R. Stevie Moore

Working hard into the night
searching for a melody that makes sense
to the president of the record company
when will he sign me?

WHY can’t I write a hit?- R. Stevie Moore – Why Can’t I Write A Hit ?(1984)

De curieuze muzikale loopbaan van Robert Steven Moore heeft maar liefst zes decennia aan popmuziek doorkruist. Vanaf zijn geboorte in Nashville, Tennessee in 1952, het epicentrum van de country en rock-‘n-roll aristocratie destijds, werd het muziekmaken bij Stevie met de paplepel ingegoten. Zijn vader Bob Moore was veelgevraagd sessiemuzikant, die legenden als Elvis Presley, Roy Orbison en Patsy Cline flankeerde op contrabas. Hoewel R. Stevie Moore net als zijn vader de bas heeft gekozen als hoofdinstrument, besloot hij niet in diens voetsporen te treden. Intégendeel. Op zijn zestigste is hij een lo-fi-pionier met meer dan 400 (!) albums in eigen beheer uitgebracht op cassette en cd. Inmiddels is het grootste deel van zijn catalogus, inclusief talloze home video’s, keurig gearchiveerd terug te vinden op zijn website.
R. Stevie Moore


mij=Interview: Jasper. Foto: Tom
In de Paradox, waar Moore vanavond optreedt in het kader van Incubated, tref ik een pantheon van lo-fi artiesten aan: John Maus, Harry Merry, Gary War en Moore zelf. De grote afwezige rond de tafel is Ariel Pink. Moore beschouwt Ariel als een soort van protégé. 'Oh ja!', buldert Moore. 'Ariel Pink is erg belangrijk geweest voor mij. Hij predikt de gospel van R. Stevie Moore over de hele wereld! Ik ben hem veel verschuldigd. We zijn momenteel samen bezig met een nieuw album.' Het project draagt volgens Moore de flauwe werktitel Ku Klux Glam.
R. Stevie Moore heeft de komische verschijning van een kerstman uit een woonwagenkamp. Ondanks zijn donzige witte baard en corpulente postuur benadert hij zijn performancekunst als een kind dat voor het eerst een roltrap beloopt. Gehuld in Winnie The Pooh-pyjama klautert hij over het podium met jeugdige bravoure en kijkt hij continu met infantiele, quasi-nieuwsgierige blik door zijn dikke brilglazen. 'Ik ben straks zestig. Mijn lichaam roept “STOP!”, omdat ik me voel als een tiener!' Het is volgens hem zonde zich als een oude man te gedragen, net nu hij eindelijk erkenning krijgt voor zijn ambacht.
Hij geeft toe snel vermoeid te raken, simpelweg omdat hij voor 2011 nog nooit op tournee is geweest onder zijn eigen naam. 'Dat is wat iedereen me altijd als eerste vraagt: waarom nu pas op tournee? Alsof ik er op heb moeten wachten!', ventileert hij licht getergd. 'Ik ben dol op live spelen, ik heb het mijn hele leven gedaan. Maar ik heb gewoon nooit deze kans gekregen. Ik had een team nodig en financiering. In mijn eentje lukte het niet. Tot dusver is het een geweldige ervaring! Het is wel een echte do-it-yourself (DIY) tournee, weet je? Je leert door het te doen en natuurlijk ontstaan er blunders. Het is niet gemakkelijk, vooral voor mij. Ik ben niet de jongste meer en opeens bezoek ik al die steden met publiek dat mij en mijn muziek kent.'
Geluidsdagboek
Sinds de komst van online muziekdiensten en YouTube is R. Stevie Moores populariteit in een stroomversnelling geraakt. Een nieuwe generatie aspirant DIY-muzikanten en fans hebben nu met slechts een muisklik toegang tot zijn oeuvre. 'Ik maakte al muziek toen ik nog een kind was. Mensen die mijn muziek beluisteren klagen vaak waarom het zo lang heeft geduurd voordat de muziekindustrie me erkenning gaf', peinst hij. ' Maar mijn platen waren vroeger bijna nergens verkrijgbaar. Daarom werkte muziek uitbrengen via mijn Cassette Club zo doeltreffend. Maar door het internet is het tegenwoordig de norm geworden: iedereen probeert nu het systeem te omzeilen. Muzikanten kunnen zelf hun eigen fanbase benaderen of, sterker nog, creëren. Ze hoeven niet meer geld neer te leggen voor marktresearch bij grote labels.'
