Brendan Benson / Here We Go Magic

Brendan Benson - What Kind Of WorldWat zou Brendan Benson ervan vinden dat nu alle besprekingen van zijn werk Jack White ter sprake brengen? Het kontje dat White gaf door samen met hem The Raconteurs te beginnen kon Benson zeker gebruiken, maar kwam het eigenlijk niet te laat? De Amerikaan is al zo'n twee decennia actief, bracht tal van bejubelde solo- én band-platen uit, die niettemin aan de kassa weinig succes kenden, dus met andere woorden bijzonder weinig mensen bereikten. Ook uw recensent niet. En nu? Nu is Benson een goedgeklede, meestal tevreden veertiger, poserend op een grijs hoesje, en kent zijn powerpop eveneens een wat blasé gevoel. Op What Kind Of World staan genoeg degelijke liedjes, maar de plaat klinkt wollig. Het kost wel een weekje luisteren om er een zekere scherpte in te ontdekken, en dat is voor het genre toch wat lang. Dan deed het recente werk van Fountains of Wayne en het zeer verwante Nada Surf me respectievelijk muzikaal en tekstueel meer. Het drie minuten en drieëndertig seconden durende “Light of Day” is de leukste hier aanwezige track, het perfecte popliedje begint Mountain Goats-snerpend, om vervolgens achteloos in een jubelend meerstemmig retro-refrein los te barsten. Let ook even op de perfect klinkende baslijn in de opbouw naar het laatste refreintje. Tom Petty knikt goedkeurend. 'Candlelight upon your face [..] I don't care if I ever see the light of day'.
Here We Go Magic - A Different ShipLuke Temple zal bijzonder vaak te horen krijgen dat zijn stem op die van Paul Simon lijkt. Laten we hopen dat hij dat nog niet zat is, want mij betreft zingt iederéén zo. De oude bard (bekend van Art Garfunkel) bracht in 2006 het samen met Brian Eno gemaakte Surprise uit. Een aandoenlijke poging tot een modern indie-album, in zijn geheel nauwelijks geslaagd te noemen, maar de flodders die wél raak waren emotioneerden me enorm. Het door Temple geleide Here We Go Magic is jong, Brooklyns en hip en lukt op A Different Ship dus wél wat Simon tevergeefs probeerde. En dat een hele plaat lang! Vanaf het (t)rommelende intro tot het langgerekte einde dat bíjna een cirkel naar de begingeluiden maakt is het hier genieten. Eerst en vooral dus van De Stem. 'Well it's hard sometimes to be close' opent Temple, maar ondertussen komen zijn ijle, vaak in wankelend falsetto-gezongen vocalen héél dichtbij. Terecht hebben ze een prominente plek in de mix. Zijn bandgenoten spelen er klaterende gitaarpop bij, vanzelfsprekend met Afrikaanse accenten – denk ook maar weer aan Vampire Weekend – maar dan heel koeltjes gebracht. De liedjes zijn intens zonder ook maar een wenkbrauw op te trekken. Veel repetitieve grooves, af en toe doorsneden met een waaiertje frisse synthesizers. Hoe meer elektronica er langskomt hoe meer het geluidsbeeld aan de Wild Beasts doet denken. Maar ook een jangly Feelies-achtig liedje als “How Do I Know” werkt in al zijn klassieke eenvoud.


mij=Lojinx/Bertus & Secretly Canadian/Konkurrent

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top