Kula Shaker – Pilgrim's Progress

Kula Shaker - Pilgrim's ProgressOm maar gelijk met een bekentenis te beginnen: ik ben fan van Kula Shaker. Het is niet zo dat ik de Engelse groep rond frontman Crispian Mills over de hele wereld achterna reis en slaap onder een Kula Shaker-dekbed, maar ik heb wel alle albums in de kast staan. Nu is dat niet zo’n hele grote prestatie, want Kula Shaker had slechts drie albums uitgebracht (exclusief drie ep’s), waarvan twee in hun hoogtijdagen (K en Peasants, Pigs & Astronauts uit respectievelijk 1996 en 1999). Toen groeide Kula Shaker met hun psychedelische flower power-rock dankzij hits als “Hush”, “Govinda” en “Tattva” uit tot een onwaarschijnlijke wereldact. Maar nadat Crispian Mills zich wat ongelukkig had uitgelaten over Adolf Hitler, het swastikasymbool en nazi-uniformen (en hij bovendien enigszins naast zijn schoenen begon te lopen) werd hij enthousiast aan de schandpaal genageld door de Engelse pers en was het gedaan met de populariteit: Peasants, Pigs & Astronauts flopte en in 1999 werd Kula Shaker opgeheven – om zes jaar later weer stilletjes aan een tweede leven te beginnen. In tegenstelling tot het beladen Strangefolk uit 2007 ligt het er op Pilgrim’s Progress, het nieuwste wierookstokje in de houder, wat minder dik bovenop. De sfeervolle, met strijkers gelardeerde opener “Peter Pan RIP” en de ballad “Ophelia” beloven veel goeds en worden afgewisseld met vintage Kula (zoals “Modern Blues”, “Figure It Out” en “Barbara Ella”), akoestische, ietwat pompeuze tracks (zoals “Ruby”, “Only Love” en “Cavalry”, over een groep gedemoraliseerde en in het nauw gedreven soldaten) die echo’s oproepen van Donovan en het vroege werk van Bob Dylan. Het leukste zijn de nummers waarop Kula Shaker zich laat gaan en eens wat anders probeert, zoals bijvoorbeeld in “All Dressed Up (And Ready To Fall In Love)” met zijn opzwepende en jengelende cowboygitaren, het instrumentale “When a Brave Meets a Maid”, waarop surfmuziek wordt gecombineerd met een epische Ennio Morricone-touch, en de sprookjesachtige sitarballade “To Wait Till I Come”. Met het bijna zeven minuten durende “Winter’s Call” probeert Kula Shaker Pilgrim’s Progress daverend af te sluiten (en is daarbij niet zuinig met langgerekte gitaarsolo’s en zelfs een gierend orgeltje), maar de vonk wil niet helemaal overslaan. Kula Shaker heeft zijn niche gevonden, probeert af en toe eens wat uit, maar blijft trouw aan de sound waar het beroemd mee is geworden, bij uitstek geschikt voor nostalgische mijmeringen – al dan niet over het eerste Kula Shaker-album…


mij=Strangefolk / Ada / Rough Trade

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Terug naar boven