Moore vertelt over die zogeheten Cassette Club die hij in 1986 startte: door de komst van cassettebandjes als belangrijkste geluidsdrager, kon Moore vanuit zijn huiskamer zijn muziek onvermoeid opnemen en verspreiden. Hij werd als het ware een eenmans-muziekindustrie. Dit verklaart ook zijn gigantische oeuvre aan muziek: alles wat hij opnam bracht hij ook consequent uit. 'Ik ben ontzettend trots op mijn catalogus, alles wat ik ooit heb opgenomen is beschikbaar voor iedereen die het wil horen.' Hij beschrijft zijn immense collectie hometapes als een soort geluidsdagboek.
Van Beach Boys-achtige West Coast-pop tot noise, van spoken word tot flauwe persiflages van bestaande songs, Moore benadert zijn 'albums' als een soort macaber hoorspel, een grabbelton aan eclectische muziekstijlen en geluidsfragmenten. Het is bijna een accurate, muzikale documentatie van zijn gedachtegang van dag tot dag. 'Dat klopt' , aldus Stevie, 'maar ik neem het ook niet zo serieus dat ik me kan herinneren wanneer ik op een bepaalde dag een baloney sandwich heb gegeten. Het is uiteindelijk allemaal in mijn geheugen verlorengegaan. Mijn doel was niet zozeer dat ik alles vast wilde leggen. Ik richtte mijn aandacht gewoon continu op nieuwe ideeën.'
Zijn bekendste album, Phonography uit 1976, dient voor velen als introductie tot Stevies werk. Het valt een beetje te vergelijken met artiesten als Syd Barrett, The Frogs, They Might Be Giants, Daniël Johnston en The Minutemen. Een lo-fi versie van de West Coast-pop en psychedelische rock van eind jaren zestig/begin jaren zeventig. De muziek wordt sporadisch afgewisseld met spoken word-fragmenten, een poppenkast van typetjes gespeeld door Moore zelf. Hoewel Phonography zijn meest spraakmakende werk is, is het verre van representatief.
Stevies muzikale horizon kent bijna geen grenzen: van het sterk filmische Phlegm tot de ingetogen gitaarpop van Embarrass Paris, de catalogus van Moore is een sonische teerput waar je al snel in wegzakt. Meestal valt er geen touw aan vast te knopen: per album jongleert Stevie lukraak met verschillende genres en klankkleuren. De rode draad blijft zijn werkwijze: hyperproductief en impulsief muziek schrijven en vervolgens lo-fi opnemen, bij voorkeur met viersporenrecorder. 'Het is beter dan sex, die voldoening iets te creëren', legt Stevie uit. 'Ik heb nu toevallig een kleine mp3-recorder bij, ik ben daar vrijwel altijd mee aan het opnemen. Geluiden, stemmen, auto's langs de weg die voorbij razen. Soms gebruik ik het, soms niet. In mijn optiek is dat ook een vorm van creatie.'
Het doe-het-zelf paradigma van Moore toont in vele opzichten overeenkomsten met de manier waarop opkomende bandjes tegenwoordig via streaming websites als Bandcamp en SoundCloud zelf hun muziek verkopen en promoten. In een tijdperk zonder internet was het volgens Moore echter makkelijker in contact te blijven met fans. 'Zij stuurden mij geld en kregen vervolgens een pakketje speciaal door mij ontworpen, met uiteraard de muziek op cassettebandjes.' Toen de cassette plaatsmaakte voor de cd, hield Moore dezelfde modus operandi aan.
Door die productiviteit leefde R Stevie grotendeels thuis in afzondering, compromisloos zijn creatieve muze achterna. 'Ik zonder me altijd graag af. Mijn taperecorder en ik, dat was een privéfeestje. Het probleem was dat ik daardoor totaal niet bezig was met mezelf te promoten.', legt Moore uit. 'Maar zelfs toen waren labels niet geïnteresseerd in artiesten zoals ik.' Uiteindelijk kregen een aantal kleine buitenlandse labels lucht van R. Stevie Moores werk. In de jaren tachtig bracht het Franse label New Rose bijvoorbeeld Glad Music uit. Bij deze plaat kreeg Stevie toegang tot een echte studio. Desondanks paste hij bij deze plaat opnieuw diezelfde lo-fi aanpak toe die hem tot cultfiguur heeft gemaakt. 'Ja, ik ben in dat opzicht nogal onbuigzaam. Ik houd van zowel perfectie en imperfectie. Maar er wordt wat mij betreft te veel nadruk gelegd alles te polijsten.'
