Raleigh Moncrief / Portico Quartet

Raleigh Moncrief - Watered LawnVan alle cosmogrammaticaal zwabberende beatproducers is Raleigh Moncrief toch wel de gekste. Ik ben er nog niet uit of de man irritant goed, of enkel irritant is. Hij klinkt hoe dan ook ánders, zelfs in een wave waarin vaagheid het uitgangspunt is. Dat komt vooral doordat Robby Moncrieff heeft gemeend te moeten gaan zingen. En dan niet zoals Eskmo met soul in de donder. Neen, deze man volgt zijn compleet eigen regels der meerstemmigheid. Dissonant of vals, u mag het zeggen. Hij kan in elk geval zo met de Ganglians mee uit kamperen. (En produceerde Bitte Orca voor de Dirty Projectors.) Toch, een release die een dermate sterke reactie oproept, krijgt met meerdere luisterbeurten vaak wat fascinerends. En zodra Raleigh een mespuntje zonneschijn toelaat in zijn waanzinnig volgepakte schets-songs tonen zijn muzikale gedachtenkronkels hun aantrekkelijke kant. “I Just Saw” wakkert het vuurtje aan. En de baslijn in het daaropvolgende “In This Grass” steekt het bewaterde geluidsveld in de fik. Wat een baslijn. “Lament For The Morning” heeft niks van een treurzang, de overweldigende synthesizer-akkoorden klinken blijer dan een volière in mei. Beide hoogtepunten bewijzen wel dat Raleigh Moncrief toch echt op zijn best is als hij zijn zangstem als een decoratief instrument inzet.
Portico Quartet - Portico QuartetHet Portico Quartet doet het (op één liedje na) zonder vocalen, en is nergens irritant. Sterker nog, hun lekkere, maar vrij loungy composities zullen het goed gaan doen gelicenseerd aan tv-series. Men opent in “Window Seat” stemmig als The Books gestript van alle chaos. Glitchy synths zoemen, terwijl strijkers zuchten. In “Ruins” valt een wel erg eenvoudig wegklikkende downtempo-beat in, zoals de beats overal braafjes het midden van rijbaan aanhouden. De prima saxofonist Jack Wyllie is de meest opvallende musicus in dit kwartet. Zijn veelal uit lang aangehouden tonen bestaande solo's zetten kristalhelder de lijnen van de liedjes uiteen. Héél af en toe waagt hij zich aan een schreeuwende Coleman-uitspatting, maar voor de luisteraar zich ongemakkelijk zou gaan voelen, schakelt hij weer een tandje terug. Het Portico Quartet lijkt vooral goed naar Jon Hassell te hebben geluisterd, de stemmige trompettist die ook graag met elektronica mag stoeien. Net als Hassell maakt Portico Quartet gebruik van wereldmuziek-invloeden, zonder hun eigen wereldje te verlaten. In “Spinner” moet je de ramblende taxi-chauffeurs en het engagement van Nitin Sawhney er gewoon zélf bij denken. Een leuke noviteit is het gebruik van de Hang, een steeldrum-achtig instrument, dat ideaal blijkt voor zachte Glass-patronen. Het geeft de groep af en toe net dat broodnodige zetje, voor de plaat dreigt te spelen, zonder dat je 'm nog hoort.


mij=Anticon/Konkurrent & Real World/Proper/Rough Trade

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top