Xavier Rudd

Xavier Rudd maakt muziek met een geschiedenis
Hoe excentriek of uncool iemand in het dagelijks leven ook mag zijn; als artiest blijkt betreffende handicap vaak een sellingpoint. Hoewel multi-instrumentalist Xavier Rudd in deze tijden van ‘awareness’, of het nu om het milieu gaat of om mensenrechten, marketing-wijs een geschenk uit de hemel moet zijn, lijkt zijn populariteit vooralsnog op natuurlijke wijze te groeien. ‘This weeks next big thing’ is hij in ieder geval niet. De waan van de dag lijkt ook muzikaal gezien volledig voorbij te gaan aan deze artiest, die zichzelf als doorgeefluik ziet voor de geesten van zijn voorvaderen.


mij=interview: Okkie. Foto's: Klaas
Al enige tijd straalt het je in de binnenstad van Groningen tegemoet; het van gezondheid blakende gezicht van een geblondeerde surferdude met een grasspriet in zijn mond. Tenminste, dat was de associatie die ik erbij had, want Xavier Rudd was mij onbekend. Hoewel ik dat van die surfer goed bleek te hebben, voldoet de muziek die hij maakt absoluut niet aan het beeld -of moet ik zeggen geluid- van de surfer die muziek is gaan maken. Het tegendeel lijkt zelfs het geval als ik de eerste track beluister van zijn in augustus te verschijnen achtste (!) album, getiteld Dark Shades of Blue. De percussieve en loodzware drums, vergezeld van een vette, psychedelisch scheurende gitaar, doen me nog het meest aan Tool denken.
Xavier Rudd
Rudd, waarmee ik net hondendrollen ontwijkend een plekje in de zon op het grasveld achter cultuurcentrum de Oosterpoort heb gevonden, ziet dit duidelijk als een compliment. Rudd: 'Drummer Dave Tolley heeft de drums ingespeeld. Dat leek me wel zo logisch omdat hij de laatste anderhalf jaar onderdeel van de live-shows is. Dus ja; de drums spelen een grotere rol, waarmee de muziek ook strakker geworden is. Bovendien gebruik ik meer versterking voor mijn gitaar. Dat heeft het geluid wel dikker gemaakt. Daarnaast ben ik door de jaren heen een betere producer geworden. Maar van heel groot belang is Joe Barresi geweest (o.a. Tool, QOTSA) die de mix verzorgde. De eerste keer dat ik het terughoorde… Whoaa! Hij heeft zo'n vette mix gemaakt!! Er staat geen basgitaar op de plaat, maar ik mis hem nergens.'
Voor de duidelijkheid: Rudd is multi-instrumentalist die tot voor deze plaat zelf zijn albums inspeelde en tot voor de komst van drummer en percussionist Tolley ook live in zijn eentje het concert verzorgde. Hiervoor maakt hij, als een koning op zijn troon, gebruik van de om hem heen uitgestalde gitaren ('all hollow bodies'), percussie-instrumenten, mondharmonica, stomp-box (een soort base-drum) en, zijn trademark, didgeridoos. En dat is niet zozeer omdat Rudd uit Australië komt. Australië zit in Rudd. En dan niet het Australië van de blanke nieuwkomer, maar die van de oorspronkelijke bewoners; de aboriginals. Rudd: 'Ik heb ze bezocht en tijd met ze doorgebracht. Ik heb ook een speciale tijd beleefd met enkele van hun ouderlingen. Mijn leven is dan ook gebaseerd op hun filosofieen. Zoals zij tegen de wereld aankijken.'
En wie denkt hier te maken te hebben met de zoveelste Westerling op zoek naar een spirituele invulling van zijn leven; Rudd, die van moeders kant aboriginalbloed in zich heeft, neemt het heel serieus. Of liever gezegd; hij wordt serieus genomen. Rudd: 'Sommige ouderlingen geloven dat ik een boodschapper ben. Al sinds ik een jongetje ben, heb ik het gevoel dat ik een ouderling bij me heb. Een vrouw. Ze is een van mijn voorvaderen. Ik heb geen beeld van haar, maar ze is er wel. Zij, en mijn voorvaderen, hebben een grote invloed op de reis die ik maak. Hun cultuur is zo verschrikkelijk oud. Zo ontzettend sterk. Vooral op spiritueel niveau. De muziek die ik maak, en soms de teksten, komen dan ook niet altijd van mij. Het is of ik een soort instrument ben dat een boodschap doorgeeft. Het intrigeert me, en ik begrijp het ook niet helemaal. Het is er, en ik respecteer het. Maar er zijn ook nummers die ik zelf maak hoor. Gewone reflecties op wat ik onderweg allemaal meemaak.'
Wat het ook is; het lijkt te werken, gezien de immer toenemende populariteit van de Australiër. Rudd: 'Ik leef in constante verbazing. Voor de radio zijn mijn nummers met een gemiddelde lengte van zo'n zeven minuten niet geschikt. En toch speel ik op plekken waar ook mijn plaat nog niet uit zomaar een uitverkochte show! Ik denk dat velen het van horen zeggen hebben. Het is een vrij organisch proces. Het zijn vaak gepassioneerde mensen die naar mijn shows komen. Mensen ook die geven om het milieu en de wereld.'
Een boodschapper voor een betere wereld, waarin men meer aandacht heeft voor het milieu en de mensen waarmee we samenleven, wil Rudd zich desondanks niet noemen. Rudd: 'Ik weet niet of dat wat ik zeg slecht of goed is. Dat is voor iedereen om zelf te beslissen. Het is gewoon mijn reis. Maar als mijn reis aansluit bij de reis van iemand anders, dan zie ik dat natuurlijk als een enorm compliment. Het klinkt misschien allemaal een beetje raar wat ik vertel. Sommige mensen denken waarschijnlijk dat ik gek ben. Muziek, en alles wat erbij hoort, is altijd privé geweest. Mijn eigen kleine ding. En nu kan de hele wereld me horen. Maar als mensen vragen hoe het zit, dan moet ik gewoon eerlijk zijn. Ik ben er dan ook niet op uit de wereld te veranderen. Ik maak gewoon muziek.'

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *