5 December 2016

Eindhoven Psych Lab 2016 – Napret

In navolging van het Liverpool International Festival Of Psychedelica was de Effenaar voor het derde jaar op rij onder invloed van het Eindhoven Pysch Lab. Het tweedaagse niche-festival is een snoeppot voor liefhebbers van psychedelische muziek, terwijl er in deze tak van sport ook nog genoeg subgenres aanwezig zijn om het festival interessant te houden. Over het algemeen heb je het dan vaak over bands met massa’s gitaareffecten en lang uitgerekte nummers, om je in een roes te krijgen en te houden. Daar heb je niet altijd verdovende middelen voor nodig dus. Ik laat me gewillig meevoeren deze twee dagen, net zoals alle vorige twee edities overigens, en verbaas me over de hoeveelheid goede bands dit jaar.

mij=Door: tBeest.
Want hoe krijg je het als organisatie voor elkaar om zoveel bands van mijn wensenlijstje te boeken? Bizar. Nog nooit had ik het dan ook zo makkelijk om me in te luisteren voor een festival, ik kon blind de bands aanwijzen die ik wel wilde zien, zoals Radar Men From The Moon, GNOD, Iguana Death Cult, Rats On Rafts, PAUW, Ulrika Spacek, Papir, Forever Pavot, The Oscillation, White Hills, Orchestra of Spheres, Camera, Parquet Courts, Föllakzoid, Temples en Goat. Een bijzonder hoge score, dat haal ik bij Lowlands bijvoorbeeld totaal niet. En dat is zelfs een dag langer en heeft wel tien keer zoveel band. De meeste acts had ik al wel eens gezien ook, maar dat terzijde. Een droomline-up. Sommige (onbekende) acts wisten we vlak van tevoren met moeite nog uit ons schema te strepen, want je moet ook ergens rusten en eten, we worden ook een dagje ouder natuurlijk. Het is dan ook wel relaxt in de tuin van de Effenaar, waar je net zoals andere jaren ‘s avonds voor een tientje kunt eten (keuze uit drie keer drie gerechten) of eerder op de dag een ontbijtje – eh – lunch kunt scoren. Het is weer aangenaam daar buiten op het terras van de Effenaar, met een lekker zonnetje op vrijdag en bewolkt weer op zaterdag, de temperatuur is aangenaam en het voorspelde buitje op zaterdag blijft uit. In de tuin is het wederom een sport om bandleden te spotten, die daar gewoon in het wild rondlopen, een biertje drinken, bijkletsen met bekenden (of onbekenden, je weet het niet), en van hetzelfde eten genieten.

Het heeft een gemoedelijke sfeer, het voelt nog steeds een beetje als Roadburn dat in- en rondom 013 in Tiburg plaatsvindt, met dat verschil dat daar de nadruk meer ligt op de ‘allmighty riff’, en dat er veel meer mensen te vinden zijn met lange haren/baarden en zwarte kleding. Toch zit het gemiddelde hier ook wel rond de 30-40 jaar, maar wat doet het er toe. We zien een hoop terugkerende bezoekers dit jaar, misschien ook het gevolg van een aantrekkelijke ‘early bird’-aanbieding van de kaartjes (ja ik koop ze ook gewoon), maar uiteraard zijn het ook gewoon liefhebbers voor dezelfde muziek die terugkeren, en waarom niet met zo’n fijn programma. Als het je goed bevalt, waarom zou je het ook veranderen zeg ik vaak. Zo zijn er ook weer de barmedewerkers van de Effenaar met witte (clean)lab-kleding, staat er weer een lokale bierbrouwer in de ‘Main Lab’, zijn er weer fraaie projecties in de ‘Observatory’ (dit keer ook met een scherm op rechts waardoor een deel van het balkon niets ziet trouwens), en is de hal tussen de twee zalen weer gevuld met merchandise en bakken met platen, uiteraard in het genre. In het café en in de grote zaal vinden tussendoor nog lab-experimenten plaats, met soundscapes uit een brei van aan elkaar geknoopte apparatuur. Zo is er de Skid Audio Plant in de grote zaal, met Audio Test 007.epl16, (net zoals vorig jaar) gecureerd door Luk Sponselee, en uitgevoerd op zaterdag door Slumberland & guests en op vrijdag door The Flipside Paradox & guests. In het café is er de Modulab gecureerd door Stefan Robbers met diverse sets a.k.a. Audio Test 009.epl16.

Vrijdag

We komen vlak voor het begin van het festival aanlopen, zodat we nog mooi op tijd zijn voor de eerste band; The Future’s Dust uit Leeuwarden. Het is nog rustig, meer dan een mannetje of veertig staat er nog niet, maar dat is wel een beetje gebruikelijk op het festival heb ik het idee. Misschien dat er überhaupt veel mensen kiezen om eerst nog gewoon te werken en dan ‘s avonds aan te sluiten. Geen echt slecht begin van het festival, hoewel het ook wat moeilijk blijft hangen. Het begint lekker rustig met orgel-achtige klanken, lichte jazzy/groovy drums en melodieën om je in de juiste sfeer te brengen. Jammer van de licht klagerige zang, dat er hier nog een extra laag op gooit, ik denk dat je dat als instrument hier toch beter weg kunt laten, maar toch ook mooi hoe de band hier ook verstilt durft te spelen en later ook wat harder uithaalt, en daarbij sterk doet denken aan post-rock-act. Als invloeden lees ik achteraf nog o.a. Bon Iver, Sigur Rós en James Blake, en dat zet het ook wat in het perspectief.

Wat meer energie krijg je direct van het Amsterdamse BLANK dat in een iets beter gevulde Observatory (kleine zaal) staat. De droog doormeppende drums worden aangevuld door de rinkelende drums en een wat snauwerige zang. Het doet me denken aan een post-punk-achtige versie van de psych met een knipoog naar een band als The Soft Moon, al worden ook The KVB en DIIV als referenties genoemd. Het smaakt naar meer eigenlijk, maar het is al na een klein half uurtje afgelopen. Nog niet genoeg materiaal neem ik aan.

Oude bekende Forever Pavot uit Frankrijk vormt direct een van de hoogtepunten van de dag. De band van multi-instrumentalist Emile Sorin maakt meer TV-tunes of filmmuziek met een dikke knipoog naar de jaren zestig of zeventig (dwarsfluit alert), beïnvloed door Ennio Morricone en een vleug zwoele Franse erotiek. De mix is in het begin nog niet helemaal zo lekker, die groovy bas komt er niet zo lekker doorheen zoals toen ik de band vorig jaar zag op het Valkhof Festival, maar uiteindelijk doen de heren hun prima kunstje. Geen harde muziek, maar behoudende ouderwetse swingpop met een lichte psychbite en een o zo lekker vreemd en eigenwijs vet sausje. Ik ben er dol op.

En dan is het het helemaal mooi als de heren gewoon wat extra tijd krijgen, want ze weten te melden dat The Oscillation heeft afgezegd, dus hebben ze geen haast om plaats te maken voor de volgende band in die zaal. Iets later leren we dat The Oscillation het niet kan redden om op tijd op het festival te geraken. Dat hadden we twee jaar terug ook met Teeth of the Sea (autopech), die het jaar er na alsnog zouden komen. Net zoals PAUW ook dit jaar mag terugkomen trouwens, na ziekte van een van de bandleden van vorig jaar. The Oscillation hoeft geen jaar te wachten, er is nog plek vanavond laat na Temples op het hoofdpodium in de grote zaal. Even later blijkt ook Useless Eaters vast te zitten in de file, en wordt de band verplaatst tot na het reguliere programma in de kleine zaal, waardoor de samenwerkingsverbanden/experimenten aldaar (Audio Test 005 en 008) worden verschoven naar achteren. Jawel, het wordt een latertje vanavond. Zo’n gat in het programma is rond dit tijdstip niet echt erg trouwens, het publiek zoekt op z’n gemak de tuin op en gebruikt de tijd om even bij te komen en de maag te vullen. Het is toch etenstijd.

Voor die tijd overigens nog een stukje Rats on Rafts, de Rotterdamse garage-punk-noise-experimentalisten, aldus het programmaboekje. De band had ik toch al eerder gezien, maar nieuw is toch echt de bassiste, die heb ik niet eerder bij de band gezien. Achteraf blijkt ook de drummer vervangen te zijn, waardoor alleen zanger/gitarist David Fagan (lijkt met zijn kapsel en uiterlijk vandaag wat op Mathias Janmaat van Bombay vind ik) en gitarist Arnoud Verheul van de oorspronkelijke line-up over zijn. Hier in de kleine dampende zaal wordt er goed gas op gegeven met fijne puntige, jachtige en domweg opzwepende rock, en toch naar mijn idee wat minder rauw en misschien ook minder rommelig dan toen ik ze eerder zag. De band lijkt door de wisselingen juist gegroeid. Jammer vind ik nog wel dat de bandleden (m.u.v. de drummer) na afloop pardoes het podium aflopen zonder enige aandacht voor het enthousiaste publiek. Dat kan sympathieker, maar het zal wel cool zijn.

Orchestra of Spheres is typisch zo’n band die je niet direct meer verwacht nog eens terug te zien. In 2012 stond de band op het Valkhof Festival, en dat optreden vond ik in eerste instantie een vreemd feestje, maar uiteindelijk wel een leuke. Bestaan ze nog dus? Jawel. De band uit Nieuw Zeeland typeerde ik al eerder als een soort ‘hippies from space’, alsof je je op een feest op de Starship Enterprise staat. Een vreemd stel bij elkaar. De funky Afrikaanse of oosterse tribale ritmes worden aangevuld met allerlei elektronica, koortjes en gekke instrumenten of bliepjes uit spacy apparaatjes. De band is wat minder kleurrijk vandaag en staan ook wel op een heel groot podium. Waren ze met vorige keer niet meer? Zo voelt het. Het blijft een wat statisch geheel, de dames staan toch wat stoïcijns te spelen zo. Vorige keer was het veel losser en bonter heb ik het idee. Het feestje komt deze keer dus niet helemaal van de grond en dat is een lichte teleurstelling.

Het Italiaanse duo Throw Down Bones heeft wel drums, maar geen drummer. De drumsbeats zijn voorgeprogrammeerd, maar daar overheen klinkt een bijzonder smakelijk geheel van fijne psych(wolken) als een dik tapijt over de muziek gedrapeerd, met de nodige swing en groove dat dit genre zo lekker op smaak brengt. Het is langgerekt en uitgestrekt zoals het hoort (soms net een tikkeltje te lang doorgetrokken misschien), met lichte space-klanken zoals we dat kennen van Radar Men From The Moon en een vleugje Monomyth, maar gek genoeg hoor ik die band bij veel bands doorsijpelen dit weekend. Het wordt overigens wel tijd dat die band hier eens wordt geboekt, dat zou fantastisch passen. Oh ja, ook uniek, dat gitaarsurfen. Dus de gitaar die alleen over het publiek heen surft terwijl de dikke gitaareffecten doordreunen. Fijne band.

Krautrock komt maar het beste uit Duitsland, Camera komt uit Berlijn, en voor het het debuutalbum Radiate! kreeg het trio hulp van Michael Rother van Neu!, dus dan weet je waar de heren zo ongeveer hun mosterd halen. Eerder maakte het drietal al indruk op het Valkhof Festival (2013) en ik ben er ook een keer speciaal voor naar Utrecht gereisd voor een optreden in Ekko, overigens toen ook met Radar Men From the Moon, dat ook weer op dit festival staat dit jaar. Opvallend is de extra gitarist vandaag naast de (altijd staande) drummer, voor een extra laag gitaren. De redelijk uptempo ‘out of space’ psychklanken klinken relaxt en toch met spannende ritmes, uiteraard langzaam opgebouwd, waardoor je er gewoon helemaal in moet laten wegzakken, en dan is het best gek als er publiek wegloopt. Jongens! Blijft staan, dit is toch briljant! Een lange trip met langzaam veranderende tempo’s. Dansen met de ogen dicht. Funky gitaren, sfeervolle synthesizers, gloedvolle psychkraut. Wat wil je nog meer? Ja meer tijd voor de band, maar de keyboardspeler ruimt alvast op, de tijd is ook op, zonder dat de andere spelers dat in de gaten hebben. In juli zal er een nieuw album komen, en daar kijk ik reikhalzend naar uit.

Parquet Courts was de verantwoorde muzikale smaakmaker van Pinkpop dit weekend als we de berichten moeten geloven, maar de band klinkt net wat te flauwig op dit festival, misschien omdat de lat hier wat hoger ligt, misschien omdat dit soort songs sowieso niet echt tot z’n recht komen op zo’n psych-festival, en misschien dat de nadruk ook wel te veel op de laatste wat softe plaat Monastic Living ligt. De toch aardige songs willen niet lekker vet uit de verf komen hier vind ik. De zang van de verschillende bandleden zijn ook niet echt sterk. Nee, dit soort indierock is te licht, te luchtig, en wat slordig gebracht. Veel bezoekers kunnen er te weinig mee ook, waardoor de zaal leger en leger loopt.

Maar tegelijk begint dan ook White Hills in de kleine zaal (eerder nog op Roadburn 2015 in de grote 013-zaal). Zo scherp en indrukwekkend als in Doornroosje in 2012 wordt het geloof ik niet meer met White Hills, of ik ben echt te verwend geraakt. Natuurlijk zijn er die bezwerende en opruiende songs, maar het valt we weer niet mee, ik kom er weer niet echt in En dat ondanks de sensuele bassiste Ego Sensation met haar bekende flitsense rode pakje, doorzichtige bas, blonde wapperende haren en volle rode lippen. En dat ondanks de knallende drums en de soms fijne gitaar-effecten in psych-modus. De band probeert misschien toch te veel een goed liedje te produceren of iets met pakkende melodie – meer richting de neo-punk – terwijl ik liever de uitgesponnen spacerock hoor met overdonderende instrumentaal geweld. Het probeert wel te beuken, maar het lukt niet zo. Niet slecht, nee echt niet, maar ik hoopte toch op meer. Pas op het einde komt er uptempo vuurwerk, en dat vind ik toch echt te laat.

Dan bevalt me de ‘guilty pleasure’ psychpop van het Engelse Temples met die enorm aanstekelijke of licht cheesy nummertjes me gewoon veel beter. Sixites psychpop op z’n best, aangevuld door het het programmaboekje met Motown, glam, en krautrock. Kraut? Vooruit dan maar. Denk Tame Impala en PAUW. Zoiets. Het geluid staat fantastisch in de grote zaal, al ligt dat er ook aan waar je staat, midden voor het podium is het het lekkerste natuurlijk. Deze geweldige liedjes van de band smaken enorm lekker vanavond en ik kan er helemaal in mee gaan. De band brengt het sterk en overtuigend. Ik word meegezogen in de smeuïge liedjes, waarvan er een aantal nieuw waren. Kom maar eens op met dat nieuwe album.

Dan alsnog The Oscillation uit Engeland, dat hier in 2014 ook al eens stond, toen met z’n driën dacht ik met een dame (Valentina Magaletti dacht ik) op drums. Het licht is zoals gebruikelijk miniem en ik sta niet heel dichtbij, maar er zit toch geen dame op drums nu lijkt me, wel een extra (?) dame op toetsen. De band is nog steeds opgebouwd rond zanger/gitarist Demian Castellanos, die ook de laatste plaat Monographic heeft geschreven, opgenomen en geproduceerd. De band klinkt als een post-punk /new-wave krautpsych of iets dergelijks, met een extra laag synths – en oh ja, er zit wat weifelende, droge, klagerige zang op, dat hier gek genoeg wel past. Het is inmiddels ver na middernacht en het brein wil niet echt goed meer denken, maar toch laat ik het gewillig over mee heen komen. Heel aardig. Thuis eens wat vaker opzetten voor het beste resultaat denk ik.

In de Observatory is er dan nog het project RMFTM meets GNOD: Temple Ov BBV Audio Test 005.epl16, oftewel (de lokale band) Radar Men From the Moon samen met GNOD, die hier hun week geleden opgenomen plaat voor het eerst uitvoeren. En probeer daar maar eens chocolade van te maken. Dreigende tonen, lugubere machtige soundscapes, opgefokte vaagheid, twee drummers, de bekende GNOD-sax ergens, prevelende of prekerige zang (van wie eigenlijk), een industrieel punkpsychend ritueel. Iets van negen man op het podium. Of toch tien. De hardere, rauwe kant van GNOD misschien gemengd met het wat uitgerekte van RMFTM. Zoiets. Typisch een act dus die je niet echt goed kunt beschrijven. Zeker niet om 2:30 ‘s nachts. Maar de samenwerking van RMFTM met het Engelse The Cosmic Dead vond ik vorig jaar toch net wat fijner, maar het is gaaf om te zien dat de band haar eigen grenzen zo graag opzoekt en verlegd.

Dan volgt nog Cairo Liberation Front meets High Wolf in het optreden (of ‘lab’experiment) Audio Test 008.epl16. Het is inmiddels dik na drieën geloof ik, de energie is op, maar er staan nog steeds mensen overeind in de zaal. We hangen wat over het balkon en vergapen ons nog wat aan de frisse beats en de fijne effecten uit de kilo’s apparatuur op de twee tafels, aangevuurd door een  drummer in het midden. De dansbare space/psych-beats klinken lekker, maar we zijn na een tijdje toch echt wel leeg.

Zaterdag

Toch zijn we weer op tijd terug in het Main Lab, oftewel de grote zaal van de Effenaar, en we prijzen ons gelukkig met de keuze om niet al te lang uit te brakken en het Belgische Statue mee te pakken. De set begint nog bijzonder sfeervol. ‘Moody psych’ komt in me op. De rake klappen van de drums passen mooi bij de dwingende bassen en de gitaren, die soms ook zo fijn excelleren. Vijf gitaristen maar liefst! Een fijne binnenkomer ook, omdat de band soms zo lekker doormeandert met speelde melodieën. Gaaf toch ook hoe de band toch wel ook heftiger opbouwt met post-rock shreddend gitaren. Het geheel lijkt afgetopt met een progrock-saus hier en daar. Ook hier doet het me soms denken aan Monomyth’s stuwende jams en uitspattingen. Het oog voor gave gouden melodieën is toch ook bijzonder, zoals Belgen dat alleen kunnen eigenlijk.

Even later is het de beurt aan Josefin Öhrn + The Liberation in de grote zaal, met wat monotone beats en licht dwingende bassen resulterend in een lichte groove, aangevuld met wat lichte rondzingende gitaren. Josefin Öhrn zingt er licht sensueel of omzichtig overheen, maar is daarin wat eenvormig en mist bijvoorbeeld het venijn van een Jehnny Beth (Savages) die zo’n band van wat pit zou kunnen voorzien. Het blijft wat hangen, is nog best heel aardig als het tempo omhoog gaat, maar het mist sterke composities of songs.

Die kwaliteit druipt wel direct van Ulrika Spacek. Begonnen in Berlijn als duo (Rhys Edwards en Rhys Williams) nu opererend vanuit Londen met drie extra bandleden. De band maakt zoiets als dromerige psychpop, waarin zowel hallucinerende herhalingen met gruizige gitaren zitten als lieflijke popmelodietjes verdronken in echoënde wolken. De sound wordt wel vergeleken met bands als  Deerhunter, Hookworms, My Bloody Valentine, Sonic Youth en Television, maar lijkt vooral bezig aan hun eigen bekende hoofdstuk. De doordraaiende drums en lichte groove klinken typisch kraut-achtig en de fantastische melodieën klinken warm en vol. Natuurlijk zit er ook veel herhaling in, het gevaar midden in de set is als het wat saai dreigt te worden en de zaal wat leger loopt, onterecht en stom trouwens, het slotstuk is geniaal. “There’s a Little Passing Cloud in You” is het volgens mij (klinkt de zanger nu ineens een beetje als Tom Yorke?), en daarna (dacht ik?) een zeer rustig gespeeld stukje gitaarspel waarbij de zaal opvallend stil is, waarna de apotheose van “Nk” waanzinnig is, met verslavende dikke gitaren en dreunend ritme. De band weet hier de zaal in een roes te gooien, en dit stuk mag voor mij wel eeuwig duren. Waanzinnig. Briljante band.

Na een pauze nog even wat Nederlanse psychpop-trots opsnuiven met PAUW dat zich hier volwassen presenteert, afgezien van wat schoonheidfoutjes. Neem die wel heel timide praatjes tussendoor, en ook de wat ingehouden zang van zanger Brian Pots, die ook in The Mysterons zat, maar daar inmiddels niet meer in meespeelt. Zijn volledige aandacht op PAUW werpt misschien al wel vruchten af, want PAUW klinkt lekker groots, al mogen de (overigens fijne) spacy geluidjes wel een stukje zachter in de mix. Misschien is het ook wel de nieuwe bassist  (heeft ook de plaat opgenomen zo leren we vanavond) die de band extra goed doet klinken. Leuk ook die opstelling met (ook een nieuwe) toetsenist op een verhoging links, en de lange drummer op een verhoging op rechts. Hoewel nog niet zo fraai als een Temples is PAUW inmiddels wel een vastigheid in de Nederlandse psychpop-scène. Met potentie dus, en met nieuwe bandleden om nog verder door te kunnen groeien.

Okay dan, nog een klein stukje ‘Demis Roussos’ kijken dan.. eh.. 10.000 Russos uit Portugal bedoel ik, in een nog behoorlijke volle Observatory. Het trio speelt hard en lomp met veel wol. Denk shoegaze met (post)punk en kraut. Maar echt wel wat lelijk ook zo, met snauwerige zang van de drummer João Pimenta. Waar psychedelische muziek soms best lang mag doorgaan in hetzelfde, worden we hier door de wat kale voortdurende rechtlijnige lompheid niet echt geïmponeerd verder.

Een stuk Radar Men From the Moon dan nog voordat we naar Papir afdalen en die band (uit Eindhoven dus) begint met nieuwe nummers. De instrumentale groep verraste me op eerdere platen met fijne spacepsych met een dik stofzuigergeluid, maar lijkt hier wat meer op zoek naar andere contouren. Met een lekker opzwepend ritme bouwen de heren omzichtig op, en dat voelt als een lange geïmproviseerde jam met space-invloeden en uiteraard een lik psych. De band borduurt met het nieuwe materiaal voort op het Subversive I album begreep ik, dat uiteindelijk een drieluik zal worden. Benieuwd naar de plaat, zoals eerder gezegd is de band actief en zoekt naar interessante vernieuwing. Het heelal is immers groot.

Maar ik wil het Deense Papir abosuluut niet missen, het drietal is een favoriet van me sinds Roadburn 2014, toen ze twee keer mochten aantreden in (de overigens kleinste) zaal Stage01. Een klassieke psychjamgroep misschien, maar wel een van het fijnste soort. Zo hoor ik het graag. Met een beest van een drummer en een heerlijke bassist die er zijn geweldige grooves overheen legt, heb je al direct een geweldige ritmesectie te pakken. Maar gitarist Nicklas Sørensen gooit daar overheen zijn geweldige gitaarwerk; jazzy, improviserend, of wat meer stoner-achtige riffs, hij breit alles bewonderenswaardig aan elkaar. Hij heeft langer haar dan op Roadburn (da’s meer iets voor het dagboek), en net zoals op Roadburn draagt hij een gele herriestopper en daar verbaas ik me wat over. Als professioneel of serieus muzikant wil je toch je eigen muziek goed horen, wat passende oordoppen zijn toch ook weer niet zo duur (de bassist heeft wel fatsoenlijke in). Niet dat het invloed heeft op zijn spel trouwens. het ismaar goed dat ik hier vanaf het begin sta, want ze spelen direct mijn favoriete “IIII.I”, uiteraard van album IIII. Veel verder dan iets van vier nummers in drie kwartier komen ze niet met die lange jams van ze, maar dat is dus ook prima met dit soort gaaf opgebouwde nummers. Fantastische band naar mijn hart.

Dan hebben we toch echt al lang op onze poten gestaan, tijd voor een dik intermezzo en een uitje naar de straat in de buurt met de restaurants om onze maag ook eens te verwennen met goed eten. We keren weer op tijd terug voor het Britse GNOD waarvan de samenstelling geloof ik niet altijd hetzelfde is (is zanger Neil Francis er nu nog wel bij eigenlijk?). Twee drummers in elk geval en de zanger/gitarist die ruw over de industrieel en experimenteel aanvoelende punkpsych zingt. Het is wat rechtlijnig vind ik, breit wat veel over een of twee akkoorden heen. De opgepropte zaal en leden van White Hills kijken vol verwachting naar het optreden in het begin, maar de zaal loopt hier toch snel leger. GNOD heeft me twee jaar terug te pakken gehad, maar hier wordt het me te rauw en koud geserveerd.

Niet dat het Chileense Föllakzoid zoveel afwisseling heeft, de nummers zijn eindeloos (net als Papir vier tracks of zo, maar dan in een uur), maar op een of andere manier weten ze me wel in een lichte roes te brengen. Het trio speelt net zoals in 2014 op het festival op de Main Stage en krijgt weer een vaag blauw licht mee in een wat mistig geheel, maar de twee gitaristen zijn duidelijk weer herkenbaar met hun bos haar met daarop hun baseballcapjes. De psychedelische krautrock draait dus om herhaling en schurkt soms tegen de techno aan in al hun bezwering en dat is een compliment waard. Opnieuw is de wat zachte praatzang geen bijzonder onderdeel of een echt een belangrijke aanvulling in het geluid, maar het gaat vooral om de pakkende groove en de gave gitaareffecten die je meenemen naar een ander universum. Föllakzoid mikt op het effect, en doet dat met minder technisch knappe fratsen op de instrumenten dan bijvoorbeeld een Papir, maar het treft wel doel. En hoe. Het uurtje vliegt voorbij. De Main Lab danst. Missie geslaagd.

En zo is Goat ook een gegarandeerd feestje natuurlijk, zo bewees de band al eerder op Lowlands (2013) en (vorig jaar) op Down the Rabbit Hole. Met hun eclectische (altijd een lekker woord) mix van afrobeat, funk, kraut- en psychrock is het goed dansen en de zaal wordt meegenomen op hun bijzondere trip. Een bont gezelschap, die het meer waarmaakt dan het wat teleurstellende Orchestra of Spheres, mede ook dankzij de fijne ritmes en grooves, en met name ook vanwege de fijne dikke psychedelische gitaarklanken die er soms zo lekker doorheen komen, eigenlijk nog te weinig. Goed, de zang van de twee dansende dames is wat beter geworden in de laatste jaren, veel heb ik er toch nog niet echt mee, maar het ritueel dat voltrekt is toch weer bijzonder lekker. Goat is vandaag headliner-waardig, en ze gooien er nog een korte toegift in, net als ik weer naar beneden wil lopen.

In het naprogramma zitten we relaxed achter in de grote zaal te kijken naar het niet eens zo tegenvallende Svper uit Spanje, een duo dat met een hoop elektronische apparatuur voor zich hele aardige elektronische krautpsych produceert of zoiets, met aardige ritmes, opgewekte tunes en synths, eighties invloeden, Franse pop, en de (aardige) zang van zangeres Luciana Della. Het is wat rustig geworden in de zaal, een hoop publiek lijkt toch naar huis lijkt te zijn gegaan na hoofdact Goat. Het zijn dan ook wel lange dagen, maar we willen nog niet naar huis, en dit nog best aardig om te volgen.

De genadeklap ondergaan we gewillig met Iguana Death Cult, onderdeel van de drie bands in het kader van ‘Gruismeel presents’ in de kleine ‘Observatory’-zaal. De laatste live-band van het festival. En het gaat nog eens even goed los, met een – op zich vriendelijke – moshpit waarin ik zelfs ook nog op mijn redelijk middelbare leeftijd lekker wild kan dansen. Het kan, nog een laatste keer. En de band is goed, het roept de laatste energie op van de aanwezigen. Denk aan Meatbodies of Thee Oh Sees, waar deze Hollandse band nauwelijks voor onder doet. De garage/psych/krautpunk is opwindend en aanstekelijk, de jongens hebben de looks en de techniek van een pakkend liedje. Zo gaan we bezweet naar huis na een fantastische editie van het Eindhoven Psych Lab.

Conclusies. De verwachtingen werden waar gemaakt door Rats on Rafts, The Oscillation, PAUW en Radar Men From the Moon. Bekende bands die wat tegenvielen: Orchestra of Spheres, Parquet Courts, White Hills en GNOD. De verwachte/gehoopte hoogtepunten waren er in de vorm van Forever Pavot, Camera, Temples, Ulrika Spacek, Papir, Föllakzoid, Goat en Iguana Death Cult. Van de meer onbekende bands verraste BLANK, Throw Down Bones en Statue. Geweldige score derhalve. Veel beter dan dit gaat het toch niet meer worden zou je zeggen, maar wie weet wat de organisatie volgend jaar weer uit de hoed tovert. Het festival heeft zich in elk geval bewezen na drie jaar met voldoende bezoekers en een aantrekkelijk concept, ondanks dat het zich in een niche-genre begeeft. Het Eindhoven Psych Lab is een blijvertje in een best overvolle festival-agenda, want kwaliteit onderscheidt zich vanzelf. Organisatie: bedankt! Hopelijk tot volgend jaar.

Comments

  1. Maarten says:

    Opvallend hoe anders een bandbeleving kan zijn. Wij stonden vooraan bij Parquet Courts, en daar was het – om even een cliché te gebruiken – wel echt een feestje. Een van de tofste shows van het weekend, en het bracht ook precies een vorm van energie die we een beetje hadden gemist op dag 1.

    De serie Föllakzoid/Mystery Lights/Goat/Audacity/DJ in monolab/Iguana Death Cult is er overigens ook eentje die ons lang zal heugen. Die laatste voelden we nog wel een tijdje. En goede kans dat we elkaar zijn tegengekomen in de pit bij Iguana Death Cult. 😉

Speak Your Mind

*