Patrick Watson

Bij het Media Compound op Lowlands 2012 staat Patrick Watson stuntelig te jongleren met twee kleine versterkers. 'Die akoestische sessies zijn tegenwoordig een vast onderdeel van dit soort festivals. We gebruiken deze versterkers om coole elementen toe te voegen.' Watson is inmiddels prima voorbereid op de vele sessies die hij naast de reguliere optredens moet doen. 'Het zijn er bijna té veel tegenwoordig', zwoegt hij. Vandaag wordt het even flink doorbijten voor de sympathieke Canadees. Hij kampt met een kater en de dikke haargroei op zijn gezicht suggereert een gebrek aan rustpauzes binnen het toerschema. De vraag of hij er vaak aan denkt halverwege die dolle carrouselrit af te stappen, beantwoordt Patrick met een vurig “fuck yeah!” 'Vanochtend overwoog ik dat nog. Dit festival bleek toen een machtige opgave. Ik was liever thuis gebleven met mijn kind.' Hij onderbreekt de zin met zijn typerende, spottende lach. 'Maar zodra ik op het podium sta, dan gebeurt er iets met mij – dan is het compleet uit mijn handen.'
Patrick Watson


mij=Interview: Jasper. Tekening: Aimée de Jongh
Patrick Watsons muzikale opvoeding begon al vroeg: als zevenjarige raakte hij voor het eerst een piano aan. 'Het was als kind moeilijk om elke dag te moeten oefenen. Mijn moeder zette daarom elke keer de timer van de oven. Het is niet zo dat ik het met tegenzin deed.' Opnieuw grinnikt hij. 'Middernacht sloop ik dan weer achter de piano om vrijuit te kunnen improviseren. Ik heb veel aan mijn moeder te danken, zij gaf mij de discipline om door te zetten. Mijn ouders staan altijd 100% achter mijn keuzes. (pauzeert) Hoe meer ik erover nadenk, des te meer besef ik dat ze het allang doorhadden: toen ik op jonge leeftijd in het koor op het podium stond, onderging ik een soort van transformatie. Ik denk dat ik zelf weinig keus had, want mijn moeder wist van tevoren al wat ik zou gaan doen.'
Atmosfeer
Net als in 2009 staat Patrick Watson dit jaar in de Grolsch. Hij kan zich weinig tot niets herinneren van het vorige optreden hier in Biddinghuizen. Toen een van de snaren op zijn gitaar het begaf kreeg Simon Angell een opblaasbare variant vanuit het publiek toegereikt. Watson begint hardop te lachen. 'Hoe kan ik dat in hemelsnaam vergeten zijn?' Hij krabt licht getergd achter zijn hoofd. 'Ik erger me eraan dat ik me zulke dingen niet meer herinner. Waarom zou ik überhaupt mijn huis willen verlaten als ik nog zo weinig onthoud? Het begint moeilijker en moeilijker te worden plaats te maken voor die bijzondere momenten.'
Misschien is het ironisch genoeg te wijten aan Patricks volhardende streven bij elk concert zo'n moment te creëren waarvan men later kan zeggen: 'dáár was ik bij!' Vanachter zijn vleugel tuurt Patrick dan druk om zich heen: richting het publiek – maar ook richting zijn bandleden – zoekend naar die ene vonk die het vuur aanwakkert. 'Voor mij is het heel simpel', legt Watson uit. 'Een liveshow bestaat voor vijftig procent uit publiek en voor vijftig procent uit muzikanten. Het is een gelegenheid samen een avond door te brengen, om te communiceren en een moment samen te delen. Live muziek moet niet alleen draaien om de muzikanten, maar om de gehele atmosfeer binnen de ruimte.'
Patrick Watson is geen enigma meer op grote festivals, waardoor de aandacht van zijn publiek winnen steeds meer energie kost. Drie jaar geleden stond de hele Grolsch-tent muisstil naar Patrick Watsons virtuoze kamerpop te luisteren; vanavond wordt er door het merendeel lukraak doorheen geklept. De reactie van de band is een fiere, uit de bocht vliegende versie van “Noisy Sunday”, waarbij Simon Angell – normaal de rust zelve, zittend op een stoel – driftig en gejaagd een vloedgolf aan noise uit zijn gitaar perst. Het publiek is prompt tot stilte gesust. Patrick Watson demonstreert hier zijn vermogen om de reactie van uit de menigte te pareren om het concert naar een hoger plan te tillen.
Watson noemt de deus sex machina himself, James Brown, als belangrijke inspiratiebron voor zijn mentaliteit als bandleider. Patrick heeft vroeger met Brown gespeeld en kon de soullegende daardoor van dichtbij observeren. Watson beschrijft Brown als een “meester” in het dicteren van het moment: 'Hij dirigeerde alle nummers vanuit zijn vingers en wachtte pas met het refrein totdat het publiek er klaar voor was.' Hoewel Patrick Watson door de jaren heen moest groeien in zijn rol als frontman, lijkt hij weinig grip te hebben op de oorsprong van zijn muzikale begaafdheid. 'Ik weet zelf niet wat voor muziek ik nog in mij heb. Dat weet ik nooit van tevoren. Maar dat beschouw ik ook als positief', knikt hij, terwijl zijn zonnebril knullig van zijn neus zakt. 'Naarmate ik ouder word, wil ik in ieder geval optimistische muziek blijven schrijven in plaats van het tegenovergestelde. Ik wil mensen met een goed gevoel achterlaten.'
Stille minderheid
Watsons muziek kenmerkt zich door de avontuurlijke, tot de verbeelding sprekende arrangementen en de vaak onorthodoxe instrumentatie. De perfecte soundtrack voor een Jules Verne-achtige ontdekkingstocht – een heroïsche vaartocht over de Stille Oceaan of met de fiets slalommend door de dicht bevolkte steegjes van Beijing (bij het gelijknamige nummer gebruikt Watson zelfs een fietsbel als instrument). Hoewel Patrick het overduidelijke middelpunt is van de band, hebben de overige bandleden – gitarist Simon Angell, drummer/percussionist Robbie Kuster en bassist Mishka Stein – volgens hem een evenredige inbreng binnen het schrijfproces. Watson: 'Een bepaalde vorm van hiërarchie is zeker belangrijk, maar niet zozeer in de zin dat je elkaar dingen moet opdragen. Wij kiezen eerder een bepaalde richting en filteren onze ideeën als het ware erdoorheen. We hebben vaak hele uiteenlopende ideeën, dus een sterke visie is nodig om het allemaal samen te brengen.'
De titel van het nieuwste album Adventures In Your Own Backyard beschrijft de huidige visie van Patrick Watson doeltreffend. Geen ontdekkingstocht naar een of ander vreemde, exotische bestemming, maar het zoeken naar eigenaardigheden dichtbij huis. Volgens Patrick Watson is het album voor een groot deel een ode aan wat hij noemt de 'stille minderheid'. '”The Quiet Crowd” is een van mijn favoriete songteksten – het nummer beschrijft een bepaalde gedachte die al langer door mijn hoofd spookte. Nu pas heb ik er de juiste woorden voor gevonden. Ik moest denken aan die ongemakkelijke stiltes in een lift; alles wat men in het dagelijks leven voor zichzelf houdt. Ik denk dat elk mens heel veel met elkaar gemeen heeft.'
'Volgens mij schreef ik “The Quiet Crowd” ook tijdens de Arabische lente; ik wacht op het moment dat er iets soortgelijks gebeurt hier in het Westen. Ik heb de hele wereld gezien en ik merk dat iedereen precies dezelfde gevoelens en angsten deelt. Personen met een doordacht standpunt zijn echter in de minderheid. Misschien weerhouden al die gemeenschappelijke gevoelens en frustraties ons ervan deze helder uit te drukken.' Kan muziek dan potentieel ontwapenen waar spreektaal tot misvattingen leidt, zoals bij een serenade bijvoorbeeld? Watson: 'Geen idee. Ik denk dat het een andere vorm van communiceren is. Muziek is vaak instinctief, daarom denk ik dat het over het algemeen meer vertrouwen wekt. Ik stoor mij er vooral aan dat mensen elkaar blijven stigmatiseren in soorten en maten terwijl wij in wezen nauwelijks van elkaar verschillen.'
De stille minderheid is ook in Patricks directe sociale omgeving te vinden: 'Ik denk bijvoorbeeld aan een goede vriend van mij uit The Bronx, Louis. Hij van nature heel stil. Ik schrijf muziek met hem sinds ik het me kan herinneren: als ik vastloop komt hij langs om samen teksten te bedenken en dronken te worden. In bepaalde opzichten leeft hij geïsoleerd van de maatschappij; hij maakt bijvoorbeeld geen deel uit van energie- of telefoonnetwerken. Hij houdt er verder een discrete leefstijl op na, met een doodgewone baan. Maar tegelijkertijd is het een genie, een ontzettend intelligent individu. Ik wou dat dat soort figuren meer een stem hadden in de samenleving, omdat ze een stuk slimmer zijn. Luidruchtige mensen die gemakkelijk communiceren hebben niet altijd iets boeiends te melden.'
Geven en nemen
Als figuurlijke zeepkist bedacht Patrick de “Adventures-series”, een serie filmpjes waar hij merkwaardige figuren uit zijn directe omgeving opzoekt. Volgens Patrick raakte hij geïnspireerd door een serie interviews van David Lynch, The David Lynch Interview Project. 'Hij bezocht een aantal kleine dorpjes waar hij allerlei vreemde, wonderbaarlijke mensen ontmoette en vervolgens mee in discussie ging. Vooral in de VS is alles zó larger than life – om het zo te zeggen. Er wonen allerlei vreemde vogels, figuren die ogenschijnlijk alleen in films kunnen bestaan. Het is fascinerend om naar te kijken – de manier waarop die spontane 'in-je-achtertuin' benadering wordt bejegend als prachtige fictie, dat vind ik inspirerend.'
Een van de Adventures-filmpjes vindt plaats in een klein mijnstadje ten noorden van Montréal. Hier ontmoette Watson een oude man die vroeger als mijnwerker en houthakker werkte. Watson: 'In 1969 opende hij een hotdog-kraampje vlak voor een groot theater. Hij werd door de hele buurt geroemd voor zijn french fries. De hotdogs die hij verkocht vernoemde hij naar beroemdheden als Johnny Cash, Marilyn Monroe en Muhammad Ali. Maar daarnaast had hij een hele hoop heftigs meegemaakt tijdens de depressie in het noorden van (de provincie) Québec.' Watson meent geen berekende intenties te hebben achter deze filmpjes. 'Ik kan helemaal niet met Twitter en dat soort dingen omgaan, dus dit leek me een betere manier om iets van mezelf te laten zien. Tegenwoordig heeft niemand in de muziekindustrie een flauw benul waar ze mee bezig zijn. Het is net zo makkelijk om gewoon je eigen ding te doen, want er is geen vast plan van aanpak meer. Ik heb daarom ook geen zin meer om videoclips op te nemen.'
Patrick zegt tegenwoordig vaker bezig te zijn met de visuele aankleding van zijn liveshows. 'Toen we begonnen hadden we echt bizarre visuals. Tien jaar geleden begonnen wij als multimedia-act. We hadden opblaasbare bubbels en allerlei projecties tot onze beschikking, maar die waren te duur om mee op toer te nemen. Pas sinds kort hebben we weer het budget om in grotere zalen te spelen en onze ideeën opnieuw toe te passen. Tijdens een show werden bijvoorbeeld alle visuals midden in een filmset vastgelegd, zonder dat het publiek daadwerkelijk door had dat alles live gefilmd werd. Pas toen de filmpersonages opkwamen beseften ze pas dat het geen vooropname was.' Zoiets op consistente basis te doen is volgens Watson echter onrealistisch. 'Het is tegenwoordig duur zat als muzikant om zónder visuals naar het buitenland te reizen. We doen ons best om niet in de schulden te raken, onze huur te betalen en tegelijkertijd een te gekke show neer te zetten. Als band eindigen we altijd in de rode cijfers. Het is continu geven en nemen.'

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.