Jesse Jarnow – Big Day Coming / Yo La Tengo – Fade

Jesse_Jarnow_-_Big_Day_Coming.jpgRockbiografieën. Een prachtig genre. Toen Life van Keith Richards uitkwam, een dik jaar geleden, hoopte men dat de beerput openging. En hij ging open. Mötley Crue’s The Dirt is ook zo’n klassieker. Maar hoe schrijf je een biografie over een band waarin de gitarist en de drumster al jaren gelukkig getrouwd zijn en er na 1991 al geen bezettingswisseling is geweest, omdat die bassist wel beviel. De band gebruikt geen drugs, drinkt zo af en toe een biertje en brengt ondertussen plaat na plaat uit. Ow ja, ze zijn verwoede platenverzamelaars, maar dat had een beetje beluisteraar van hun oeuvre al wel reeds vermoed. Het enige rabiate is in hun hele carrière is, dat de naam van de band constant verkeerd gespeld werd. Wat dan weer de reden was voor “The Story of Yo La Tango”, het slotnummer van I’m Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass. Goed, Ira Kaplan en Georgia Hubley houden van lekker eten en weten van elke plaats waar ze optreden, waar dat te vinden. James McNew is het midden tussen het soms wat eigenwijze karakter van Ira Kaplan en de rust van Georgia Hubley. En ze zijn enorme honkballiefhebbers! Maar dan heb je het, wat ontboezemingen betreft, ook wel gehad met Yo La Tengo. En veel meer is er over de band ook niet te vertellen, ook al omdat Kaplan en Hubley hun privéleven buiten alle schijnwerpers houden. Nee, het verhaal van Yo La Tengo, dat Jesse Jarnow vertelt in Big Day Coming, Yo La Tengo and the Rise of Indie Rock is meer het verhaal van een band die, in een tijd dat indie nog indie was en niet alternative, ontstond en niet de schijnwerpers in gekatapulteerd werd. Al heeft Matador dat geprobeerd!. Het is een verhaal over Hoboken, waar al de juiste voorzieningen waren, van de opkomst van de indie, de bescheiden rol van Kaplan hierin als journalist van een van de vele fanzines die overal uit de grond schoten, de oprichting van Matador en een band waarvan de gitarist in eerste instantie niet durfde te soleren. De opkomst van het internet en de gevolgen voor de muziekbusiness. En de boodschap dat een investering in de lange termijn ook geen kwaad kan als band. Al was het maar omdat ze zelfs Gilmore Girls gehaald hebben, met “The Story of Yo La Tango”, overigens. Mede omdat Yo La Tengo vanaf eind jaren negentig op eigen benen stond, de indie inmiddels ontploft was en er ook niet zo heel veel nieuws meer over de band te vertellen was, Jarnow lijkt niet al te dicht bij Kaplan en Hubley hebben kunnen komen waardoor hun relatie wat ongewis blijft, wordt vooral het bandgedeelte wat afgeraffeld. Maar voor de liefhebbers van Yo La Tengo en een stukje New Yorkse muziekgeschiedenis is Big Day Coming een aangenaam verpozen.
Yo_La_Tengo_-_Fade.jpgBig Day Coming eindigt zo ongeveer aan de eind van de tour van Popular Songs, de voorlaatste plaat van Yo La Tengo. Een plaat die ook alweer een dikke drie jaar geleden uitkwam. Maar nummer dertien ligt er inmiddels: Fade. Eerste punt dat opvalt, de plaat is niet geproduceerd door vaste producer Roger Moutenot, maar door John McEntire, van Tortoise. Of dat de reden is dat Fade de meest gelaagde plaat van Yo La Tengo tot nu toe is, durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar wel dat Fade de beste plaat van Yo La Tengo sinds jaren is! De band grijpt terug op hun hoogtijdagen, de trits die de doorbraak van Yo La Tengo betekende: Painful, Electr-o-pura en I Can Hear The Heart Beating As One. De periode, waarin de band eindelijk een vaste bezetting had, de leden bewust werden wat ze allemaal konden op hun instrumenten en die omgevallen platenkast eindelijk weerklonk in de muziek. Door de jaren heen is de band wat meer gaan experimenteren, zonder het geluid van Yo La Tengo uit het oog te verliezen. Dat culmineert zich op Fade als bijna de perfecte Yo La Tengo-plaat. Indie, zoals indie ooit bedoeld was, kleine shuffle-uitstapjes, lichte, bijna ambientachtige (toch Tortoise?) nummers, waarbij je ondertussen wel een gitaar- en orgeldrone hoort en prettige omfloerste samenzang, van een stel dat de echtelijke sponde op het podium gezet heeft. Het enige dat nog ontbreekt is zo’n lekkere kwartier durende psychedelische uitbarsting, maar met de dikke zes minuten van “Ohm” en “Before We Run” (oh, die strijkers en blazers!) ben ik dik en dik tevreden. Fade is in ieder geval de meest compacte Yo La Tengoplaat. En jaarlijstjesvoer. Op zeker!


mij=Matador

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.