Hannelore Bedert

In de biografie van Hannelore Bedert staat: een mix van bleitliedjes voor jankers en scheldliedjes voor lievelingen, een zin die me wel erg nieuwsgierig maakte naar haar muziek.
Als ik haar daar naar vraag zegt ze daarover: “Misschien is dat wel de beste omschrijving voor mijn nummers. Het zijn niet allemaal liefdesliedjes, het is vaak de negatieve kant daarvan. Het is een klacht zowel naar anderen als naar mezelf, dus die omschrijving klopt eigenlijk wel.”
Hannelore Bedert
Hannelore Bedert, wier grote voorbeeld Ani DiFranco is, heeft haar opleiding genoten aan het gerenommeerde Herman Teirlinck Instituut – een beetje vergelijkbaar met onze kleinkunstacademie -, maar waar de meeste studiegenoten superlatieven tekort komen om de school te prijzen, ligt het voor Hannelore toch anders: “Goh, het is niet dat ik daar een hele slechte periode heb meegemaakt. Ik heb daar toch wel hele goede dingen geleerd, maar ik had soms wel het gevoel dat ik dingen aan het doen was die ik helemaal niet wilde doen. Dat had dan vaak met theater te maken. Bijvoorbeeld naakt op een podium gaan staan is oké voor een ander als het past in een stuk, maar voor mij hoefde dat niet per se. Het was echter niet alleen dat, ik ben mijzelf daar ook heel erg tegen gekomen. Afkomstig uit een klein dorp, van een veilige school, en dan is die overgang toch wel erg groot. De grote stad, een opleiding waar iedereen zijn mening uit en docenten die soms ‘te’ hard kunnen zijn. Ik heb er in die vijf jaar toch wel een moeilijke weg afgelegd.”


mij=Interview: Nathalie
Daarna schreef je je in voor Nederlandse ‘talentenjachten'? “Dat was eigenlijk nog tijdens de opleiding, ik trad al op in cafeetjes en wilde ook ervaring opdoen buiten Herman Teirlinck. Alleen was de school daar nogal tegen en als ik dat in België zou doen dan wisten ze het meteen en het was ook minder anoniem. Dus toen ik wat wedstrijden in Nederland had gevonden, ben ik daaraan gaan meedoen. Nadat ik die dan ook nog won moest ik het natuurlijk toch op de opleiding gaan zeggen dat ik mee had gedaan (lacht). Toen vonden ze dat ik dat niet had moeten doen, maar toevallig sprak ik gisteren een paar docenten en die zeggen nu wel dat ik die weg toch goed zelf heb gezocht, omdat ik nu sta waar klasgenoten misschien niet staan.
De ‘doorbraak' in Vlaanderen kwam uiteindelijk wel pas voor je toen je de Nekka-prijs won? “Ja, door die prijs te winnen en de gigantische support van Bart Peeters. Achteraf bezien had de Vlaamse pers toen ook ineens door dat ik ook al wat prijzen gewonnen had in Nederland, zoals de Nederpopprijs”.
Klopt het dat je van in het Engels zingen overgestapt bent naar het Nederlands? “Ja, dat was in een band, die me in eerste instantie ook in het Nederlands zijn blijven begeleiden. Ik heb gewoon op een bepaald moment gemerkt dat ik niet genoeg in het Engels kan zeggen. Op een bepaald moment kom je dan op een punt dat je je meer moet gaan verdiepen in de vreemde taal, of ermee moet stoppen. Er zijn genoeg Nederlandse en Vlaamse groepen die in het Engels zingen, waarvan ik denk: doe toch iets aan dat Engels of stop ermee. Ikzelf merkte dat ik me beter kon uitdrukken in het Nederlands. Vroeger dacht ik wel dat het een te oude taal was, dat dat dan niet zo zou bekken. Maar ineens was daar die klik in mijn hoofd en werkte het wel”.
“Na de Nekka-nacht ben ik dan ook meteen de plaat Wat Als gaan opnemen met een volledige nieuwe groep. Daarvoor hadden we wel al een EP-tje opgenomen in de studiotijd die we gewonnen hadden bij één van de Nederlandse prijzen. De tijd was er rijp voor”.
De stempel die je muziek krijgt van vele journalisten is kleinkunst: mee eens? “Nee, ik vind het meer Nederlandstalige pop. Maar dat is gewoon het probleem, vanaf het moment dat je in het Nederlands zingt dan wordt het kleinkunst of nederpop genoemd, terwijl als je dezelfde nummers in het Engels of Frans zou horen dan zou het als pop of sommige nummers zelfs als rock bestempeld worden. Kleinkunst hangt voor mij toch meer samen met de oudere generatie: Stef Bos, Bram Vermeulen”.
Hannelore Bedert
Was dat dan ook de reden dat de opener “Dissolvant” stevige gitaren bevat, om meteen af te rekenen met dat idee? “(lacht) Ik vond dat een goede opener, omdat het qua sfeer de toon zet voor de rest van de plaat en openen met een pianoballad leek me inderdaad ook geen goed idee. Dan was dat voor alle critici weer een bevestiging. Het was een beetje een ‘fuck you' naar die mensen die me vereenzelvigen met een pianoballad. Ik ben meer dan dat! Ik stelde me zo voor dat mensen in de platenzaak bij de luisterpaal mijn plaat beluisteren en dan denken: ah ja, dat is die Hannelore Bedert van de pianoliedjes en als ze dan plots dat eerste nummer horen dat ze dan verrast zijn. Ik wil ook de mensen die mij al kennen van dat ene nummer blijven verrassen.”
De teksten op Wat Als zijn soms toch wel woordkunst te noemen, zoals in “Dissolvant”. Hoe kom je op die teksten? “Bij dit nummer weet ik dat eigenlijk niet meer, wel dat ik het schreef toen ik nog studeerde aan de Herman Teirlinck.
Begrijp ik hier nu uit dat er nummers op de plaat staan die al een aantal jaren oud zijn? “Ja, ik had al dertig nummers geschreven in de voorbije vijf jaar en daar zijn er nu dertien van op het album terecht gekomen. Dat is dus ook wel spannend voor een volgende plaat, want dat zal om een veel kortere periode gaan qua schrijven”.
“Maar de manier van schrijven die ik in mijn teksten gebruik komt vooral doordat ik in mijn jeugd heel veel gelezen heb en geïnteresseerd was in poëzie en literatuur. Ik schreef toen ook wel gedichten en was niet snel tevreden met een simpele tekst als ‘ik zie u graag'. Dat moest toen ook al meer zijn”.
In “Janker” heb je het er onder andere over dat mensen je komen vragen of het wel goed met je gaat na optredens. Is dat dan ook daadwerkelijk gebeurd? “Ja, eigenlijk wel. Vooral in het begin kwamen met mensen na optredens op mij af om te vragen of het wel goed met me ging, want ‘Uw teksten zijn toch zo zwaar en u bent nog zo jong'. Dat was eigenlijk wel grappig, want in het dagelijkse leven ben ik toch wel een vrolijke madam. Maar ik schrijf niet zo makkelijk over vrolijke dingen, het trieste gaat me beter af. Dit nummer was ook een soort protest naar een ex die me niet zo goed behandelde”.
Ik kan me zo voorstellen dat je meer respons krijgt van vrouwen op de teksten of maakt dat niet veel uit? “Ja ja, die komen wel meer naar me toe om te zeggen dat het heel herkenbaar is. Dat vind ik ook wel erg leuk – niet dat ik één groep meer wil aanspreken – . Bij de optredens is het publiek trouwens wel heel gemixt, al vermoed ik dat de mensen tussen de 20 en 40 jaar mij het beste begrijpen”.
Je schuwt het West-Vlaams niet in je teksten, maar in Vlaanderen werd je wel al aangerekend dat je Verkavelingsvlaams gebruikt. “De taalpuristen zijn er inderdaad niet blij mee, maar ik wil eerlijke en herkenbare dingen schrijven en dus schrijf ik die in een taal die voor mensen en mijzelf herkenbaar is. (geanimeerd) “Je hoort dat toch ook meteen als iemand teksten van een ander zingt en dan woorden gebruikt die ze zelf in een gesprek niet zouden gebruiken. Ik geloof daar dan ‘gene zak' van”. Maar dat gezegd hebbende, als ik in Nederland optreed dan geef ik wel wat uitleg als ik een nummer in het West-Vlaams zing”.
Je werkt ook samen met allerlei artiesten (Bart Peeters/Tom Helsen), op deze plaat zelfs met Raymond van het Groenewoud, al staat hij echt in dienst van jou, zo lijkt het? “Ja, dat klopt. Toen ik hem vroeg om mee te zingen op de plaat was zijn eerste reactie: “Maar geen duet hé”. Hij stelt zich heel nederig op in dat nummer, en ik wilde ook bewust niet dat “Imaginaire” een single werd. Ik wil Raymond echt niet gebruiken om een plaat te verkopen, maar ik ben er zeer blij mee dat hij mee wilde werken, omdat zijn stem heel goed paste bij het nummer”.
Ik kan het interview toch niet besluiten zonder te vragen naar de inspiratie voor het nieuwe nummer “Constipatie”, wat op zijn zachtst gezegd toch ietwat ongewoon is als songtitel.
(lacht)”Ik wilde eens iets schrijven wat helemaal niets met mij te maken had, waarbij ik niet hoefde te wroeten in mijn eigen miserie, dat luchtig is en waarmee gelachen kan worden. Het is live een leuk nummer om te doen, om de mensen van al dat triestige te laten bekomen”.
“Eigen baas” Hannelore – al haar werk komt in eigen beheer uit – zal de komende winter opnieuw door ons land toeren met een reprise van “Janker”, zowel met band als helemaal alleen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top