325 naar 700. Dit jaar is ook de Koepelhal toegevoegd op de vrijdag en zaterdag (capaciteit 1200 aldus hier) op het Spoorzone-terrein (voormalig hoofdwerkplaats Tilburg van de Nederlandse Spoorwegen) aan de andere kant van het spoor, ca. 5-10 minuutjes lopen van 013. Dat zorgt voor wat lucht want het aantal bezoekers zou niet omhoog zijn gegaan begreep ik. Het podium achterin Cul de Sac wordt ook nog steeds alle dagen gebruikt, maar daar passen maar weinig mensen in. Het podium in Extase is dit jaar vervangen omdat het ook net een nieuwe eigenaar heeft. Daarvoor komt zo ongeveer de kleine Hall of Fame-zaal in de plaats, vlak naast de Koepelhal en een skatepark op hetzelfde spoorterrein. Het Patronaat is er nog steeds bij en dat is nog steeds wel een aardige zaal, ook al is die op populaire momenten nog steeds wel te klein (een keer of drie kom ik weer een enorme rij tegen). Het fijne restaurant daar op de begane grond (Dudok) is vervangen door een pop-up bar met een aantal speciaalbieren en worstenbroodjes geloof ik.

Traditie inmiddels is dat er een curator op het festival een stuk programmering mag bepalen, en dit jaar is dat Jacob Bannon, frontman van Converge, die ook artwork maakt voor bands such as Trap Them, Every Time I Die en Integrity, en de cover van het Jane Doe-album van Converge zelf natuurlijk heeft gemaakt. Verder is Bannon oprichter van het Deathwish Inc. label (met o.a. Oathbreaker, Wovenhand, Deafheaven). Als curator van het festival mag Bannon de bands bepalen voor vrijdag op het hoofdpodium (Motorpsycho, Crowbar, Converge, Godflesh, Grave Pleasures) en in Het Patronaat op zaterdag (Worship, NYIÞ & Wormlust, Aerial Run, Greenmachine, Occvlta). Bannon speelt uiteraard zelf ook op het festival; tweemaal met Converge (op donderdag en vrijdag) en met Wear Your Wounds op zaterdag.

Dat bands vaker optreden op het festival is geen uitzondering. Er zijn meerdere optredens van o.a. Bell Witch, Converge, Dhidalah, Earthless, Godspeed You! Black Emperor, Panopticon, Planning for Burial en Petyr.  Une Misère vinden we zelfs drie keer op een podium. Een aantal bands spelen integraal een (soms klassiek geworden) album, ook niet uitzonderlijk voor Roadburn. Sommige bands zien we opduiken in samenwerkingen met andere bands (Waste of Space Orchestra met Dark Buddha Rising en Oranssi Pazuzu bijvoorbeeld) of bandleden komen we tegen in andere bands, al dan niet in een vaste bezetting of in projectvorm voor dit festival. Het is allemaal in de creatieve geest van het festival. Een belangrijk thema dit jaar is de San Diego Takeover met psych-bands als Earthless, JOY, Harsh Toke, Sacri Monti, Petyr, Red Octopus, Arctic, Volcano en Pharlee. Aziatische tegenhanger is de Japanese Takeover met bands als Kikagaku Moyo, Minami Deutsch en Dhidalah. Damo Suzuki, bekend van Can, doet twee optredens, eentje samen met Earthless en eentje met Minami Deutsch. De main stage sluit op zaterdag af met een ultieme East Meets West Jam met Earthless en Kikagaku Moyo. Muzikale verbroedering dus, niet alleen bij bezoekers maar ook op het podium.

Donderdag

Het programma zit goed vol en zoals elk jaar is het maken van keuzes reuze moeilijk. Sowieso moeten we niet te lang op het terras blijven hangen, dus we gaan maar eens op tijd naar de Green Room van 013 voor het trio van Sannhet uit Brooklyn, New York, gevormd in 2010. Vanwege de opstelling en visuals werd dit optreden nog verplaatst van Het Patronaat naar de Green Room. De drums staan vooraan het podium met spaarzaam licht van achteren, maar zou dit echt niet gekund hebben in Het Patronaat? Afijn, de band maakt zoiets maakt als instrumentale post-metal/sludge/black metal. Gelijk wat stijlen door elkaar dus, maar dat maakt het festival ook zo interessant. Voor de echte pure black-metal kom ik ook niet zo snel van mijn stoel af moet ik zeggen. Het begin oogt nog wat als technisch gefröbel, maar het tweede nummer komt al wat meer los met een aardige bak aan black/post-metal herrie. Dat is aardig dichtgesmeerd denk ik nog, waar ik hoopte op iets meer post-rock-achtige lucht. Ergens is het wel lekker stevig en broeierig, maar ook wat te breierig. Je hoort meeslepend werk van de gierende gitaren en bulderende bassen, maar ik kan er niet volledig in meegaan. Na een half uur komt Thom Wasluck (Planning For Burial) overigens nog een deuntje meespelen op de gitaar en daarmee hebben we gelijk de eerste samenwerking van bands op het festival al te pakken. Geen slechte opener, wel eentje die me wat zwaar valt en waar ik meer van had gehoopt.

Wat we konden verwachten van het Waste of Space Orchestra-project was een beetje gissen. De speciale samenwerking tussen Dark Buddha Rising (ook in 2012 en 2016 op het festival) met Oranssi Pazuzu (ook in 2012, 2016 en 2017 op het festival) is echter een hele spannende en geslaagde. Met een mannetje of tien op het podium van de twee Finse bands kun je dan ook wel wat brengen en ze doen het zonder dat het een dichtgesmeerde chaos wordt. Het staat wel enorm dicht op elkaar gepakt in de zaal zelf waardoor ik op een gegeven moment maar naar het balkon vlucht, waar bovendien het geluid veel beter klinkt dan zo helemaal rechts vooraan het podium (waar weinig mid-hoog klinkt en daardoor bedompt). In mijn beleving klinkt het tiendelige stuk (dat gaat over The Shaman, The Seeker en The Possessor) voornamelijk als een soort heavy en vaak dik fuzzende black-metal/psych met dikke synths en met het nodige beukwerk of groteske slagen. Vet en lang uitgerekt met tribale (dubbele) drums soms, de bijna onvermijdelijke beklemmende sfeer, de venijnige uitspattingen, en met donkere sfeerstukken ambient. Wow. Wat een gave vertoning dit en wat fantastische opener van het hoofdpodium. Roadburn is nu echt begonnen.

Earthless uit San Diego staat ook al een tijdje op mijn wensenlijst als een van van smaakmakers in de psychedelische rock met soms oneindig lange gitaarjams. Het trio, ook in 2008 te zien op het festival, is dit jaar officieel ‘artist-in-residence’ wat zo ongeveer betekent dat ze het hele weekend in Tilburg logeren en tijdens diversen optredens te zien zijn. Eerdere jaren had je o.a. Gnod, Circles, The Heads en Justin K. Broadrick die hier ook zo’n heel weekend bivakkeerden. Zo zien we Earthless later ook nog met Damo Suzuki en in de East Meets West Jam. Het eerste optreden is van het trio zelf op het hoofdpodium. De psychrock klinkt gelijk lekker zompig, de jammende gitaar jankt fantastisch en het oplopende ritme zorgt voor een oplopende euforie. Misschien is het ook wel persoonlijke smaak hoe lang je naar de solo’s van een gitarist kunt luisteren, maar hier kan ik wel in meegaan. In dit (eigen) optreden speelt de band ook wel nieuwe nummers waarin gitarist Isaiah Mitchell ook wel eens een mopje wil zingen. Dat doet ie niet eens heel onverdienstelijk, maar hij is vooral geniaal op gitaar dus. Alsof het hem geen enkele moeite kost. Gelukkig zit het met de (wat nors/ kijkende en stoïcijns spelende) bassist Mike Eginton and strak spelende drummer Mario Rubalcaba ook wel goed om daar een fantastische ritmesectie onder te gooien, zodat we de hele set fijn psych-groovend doorglijden. Lekker. Heel lekker.

Het is dit jaar een extra vol programma lijkt het, momenten om even rustig wat te eten is er niet, maar nu is er dan toch even tijd om wat uitgebreider bij de Indonesiër om de hoek te gaan zitten (ik neem daar een hamburger, dat wel), die ook weer de bekende ‘band-maaltijden’ verkoopt, zoals dit jaar de Motorpsycho-steak.

De maag is gevuld, maar de Green Room gelukkig nog niet helemaal. Dat is mooi, want dan kunnen we Ex Eye vanaf een mooi plekje in de zaal zien, ook al zo’n band die hoog op mijn wensenlijst stond. Bij aanvang staat het behoorlijk vol. Ex Eye is de heavy band van saxofonist Colin Stetson, die we al eens solo zagen spelen op het Valkhof Festival in 2013 en ook vandaag heeft hij zijn levensgrote saxofoon meegenomen. Zo lang is hij nog niet bezig met deze band en na het album van vorig jaar was ik ook wel benieuwd naar het geluid van deze band, waarbij Stetson wordt aangevuld door Greg Fox op drums (Liturgy), bassist Shahzad Ismaily (Secret Chiefs 3) and gitarist Toby Summerfield. Het zit toch ergens in de hoek van instrumentale stoner/post-metal-noise-math-jazz. Denk aan Zu, MNHM, Jagga Jazzist of Dead Neanderthals met een lik nerveuze maar fijn hypnotiserende Philip Glass-achtige structuur van herhaling. Stetson zorgt voor die bijzondere ritmes door zijn ademtechniek op de sax en heeft daarvoor een band om zijn nek met microfoontje geloof ik. De synths lijken wat prominenter aanwezig dan de gitaar op de plaat, en we horen ook wat meer de rustige sfeervolle kant dan alleen die nekbrekende en pompende golven geluid, maar voor de dynamiek werkt dit live wel goed. Misschien had het nog een tikkeltje smeriger of dikker aangezet kunnen worden hier en daar, maar toch, wat een vette band dit.

En het houdt niet op vandaag. Een deurtje verder in de grote zaal is Cult of Luna (Zweden) met Julie Christmas (New York, zat in bands als Made Out of Babies en Battle of Mice) al begonnen. Ze brengen hier samen het fijne album Mariner (2016) ten gehore. Voor de allerlaatste keer. En dat is blijkbaar ook bijzonder voor het Roadburn-publiek blijkbaar want het staat hutjemutje. Geen doorkomen aan. Gelukkig kan ik met wat bier richtig een aantal festival-maten lopen richting het midden van de zaal, zodat we het ook wat beter kunnen horen. En zien? Ja dat is weer een ander verhaal, want het podium is erg donker en mistig, geen uitzondering op dit festival, maar het leuke jurkje van Christmas is daardoor ook moeilijk te zien natuurlijk. De heavy muziek wordt mooi omgeven door de lichtere zang van Christmas (haar zang doet me gek genoeg een klein beetje denken aan Björk vandaag) en dat maakt het wel bijzonder. Erg goed album eigenlijk, fijn melodieus ook. Als enig minpuntje als ik het zo live hoor vind ik dat het soms wat in dezelfde akkoorden blijft hangen. Het is in elk geval een veel betere performance voor mij persoonlijk dan toen Cult of Luna vorig jaar het hoofdpodium mocht openen met een integrale uitvoering van het album Somewhere Along The Highway.

Harsh Toke, onderdeel van de San Diego Takeover, was er ook in 2014 met een setje oneindige jams. Wat ze hier in het Patronaat doen valt op een of andere manier wat minder lekker, misschien omdat ze er wat meer songgericht materiaal tegenaan gooien in het begin, maar achteraf zie ik wel videomateriaal met de bekende uitgerekte jams (hier bijvoorbeeld). Nou ja goed, misschien kom ik gewoon ook wat moeilijker in de bekende flow en dat is met dit soort psych-bands wel een vereiste. Het was ook al een lange eerste dag natuurlijk, maar wel een bijzonder goede. Bestaan er wel slechte dagen op Roadburn? Nou goed, na een afzakkertje kunnen we in korte broek en t-shirt terug naar de B&B lopen, en dat is ook wel bijzonder in april.