Dwangbuis
R. Stevie Moores eerste studio opname dateert uit 1959, toen hij slechts 7 jaar oud was. Het is een vader-zoon duet met Jim Reeves getiteld “But You Love Me Daddy“. Stevie herinnert die sessie, die hij via zijn vader kreeg, nog vaag. 'Ik was daar gewoon bevelen aan het opvolgen. Het is best ironisch. Mijn vader en ik zijn nooit hecht geweest, terwijl ik daar als kind 'But You Love Me, Daddy' sta te zingen.' Stevie groeide op in een turbulent gezinsleven: zijn ouders waren slechts tieners toen hij op 18 januari 1952 werd geboren. Het muzikantenbestaan van zijn vader bracht een penibel klimaat van glamour en chaos met zich mee. De enige constante factor in Stevies leefmilieu was logischerwijs de muziek die constant om hem heen werd gespeeld en gedraaid. 'Mijn vaders passie was West Coast-jazz.' Hij neuriet tussendoor een doo wop-baslijntje als voorbeeld. 'Ik vind dat soort muziek tegenwoordig ook geweldig, maar destijds zette ik me ertegen af.'
Volgens Moore voelden de country-faculteiten in Nashville al snel aan als dwangbuis. Zelf raakte hij meer geïnspireerd door artiesten als Frank Zappa, Brian Wilson en Jimi Hendrix. Als 15-jarige richtte hij zijn eerste band op. 'Mijn vader stond nooit achter mijn muziek en we konden nooit goed met elkaar overweg. Ik heb een zware jeugd gehad, eentje die veel littekens heeft achtergelaten. Ik was een individu, een echte einzelgänger. Ik bleef liever thuis met mijn taperecorder.' Toen Stevie in 1968 zijn eerste viersporenrecorder kreeg, begon hij al fervent tapes te fabriceren. Het is een keerpunt in zijn muzikale bestaan.
Begin jaren zeventig is de maat vol; door de opkomst van nieuwe generatie British Invasion- en punkbands ziet R. Stevie zich genoodzaakt te verhuizen naar de Amerikaanse oostkust, waar progressievere muziekstromingen met open armen worden verwelkomd. 'Ik ging naar New Jersey waar mijn oom woonde. Hij was altijd enthousiast over mijn muziek. Ik stuurde hem altijd materiaal, dus hij wist waar ik mee bezig was. Hij hield me met het uitbrengen mijn eerste plaat, Phonography. We hadden toen nog geen idee hoe belangrijk dit uiteindelijk zou gaan worden.'
Moore had ervoor kunnen kiezen om in zijn vaders voetsporen te treden en goed geld te verdienen als sessie-muzikant. Als DIY-artiest bewandelde hij echter een lange omweg met als doel zijn creatieve impulsen aan te wakkeren. Die kon hij niet kwijt in de country-ensembles waarin hij af en toe meespeelde. Moore: 'Wat mij betreft had ik toentertijd weinig keus. Ik volg altijd mijn instinct. Daar hebben we het trouwens nog niet over gehad. Natuurlijk is het één ding om DIY te zijn en diversiteit te behartigen. Maar ik heb ook de vaardigheden, de talenten en de kennis…daar ben ik heel erg trots op. Ik wilde interessante muziek maken en ik heb een hekel aan middelmatigheid.' Volgens Stevie wilde hij simpelweg doen waar hij zelf zin in had. 'Ik speel niet volgens de regels, maar ik pronk er niet mee door luidkeels 'fuck the system' te roepen. Het zit gewoon in mijn aard.'
Kickstarter
Sinds een jaar woont Moore inmiddels weer in Nashville. Is zijn geboortestad veel veranderd de afgelopen 40 jaar? Moore: 'Ik zie zeker progressie ten opzichte van de periode toen ik naar New Jersey vertrok, maar men loopt nog steeds achter hoor. Maar bijvoorbeeld Jack White van The White Stripes is naar Nashville verhuisd en heeft sindsdien enorm veel succes met zijn label. Het is hip! Hij produceerde een plaat van Loretta Lynn, met wie mijn vader ooit meespeelde op haar originele hits. Nu probeer ik dus in zijn kantoor te komen en zijn hand te schudden.' En is dat gelukt? Moore schudt zijn hoofd. 'Hij is een beroemdheid. Ik ben een nobody', lacht hij sarcastisch. 'Dat is prima, want als ik het podium op ga roep ik gewoon “Breng me het hoofd van Jack White!”. Ik bedoel dat dan natuurlijk als grap.' Inmiddels behoren muzikanten als MGMT, Jason Falkner en Mike Watt tot zijn vaste bewonderaars.
Door middel van online fundraiser Kickstarter wist Moore begin vorig jaar genoeg geld bij elkaar te sprokkelen om een nieuw album te produceren en zijn allereerste 'wereldtour' te financieren. Op dit hilarische filmpje zie je Moore potsierlijk door de straten van Nashville wandelen, terwijl hij met een overdreven voice-over de meest hachelijke donatie-opties presenteert: 'Donation sensational, donate to create!'. Voor 100 dollar krijgt de donateur albumcredits als 'executive producer' plus een persoonlijk samengesteld merchandisepakket. Voor 500 dollar mogen donateurs de beste man interviewen en voor 1500 dollar schrijft Stevie hoogstpersoonlijk een nummer voor jou. Uiteindelijk de hoogst haalbare donatie – de zogeheten performance-level donation – speelt Stevie voor 2000 dollar een huiskamerconcert plus zelf samengestelde setlijst en voor 2500 dollar mag de donateur zelf meespelen op een van R. Stevie Moores albums.
Op de vraag of de performance level-donatie ooit een keer is gedaan, knikt Stevie. 'Eén keertje. Dat is best populair in de DIY-kringen, zo'n huiskamerconcert. Je krijgt dan de deurgage en bed plus maaltijd.' Verwachtte Stevie eigenlijk zelf dat hij het streefgetal zou gaan halen? 'Ik had geen flauw idee tot letterlijk de laatste seconden. Want bij Kickstarter is er een deadline, je kijkt telkens op je horloge en je telt af. Als je het streefgetal niet haalt, dan eindig je met lege handen en gaat de deal niet door. Toen besefte ik pas hoeveel vrienden en fans ik had.' Stevie blikt vooruit: 'Maar dat is nog kattenpis vergeleken met de honderden, hopelijk duizenden die er gaan volgen!'
R. Stevie Moore, de kluizenaar die van water wijn maakt, de vreemde eend die een mythe heeft verwezenlijkt als lo-fi grondlegger en hometaper extraordinaire, heeft toch geen 11.000 dollar nodig om een plaat te maken? Op het eerste gezicht lijkt het allemaal een dure grap. Stevies motivatie achter de Kickstarter-donaties was echter bloedserieus, een pure wanhoopsdaad. 'Het maken van een nieuw album kostte me geen zak. Kickstarter was een middel om een nieuw album te maken inderdaad. Maar wat het daadwerkelijk deed was mijn leven redden. Ik kwam uit een pijnlijke scheiding in New Jersey een jaar geleden, waardoor ik terug moest naar Nashville. Ik was de weg kwijt. Ik had geen geld, geen baan…blah, blah blah.'
Vreemd genoeg was het in Nashville, de stad die Moore 40 jaar geleden uit onvrede verliet om zijn muzikale aspiraties na te streven, waar alles op zijn plek viel. Hij vond een producer voor zijn nieuwe album en hij vond zijn achtergrondband Tropical Ooze via een contact in New York. Er is bovendien een documentaire getiteld Phonography: The R. Stevie Moore Story. De cirkel is nu rond. Stevie: 'Het had niets te maken met mijn vader of mijn ex-vrouw. Het gebeurde gewoon, het is compleet toeval. Ik geloof niet in astrologie en ik ben niet religieus ofzo. Het is mooi meegenomen…het is zoete wraak, als het zo wilt noemen. Vooral omdat ik zoveel opschudding en stress doormaakte, mijn leven stond op het punt aan diggelen te vallen. Maar nu mag ik niet alleen op tournee, de mensen om me heen beginnen mij te herkennen. Ze vertellen me dat ze al jaren bekend zijn met mijn werk. Iedereen weet opeens wie ik ben!'

4 gedachten over “R. Stevie Moore”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *