4 December 2016

Lowlands Zaterdag

Het heeft zijn voordelen, als je verslag mag leggen van Lowlands. De verslagen van File Under worden ’s ochtends geschreven in het perscentrum en dat staat op een deel van het terrein, dat dan nog afgesloten is. Met je persbandje mag je er wel op en dan kom je op een heerlijk stille festivalweide, waar de laatste voorbereidingen voor de dag nog in volle gang zijn. De dag is nog jong en de lucht is zwanger van de verwachtingen over wat nog komen gaat. Een fijn begin van de dag. Maar eerst de dag van gisteren recapituleren!

MattCorby-8931_sml


Junior stuitert alweer over het terrein. Hij wil alles zien en opent met Matt Corby, een fijne singer/songwriter met dwarsfluit en sprint meteen door naar de rootsmuziek van The Leadbetters. Alleen maar muziek over drank en drugs, aldus de bijna 15-jarige. De oudere garde begint met de psychedelische pop van Whitney. Muzikaal is het niet zo bijzonder en tegen de falset van de zingende drummer Julian Ehrlich moet je kunnen. Mede door de zang is het eigenlijk maar een kwartiertje vol te houden. Dat geldt niet voor Dub Inc. Deze Franse reggaetrots is zo old skool dubby reggae als het maar zijn kan, en dat is fijn! Het zonnetje schijnt, de band heeft er zin in,het biertje smaakt. Wat wil een mens nog meer op de zaterdagmiddag. Zangers Hakim Meridja en Aurélien Zohou improviseren er op los en krijgen het publiek mee, waarmee de eerste voeten van de vloer gaan. We blijven in zomerse en Franse sferen met Cassius. Dit producersduo trekt uw platenkast ondersteboven en maakt van de resten er een vrolijk dansbaar feest van. Maar daar waar het bij Dub Inc kolkte op het podium, is het bij Cassius wat statischer. Het podium is omgebouwd tot een tropisch eiland, met een hoog opgetrokken DJ-booth, maar dat was het dan ook. Door het gebrek aan visueel spektakel, wordt de muziek van Cassius wat eentonig en halverwege het optreden hebben we het wel gezien. Eigenlijk staat de band ook iets te vroeg en was een nachtslot beter geweest. Het akward festivalmomentje komt bij Sleeping with Sirens. Na drie nummers kom ik erachter dat de zangeres een zanger blijkt te zijn. De man is dolenthousiast maar de post hardcore emo van deze Amerikanen wil niet echt beklijven.

Het is dan ook niet druk bij Sleeping with Sirens dit in tegenstelling tot bij het optreden van Donnie in de X-Ray. Donnie moet was scepticisme van mijn kant overwinnen, maar dat lukt’m aardig. Donnie is een vrolijke causeur en heeft een goede flow. Hij schrijft aanstekelijke nummers die woord voor woord worden meegezongen. De ramvolle X-Ray kolkt aan het eind het eind van het optreden en Donnie heeft er heel wat fans bij. Donnie is uw man voor feesten en partijen, al was het maar omdat het “Lang Zal Hij Leven”, voor een jarige in het publiek, uit volle borst klonk.

Hoe overbrug je een generatiekloof? Nou, je gaat bij Donnie de X-Ray uit, steekt naar rechts door en vervolgens linksaf, naar de Alpha. Daar speelt Wolfmother. En veel dichter bij Led Zeppelin zullen we niet komen, dit weekend. Wolfmother trekt ouderwets rockend van leer, inclusief de dubbelhalsige gitaren. Ze openen vreemd genoeg, met de grotere hits van de band, zoals “Woman”, maar die kun je maar beter gehad hebben. De gemiddelde leeftijd in de tent ligt een stuk hoger dan bij Donnie. Wolfmother voor de vaders, Donnie voor de zonen. Al stonden er ook een hoop vaders bij saxofonist Kamasi Washington uit hun dak te gaan. Ook traditioneel als Wolfmother, maar minder op de rock, doch meer op de blues en de jazz gericht. Zo’n man waarvan je hoopt dat hij elk jaar op je festival komt.

Er was veel te doen over De Staat, de laatste weken. Zij krijgen subsidie voor diverse projecten en een kans om naar het buitenland te gaan. En na het optreden in de Alpha, vraag je je af, waarom dat nog nodig is en ze niet al heel groot in het buitenland zijn. Waar Muse op vrijdag een gedegen en strakke show weggaf, deed De Staat dat zaterdag. Ze toerden niet voor niets al samen. Perfectie tot in de puntjes in een dolenthousiaste Alpha. En als de band eindigt met “Witch Doctor” is de hele Alpha een grote circle pit. (wat een videoclip al niet kan doen). Dan sta je met open mond te kijken. Dit heb ik in mijn Lowlandscarrière nog niet gezien. Een magistraal optreden en een van de beste van de dag. En dan moet Sigur Ros nog komen.

Dat maakt alleen de overgang naar Sum41 nogal groot. Want aan de poppunk van deze Canadezen zit werkelijk geen kraak of smaak. Dat is ook de mening van het grootste deel van het publiek, want ik heb nog nooit een tent zo snel leeg zien lopen. En terecht. En nadat de band een van de meest overbodige gitaarsolo’s ooit geeft, besluit ik ook maar om mijn heil elders te zoeken. Bij Bitori, een Kaapverdiaanse accordeonist, die traditionele funana speelt. De man is een van de grondleggers van het genre en doet je beseffen waarom je ook alweer zo graag op Lowlands komt: de afwisseling, met op ieder podium een nieuw genre. En om de nieuwe hippe bandjes zoals The Academic. Jong, snotty en brutaal. Ze slingeren anthem na anthem de festivalweide op, met hele fijne hooks en riffs. The Academic komt uit Ierland, maar Britser kan bijna niet.

Sigur Ros is sinds het vertrek van toetsenist Kjartan Sveinsson een drie-mans formatie waarbij de term powertrio gerechtvaardigd is. Sveinsson is niet vervangen, maar dat hoor je niet in het grootste geluid van Sigur Ros. Want dat is gebleven. Sigur Ros maakt het de toeschouwer niet gemakkelijk want ze spelen niet de meest toegankelijke set van het festival. Het kost, zelfs voor een fan, wat moeite om erin te komen, maar het is de moeite waard. De beloning is groot, als de band afsluit met het euforische “Popplagið” en verlicht lopen we weer naar buiten. Ze wedijveren met de Staat over het beste optreden van de dag en misschien wel van het festival. We houden het voorlopig nog op een onbeslist.

Ondertussen trekken de buien over het festivalterrein en dat maakt dat veel mensen gaan schuilen. Daardoor kost het ontzettend veel moeite, geduw en boze blikken om bij Noel Gallagher’s High Flying Birds binnen te komen. Om vervolgens na tien meter in een grote lege ruimte terecht te komen. Gallagher krijgt niet de aandacht die hij verdient, want teveel mensen staan met de rug naar’m toe. Hij speelt een fijne show van solowerk, afgewisseld met nummers van Oasis. Waarbij de laatste nummers eigenlijk een betere respons krijgen. Dat is niet zo heel gek, want Oasis was natuurlijk groot, maar Noel’s soloplaten verdienen ook aandacht. Maar, ook uw verslaggever zingt slotnummer Don’t Look Back In Anger uit volle borst mee. Sterker nog Noel laat het zingen aan van het slotnummer maar helemaal aan het publiek over. Waarmee de euforie van het Sigur Ros optreden nog even blijft hangen. Ondertussen bouwt King Gizzard and the Lizard Wizard een feestje, volgens Junior (gewoon feest!) en dansen wij, met het, wederom Franse, Caravan Palace we vervolgens de nacht is. De tweede dag van Lowlands was er een die wat op gang moest komen, maar uiteindelijk euforisch eindige. Om met mijn nieuwe vriend Donnie te spreken: Master!

Speak Your Mind

*