Vrijdag

We hebben er lang op gewacht en gesmeekt bij Walter zelf, maar het is toch vooral ook aan curator Jacob Bannon te danken dat Motorpsycho op de vrijdag het hoofdpodium mag openen met een setje van twee uur. Lang voor festivalbegrippen, best nog kort voor een Motorpsycho-show. De Noren stonden hier al wel een keer eerder in 2009 maar toen waren we nog geen vaste bezoekers van het festival. Na Opeth in 2014 een andere persoonlijk favoriet op het festival dus, je kan het slechter treffen op zo’n vrijdagmiddag. Het was een klein risico misschien, zo begrepen we van Walter, om ze twee uur lang in de grote zaal te laten openen. Misschien is het ook niet het typische Roadburn-werk, maar dat was Opeth in 2014 ook niet echt met hun progressive deathmetal (en Mikael Åkerfeldt mocht toen zelfs cureren, wat nog een aantal fijne progbands opleverde). Ik begreep ergens dat Motorpsycho de setlist een beetje heeft aangepast voor het festival. Motorpsycho speelt vandaag in elk geval fantastisch fijn stevig en gedreven, een dikke vette set stoner/space/prog met flink fuzzende gitaren, dik groovend baswerk van Bent (hem zagen we ook al eens op het festival met Spidergawd) en een behoorlijk degelijk potje drums (Tomas Järmyr, vorig jaar nog te zien met Zu en eerder met Yodok III). Misschien een tikkeltje routineus, maar gewoon goed. En dikke jams. Tjonge. Motorpsycho rekt het e.e.a. weer uit tot gigantische proporties. Ik verbaas me nog even over de vierde man (op gitaar en toetsen). Vorig jaar hadden ze Kristoffer Lo (ook in Yodok III) bij zich, maar dit keer lijkt het iemand anders. Hij lijkt wel op… nee hij is het gewoon. Dat is ook gewoon zijn witte mellotron die daar staat. Reine Fiske (Dungen, Elephant9, Landberk) is mee met deze tour en dat is op zichzelf al een geweldenaar. Opvallend ook, want voor het laatst zagen we hem met Motorpsycho spelen in 2014. Fiske stond in dat jaar op Roadburn (de editie met Opeth) als duo met Nicklas Barker en ook met Elephant9. Elephant9 komt op 9 november naar Merleyn in Nijmegen (via Doornroosje) trouwens en ergens hoop ik dat ze Fiske daar ook meenemen, ook al speelt hij niet op hun laatste plaat mee. Maar dat terzijde. Fiske speelt natuurlijk een aardig staaltje gitaar en synths, dus dat voegt wel wat toe aan het geluid van Motorpsycho. De band trapt gelijk maar eens af met een tot een half uitgerekte en magistrale uitvoering van “Un Chien d’Espace”. Sneller, harder, vetter, en dan weer terugkeren naar het themaatje dat je 20 minuten geleden ook al hoorde. Zoiets. Normaal een uitsmijter in de set, hier proberen de Noren het publiek al gelijk op de rug te krijgen geloof ik. Het lukt ze. En ik ben flabbergasted. Met “In Every Dream Home”, “Bartok of the Universe” en “The Cuckoo” komen dan drie uitstekende nummers van het laatste album The Tower langs en die nummers zijn inmiddels zo fijn ingesleten dat ik euforisch mee ga in het geheel. “Heartattack Mac” (Angels and Deamons at Play) wordt afgewisseld met “Back to Source” (Ozone), waarna een geweldige uitvoering langskomt van “Starhammer” van mijn geliefde Heavy Metal Fruit-album. Het is ook alsof ze extra vette riffs uit de kast halen speciaal voor het festival, zo denk ik even aan het begin van dat nummer. “Ship of Fools” van het nieuwe album is een live-kraker en “Taifun” (van het Trust Us-album) wordt misschien weer wat anders uitgevoerd dan vorig jaar in Zwolle toen ze Kristoffer Lo bij zich hadden, maar ook dit is weer geweldig, net als afsluiter “The Tower” van het gelijknamige album. “Spin Spin Spin” wordt dan niet gespeeld, al staat het wel op de setlist, maar voor dit publiek is het misschien ook wat te poppy en misschien was er ook geen tijd voor. De zaal staat niet super vol geloof ik, maar vooraan ga ik helemaal op in deze waanzinnige set, je kunt zelfs ook een speld horen vallen in de echt rustige stukken. Geweldig. Misschien heeft het internationale publiek überhaupt minder last van het moeten-lullen-syndroom dan Nederlanders. En wat staat het geluid fantastisch. Vorig jaar kwam ik door diverse redenen niet helemaal in de flow bij de optredens (met name in kleine zaal toen van 013) – dat lag niet aan de heren op het podium overigens, maar vandaag lijk ik het ruimschoots in te halen. Wat. Een. Vette. Set. Magistraal.

Wat gaat hier nog overheen komen dan? Kairon; IRSE! zou een nieuwe favoriete band in wording kunnen zijn als ik mijn eigen oren mag geloven naar aanleiding van het inluisteren via Spotify. Achteraf lees ik dat gitarist Niko (Ikon) Lehdontie ook in Oranssi Pazuzu zit en andere leden in Horte, dat tevens op dit festival optreedt. Gezien de soms volle zalen op het festival moet ik (helaas) Kikaguku Moyo overslaan in de Koepelhal en keer ik op tijd terug in 013 om deze Finse band te gaan bekijken. Het levert me een plekje strak vooraan het podium op, met mijn neus tegen de microfoon. Het geluid daar is niet helemaal ideaal, met name de (spaarzame) zang hoor ik wat verder weg lijkt het, maar ik voel me bijna onderdeel van het optreden zo. De band maakt zoiets als space-/post-/prog-/psychrock met kraut en shoegaze. Een bijzonder smakelijke mix van veel dingen die ik zo goed vind. Met zo af en toe een dikke riff er tussendoor zorgen ze ook voor de nodige headbangmomenten. Geweldige dynamiek in het optreden; van fijn melodieus en sfeervol naar de wat stevigere uitspattingen. En klasse uitgevoerd. Wat een gave band dit. Misschien wel de ontdekking van het festival. Voor mij dan. Zalig.

Het is dan even schakelen naar Planning For Burial in Het Patronaat waar het stomend heet is geworden. We zien een artiest op het podium, de Amerikaan Thom Wasluck die we eerder al een nummer zagen meespelen met Sannhet aan het begin van het festival. Formeel zou hij iets van ‘gloomgaze’ spelen, een mix van doom, ambient, shoegaze en post-metal. Het klinkt me als een wat logge en zwartgeblakerde doom waar ik op dat moment gewoon niet helemaal lekker in kom. Knap hoe hij dit in zijn eentje voor elkaar krijgt, dat wel.

Terug in de Green Room is het tijd voor de eerste echte Japanse psych/kraut-band met Minami Deutsch dat een beetje in de geest van Can en Neu! zou spelen. Op de plaat leek het me ook wel wat hebben van een band als Camera. De band maakt het niet al te gecompliceerd hier, ik moet even denken aan degelijke Japanse namaak zonder nu echt heel origineel of creatief uit de hoek te komen, maar dat maakt ook niet altijd uit. De lekkere basis is er zeker wel vaak, alleen de herhaling voelt hier niet altijd even spannend of hypnotisch genoeg om te blijven boeien. Wat dat betreft zouden die lekkere hardere psychedelische uitspattingen nog wat vaker mogen voorkomen als nodige afwisseling in de set. Aardig optreden, maar niet legendarisch.

Grappig dat die andere Japanner Damo Suzuki, die dus echt in die legendarische krautrock-band Can heeft gezeten (hij verliet die band na 4 albums in 1974 overigens), even later met Earthless optreedt in de Koepelhal (een dag later speelt hij ook met Minami Deutsch). De oude rot in het vak vult het trio van Earthless aan op zang, terwijl in deze set ook een extra sitar-speler meedoet (en ook op synths te horen is), al is die sitar niet altijd even goed te horen in de mix. Toch staat het geluid weer prima in de koepelhal, wat al knap is in zo’n hal. Gelukkig heeft de organisatie daar een hoop geluidsdoeken opgehangen, waardoor er van echo geen sprake is. Althans niet (bijna) vooraan waar we meestal toch te vinden zijn hier. In mijn herinnering kom ik net wat na aanvang aanlopen en de verbazing is er als een half uur later nog steeds hetzelfde nummer bezig is. De gitaarjams van Isaiah Mitchell worden zo mooi afgewisseld met de refreintjes van Suzuki die een beetje prevelend zingt. Hoewel de thema’s steeds terug lijken te komen en het nummer dus eindeloos duurt lukt het toch om het hele optreden te blijven boeien, daarvoor is het drum/bas-bedje ook wel erg aangenaam en zijn de gitaarsolo’s bijzonder smakelijk. Knap ook hoe bassist Mike Eginton zo ongeveer 70 minuten hetzelfde riedeltje blijft spelen. Het was bij voorbaat al een bijzonder uniek optreden dit, maar het vijftal maakt het het hier ook daadwerkelijk gedenkwaardig. Na afloop schudden we bij de merchandise nog de hand van Suziki (hij verkoopt daar gewoon zijn eigen spullen) en de gitarist. Dat zulke grootheden ook nog blij worden van onze complimenten is bijzonder leuk om te zien.

Even later in dezelfde hal is het tijd voor het Franse Igorrr, project van Gautier Serre. Je moet een beetje houden van dit soort neurotisch gestuiter, maar ik hou er wel van. Met Bong-Ra heeft Roadburn ook zo’n andere breakcore-pionier op het festival staan, niet echt een genre dat je normaal op Roadburn zou verwachten, maar geef mij maar deze variant. Een geniale mix van genres. Knotsgekke breakcore-ritmes en dubbele-achtbaan-breaks worden hier gemengd met (black)metal, opera, barok, polka of Weense walsjes. Cross-over in het kwadraat. Serre is een behoorlijk briljant sample-artiest, die dus gris gebruik maakt van die ingewikkelde beatpatronen met onverklaarbare maatsoorten en breaks om letterlijk je nek bij te breken, maar hij mengt het dus met de meest gekke dingen. Hier op Roadburn lijkt het op dat optreden in Arnhem vorig jaar. Ook hier opent de (lange) zangeres Laure Le Prunenec het bal met haar prachtige opera-zang, waarna een Spaans gitaartje klinkt en we even later stoempend los gaan op de complexe ritmes en dikke riffs uit een doosje (“Spaghetti Forever”). Drummer Sylvain Bouvier lijkt me wat vaker nummers mee te spelen dan in Arnhem en dat is al een prestatie op zich. Zoveel ingewikkelde maatsoorten moeten haast wel uit de computer komen, maar hij speelt het vakkundig mee op de echte drums. Naast het gave theatrale spel van Le Prunenec vind ik zo live toch ook het ‘moerasmonster from hell’ Laurent Lunoir (van de band Öxxö Xööx) een aanwinst. Mooie bodypainting ook weer. Op de plaat vind ik het soms wat overbodig dat geschreeuw van ‘m, maar bij zo’n optreden vind ik het black-achtige geschreeuw wel degelijk wat toevoegen. Het zorgt voor een extra luguber tintje aan de breakcore-beats van Serre, die wel degelijk meespeelt op zijn Akai sampler en niet alles van een USB-stickje draait van achter zijn tafel. Als je echt alles van een laptop zou draaien hou je ook niet veel over. We moeten dan wel voor lief nemen dat Igorrr live zich vooral richt op de nummers met de zanger en zangeres, terwijl andere juweeltjes van knip- en plakwerk daardoor wat eerder in de la blijven liggen misschien. Zo zou ik graag nog eens “Vegetable Soup” (met een sample van een kip ook) en “Houmous” willen horen, twee favoriete nummers van me, maar goed. Er komt genoeg fantastisch spul voorbij. Neem “Opus Brain” alleen al, waarbij Le Prunenec ook nog eens even de longen uit haar lijf schreeuwt. Het is een briljant maf optreden, recht in je smoel dus, zeker een deel van het publiek kan daar in mee gaan. En ik al helemaal (spierpijn van het mathematisch headbangen een dag later). Hyper. Hyper. Lichtsnelheid. Break a leg. Onnavolgbaar. Sick. Waanzin. Waanzinnig. Dus.

Daarna is het uit Wales afkomstige trio van Gallops een behoorlijk tandje terug naar de normale muziek. Althans zo voelt het. De elektronische rock leek wat te verwijzen naar kraut en Kraftwerk, maar klinkt hier in eerste instantie iets te veel als gelikte eighties muziek en wat glijerige elektronische post-prog of zoiets. Op papier natuurlijk prima en op de plaat klonk het ook nog heel aardig, maar live wil het me maar moeilijk pakken. Maar goed, dat is dus ook lastig als je nog aan het nastuiteren bent van Igorrr. Jammer ook dat een flink deel uit een doosje komt denk ik nog even, maar waarom vind ik dat hier jammer als dat bij Igorrr ook zo was natuurlijk. Als daarna weer een wat flauw deuntje wordt ingezet geef ik het toch ook maar op. De klad is er in gekomen na een half uurtje concludeer ik, dus ik verdwijn stilletjes uit de zaal. Bij vlagen is het wel goed en ze vinden ook een prima mix van geluid, maar het is te ongevaarlijk om indruk te maken.

Dan toch nog maar even kijken of we er nog in Green Room komen waar Joy nog staat, een van die San Diego Takeover bands. We zagen ze vorig jaar al een keer Cul du Sac gaaf afsluiten met hun lekkere jazzy, funky, groovy, psych-achtige seventies rock. De band is met Zachary Oakley op gitaar die we in meerdere bands zien dit weekend (b.v. ook Volcano en op zondag speelt hij ook nog even mee met het Nederlandse Iron Chin dacht ik) en drummer Thomas DiBenedetto (ook in Sacri Monti). Nog een gave eindsprint dus.

Kon het nog beter dan gisteren? Met Motorpsycho, Kairon; IRSE!, Damo Suzuki & Earthless, Igorrr en het stukje Joy was het misschien wel een van de beste dagen ooit op Roadburn, maar wie weet wat er morgen weer voorbij komt.

Zaterdag

De zaterdag begint eigenlijk nog relatief rustig met de loom voortslepende en uitgerekte zwartgallige (funeral) doom van Bell Witch in de Koepelhal. De hal is nog licht doordat de ramen op rechts niet zijn geblindeerd en dat is eigenlijk jammer, dit soort donkere en tergend depressieve muziek leent zich wel voor een donkere setting, en dan zouden de stokoude zwart-wit video’s op de achtergrond misschien ook wat mooier naar voren komen (al zie ik weinig verband in de verschillende beelden, en regelmatig komen dezelfde passages terug). De band speelt in iets meer dan 85 minuten het hele Mirror Reaper-album van vorig jaar (met die fantastische hoes), maar dan hebben we het dus over een nummer. Een hele lange zit dus, maar dat maakt het ook wel weer bijzonder. Weinig tijd om je gitaar te stemmen tussendoor in elk geval. Dylan Desmonds speelt alles op zijn grote (bas)gitaar en doet dat technisch best knap. Ik hoor meer dan dat ik hem zie doen in elk geval. Hij wordt ondersteund door de drummer die met grote rake klappen de doom-riffs majestueus aanzet, al gebeurt dat uiteindelijk ook wel heel vaak, zodat een stuk herhaling in het optreden onvermijdelijk is. Toch kan ik aardig in deze sfeer meegaan, je moet het dan ook helemaal ondergaan vind ik voor het beste resultaat. Dat het geluid van de plaat zo live door een duo wordt geproduceerd vind ik verrassend, ik wist dat niet. In het eindstuk komt Erik Moggridge (Aerial Ruin) er nog wel bij voor een stukje zang en doet dat wat beter dan Desmonds, al hoor ik in dit stuk misschien liever alleen die fijn diep gruntende drummer. Enfin. Lang nummer zeg.

Even later in dezelfde Koepelhal belanden we bij Jacob Bannon himself, curator van het festival en frontman van Converge, maar hij treedt hier nu op met zijn andere project Wear Your Wounds, aangevuld met vier andere bandleden. De hal is niet heel best gevuld voor deze band en eigenlijk is dit ook niet het beste wat we voorgeschoteld krijgen dit weekend. Vorig jaar had ik het al bewust overslagen (toen stonden ze in Het Patronaat geloof ik), maar bij het voorluisteren leken me sommige post-rock en post-metal stukken heel aardig. Het is een optreden met meerdere gezichten. Bannon is geen goede zanger eigenlijk en die stukken zou ik het liefste direct uit de muziek knippen. Verder zitten er wat punk- of post-metal-achtige passages in die wat lelijk en luidruchtig zijn, terwijl dat hier en daar juist wel wordt afgewisseld met een prettigere sfeer of aangename melodie. Van goed naar slecht binnen dezelfde nummers. De Koepelhal loopt toch nog wat verder leeg.

Dan is een stukje ongecompliceerde seventies blues/psych van Artic wel even lekker tussendoor, de band van gitarist (en pro skater) Justin “Figgy” Figueroa die we ook in Harsh Toke zagen spelen. Ik zie dit jaar verrassend veel gitaristen terugkomen op het podium zonder dat ik dat in eerste instantie wist, maar dat is ook niet zo gek met zo’n invasie van bands uit San Diego, die op vele manieren met elkaar samenwerken of aan elkaar gerelateerd zijn. Jammer is toch de stomend hete en benauwde Hall of Fame dat nauwelijks een verbetering is op deze manier van het kleine Extase. Ook dit zaaltje heeft een laag plafond en laag podium, waardoor er weinig te zien is, tenzij je bijna vooraan staat. Ik kan nog wel wat zien van (vooral) het basspel van Don ‘Nuge’ Nguyen, maar daar blijft het ook aardig bij. Ik hang bijna in de rechterspeaker en uiteindelijk klots het zweet me uit de oksels. Oftewel na een tijdje geef ik maar even de pijp aan maarten en ga ik weer op zoek naar lucht en andere avonturen.

Want in de green room staat de volgende psychband, maar dan eentje van het meer exotische soort. Volcano lijkt ook een samenraapsel van bandleden die we al eerder hebben gezien, maar ondanks dat dit het tweede optreden is van de band (naar eigen zeggen) voelt het alsof deze heren al jaren samenspelen. Want ontzettend strak en funky klinkt deze op afrofunk geschoolde psychedelische muziek. Hoe zonnig en toch ook venijnig kan zoiets klinken. Met een bongo. Een bongo! Gitarist Zachary Oakley (Joy, Space Nature) speelt verschrikkelijk smaakvol hier, overigens grotendeels met zijn ogen gericht naar het balkon zo ongeveer, hij kijkt zijn eigen gitaar nauwelijks aan. Een aardig portie machtsvertoon. Wie er nu op de bongo speelt kan ik even niet thuisbrengen, al heb ik het idee dat ik hem nog ergens anders ook op drums zag spelen. Earthless? Ik denk het. Gabe Messer (Harsh Toke) is in elk geval uiterst vrolijk en speelt hier de vrolijke tunes op de synths. Grappig ook die gast met die snor die het hele optreden alleen wat stokjes op elkaar slaat (dat herhaalt hij een dag later bij Iron Chin geloof ik). Verder ook nog bassist Billy Ellsworth in de gelederen die ook een tijdje bij Radio Moscow zat (2012-2013) en op drums dan Ake Arndt (California 666). De band speelt vurig (als een vulkaan, ha!), maar net zo goed zie je in de verbeelding tropische kokosnoten, witte stranden, hangmatten en foute overhemden. Doet niets af aan het feit dat het funkt en grooved als malle. Het optreden mag de boeken is als het meest dansbare optreden van Roadburn 2018. Even wat anders dit, maar super lekker en strak gespeeld.

Het is een behoorlijk overgang van het soepele-heup-werk van Volcano naar de lompe drones en noise van Boris & Stephen O’ Malley in de grote zaal, die hier het werkje Absolutego brengen van Boris. Het trio uit Japan heeft hun band naar een nummer van Melvins vernoemd blijkbaar en Absolutego is hun debuut uit 1996. Naast Melvins zou hun inspiratie vooral ook komen van Earth. Naar ik begreep wisselen ze nog wel eens van stijl per album, maar daar ken ik de band niet goed genoeg voor. Niet voor het eerst hebben we te maken met een lang nummer in elk geval, net zoals bij Bell Witch bestaat dit album dus uit een nummer. Een vol uur dit keer. We zien het originele trio van destijds met drummer Atsuo Mizuno, gitarist (inclusief dubbelloops gitaar, bassist Takeshi Ohtani en gitariste/toetseniste Wata op links (voor de kijkers). Ze worden hier dus ondersteund door Stephen O’Malley (uit Seattle) die op rechts staat. O’Malley is ook wel bekend van Sunn O)))), waar dit werk ook sterk aan doet denken uiteraard. Muzikaal is het vooral een doomy drone/noisewolk met heavy fuzz en lompe bassen. Sommige stukken zijn echt knoepertje hard dus, waardoor heel 013 trilt en ik op de balkons hoognodig mijn oordoppen in moet doen. Uiteraard is het een onheilspellend en donker luguber sfeertje zo, met ook de spaarzame verlichting op het podium en een theatrale drummer die ook een tijdje voor op het podium acteert met zijn kleine cymbals en over het podium kruipt en krijst. Fijn sfeertje, helemaal Roadburn. Het doet me weer eens verlangen naar een optreden van Sunn O)))) of zoiets als Bong, dat hier ook al vaker stond.

Inmiddels doe ik drie bands op een rij en dat is wat te veel voor mijn inmiddels zere voeten dus ik neem even een pauze, ondanks dat het Engelse The Heads ondertussen al is begonnen in de Green Room. Het is niet bij te houden allemaal, maar The Heads had ik gelukkig ook al op het festival gezien in 2015 (en ze stonden er ook in 2008 en 2006). Als er eenmaal weer wat energie in mijn lijf komt en het bloed weer in mijn tenen stroomt pak ik toch een stukje mee van dat optreden, al is de zaal erg vol. Dan maar op het balkon een stukje kijken, al is kijken hier nogal overdreven, want als je daar niet vooraan staat zie je sowieso niet zo veel. Dit soort balkonconstructies snap ik nooit helemaal, zelfs met mijn lengte zie je daar bijna niks van het podium. Toch zijn die 10 minuutjes wel weer erg fijn. Zanger/gitarist Simon Price, gitarist Paul Allen, bassist Hugo Morgan, en drummer Wayne Maskell zijn wel van een sterk staaltje psych/space-rock en het stukje wat ik hoor knettert en hypnotiseert zeker net zo lekker als toen in 2015 in Het Patronaat.

Toch moeten we ons weer op tijd opmaken voor de de hoofdmaaltijd vandaag in de grote zaal. Ze staan al vele jaren op mijn wensenlijstje en ze staan ook al iets van 10 jaar op het wensenlijstje van de organisatie van Roadburn zelf blijkbaar. En als het dan toch kan, waarom dan niet gewoon twee dagen achter elkaar in de grote zaal, net zoals we dat Neurosis zagen doen in 2016. Godspeed You! Black Emperor dus, de (post-rock) band uit Canada, die wel eens in Nederland optreedt (vaak in Paradiso), maar die ik dus altijd heb gemist. Het moest er maar eens van komen en ik nestel me iets links van het midden, bijna vooraan het podium. Een uitstekende keuze, zo blijkt achteraf, ook al moeten we hier 2 uur stil blijven staan (en mijn voeten deden al zo’n zeer). Ik heb er geen last meer van zodra de band begint eigenlijk. ‘Hope’ verschijnt op het doek aan de achterkant waar sowieso prachtige visuals op te zien zijn. Het podium zelf is beperkt belicht. Godspeed begint als een langzaam opgebouwde drone (het 9-tal komt een voor een op) en draait richting post-rock en majestueuze melancholie/pracht in orkaanvorm als we richting het laatste album Luciferian Towers van vorig jaar gaan met “Bosses Hang”. Wat klinkt dit fantastisch ruimtelijk vooraan. Wat een geluid. Er wordt zoveel emotie over je uitgestort, dat het moeilijk is om dit niet heel hard te laten binnenkomen. Via “Anthem for No State” en “Fam/Famine” gaan we naar een magistrale “Undoing a Luciferian Towers”, dat op de plaat nog even wennen leek te zijn met z’n Philip-Glass-achtige hypnotische herhaling en verschuivingen, maar het valt hier fantastisch. Die akkoordenwisselingen slaan in als een bom. De sax van Mette Rasmussen (de jongedame staat met de rug naar ons toe midden op het podium) klinkt hier prachtig en soms lekker overstuurd ook, maar het doet mij ook voor het eerst grijpen naar mijn oordopppen die nu echt heel hard nodig zijn, maar ik ben toch blij dat nummer eens in levenden lijve te mogen horen in vol ornaat. Misschien wel een van de gaafste dingen die ik ooit live heb gehoord. Zeker na die fantastische aanloop. Wat een prachtige grote en orkestraal perfecte golf van geluid is dit zeg. Daarna volgt nog in zijn geheel de EP of single Slow Riot for New Zero Kanada uit 1998 met “Moya” en “Blaise Bailey Finnegan III” en het publiek is prachtig stil op de rustige momenten, zoals het hoort. Gelukkig maar. Aan het einde nog “String Loop Manufactured During Downpour” waarop en kolkende repeterende wolk van geluid langzaam wordt ontmantelt door een voor een alle gitaren en versterkers langs te gaan en die langzaam uit de mix te draaien. Euforisch ben ik en overdonderd. Kon het nog beter? Je zou het wel bijna denken na dit concert. Fenomenaal, zoals mijn broer zei, een hartstochtelijk fan van Motorpsycho, maar dit vond hij zelfs beter dan het optreden van zijn favoriete band gisteren. En dat leek toch onmogelijk. En morgen mogen we weer…

We blijven wat beduusd achter in de grote zaal en zijn blij dat er wat ruimte is om gewoon te blijven zitten, zelfs als de East Meets West Jam met Earthless & Kikagaku Moyo al begint. Drie dagen intensief concerten kijken (en bier drinken) is ook fysiek een uitdaging en we zijn ook geen twintig meer. Het concept is natuurlijk prachtig, zet muzikanten van de andere kant van de wereld bij elkaar die muzikaal graag hetzelfde doen en je hebt de ultieme verbroedering. Het stuk bestaat zo ongeveer uit twee stukken van een klein half uurtje en er wordt uiteraard veel gejamd, maar toch is er genoeg afwisseling en dit psychedelische collectief (mannetje of 8 bij elkaar) klinkt opvallend coherent samen. Zo hoort wereldvrede er uit te zien natuurlijk en we kunnen met een gerust hart naar bed straks.

Zondag

Op de vierde dag (traditioneel de ‘Afterburner’ maar dit jaar wordt die naam niet in de mond genomen door de organisatie) zijn we blijkbaar nog niet helemaal scherp. We blijven wat te lang op het terras hangen om nog naar binnen te komen komen bij het Amerikaanse Wrekmeister Harmonies. Er staat een mega-rij bij Het Patronaat. Alternatief is Iron Chin uit eigen land met Oeds Beydals van Death Alley, Job van de Zande (The Devils Blood en Dool), Ries Doms (Powervice, Hooghwater, The kik), Wout Kemkens (Donnerwetter / Shaking Godspeed) en wat leden van het San Diego collectief, zoals Zachary Oakley (Joy, Volcano) op gitaar. De band begint nog in een vrij rustige zaal, maar langzamerhand vult het wel. De nummers zijn nog aardig songgericht maar er is ook genoeg ruimte voor het psychedelisch gejam van o.a. Kemkens, en ook Oakley jamt ogenschijnlijk zonder enige moeite mee. Jammer is misschien dat de snaar ergens breekt van Kemkens waardoor hij wat moet improviseren. Misschien een tip om toch maar een reserve bij de hand te houden, of niet? Maar de show must go on en hij vangt het prima op. Fijne band om mee wakker te worden in elk geval.

Maar je kunt soms ook iets meer dromen op zo’n festival. Neem Watter even later in dezelfde zaal met een fijn setje ambient/kraut/electronica/post-rock en dat wordt door de band sfeervol en spannend opgebouwd met behulp van synths, gitaar en drums. Alsof je luistert naar een film-noir soundtrack, aldus de beschrijving in het programmaboekje. De Amerikaanse band bestaat uit Zak Riles op gitaar en toetsen (ook in Grails), Britt Walford (die ook in Slint drumde) en Tyler Trotter op toetsen. Op het debuutalbum This World uit 2014 is er ook een bijdrage van Tony Levin van King Crimson, lees ik achteraf. Interessant feitje. Fijne muziek dus om wat op weg te zweven, ook al wordt het ook ergens wel een keer afgewisseld met wat meer heavy riffs. Extra lekker. Het is een fijne afwisseling van de zwaardere en meer zwartgallige bands op zo’n festival in elk geval.

Ook een fijne afwisseling is Spotlights uit Brooklyn (NY) even later in dezelfde zaal, bestaande uit het paar Sarah and Mario Quintero, aangevuld bij optredens met Chris Enriquez op drums. De band zit op het Ipecac-label zie ik achteraf (maar misschien vind ik dat alleen interessant). Ook deze band verrast, maar dan met een fijn potje doomy sludge/post-rock/metal en shoegaze. My Bloody Valentine dat Melvins omarmt, of Isis met een shot Smashing Pumpkins, aldus het boekje. Op de plaat haalde ik er ergens ook nog wel een vleugje Gathering of Oceansize uit, maar live kon ik niet ontdekken. Enfin. Het is doorgaans een fijne wolk noise met brute riffs en dat beukt lekker door, al is er ook wel genoeg lucht door de slagroom geslagen met wat sfeervollere passages. De riffs spreken, ook al is de zang wat mager eigenlijk, maar goed. En er loopt een bandje mee op de achtergrond lijkt me? Ik kan niet alles verklaren wat ik hoor in elk geval. Doet er niet toe. Weer een goede band. Poeh.

Godspeed You! Black Emperor nog een keer zien in de grote zaal voelt als een kans die je maar een keer in je leven krijgt, zeker ook omdat ik de band al zo lang een keer had willen zien. Dan voelt bijna 4 uur in twee dagen als een groot cadeau. Al is uiteindelijk niets gratis natuurlijk. De set overlapt een beetje met gisteren. “Bosses Hang/Anthem for No State” van het nieuwe album wordt hier vervangen door het stevige maar ook prachtige “Mladic” (van Allelujah! Don’t Bend! Ascend!) en “Sleep (Monheim)” (Lift Yr. Skinny Fists Like Antennas to Heaven!) uit 2000, dat ik niet echt ken. Gelukkig krijg ik dat hoogtepunt van gisteren nog eens in de herhaling (van “Fam/Famine” naar “Undoing a Luciferian Towers” met sax). Fantastisch weer, ook al is de impact iets minder als je iets meer naar achteren staat blijkbaar. Vandaag valt me voor het eerst echt het enorme gekraak op van de plastic bekers waar de mensen toch nog achterlijk vaak in trappen tijdens de rustige delen van zo’n concert, dat is toch een klacht die ik vaker lees van bezoekers. Wat volgt is nog werk van het debuutalbum F-sharp, A-sharp, Infinity met “Dead Metheny…” en “The Sad Mafioso…”, ook uitstekend natuurlijk, alleen voor mij persoonlijk wat minder bekend terrein. Waarom eigenlijk? Daarna wordt weer afgesloten met “String Loop Manufactured During Downpour”, wat ons ook de kans geeft om op tijd richting Het Patronaat te lopen voordat dat vol staat.

En daar zorgen Vampillia en VMO nog voor twee fijne uitsmijters aan het einde van het festival. Vampillia is een bont gezelschap uit Japan (Osaka) en er komt van alles voorbij in deze set. Klassieke stukken (viool! piano!), sludge/hardcore, avant-garde metal. Van-alles-wat-chaos dus (aldus het boekje) van dit tienkoppige gezelschap. De zanger, die er wat later bij komt in mijn herinnering, schreeuwt intensief en gaat ineens achter me op een ladder staan midden in de zaal, en niet veel later zwemt hij ook nog even crowdsurfend door de zaal. In alles voelt dit even als de perfecte afsluiting van het festival, alsof alle energie er nog even helemaal uitgeperst wordt. VMO aka Violent Magic Orchestra topt dat daarna nog even af in dezelfde zaal, bestaande uit een clubje geschminkte Japanners. Het is pikke-donker met alleen de flitsende zwart/wit visuals op de achtergrond. Muzikaal klinkt een soort elektronische industrial black-metal/noise met hier en daar ook wel wat lucht, maar vooral overrompelend snel, hard en lomp. Alsof alles dan toch nog een keer kapot moet. Wat een einde!

En wat een festival is het toch. En dan nog mis je een hele hoop dus. Zoals op donderdag: Sum of R, Horte. Op vrijdag: Mutoid Man, Comet Control, Kikaguku Moyo (eigen set), Petyr, Dhidalah, Red Octopus. Op zaterdag: Damo Suzuki met Minami Deutch, Dhidalah. En op zondag: Wrekmeister Harmonies, Hidden Trails, Big Brave, Joy ft. Dr. Space en Gost. En ongetwijfeld nog meer. Och ja, iedereen heeft toch zijn of haar eigen favoriete lijstje bands in zo’n weekend. Het niveau ligt onverminderd hoog en bezoekers zullen zo hun eigen smaak volgen, waardoor je dus ook behoorlijk uiteenlopende hoogtepunten ziet staan achteraf bij de verschillende festivalgangers. Voor mij geldt dat vrijwel alle bands een hoogtepunt vormden, al dan niet ingegeven door het goed beluisteren van de (onbekende) bands vooraf en deels ook omdat ik nou eenmaal geen genoeg kan krijgen van psychedelische muziek en lange jams, en daar zat deze editie aardig vol mee. Voor mijn dagboek: deze bands mogen van mij rustig nog een keer langskomen, al dan niet in de buurt of op een volgende editie van het festival: Waste of Space Orchestra, Earthless, Ex Eye, Cult of Luna & Julie Christmas, Motorpsycho, Kairon; IRSE!, Damo Suzuki & Earthless, Igorrr, Volcano, Boris & Stephen O’ Malley, Godspeed You! Black Emperor, Watter, Spotlights en Vampillia/VMP. En Joy en The Heads, want die zag ik maar gedeeltelijk.

Roadburn, het was in alle opzichten weer geweldig en de organisatie was weer uitstekend. Niks te klagen? Goed, de standaard vreettentjes waren nogal eh… standaard, met name bij de Koepelhal was er weinig variatie, maar goed, je kunt toch overal in de stad goed eten. En drinken. Verder is de kleine Hall of Fame-zaal toch eigenlijk geen grote verbetering t.o.v. Extase met een laag podium en weinig zuurstof of verkoeling in de zaal. Het is maar een bedompt zweethokje. Maar de Koepelhal is wel een hele fijne toevoeging en zorgt voor wat lucht. Veel optredens (van de populairdere bands) zijn nog steeds wel erg druk bezocht. Het is ook niet gek dat de druk (zelfs op de main stage) erg hoog kan zijn als veel rondlopende festivalgangers naar hetzelfde willen gaan. Och nou ja, uiteindelijk was wel te doen en eigenlijk heb ik wel kunnen zien wat ik echt wilde zien. Kortom, niet klagen, het was vooral genieten dit keer. Roadburn 2018 gaat de boeken in als misschien wel de beste editie die ik tot dusver heb meegemaakt, met elke dag een aantal fantastische hoogtepunten. En wat een heerlijk weer was het hè.

Roadburn 2019 is een weekje eerder op 11 t/m 14 april en uiteraard weer in Tilburg. Aangekondigd zijn alvast Heilung, Louise Lemón en GORE. En omdat het gewoon het beste en meest relaxte fesival van het jaar is voor me hoop ik daar uiteraard weer bij te zijn. Proost!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *